Nummer 105


Polemiek | maart - april 2005


Vlaanderen heeft een moedige politieke klasse nodig! (Julien Borremans)<< Nummer 105

In het januarinummer van Meervoud heb ik met stijgende verbazing het interview met Mark Grammens gelezen. Grammens - een icoon van de Vlaamse beweging - analyseert al jaren de politieke actualiteit op een soms erudiete wijze. Al moet daar onmiddellijk aan toegevoegd worden dat hij dringend aan herbronning toe is, want de enige mogelijkheid om België te splitsen - aldus Grammens - is dat Vlaanderen rechts wordt en Wallonië links blijft. Hij haalt daarvoor zijn mosterd uit het vroegere Tsjecho-Slowakije, waar een links Slowakije en een eerder rechts Tsjechië hun eigen weg gingen.

Uiteraard is het in België al decennia zo dat er in Vlaanderen eerder "rechts" wordt gedacht en in Wallonië "links". Maar Grammens bedoelt eerder dat er een alliantie moet komen tussen Vlaams Belang en de andere centrumrechtse partijen in Vlaanderen. In de veronderstelling dat dit ooit zal gebeuren, zal Wallonië eieren voor zijn geld kiezen en de Belgische constructie verlaten. Uiteraard is het niet zo simpel, anders was het reeds lang gedaan met de Belgische constructie. België bestaat nog steeds omdat er een sterk establishment is dat de Belgische belangen - zowel economisch als ideologisch - goed weet te vertegenwoordigen in bijna alle geledingen van de samenleving. Vlaanderen kan daar bijna niets tegenover stellen. Integendeel! Het is veel meer sexy om het multicultureel en veelkleurig België te promoten, dan een 'suf' Vlaanderen dat geconnoteerd wordt met onverdraagzaamheid en egoïsme.

Grammens is een typisch product van de Vlaamse beweging. Al jaren orakelt men in de Vlaamse beweging het einde van België. Het ene doemscenario volgt het andere op, maar België blijft bestaan. De enige die wegkwijnt is een onwezenlijk geworden Vlaamse beweging, die vanuit de politieke marge allerlei bezweringen en vervloekingen uitspreekt, maar nog door weinig mensen serieus wordt genomen. Wie eenmaal de zompige moerassen van de beweging heeft verlaten, komt in een totaal andere wereld terecht. De Vlaamse beweging heeft dit deels aan haar eigen optreden te danken. Wat Grammens ook zegt, de leiders van weleer (Coppieters, Martens...) hebben de kiemen van de ondergang van de Vlaamse beweging gezaaid. Een groot deel van de beweging heeft steeds verzaakt om een uitgesproken sociaal programma te koppelen aan een radicaal Vlaamse koers. Het gebrek aan een duidelijk sociaal ideologisch profiel hebben de woorden van de Vlaamse beweging steeds hol doen klinken, met als resultaat dat een deel van de "elitegroep" (cfr. Grammens) makkelijk door het Belgisch establishment werd en wordt gerecupereerd. Dezelfde voormannen van toen (zoals Martens) promoten momenteel België op een heel hartstochtelijke manier.

Reeds in het Meervoud-nummer van november 2000 schreef Antoon Roosens: "Ondanks het electoraal succes van een partij die - onder meer - de leuze 'België Barst' in haar vaandel voert (het Vlaams Blok van weleer), gaat het slecht met de Vlaamse Beweging. Het streven naar Vlaamse zelfstandigheid, einddoel van elke nationale beweging, wordt met onverschilligheid, zoniet met vijandigheid onthaald in belangrijke lagen van de bevolking. De jeugd voelt zich niet meer aangetrokken tot de Vlaamse emancipatiestrijd." De nagel op de kop. In de media vinden de Vlaamse eisen weinig echo. De impact van het neo-Belgisch offensief is verpletterend en de Vlaamse beweging heeft nog "nooit zo weinig gewogen op het politieke beleid als de laatste jaren", aldus een ontgoochelde Roosens. Enkele jaren voordien proclameerden enkele jonge contestanten dezelfde boodschap binnen de Vlaamse Volksbeweging en pleitten voor een totale ommezwaai zowel van tactiek, strategie als van ideologische opvattingen en vroegen om onmiddellijk afstand te nemen van het rechtse Vlaanderen dat het Vlaams Blok naar voor schoof. De jonge contestanten haalde bakzeil. Het is immers taboe om binnen de Vlaamse Volksbeweging kritiek te uiten op het Vlaams Blok of Belang.

