Nummer 108


Noord-Ierland | juni 2005


Radicalen blijven winnen (Pol Van Caeneghem)<< Nummer 108

Bij de recente verkiezingen voor het Britse parlement zette zich in Noord-Ierland de systematische trend door die daar alle electorale confrontaties van de laatste jaren kenmerkte: zowel aan de Engelsgezinde als aan de Ierse kant van het politieke spectrum werpt telkens de radicaalste formatie er zich op als de leidinggevende partij binnen hun respectievelijke gemeenschappen.

Tsunami voor UUP

Deze evolutie nam op 5 mei jl. haar spectaculairste vorm aan in het Unionistisch-Britsgezinde kamp, waarbinnen een ware aardverschuiving plaatsgreep.

De UUP (Ulster Unionist Party) van David Trimble, bij de verkiezingen in 1997 als grootste partij nog goed voor tien en in 2001 voor zes zetels, dook nu in één klap omlaag naar één enkel schamel zitje in Westminster.

Vanaf het ontstaan van Noord-Ierland in 1921 tot midden de jaren zestig, heerste deze formatie als een autocratisch en monolitisch blok over de binnenlandse Britse semi-kolonie, waarbinnen de Ierse minderheid compleet monddood werd gehouden via een uitgekiend arsenaal van juridische, sociale en politieke dwangwetten. Deze Unionistische monoliet moest daarbij in eigen rangen met nagenoeg geen interne oppositie afrekenen.

En toen kwam Ian

Dit veranderde midden de jaren zestig, onder impuls van voornamelijk dominee Ian Paisley, die met zijn fundamentalistische, extreem-Britse aanhang ook electoraal begon in te vreten op de officiële Unionistische partij.

De DUP (Democratic Unionist Party) van de donderprekende dominee verweet de andere Unionisten een veel te verregaande compromisbereidheid tegenover de Ierse minderheid, die zich, aanvankelijk vooral onder impuls van een dynamische beweging voor gelijke burgerrechten, steeds militanter was gaan opstellen.

De DUP boekte thans haar grootste succes sinds altijd: na twee zetels in '97 scoorde zij er vijf in 2001, om nu op een historisch record van negen uit te komen. De vernedering van de UUP werd daarbij compleet toen partijleider Trimble zijn zetel verloor aan de DUP.

Lastercampage tegen Sinn Féin geflopt

Aan Ierse kant blijven de republikeinen van Sinn Féin gestaag groeien: na twee zetels in '97 haalden zij er vier in 2001 en vijf nu, waarmee zij thans 24,3% van het electoraat achter zich schaarden.

Deze vooruitgang gebeurde vooral ten koste van de gematigde Iers-nationalistische SDLP (Social and Democratic Labour Party), die weliswaar nipt haar drie zetels van 2001 kon bewaren, maar procentueel van 21% naar 17% zakte, een verschuivng die vooral Sinn Féin ten goede is gekomen.

In de aanloop naar de verkiezingen kreeg Sinn Féin met een ware lastercampagne af te rekenen.

Toen een enorme roof de Northern Bank van Belfast 26,5 miljoen pond lichter had gemaakt, wezen de Unionistische politici met een beschuldigende vinger naar Sinn Féin, dat via het bevriende IRA medeweten zou hebben gehad van de kraak. De beschuldiging alleen al bleek voldoende om de partij een half miljoen pond aan parlementaire subsidies te ontnemen.

Daarnaast trachtte men een vulgaire caféruzie onder een paar SF-aanhangers, die uitmondde in een moord, te doen afkleuren op de hele partij.

En waar partijvoorzitter Gerry Adams vroeger op het Witte Huis werd ontvangen ter gelegenheid van het Ierse Saint-Patrick, werd die ontvangst thans geweigerd door Bush, die daardoor indirect de Iers-republikeinse beweging wou demoniseren als onderdeel van zijn wereldwijde strijd tegen het 'terrorisme'.

Dit alles heeft evenwel geen invloed gehad op de politieke keuze van de Noord-Ierse minderheid, die in steeds groeiende aantallen de kant kiest van de radicale republikeinen van SF.

Oranje, wit en groen

De vraag blijft ondertussen waar het heen moet met het Noord-Ierse vredesproces. Het Noord-Ierse parlement, waar de diverse partijen van meerderheid en minderheid geacht worden samen te werken, werd al sinds geruime tijd op non-actief gesteld door Londen.

De thans op stervan na dode UUP, en vooral de DUP, hadden daartoe aangedrongen door Sinn Féin systematisch een gewelddadige agenda toe te dichten via het IRA. Dit terwijl het IRA al sinds jaren correct zijn staakt-het-vuren onderhoudt, en samen met Sinn Féin blijft pleiten voor een politieke benadering van het Noord-Ierse conflict.

Sinn Féin én IRA blijven ondanks alles de hand uitsteken naar de Britsgezinde meerderheid. Dit in het teken van de zinvolle nationale vlag die de hunne is, en waarin het groen van de Ierse traditie en het oranje van de Britse door het wit worden verenigd.