Nummer 106


Europese Grondwet | april - mei 2005


Frans 'non' nestelt zich in de geesten (Bernard Daelemans)<< Nummer 106

Al 14 keer op rij voorspellen opiniepeilingen dat de meerderheid der Fransen zijn veto zal uitspreken tegen de 'Europese Grondwet'. Noch de aankondiging van de Europese Raad om de fel omstreden richtlijn-Bolkestein te herzien, noch het grote televisiedebat waarin president Jacques Chirac een zorgvuldig geselecteerde schare van Franse jongeren trachtte te overtuigen van de voordelen van de verdragtekst, brachten daar enige verandering in: 56% van de Fransen is voornemens 'neen' te stemmen. Wat de eurofiele media t' onzent daar ook over schrijven, een Frans 'neen' betekent een serieuze streep door de rekening voor de Europese politieke agenda. Meervoud volgt het debat op, in Frankrijk en in de rest van Europa.

In Frankrijk gaat de discussie over de 'Europese Grondwet' naar de kern van de zaak, namelijk het neoliberaal karakter van dit nieuw wettelijk kader. De voorstanders van de Grondwet zijn helemaal in het defensief gedreven, en zelfs de rechtse president Chirac tracht de gemoederen te sussen door te stellen dat de 'Grondwet' helemaal niet ultraliberaal is, dat ze de sociale rechten en het voortbestaan van de openbare diensten beveiligt, dat ze een dam opwerpt tegen de richtlijn Bolkestein en aanverwanten, enz. Op verzoek van Chirac werd dan ook de herziening beloofd van de richtlijn Bolkestein, overigens zonder dat er al een duidelijke consensus is vastgesteld om te bepalen hoever een dergelijke herziening wel zou gaan.

Volgens The Economist behoort Chirac nu al tot een van de meest linkse leiders van de Europese Unie. De waarheid is dat de Franse regering stevig het mes heeft gezet in openbare voorzieningen als de Post en dergelijke (afschaffing van 'onrendabele' postkantoren in rurale gebieden), en in het algemeen met zijn beleid een woelig sociaal klimaat heeft geschapen. Gedreven door de angst voor een mislukt referendum zijn de onderhandelingen met de vakbonden nu toch geopend en de eerste toegiften al gedaan (na opeenvolgende weigeringen komt er dan toch een loonsverhoging voor de ambtenaren, de boeren krijgen zowaar tien dagen betaald verlof, enz.). Waar ze zich vertonen krijgen de PS-kopstukken die tot het ja-kamp behoren het zwaar te verduren - zo werd PS-voorzitter François Hollande uitgejouwd en bekogeld met sneeuwballen op een bijeenkomst waar de ontmanteling van de openbare diensten in landelijk gebied werd aangeklaagd. De betoging vond plaats in Guéret, in het departement Creuse, waar 263 verkozenen ontslag genomen hebben uit hun functie uit protest tegen regeringsvoorstellen die in die richting gaan. Een aantal tegenstanders van de grondwet, onder andere de voormalige tweede secretaris van de PS, Henri Emmanuelli, hebben zich inmiddels, ondanks de richtlijnen van de partij, openlijk ingeschakeld in de 'neen'-campagne. Tijdens een radio-uitzending had Emmanuelli verklaard dat de ja-stem van de PS te vergelijken valt met de volmachten voor maarschalk Pétain in 1940, die ook al door de socialisten waren goedgekeurd. Daarmee haalde hij zich de banbliksems van de partij op de hals, maar op de vakbondsbetoging in Brussel tegen de richtlijn-Bolkestein werd Emmanuelli als een held binnengehaald.

Intussen looft Tony Blair de 'Europese Grondwet' om diametraal tegenovergestelde redenen dan Chirac en de officiële Franse PS, namelijk de deregulering en sociale flexibilisering die eruit voortvloeien, de versterking van het beginsel van de vrije concurrentie, enz. Deze laatste benadering ligt dichter tegen de waarheid, zo meent Bernard Cassen (Le Monde Diplomatique, april 2005), die ook verwijst naar de tevredenheid die patronale kringen in Frankrijk over het opzet laten blijken, en de duiding die Europees Commissievoorzitter José Barroso bij de Grondwet ten beste geeft.

