Nummer 100


Standpunt | oktober 2004


De essentie (Mireille Leduc)<< Nummer 100

In lang vervlogen tijden hadden de Vlaamse onderhorigen het zo gemakkelijk. Iedere week legde een manspersoon in een vreemde jurk gehuld aan de waarde parochianen uit wat zij al of niet mochten denken of doen. Moeder de Kerk wist toch wat beter was voor hun zieleheil. Het belang van de ene heilige apostolische Kerk ging voor, de Kardinaal kwam op de koffie bij de Vorst, en dekte zijn pekelzonden met de mantel der liefde toe. Wij waren allemaal broeders, en ruzie tussen het Belgisch godsvolk was dus ook niet op zijn plaats. Om dat te bewijzen kwam er een afzichtelijk gedrocht in Koekelberg.

Gelukkig werd het paapse juk steeds lichter. Maar omdat de Vlaamse onderhorigen het niet zonder een stevige leidraad kunnen stellen, kwam een nieuwe kaste hogepriesters aandraven. Met het belerend vingertje dat wij van andere paters kennen, vertelt één van hen de mensen wat zij belangrijk vinden. Behalve als het fout is, dan is wat hij denkt belangrijk. De hofschrijver van de paarse regering wordt dan weer ziek als hij al dat communautair geleuter moet aanhoren, en laat ook in zijn izvestia weten dat er belangrijkere zaken aan de hand zijn, zoals de economische toestand.

Maar blijkbaar heeft die bende koppigaards er nog niet veel van begrepen, en lijkt zij wel aangestoken door een onbedwingbaar splitsingsvirus. De Doorluchtige Leider zond dus zijn handpop in het strijdgewoel. Aangezien handpoppen geen last hebben van een lange-termijn-geheugen en de pop zijn vorige levens niet herinnerde, vormde dit geen enkel probleem. Hij kweet zich met verve van zijn moeilijke taak. Hij legde uit dat dat gedoe over dat kiesarrondissement helemaal niet essentieel is. Het kan dus nog even wachten. Wellicht had hij nog gelijk ook. Als je al veertig jaar op iets wacht, dan kan je even goed nog veertig jaar wachten. Met dezelfde redenering kan je zowat alles op de heel lange baan schuiven. Als je iets niet gekregen hebt, en je bent niet dood gevallen, is de kans gering dat je morgen dood valt als je het niet dadelijk krijgt. Sommige leden van de partij van de Doorluchtige Leider en zijn handpop zullen misschien betreuren dat zij geen blijk gaven van dezelfde gezonde zin voor de relativiteit der zaken toen het Lambermont-gedrocht, het homo-huwelijk of het migrantenstemrecht te berde kwamen.

Wat is er dan wel essentieel? Als goede leerlingen dreunen wij dan onze les op: de werkgelegenheid, de economische toestand... Als dat essentieel is, zou onze Doorluchtige Leider er misschien goed aan doen eens naar het reële land te kijken en niet naar zijn Potemkin-waanbeelden: tweehonderdduizend nieuwe werkplaatsen lijken er niet helemaal aan te komen. Als dat essentieel was, zou hij beter zijn valiezen klaar zetten.

Gelukkig wijst de pop van de baas de weg naar wat er nu zo belangrijk is. In Maaseik, ergens in de far east, zijn vijf rondlopende tenten gesignaleerd. Hij vermoedt dat er moslim-dames onder zitten. Zeker is dat niet, want zij zijn onherkenbaar. Daar gaat het nu om. Dat is het belangrijkste probleem van het land. Dat is nu pas essentieel voor onze samenleving. Zo zullen wij die vrouwen emanciperen, integreren en wat al moois.

Wij vernemen dat de MMM (Maaseikse moslim madammen) door het dolle heen zijn over hun komende integratie, en zich dadelijk in het wilde nachtleven gestort hebben om een reuzefuif aan te richten. Wij hopen dat zij daar niet op een hoop toeterende, brallende en zwalpende autochtonen getooid met een hoed met veren botsen: zij zouden zich wellicht hun integratie alras beklagen, en toch wat twijfels hebben over de superioriteit van bepaalde culturen. Naar onze bescheiden mening lopen de meeste allochtone vrouwen niet in een tent rond, maar lijkt het toch niet bijzonder te lukken met die integratie.

Helemaal potsierlijk wordt het dan als blijkt dat het niet om de integratie gaat, maar om het verbod om zich te vermommen. Misschien wordt het tijd om te verbieden dat sommigen zich als Vlaming of als democraat vermommen.