Nummer 101


Europese Unie | november - december 2004


Franse PS raadpleegt leden over Europese 'grendelgrondwet' (Bernard Daelemans)<< Nummer 101

Op 1 december hield de Franse socialistische partij een ledenreferendum over de houding die de partij moet aannemen ten opzichte van het Europees Grondwettelijk Verdrag dat in Frankrijk volgend jaar aan een volksraadpleging wordt onderworpen. Anders dan in de andere sociaal-democratische partijen in Europa ontstond in Frankrijk wel degelijk een ernstig debat over de kwestie, doordat de vroegere premier, Laurent Fabius, zich publiek en ondubbelzinnig tegen de grondwet kantte. Niet minder dan 82,61% van de partijleden (99.162 van de 120.038 leden) spraken zich uit over de kwestie. Daarvan sprak 58,8% zich uit voor de grondwet. Het ja-kamp had zich nochtans sterk gemaakt dat ze een 2/3 meerderheid der leden achter zich zouden krijgen.

Het Franse voorbeeld staat in schril contrast met de situatie in de Vlaamse SP.a. Enkele weken voor de Europese verkiezingen schreef SP.a-ondervoorzitter Caroline Gennez nochtans een boekje met ernstige kritiek op het Europees neoliberaal beleid. Daarin werd inderdaad een vinger op de wonde gelegd. Maar na de verkiezingen werd dit boekje snel opgeborgen. Eén week na de verkiezingen was de SP.a er als de kippen bij om het Europees Grondwettelijk Verdrag goed te keuren, waarin precies alle neoliberale beleidslijnen worden verankerd. Meervoud probeerde mevrouw Gennez over haar boek, en over de Europese grondwet, te interviewen, maar zij was niet langer 'geïnteresseerd'. "Het onderwerp is niet meer in de actualiteit", kregen we te horen.

In Frankrijk bestaat er natuurlijk een lange traditie van zowel linkse als rechtse eurocritici. Zowel het Front National als de Communistische Partij, als nog verschillende andere 'soevereinistische' stromingen wijzen nog verdergaande Europese integratie af. Ook de hoofdredacteur van 'Le Monde Diplomatique', Bernard Cassen, wijst de grondwet scherp af. Op een debat in Brussel verklaarde hij "Met de Europese grondwet worden we veroordeeld tot een straf van 30 jaar neoliberalisme". Cassen verwijst naar Valéry Giscard d'Estaing, die zelf voorhoudt dat de grondwet zeker 50 jaar zal meegaan. Het gaat hier om een grendelgrondwet, aangezien een van de schikkingen dat een herziening alleen mogelijk is met de instemming van alle lidstaten. En dat het neoliberalisme een straf is, lijdt voor Cassen ook geen twijfel. In Frankrijk worden nu als gevolg van Europese deregulering 6.000 postkantoren gesloten. Werkloosheid en toenemende ongelijkheid zijn het gevolg van het Europees beleid.

Het PS-debat over de Europese Grondwet werd voornamelijk via de krant Libération gevoerd. De krant trad voornamelijk op als spreekbuis van het PS-establishment. Van meet af aan werd Fabius onbezonnenheid verweten. Daarbij werden niet zozeer inhoudelijke argumenten ingeroepen. Wat bezielde de ex-premier om voor tweedracht te zorgen in een partij die net een goeie beurt gemaakt had met de regionale verkiezingen, en stilaan de kater van de presidentsverkiezingen teboven komt (toen Le Pen (FN) het haalde van Jospin (PS) in de eerste ronde)? En de PS heeft toch ook het verdrag van Maastricht goedgekeurd destijds? Speelde Fabius niet vooral de Communisten of klein-links in de kaart? En is de zet van Fabius niet vooral ingegeven door profileringsdrang met het oog op de volgende presidentsverkiezingen? Hij heeft toch nooit tot het 'linkse kamp' behoord in de PS?

Niettemin zag PS-voorzitter François Hollande zich door de stellingname van Fabius verplicht om een ledenraadpleging te organiseren. Dat werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Niettemin werd het debat vanaf dan toch grondig en met inhoudelijke argumenten gevoerd. In Libération konden zowel Hollande als Fabius hun standpunten omtrent de cruciale grondwetsartikels uitvoerig motiveren. Ook aan de basis werden talrijke debatten gewijd aan het onderwerp.

