Nummer 106


Media | april - mei 2005


Zijn de media oppermachtig? (Miel Dullaert)<< Nummer 106

De technologische revolutie heeft de communicatietechnieken sedert de tweede helft van vorige eeuw grondig gewijzigd. Maar zijn de sociaal-economische omstandigheden veranderd? De media zijn onderworpen aan de wetten van wat de "vrije markt" genoemd wordt. Concurrentie leidt tot concentratie, ook van de media. Ze zijn een gevaar voor de democratie. Sommigen beschouwen de media als de vierde macht. Maar zijn er ook grenzen aan die macht? In wat volgt zetten we een en ander op een rij.

De heersende klasse oefent haar macht niet alleen uit met fysiek geweld (politie, leger) of niet-fysieke repressie (administratie). Maar haar heerschappij bepaalt ook het dominante denkkader van het volk dat in zijn eenvoudigste vorm als "algemeen belang" en/of als "gezond verstand" wordt beschouwd. In pre- of vroeg- kapitalistische samenlevingen nam de godsdienst de voornaamste plaats in. Om een leven van uitbuiting en onderdrukking draaglijk te houden beloofde de godsdienst de hemel. Het is opium zei, Karl Marx, en hij had gelijk. Naarmate de ontwikkeling zich doorzette kwam er behoefte aan geschoolde arbeidskrachten. Sociale organisaties, politieke partijen werden opgericht. Zo ontstond het onderwijssysteem en de pers om de 'spontane consensus' van het volk met de heersende groepen te bewerkstelligen.

Sedert de tweede helft van vorige eeuw is er een nooit gekende vooruitgang inzake wetenschap en techniek. Vooral de communicatietechnieken kenden een ware revolutie. De computer, de glasvezel, de satelliet in de ruimte, de draadloze transmissie hebben op korte tijd een volkomen nieuwe wereld van opslag, bewerking en transmissie van gegevens, beelden en geluid mogelijk gemaakt. Deze technische innovaties én de grote kapitalen die ermee gemoeid zijn vormen de basis van de explosie van nieuwe mediabedrijven. De preekstoel, de typmachine, het zetwerk voor de teksten in de krant, de platendraaier, de zwart-wittelevisie bevinden zich nu in het archeologisch museum.

Maar het sociaal-economisch kader waarbinnen die technologisch revolutie zich afspeelde bleef hetzelfde, ingevuld en gekleurd door de specifieke cultuur en machtsverhoudingen tussen de klassen in elke natie. Zo kent elk kapitalistisch land zijn mediamagnaten. Vlaanderen kent, alle verhoudingen in acht genomen, ook zijn mediamagnaten.

*

In het privé -mediagebeuren in een kapitalistisch bestel ligt de soevereiniteit niet bij het volk maar bij de aandeelhouders en managers. Binnen die logica kan een tv-station of krant slechts het hoofd boven water houden als er winst gemaakt wordt voor de aandeelhouders. Er kan maar winst gemaakt worden als er reclame kan worden aangetrokken voor zoveel mogelijk kijkers en lezers. Met reclame is veel geld gemoeid. Zo werd in 2004 in België 2, 3 miljard euro besteed aan reclame waarvan de televisie bijna 1 miljard euro naar zich toe trok (Knack, 9 februari 2005). Als je het ons vraagt een reusachtige geldverspilling die in feite door de consument wordt betaald. Een soort belastingen van het volk aan de privé-sector.

In die filosofie zijn de burgers consumenten die op alle mogelijke manieren moeten behaagd worden om een zo groot mogelijke kijkdichtheid te realiseren. Ze moeten niet alleen behaagd worden. Maar het is voor de stabiliteit van het regime ook een noodzaak omdat de bevolking in dit systeem, levend en werkend onder steeds grotere druk, behoefte heeft aan entertainment,... De afbraak van democratische instellingen en sociale verworvenheden moet worden gecompenseerd door een intensere inspanning om de werkende bevolking te depolitiseren en te isoleren. Daartoe moeten de media (en ook het onderwijs) zoveel mogelijk van hun kritische taken worden afgewend. Het bombardement aan reclame zet dus niet alleen aan tot kopen. Maar er wordt daarmee ook een levensvisie opgedrongen: doelpubliek is de burger die consumeert, alleen met zichzelf (werk en gezinnetje) bezig is, een egotripper. De tv- programma's moeten een zo breed mogelijk publiek aanspreken, al slalommend tussen de reclameblokken. Men mikt vooral op de "onderbuikgevoelens": de drang naar plat gewin (prijzen, reizen,...), de zucht naar sensatie (sex, rampen, moorden, stunts,...), het aanwakkeren van angst (terrorisme, onveiligheid,...). De laatste trend is het exotisme. VTM laat bijv. onder de naam 'Toast kannibaal' werkende gezinnen quasi onvoorbereid in een vreemde wereld midden in Afrika los, zendt van die cultuurschok de meest pikante scènes uit, die als voer voor de doorsnee Vlaming worden geserveerd. Het doet denken aan goed honderd jaar terug waar de burgerij in Antwerpen en Brussel kon gaan gapen naar een "Congolees dorp". Op verzoek doken de zwartjes zelfs in een vijver om er muntjes uit te halen die er door de blanken in werden gegooid. Er is dus niet veel veranderd. (de tv-zender werd bij zijn oprichting door goeroe Leo Neels beschouwd als een "verrijking van de Vlaamse cultuur").