Spanje heeft de 'Grondwet' al goedgekeurd, al mag gewezen worden op de lage opkomst (40%) en op het feit dat Spanje, zoals Portugal en Griekenland, via de 'Europese structuurfondsen' tot nu toe zeer aanzienlijke voordelen hebben geput uit hun lidmaatschap van de Europese Unie.

Behalve België is inmiddels ook Zweden teruggekomen op zijn voornemen om een referendum te organiseren over de kwestie. Dat land raadpleegde zijn bevolking nog in 2003 over een mogelijke toetreding tot de eurozone, die door de bevolking van de hand gewezen werd, ondanks het feit dat heel weldenkend Zweden voor de invoering van de euro gepleit had. Bij de laatste Europese verkiezingen behaalde een nieuwe euro-kritische lijst van de 'junibeweging' meteen 14% van de stemmen. De regering heeft dus haar redenen om het volksoordeel te vrezen.

In Polen en Tsjechië daarentegen verwacht de regering juist heil van een referendum om de grondwet goedgekeurd te krijgen, omdat er in de parlementen onvoldoende steun voor bestaat (in Polen is een drie-vierde meerderheid vereist in beide Kamers, en in Tsjechië een bijzondere meerderheid van 60% - president Vaclav Klaus is overigens zelf gekant tegen de 'Grondwet'.) De publieke opinie in Oost-Europa ten aanzien van de Europese Unie is volledig aan het omslaan. De referenda die overal gehouden werden over de toetreding tot de Unie konden nog een succes genoemd worden (hoewel al danig vertekend door een toch eerder lage opkomst (ong. 50%)), de Europese verkiezingen van vorig jaar (opkomst: gemiddeld 29% in de oostlanden!) wezen uit dat het enthousiasme serieus bekoeld is. Het feit dat de nieuwe lidstaten, in tegenstelling tot Spanje, Portugal en Griekenland, niet blijken te kunnen rekenen op Europese solidariteit (en geld) voor de modernisering van hun economieën heeft menigeen ontgoocheld. Met het oog op hun lidmaatschap en de daaraan verbonden toetredingscriteria werden alle mogelijke nutsvoorzieningen (electriciteit e.d.) wel geprivatiseerd met prijsstijgingen en een structurele werkloosheid tot gevolg (werkloosheidsgraad van 20% in Polen). Voor hulpprogramma's die Spanje, Portual, Griekenland en ook Ierland uit het slop gehaald hebben is in de Europese begroting (2007-2013) geen ruimte meer. Volgens de 'Europese Grondwet' is dergelijke hulp trouwens een inbreuk op het principe van de 'vrije onvervalste concurrentie'. Op dat beginsel worden wel uitzonderingen gemaakt, maar die zijn limitatief opgevat. De 'transfers' naar de nieuwe deelstaten van Duitsland staan dan weer wel met zoveel woorden in de tekst ingeschreven.

Drie dagen na Frankrijk houdt ook Nederland zijn referendum. De tegenstand tegen 'Europa' is ook in Nederland groeiende. We wagen ons niet aan voorspellingen, maar de publieke opinie heeft de jongste jaren in Nederland toch heel wat onverwachte sprongen gemaakt. We hebben het dan niet alleen over het fenomeen Fortuyn en nu het fenomeen Wilders, maar ook de rustige groei van de SP en het plotse succes van de lijst Europa Transparant (meteen twee zetels in het EP) van Europees klokkenluider Van Buitenen. Om oud premier Wim Kok te citeren: "Ik verwacht dat een meerderheid in Nederland voor de grondwet zal stemmen. Maar zo'n referendum is altijd onvoorspelbaar. In de komende weken kan er nog zoveel gebeuren dat het niet uitgesloten is dat het nuchter volkje ten noorden van België rare dingen kan doen." De Nederlandse regering stelt 400.000 euro ter beschikking van de voorstanders en evenveel voor de tegenstanders van de 'Grondwet', terwijl 200.000 euro wordt uitgetrokken voor de organisatie van tegensprekelijke debatten. Anderzijds heeft zij een pot van 2,5 miljoen opzij gezet voor haar eigen pro-campagne.