Een alliantie tussen het Vlaams Belang en de centrumrechtse partijen op Vlaams niveau - op een hoger niveau is het gewoon ondenkbaar - zullen de Belgische constructie even in een crisis brengen. Meer niet. Dit heeft enerzijds te maken met de constructie van het Belgisch bestel zelf: de gewest- en gemeenschapsvorming, het probleem Brussel, de organisatie van de instituties en het dagelijks Belgisch politiek verkeer, maar vooral door de heel sterke aanwezigheid van Europa en tal van internationale instellingen... Ook heeft het te maken met de trieste vaststelling dat Vlaanderen amper een establishment bezit dat Vlaams bewust en progressief denkt en durft zeggen dat er veel meer bevoegdheden naar Vlaanderen moeten worden overgeheveld. Daar tegenover staat een machtige Belgisch-Europese lobby die iedere vorm van Vlaamse reflex vereenzelvigt met de soms idiote uitspraken en ideeën van het Vlaams Belang. Toon Roosens had gelijk toen hij schreef: "Het is precies op dit cruciale terrein van de verbinding van de eis tot nationale zelfstandigheid met de diepere en meer algemene maatschappelijke problemen, dat de Vlaamse beweging en haar partijen reeds tientallen jaren het verkeerde signaal geven.". De Vlaamse beweging moet radicaal en progressief zijn. Het archaïsme en het autarkische van het Vlaams Belang - dat haar successen dankt aan ressentimenten jegens alles wat links en anders is - staat een positieve opbouw van een zelfstandigheidsdenken totaal in de weg. Enkele bedrijfsleiders binnen de Vlaamse beweging en Vlaams Belang hebben dit goed begrepen en trachten door middel van een organisatie "Pro Flandria" een Vlaams bewust establishment uit te bouwen. Maar of dit initiatief een nieuwe politieke en Vlaamse elite als alternatief kan naar voorschuiven is zeer de vraag, omdat er binnen de rechts-radicale Vlaamse beweging geen cultuur voor dergelijke projecten bestaat. De totaal achterhaalde opstelling van die beweging op bijvoorbeeld de IJzerwake in Steenstraete spreekt boekdelen en de vraag is of er in Vlaanderen veel bedrijfsleiders rondlopen die met dergelijke organisaties willen vereenzelvigd worden.

Grammens zit er compleet naast. Een alliantie tussen centrumrechts en Vlaams Belang zal Vlaanderen nog meer marginaliseren. Hoe sterker het Vlaams Belang wordt, hoe onbespreekbaarder en marginaler de Vlaamse eisen worden. In Vlaanderen is immers meer dan ooit dringend nood aan een progressieve en radicaal Vlaamse partij die durft te zeggen wat de gewone sterveling denkt en met een ideologisch scherp profiel durft te antwoorden op maatschappelijke ontwikkelingen. Zeker geen progressieve partij als de SP.a wiens slagkracht zich beperkt tot cosmetica, nieuwe communicatiestijlen, verandering van het algemeen uitzicht en vernieuwing van het personeel. Het enige wat bij deze partij centraal staat, zijn een hoop emoties, een sterke verontwaardiging over wat er allemaal fout loopt en een ongedefinieerd optimisme. Gelukkig zijn er binnen de SP.a nog mensen zoals een Frank Vandenbroucke die goed weten wat er allemaal fout loopt en voor het onderwijs in Vlaanderen trouwens een heel degelijk beleidsplan heeft geschreven.