In de gedrukte pers gaat het er niet veel anders aan toe, alhoewel hier nog wel plaats is voor uitgebreide stukken, interviews of specifieke berichten die je in de fast food van de privé- tv-zenders nauwelijks nog kan zien. Toch is hier de trend hetzelfde. "Vandaag worden in Vlaanderen geen kranten meer verkocht. Men krijgt kranten mee bij de gebradeerde verkoop van strips, reizen, cd's, dvd's, camera's, allerlei gadgets tot en met de horloge van Kim Clijsters. Wie de leukste gadget weggeeft boert het best. Met de inhoud heeft dit niets meer te maken. De kranten dienen alleen maar om advertenties aan te trekken" (VVB-maandblad Doorbraak, februari jl.).

De krant of het weekblad wordt vaak herleid, vooral in de weekendedities tot een bijlage van de turf aan bijlagen...

Het spreekt vanzelf dat emancipatie van de Vlaamse bevolking, maatschappijkritische reportages laat staan een Vlaamse natieopbouw, in dat mediabestel nauwelijks aandacht krijgt. (zelfs in quizprogramma's komen vragen over de Vlaamse geschiedenis nauwelijks aan bod). De mediamagnaten en de traditionele staatspartijen vormen samen één staatsnationalistisch Belgisch kartel. De kroon op het werk zal zijn (nadat De Standaard en de Gazet van Antwerpen het Belgisch machtsconsortium werden binnen geloosd): de overname van de Vlaamse zakenkrant De Tijd door een consortium van De Persgroep (De Morgen, Het Laatste Nieuws) en Rossel, uitgever van de meest fanatieke anti-Vlaamse dagbladen van België (Le Soir, L'Echo, ...).

*

En de Openbare Omroep VRT? Die omroep heeft een andere structuur, werkt hoofdzakelijk met belastingsgeld, maar wordt geleid door een ex-topman van een multinational. Deze brengt de neoliberale managementcultuur binnen in de openbare omroep.

De VRT is een soft afkooksel van de privé media, betaald met gemeenschapsgeld. De dwingelandij van het reclamegeld is dus minder groot waardoor binnen de politiek correcte concepten van een Belgicistisch staatsnationalisme en neoliberalisme, een "meerwaardeprogramma" als Canvas mogelijk wordt. Geld vrijmaken voor zelfgemaakte kritische programma's over het maatschappelijk leven in Vlaanderen zoals journalist Maurice De Wilde en anderen van weleer ooit realiseerden (havens, Congo, elektriciteit, collaboratie,...) is naar het rijk der dromen verwezen. Trouwens de meeste mooie jongens en meisjes van de omroep zijn daartoe niet bekwaam.

Meerwaardeprogramma's betekenen vooral geld uitgeven aan aankopen in de Angelsaksische landen én herhalingen.

Voor de rest is het verschil met de commerciële zenders nauwelijks merkbaar. Het best wordt dit geïllustreerd met de nieuwsuitzendingen van de VRT waar de items vaak dezelfde zijn als bij VTM. Een wetenschappelijk onderzoek van de Gentse hoogleraar communicatiewetenschappen Els de Bens kwam tot de volgende conclusie: "De journaals om 19 uur van TV1 en VTM vertonen weinig vormelijke en inhoudelijke verschillen. Nochtans ligt de toekomst van de openbare televisie in het "anders-zijn" dan de commerciële zenders. Anders is er geen legitimatie meer om nog alleen aan de openbare omroep publieke financiering te geven". Het aanschurken tegen de neoliberale cultuur maakt de openbare omroep kwetsbaar voor neoliberalen die stellen dat "de VRT met belastingsgeld hetzelfde is als de privé-zenders; dus verspilling van gemeenschapsgeld en maar best kan opgedoekt worden". Dat anders-zijn is een politiek-culturele uitdaging voor Vlaanderen. Dat betekent dat een Vlaamse openbare omroep zoveel mogelijk verschilt van een privé-omroep, zowel qua bedrijfscultuur als -structuur (om etatisme te vermijden en democratische controle te verankeren moet de inspraak van het sociale middenveld structureel verankerd zijn in de openbare omroep), qua financiering moet die veel meer zijn dan de huidige symbolische 10 miljard BEF en vooral qua programmatie, die zou moeten breken met het individualistisch consumentisme).