We grasduinen even in de discussie omtrent de voornaamste verdragsartikels. Artikel I-3 luidt als volgt: "De Unie biedt haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid zonder binnengrenzen, en een interne markt waar de concurrentie vrij en onvervalst is. De Unie werkt aan de duurzame ontwikkeling van Europa gebaseerd op een evenwichtige economische groei en prijzenstabiliteit, een sociale markteconomie die zeer competitief is, die neigt naar volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en een hoog peil van milieubescherming beoogt. (...) De Unie bestrijdt de sociale uitsluiting en discriminaties, bevordert rechtvaardigheid en sociale bescherming, de gelijkheid tussen man en vrouw, de solidariteit tussen de generaties en de bescherming van de kinderrechten." Voor Hollande is deze opsomming een belangrijke stap vooruit, omdat de 'vrije onvervalste concurrentie' al in het Verdrag van Rome stond, en in 1986 ook in de Europese Eenheidsacte werd ingeschreven. De emancipatorische streefdoelen, zoals volledige werkgelegenheid, sociale markteconomie en dergelijke zijn nieuw. Fabius is daardoor niet onder de indruk. Hij wijst erop dat de aangehaalde waarden contradictorisch zijn met elkaar. De sleutel zit echter in het derde deel van de Grondwet. Daarin worden de echt bindende beleidslijnen vastgelegd: alles wat de concurrentie versterkt wordt sterk uitgewerkt; alles wat de solidariteit en de groei aangaat, wordt minimalistisch opgevat. De uitdrukkingen "sociale markteconomie" en "volledige werkgelegenheid" komen maar één keer voor in de hele tekst. Het woord "concurrentie" staat er 27 keer; het woord "markt" lezen we 78 keer. "Het liberalisme staat in het marmer gegrift", besluit Fabius. En ook Cassen: "Dat is blabla. Die zogenaamde waarden en doelstellingen, dat zijn aankondigingen waar men geen brood van kan eten. Wat telt zijn de concrete beleidsmaatregelen in het derde deel, die hoegenaamd niet leiden tot een volledige tewerkstelling! Aan de ene kant heb je die 'bezweringen', aan de andere kant het reële beleid."

Ook de artikels III-122 en III-166 zijn erg belangrijk: "Ten opzichte van de diensten van algemeen economisch belang waken de Unie en de lidstaten erover dat zij optimaal kunnen functionneren en met name in dergelijke economische en financiële omstandigheden dat ze hun opdracht behoorlijk kunnen vervullen. (...) Ondernemingen die belast zijn met het verstrekken van diensten van algemeen economisch belang, of die stoelen op een fiscaal monopolie, worden onderworpen aan de regels van de concurrentie voor zover de toepassing van die concurrentieregels hen niet zou belemmeren de hun toegewezen taak in rechte of feite uit te voeren." Voor Hollande is dit een vooruitgang omdat de Europese Unie eindelijk het belang van de openbare diensten erkent, omdat de concurrentieregels er niet onverkort op van toepassing zijn, en omdat de eigendomsstructuur (door de staat) niet principieel in vraag gesteld wordt: met andere woorden, de grondwet schept geen dwangmatig kader voor een Europees beleid van privatiseringsverplichtingen. Fabius daarentegen ziet in de grondwettekst wel degelijk een streven om de openbare diensten, omgedoopt tot 'diensten van algemeen economisch belang' aan de concurrentieregels te onderwerpen, behoudens een aantal uitzonderingen, die door het Hof van Justitie zeer restrictief geïnterpreteerd worden. De artikels III-166 en III-167 bevestigen het primaat van de concurrentieregels, het 'uitzonderingsregiem' voor de openbare diensten is sterk ingeperkt. Concreet betekent dit dat voor de telecommunicatie, de energievoorziening, het openbaar vervoer en de post een minimumdienstverlening moet gegarandeerd worden, die ver beneden de solidariteitscriteria en gelijkheidsstreven van de socialisten is gelegen.

Fabius neemt er bovendien ook aanstoot aan dat het statuut van de Europese Centrale Bank, dat geen ruimte laat voor een werkgelegenheidsbeleid en alleen oog heeft voor begrotingsorthodoxie, grondwettelijk verankerd wordt. Dat het Europees parlement via de 'medebeslissingsprocedure' over meer domeinen dan voorheen inspraak krijgt is een goede zaak, maar hij had gehoopt dat ook de nationale parlementen meer zouden te zeggen krijgen in de Europese besluitvorming. Hij stelt vast dat de omschrijving van de 'gekwalificeerde meerderheid' de invloed van de grote lidstaten versterkt, hetgeen hij als Fransman kan appreciëren, al waarschuwt hij voor de toetreding van Turkije, dat in een dergelijk systeem het meest invloedrijke land van de Unie zal worden. En als verdediger van de Franse 'laicité' heeft hij ook moeite met de erkenning van de Europese kerken op voet van gelijkheid met de traditionele sociale partners. Hij vreest tenslotte dat de bepalingen over het Europees defensiebeleid het 'atlantisme' institutionaliseren.

Binnen de PS is de strijd nu gestreden. 58% van de opgekomen leden steunen het Europees Grondwettelijk Verdrag. De PS zal dus campagne voeren vóó;r de Europese grondwet bij het referendum dat later dit jaar zal plaatsvinden, ten laatste begin juni. Vanzelfsprekend zullen de voorstanders van de grondwet de belangrijkste tenoren zijn van de campagne, maar de tegenstanders zullen zich gedeisd houden uit loyaliteit. Fabius onderlijnde dat de eenheid van de partij moet gevrijwaard worden. Na 'zijn' nederlaag wenst hij echter geenszins een stap opzij te zetten als nummer twee van de PS. Ook zijn presidentiële ambities heeft hij nog niet opgeborgen. Sommige politieke analysten menen zelfs dat hij nog een ernstige kans krijgt indien een meerderheid van de Franse bevolking straks de Europese grondwet afwijst. Wordt vervolgd...