Ook in Ierland en Denemarken komt er een referendum. Deze keer zijn ook in Denemarken haast alle partijen voorstander (de linkse socialistische partij veranderde onlangs van mening), al betekent dat lang niet dat de bevolking in de pas zal lopen.

In België werd de volksraadpleging zoals bekend van de agenda gevoerd. Professor Wilfried Dewachter (KULeuven) vindt daarom dat de Vlaamse regering zelf een initiatief kan nemen. Hij deed dit voorstel in een opiniestuk in De Tijd en kwam het op uitnodiging van Meervoud ook toelichten in het Vlaams Huis in Brussel. Voor Dewachter, die altijd een overtuigd Europees federalist geweest is, is de Europese Unie zoals we ze kennen helemaal aan het ontaarden. "Dit Europa is als een trage tsunami", poneerde hij. Ondanks het zogeheten subsidiariteitsprincipe, waaraan lippendienst wordt beleden respecteert het geen enkele bevoegdheidsverdeling tussen de Unie, de lidstaten, deelstaten en gemeenten en bemoeit zich met alles. Dewachter verklaarde zich onder meer ronduit tegenstander van de richtlijn-Bolkestein en van het recente Bologna-decreet. Zijn pleidooi voor het referendum als vorm van directe democratie vloeit voort uit zijn bezorgdheid over de staat van de democratie, zoals hij die in zijn boek 'De mythe van de parlementaire democratie in België' heeft geanalyseerd. De macht ligt bijlange niet in het parlement. Dat is een soort telraam geworden, waar de politieke krachtverhoudingen vastgesteld worden. De individuele parlementsleden zijn door partijtucht gebonden. De partijen oefenen de macht uit, en dingen naar de volksgunst door mooie misleidende frazen, het laten opdraven van BV's, weermannen, voetballers, zangeressen en babes. Daarom kan het referendum een redmiddel zijn voor de democratie, want dan wordt de bevolking weer om haar mening gevraagd over beleidsvragen. Net als de parlementsleden is ook het middenveld al geknecht door de partijen, weet Dewachter. Indien recent de Europese Raad beloofde om de richtlijn-Bolkestein te herzien heeft dat meer te maken met de angst voor de uitslag van het Frans referendum, dan met het protest van 60.000 vakbondsbetogers in Brussel, zo meent hij. Juridische bezwaren tegen een volksraadpleging wijst Dewachter resoluut van de hand. "Zeker, volgens de grondwet is de wetgevende macht voorbehouden aan Kamer, Senaat en aan de Koning. Maar dat bezwaar vervalt indien men een consultatieve volksraadpleging houdt. De vraag is ook of de ratificatie van een verdrag onder de noemer 'wetgeving' valt. Overigens was het lidmaatschap van de Navo en van EGKS en Euratom ook flagrant in strijd met de Grondwet, tot die in 1970 werd aangepast. En wat te zeggen van de interprofessionele akkoorden tussen de sociale partners, die bindend zijn voor de volksvertegenwoordiging?" Nu België weigert een volksraadpleging te organiseren, moet Vlaanderen dit doen, want de Vlaamse deelstaat moet evenzeer het 'Europees Grondwettelijk Verdrag' goedkeuren.

Inmiddels hoopt Verhofstadt de goedkeuring in België rond te hebben, vóór 29 mei, als steuntje in de rug voor zijn Franse collega's.

Terwijl het 'non' zich alvast in Frankrijk in de geesten nestelt, wordt de onrust in eurofiele kringen voelbaar. Chirac achterna oreert De Standaard-journalist Bernard Bulcke nu al dat Frankrijk zich buiten de Europese Unie dreigt te stellen. Plannen om met een kern-Europa in een hogere versnelling te schieten bestaan al heel lang, maar men ziet dit toch moeilijk gebeuren zonder Frankrijk, met Duitsland één van de twee peilers waarop de hele Europese constructie op gestoeld is. De hubris van de politieke klasse komt haar duur te staan.

De zaak zal zijn om, als het ratificatieproces tot stilstand gebracht wordt, het Europa-debat verder uit te diepen. En hopelijk ontwaakt ook Vlaanderen dan uit zijn 'beaat Europeïsme', zoals Dewachter dat noemt.