*

Een aantal feiten tonen aan dat er grenzen zijn aan de invloed van mediabazen.

Bijv. in mediabedrijven heersen spanningen. Niet alle personeelsleden van de mediaconcerns zijn tevreden met arbeidsvoorwaarden die steeds verder afkalven en met de eenzijdige focus op kijkdichtheid of aantal lezers. Bij de Waalse RTBF bijv. werd recent gestaakt, bij de VRT heerst ongenoegen over de arbeidsvoorwaarden.

Het neoliberaal mediaconcept legt een cordon sanitaire rond het sociale middenveld. Vlaamse beweging, politiek niet-correcte organisaties, vakbonden, milieu- en derde wereldorganisaties, jeugdbewegingen krijgen aandacht vooral als ze actie voeren (met kans op manipulatie of sensatie) of als er interne problemen zijn die een slecht daglicht werpen op deze organisaties (zoals met een scoutsgroep waarmee enkele jaren geleden, een verkeersongeval is gebeurd met dodelijke afloop en de suggestie dat de leider in de fout zou kunnen gegaan zijn). Over de geschiedenis, programma, structuren en werking, zendtijd van belangrijke sociale middenveldorganisaties (waar burgers actief zijn die het civisme belichamen i.p.v. incivieke consumentisme) wordt nauwelijks gesproken.

Bij de gedrukte pers ligt dit nog enigszins anders en kan er nog ruimte worden vrijgemaakt voor een interview met een verantwoordelijke van een organisatie, de achtergronden van een actie, enz...voor zover het misschien potentiële lezers bereikt en/of de journalist niet toegeeft aan zelfcensuur.

Het sociaal middenveld is taaier dan neoliberale strategen denken. Elke actiegroep, beweging, niet politiek correcte partij, tot grote ledenorganisatie heeft zijn eigen media. Dat gaat in sommige landen van radio- en tv-stations (de Koerden bijv. tegen het crypto-fascistische Turkse regime tot progressieve, lokale privé- radio- en tv-zenders in de VSA) tot kranten en tijdschriften. In Vlaanderen verschijnen tijdschriften op tienduizenden exemplaren voor de leden van de takken van de Vlaamse arbeidersbeweging, hetzelfde met de Vlaamse beweging, milieu- en derde wereldbeweging, lokale actiegroepen, universitaire publicaties, rapporten,...Er zijn duizenden "internet-sites" waar alternatieve informatie wordt verstrekt.

*

Er zijn dus niet alleen alternatieve media- actoren die als werkzame mieren elke op hun terrein ontsnappen aan de greep van de neoliberale media. Qua kapitaalsintensiteit en bereikbaarheid zijn de machtsverhoudingen alsnog ongelijk, maar dat belet niet dat grote mediagiganten soms in het zand bijten.

Er zijn voorbeelden in overvloed. In de zomermaanden 2004 gaven de media het patronaat wekenlang een megafoon in zijn verregaande anti-sociale propaganda ter voorbereiding van het overleg over een nieuw Interprofessioneel Akkoord. De stellingen van de vakbonden kwamen nauwelijks of niet aan bod. Met dat mediabombardement dacht het patronaat de werknemers murw te slaan.

Maar het omgekeerde deed zich voor. Mede door de woede over die campagne kwamen tienduizenden Vlaamse en Waalse werknemers en hun vakbonden meer dan verwacht op straat eind vorig jaar. Een ander voorbeeld: al vele jaren wordt een rechtse Vlaams-nationalistische partij door de verzamelde media gedemoniseerd in plaats van politiek bestreden.

De hoofdredacteur van de "onafhankelijke krant" De Morgen riep zelfs op in een editoriaal om "erop te kloppen". Het resultaat van twintig jaar haatcampagnes kennen we: deze partij is in Vlaanderen de grootste politieke partij geworden. De media kunnen in handen van een regime wel een opiumeffect hebben, maar vele voorbeelden tonen aan dat eens het volk wakker wordt de regime-media geen vat hebben op een volksbeweging...

Het zou een fout zijn de negatieve invloed van de massamedia te onderschatten, hun manipulatieve kracht is groot. Maar hun invloed overschatten klopt ook niet. Vooral op het terrein van existentiële bekommernissen van mensen (democratie en natieopbouw, werk, inkomen, sociale zekerheid, milieu, oorlog en vrede,...). In dat geval geven mediaconcerns een louter beschrijvende of in gevoelige feiten een valse voorstelling van zaken vergeleken met wat grote groepen mensen direct ervaren in hun bedrijf, school, ziekenhuis, als zieke, werkloze... of hebben geleerd via het sociale middenveld of de alternatieve media. Het bewijst het grote belang van de vele alternatieve media (waaronder dit tijdschrift) die ontsnappen aan het officiële discours.