Vandenbroucke weet maar al te goed dat er in Vlaanderen grote sociale problemen zijn, die de komende jaren nog zullen intensifiëren als we bij de pakken blijven zitten. Vlaanderen mag zichzelf dan nog steeds één van de rijkste regio's van Europa noemen, de rijkdommen blijven nog steeds heel erg ongelijkmatig verdeeld. In onze steeds complexer wordende samenlevingen vallen steeds meer en meer mensen uit de boot. Ze verliezen de aansluiting met de arbeidsmarkt en vervallen in verpauperde leefomstandigheden. We mogen dan al het beste onderwijssysteem ter wereld hebben, zowat 20% van onze jongeren zijn onvoldoende geschoold en worden met een grote achterstand op de arbeidsmarkt gegooid. Na de zoveelste mislukking trekken ze zich terug in een verbitterd cynisme. Daarnaast melden er zich in onze binnensteden heel wat nieuwe asielzoekers en nieuwkomers, die - naast de vele andere slecht geschoolde allochtonen - op de arbeidsmarkt mogelijks nog een grotere achterstand hebben. Ook Vandenbroucke maakt gewag van een nieuwe sociale breuklijn.

In vergelijking met de andere geïndustrialiseerde landen is de scholingsgraad van de Vlaamse bevolking eerder laag. Slechts de helft van de Vlaamse bevolking heeft op zijn minst een diploma hoger secundair onderwijs. Er mag dan al een inhaalbeweging zijn, de achterstand blijft opmerkelijk. Minimaal 18% van de Vlaamse volwassenen heeft een veel te lage scholingsgraad om zich in onze moderne samenleving te kunnen handhaven. Er zijn steeds meer mensen die permanent uit de boot vallen. Meer dan de helft van de werklozen hebben veel te lage basiscompetenties om aan de arbeidsmarkt te kunnen participeren of om binnen het maatschappelijk leven kritische en verantwoorde maatschappelijke keuzes te maken. Een gebrek aan perspectief en inkomen werken uiteraard versterkend voor andere vormen van achterstelling en gaan hand in hand met slechte gezondheid, slechte prestaties van de kinderen op school, negatieve zelfwaardering... Het verband tussen lage scholingsgraad en armoede heeft grote implicaties voor het sociaal beleid. Investeren in een betere scholing leidt er toe dat er meer middelen voor het sociaal beleid vrijkomen.

Er is een duidelijk dualisme in onze maatschappij: er ontwikkelt zich een klasse van laaggeschoolde mensen, die onvoldoende basisvaardigheden hebben om aan het maatschappelijk leven deel te nemen. Er is niet alleen een sociaal-economische achterstelling, maar wat mogelijks nog erger is, deze mensen raken steeds meer geïsoleerd en keren de maatschappij verbitterd de rug toe. Deze klasse is duidelijk multi-etnisch. Heel wat allochtonen zijn niet alleen laaggeschoold, ze kennen onvoldoende onze taal om zich naar behoren te integreren. Een nieuwe multi-etnische, proletarische onderlaag dient zich aan en nieuwe maatschappelijke breuklijnen en tegenstellingen tekenen zich sterk aan de oppervlakte af. De verpaupering van een multi-etnische onderlaag vormt de grootste politieke uitdaging van de komende decennia.

Er is dus werk aan de winkel. Het wordt tijd dat de Vlaamse beweging van de Vlaamse strijd weer eens een sociale strijd maakt en opkomt voor de kansarmen in onze samenleving. Daarvoor is een uitgesproken sociaal profiel nodig, maar meer nog: een moedige Vlaamse politieke klasse die de moeilijke sociale problemen van deze tijd durft aan te pakken.

De Vlaamse beweging moet zich dringend bezinnen over de noodzaak tot een heroriëntering van haar strategie en haar politiek discour. Het wordt stilaan tijd dat we een uitgesproken sociale analyse combineren met een radicaal communautair programma en afstand nemen van een discours waarmee de Vlaamse beweging zichzelf de afgelopen eeuw verschillende malen bijna vernietigd heeft.