Nummer 102


Sociaal | december - januari 2004


Naar een zelfstandig gezondheidsbeleid? (Miel Dullaert)<< Nummer 102

Als Vlaanderen een volwassen natie wil worden moet het een zelfstandig beleid verwerven in de gezondheidszorg. Het maatschappelijk draagvlak blijkt daarvoor te groeien in Vlaanderen. Dit, naar aanleiding van de voorgestelde besparingen in de gezondheidszorg door de Belgische minister Demotte. Een en ander kwam in beweging eind november jl. Een overzicht.

Om verschillende redenen (zie verder) zijn de uitgaven in de gezondheidszorg vorig jaar in België de pan uit gerezen. Bij zoverre dat de Belgische minister van Sociale Zaken en Gezondheidzorg Rudy Demotte (PS) zich verplicht zag een besparingsplan op te stellen. Hij wil in 2005 240 miljoen euro (of ca 10 miljard Bfr) extra besparen. Het spreekt vanzelf dat de betrokken partijen in de gezondheidszorg hiervoor niet onverschillig kunnen blijven. Tot de belangrijkste actoren behoren uiteraard de patiënten, de ziekenfondsen, de ziekenhuizen, de artsen en last but not least, de industrie (de leveranciers van technologie en de farmaceutische nijverheid) zijn sterk betrokken partijen. Maar ook de overheid. De gezondheidssector is een belangrijke afzetmarkt voor de industrie; de gezondheidszorg stelt vele duizenden mensen te werk, van hoog specialistische geneesheren, verpleegkundigen tot het keukenpersoneel en er is rond de gezondheidszorg een enorme overheidsbureaucratie opgebouwd. Het is één van de belangrijkste sectoren van de nieuwe diensteneconomie.

Het is een natuurlijk recht van elke natie om te bepalen welk gezondheidsbeleid gevoerd zal worden. Ook de Vlaamse natie. We gaan dan ook niet mee in de discussie om het recht op een Vlaams gezondheidsbeleid te herleiden tot een dossier over financiële misbruiken. Wie voor een eigen Vlaams gezondheidsbeleid pleit alleen met monetaire argumenten, kan van de tegenstanders ervan onmiddellijk lik op stuk krijgen. Immers in Vlaanderen zijn er ook onverantwoorde uitgaven. Zoals de uitgaven voor kinesitherapie en voor de rusthuizen en de recente pogingen van de Raad van Bestuur van het openbaar ziekenhuis "Dodoens" in Mechelen om de artsen van het ziekenhuis te dwingen tot overconsumptie.

Dat een eigen benadering van de Vlaamse natie bestaat is bewezen. De politieke cultuur van de Vlaamse natie met zijn typische aanpak speelt nu reeds een duidelijke rol. We vernoemen een aantal specifieke beleidskenmerken: de grote rol van de eerstelijnsgezondheidszorg, de aandacht voor preventieve werking, de numerus clausus voor artsenopleidingen, de Vlaamse zorgverzekering, de rol van progressieve Vlaamse huisartsen (zie verder). De Vlaamse minister-president Yves Leterme (CD&V) stelde terecht in een discussie in het Vlaams Parlement eind november jl. dat: "de bevoegdheid voor de gezondheidszorg gesplitst moet worden. Het is niet alleen een kwestie van centen. Vlaanderen moet een eigen gezondheidsbeleid kunnen voeren. Ik wil trouwens eerst nog zien of de aangekondigde maatregelen die de federale regering nu heeft genomen op het terrein worden toegepast".

In tweede orde moeten we natuurlijk oog hebben voor financiële misbruiken tussen de grote gemeenschappen zolang de gezondheidszorg in een Belgisch keurslijf zit. Naar aanleiding van de besparingsvoorstellen kwam voor het eerst in de geschiedenis een gemeenschappelijke Staten-Generaal samen van alle Vlaamse ziekenhuizen in het kader van het Vlaams Algemeen Ziekenhuisoverleg (VAZO). Dit is historisch belangrijk vermits het om de eerste bijeenkomst ging waar zowel de ziekenhuizen onder controle van de katholieke zuil van Vlaanderen samen vergaderden met de Openbare ziekenhuizen waar Vlaamse vrijzinnigen een grote vinger in de pap hebben. Meestal zijn om historische redenen de verhoudingen nog altijd koeltjes tussen de twee blokken in Vlaanderen. Maar dat is stilaan geschiedenis en nu bleek het Vlaams belang te overwegen en kwamen ze tot één gemeenschappelijke eis tot splitsing van de gezondheidszorg althans wat de bestedingen betreft.

Maar opmerkelijk was dat één dag erna, de voorzitter van het overleg van de openbare ziekenhuizen een persmotie verspreidde waarin hij de splitsing, die hij één dag voordien mede gesteund had, verwierp (en weigerde voor de media daarover uitleg te geven).

Welke obscure invloeden hebben hier gespeeld om op één dag een bocht van 180ø te maken? Het VAZO klaagt aan dat de regionale verschillen blijven bestaan. De Vlaamse ziekenhuizenwereld berekende, en dat werd alsnog door niemand weerlegd, dat 130 miljoen euro snel kan bespaard worden als de Franstalige ziekenhuizen voor hun uitgaven in klinische biologie, medische beeldvorming en geneesmiddelen het Vlaamse profiel volgen. Minister Inge Vervotte (CD&V) van welzijn steunde de oproep van het VAZO, alsook de andere coalitiepartners (behalve de SP.A, alhoewel die ook het Vlaams regeerakkoord waarin de splitsing verdedigd wordt mee ondertekende).

Zoals gezegd zijn de kosten de pan uit gerezen en heeft minister R. Demotte de nodige extra besparingen voor 2005 aangekondigd. Vraag is wie gaat dat betalen? Eén van de belangrijkste oorzaken van de kosten is de duurte van de geneesmiddelen en het hoge verbruik. In het kader van de liberale prestatiegeneeskunde schrijven vele artsen zoveel mogelijk geneesmiddelen voor in klinieken of in hun privé-praktijk. Ze spelen mee met de winsthonger van de farma-industrie die de gezondheidszorg op onverantwoorde kosten jaagt en een bedreiging vormt voor een sociaal verantwoorde gezondheidszorg. Tegelijk willen ook een groeiend aantal Vlaamse artsen van de druk van de farma -industrie af en zijn sober in hun voorschrijfgedrag of gaan zelfs de confrontatie aan met de farma-industrie en formuleren een alternatief voor meer efficiëntie en minder kosten.

Zoals Dr. Dirk van Duppen (lid van de groepspraktijk Geneeskunde voor het Volk, in de invloedssfeer van de belgicistische, stalinistische PVDA). Hij publiceerde in november jl. een boek onder de titel "De cholesteroloorlog, waarom geneesmiddelen zo duur zijn" (zie kader) dat een sociaal geëngageerd maar wetenschappelijk sterk onderbouwd onderzoek is naar de praktijken van de farma-multinationals. In dat verband bevestigt hij de these van wat wijlen Toon Roosens in dit blad sedert lang uitvoerig aantoonde: de technologisch hoog ontwikkelde industrie zoals de farmaceutische maakt grote winsten vooral met monopolieprijzen op basis van technische innovaties. Dr. D. Van Duppen beperkt zich niet tot een analyse en diagnose maar stelt een alternatief voor dat in andere landen leidt tot sociaal verantwoorde besparingen in de gezondheidsuitgaven. Hij refereert naar Nieuw Zeeland dat met zijn "Kiwi-model" school maakt en in meerdere varianten wordt nagevolgd door Australië, de provincie British Columbia in Canada, en staten als Maine en Oregon in de VS.

Nieuw Zeeland is goed vergelijkbaar met Vlaanderen: met zijn vier miljoen inwoners en een BNP dat een kwart lager ligt dan in België. Het geneesmiddelenbeleid en de voorlichting van de bevolking zijn in handen van een overheidsinstituut: Pharmac.

Deze instelling is politiek en commercieel onafhankelijk. Vooral onafhankelijke wetenschappers en sinds kort ook patiëntenorganisaties bepalen het beleid. Tot 1993 beslisten de ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken over de prijzen. Ze werden direct benaderd door de farmaceutische bedrijven. Prijzen waren dikwijls het resultaat van de lobbykracht van die firma's. Alles werd geregeld door onderhandelingen die los stonden van kwaliteitsbeoordeling en van een vergelijking tussen verschillende producten. In de praktijk stelden de firma's hun prijzen voor en aanvaardde de overheid hun voorstel, zonder de werkelijke waarde of kostprijs te kennen van wat gekocht werd. Het budget ontspoorde met een jaarlijkse groei van 14%. Het was een typisch aanbod gestuurd beleid dat vandaag bij ons ook bestaat. In 1993 richtte de overheid het politiek onafhankelijke instituut Pharmac op. Eerst begon het met een lijst samen te stellen met de beste medicatie volgens wetenschappelijke criteria: de voorkeurslijst. Dan volgden de kosten-batenstudies. Nadien organiseerde Pharmac het referentieprijssysteem en probeerde met cross deals forse prijsdalingen af te dingen (cross deals zijn overeenkomsten waarbij een bedrijf zijn innovatief nieuw product terugbetaald krijgt op voorwaarde dat het de prijs van andere nuttige producten fors doet dalen). Dan begon het organiseren van een competitie tussen verschillende geneesmiddelenproducenten van dezelfde of gelijkaardige producten. In 1997 startte Pharmac de openbare aanbesteding.

Paracetamol was het eerste product waarvoor meer dan 40 bedrijven concurreerden. Men koos voor deze goed gekende pijnstiller omdat mensen een generische versie gemakkelijk zouden aanvaarden. Dr. D. Van Duppen maakt in zijn boek een prijsvergelijking met merkproducten en het goedkoopste generische alternatief van Nieuw Zeeland en ons land. Hij komt tot de conclusie, rekening houdend met alle factoren, dat er prijsverschillen kunnen optreden van 50 tot 90%! In België kost de duurste cholesterolverlager Zocor bijv. 123,5 euro, in Nieuw Zeeland 47 euro. Een standaard pijnstiller zoals Dafalgan of Perdolan kost in België 4,3 euro voor 30 tabletten, in Nieuw Zeeland 0,23 euro.

Het boek en vooral het beleidsvoorstel tot openbare aanbesteding kreeg grote weerklank in Vlaanderen. Afdelingen uit de arbeidersbeweging en de non-profitsector organiseren debatten met de dokter. Op politiek vlak kreeg het voorstel tot openbare aanbesteding grote aandacht, tot op het hoogste niveau. Zowel in ACW, SP.A en zelfs liberale middens (voorzitter Somers werd echter onmiddellijk teruggefloten door andere VLD-kopstukken) werd het voorstel positief onthaald in het licht van de huidige financiële moeilijkheden in de gezondheidszorg. Er werd een eerste overwinning binnen gehaald omdat minister R. Demotte het RIZIV via de openbare aanbesteding een lagere aankoopprijs kan bedingen van de farmaceutische industrie voor de "pil" die miljoen vrouwen dagelijks gebruiken.

Het voorstel van de Vlaamse arts Dr. Van Duppen om over te gaan tot de openbare aanbesteding van geneesmiddelen is de sleutel voor een sociaal verantwoord geneesmiddelenbeleid in navolging van landen die vergeljkbaar zijn met Vlaanderen.

Uiteraard verzet de faramacetuische industrie zich tegen zijn voorstel en hij werd door de Orde van geneesheren op het matje geroepen.

Uit al wat vooraf ging blijkt duidelijk dat Vlaanderen bekwaam is om zelfstandig een sociaal en betaalbaar gezondheidsbeleid te voeren.