Nummer 108


Europese Grondwet | juni 2005


Referenda geven doodsteek aan 'Europese Grondwet' (Bernard Daelemans)<< Nummer 108

De referenda in Frankrijk en Nederland hebben de 'Europese Grondwet' de doodsteek gegeven. Het volk heeft een duidelijke keuze gemaakt tegen de supranationale en neoliberale constructie. Drover ging het debat immers, zeker in Frankrijk. De politieke elites zijn uit hun lood geslagen. Maar het volk wijst de weg...

Op 29 mei konden de Fransen hun stem laten horen over het 'verdrag tot vaststelling van een Europese grondwet'. 54,87% van de kiezers wezen het verdrag af. Slechts 45,13% stemden voor. De opkomst lag, met bijna 70% deelnemers, vrij hoog.

De uitslag was uiteindelijk geen verrassing meer, want reeds enkele dagen voordien had Libération, dat met de moed der wanhoop vóór de goedkeuring gepleit had, in het besef dat het allemaal vergeefse moeite was geweest, een artikel gepubliceerd over de 'blunders' in de campagne. Er bestond in Frankrijk ook grote duidelijkheid over de inzet van het debat: het ging over het liberaal gehalte van de Grondwet (en bij uitbreiding van het Europees beleid), en over dreigend soevereiniteitsverlies. In zijn laatste toespraak voor de Franse televisie waren dat ook de twee argumenten die president Jacques Chirac probeerde te weerleggen door te benadrukken dat de machtspositie van Frankrijk door de Grondwet niet in gevaar kwam en dat de Grondwet, in tegenstelling tot wat het tegenkamp voorhield, precies de machtshefbomen aanreikt om de 'mondialisering' het hoofd te bieden.

Het kan dan ook niet verwonderen dat de Grondwet massaal verworpen is door 'la France d'en bas', de lagere sociaal-economische bevolkingsgroepen: arbeiders (79%-81%), werklozen (79%), boeren (70%), bedienden (60%-67%) en de middengroepen (56%), terwijl de kaders, de vrije beroepen, de intellectuelen (62%-65%) en de gepensioneerden (56%) eerder voor gestemd hebben. De ongeschoolden (72%) en de houders van een diploma van middelbaar onderwijs (bac) (53%) stemden merendeels tegen, universitairen en hoger opgeleiden waren vóór.

De neen-stemmers gaven als voornaamste redenen op: vrees voor toenemende werkloosheid (46%), wanhoop ten opzichte van de huidige situatie (40%), het verdrag is te liberaal (34%) en het verdrag is onbegrijpelijk (34%). De voorstanders hoopten dat het verdrag de Europese Unie zou versterken ten opzichte van de grootmachten (52%), ze wensten de Europese opbouw verder te zetten (44%), en ervoor te zorgen dat Frankrijk sterk staat in Europa (42%).

De verliezers van het referendum hebben het nakijken en reageren bepaald niet sportief.. In zijn eerste reactie liet president Chirac wel weten dat hij 'acte neemt' van de 'soevereine beslissing' van de kiezers. Hij voegt er evenwel aan toe dat de uitslag de positie van Frankrijk in Europa verzwakt. De huidige voorzitter van de Unie, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, verloor iedere koelbloedigheid, en verkondigde dat het neen-kamp contradictorische signalen geeft, want 'voor de enen is er teveel Europa en voor de anderen te weinig' in deze Grondwet.

Deze stelling werd gretig overgenomen, ook in onze vaderlandse pers. Libération houdt de neen-kiezers voor dat het hun schuld is dat we nu, met een verzwakt Frankrijk en het Brits voorzitterschap in zicht, afstevenen op een Europees beleid dat nog meer deregulering, minder overheidssubsidies, meer liberalisering en meer transatlantische integratie nastreeft.

Die neen-kiezer heeft Europa beroofd van de broodnodige beleidsinstrumenten die het ultraliberalisme een halt zouden kunnen toeroepen.

Ook in onze pers wordt gemakshalve gesteld dat het neen-kamp een 'amalgaam' is, van uiterst-links en uiterst-rechts, van nationalisten en internationalisten. Kortom, men moet er eigenlijk geen rekening mee houden. Yves Desmet (De Morgen) haalt ook nog eens uit naar de Fransen die zich laten leiden door 'buikgevoel' en 'subjectieve vrees' terwijl dat land "objectief nog nooit eerder zoveel mensen zoveel welvaart heeft bezorgd, nooit eerder een dergelijk performant socialezekerheidssysteem heeft kunnen opbouwen." Het is ons niet bekend op welke planeet de heer Desmet leeft, maar het geroemde sociale zekerheidssysteem, de pensioenen, de werkloosheidssteun staan overal in West-Europa onder druk, de werkloosheid neemt overal onrustbarende proporties aan. In Frankrijk, maar ook in Duitsland (5 miljoen werklozen!), heerst daardoor ook een woelig sociaal klimaat. Het liberaal beleid dat zowel de rechtse Chirac als de sociaal-democratische Schröder voeren staat in perfecte eenklank met de Europese dogma's, en het is dan ook helemaal onterecht dat establishment-figuren als Jean-Luc Dehaene in de krant van Desmet nog maar eens komen orakelen dat de stemming in Frankrijk eigenlijk niet over de grondwet ging, maar over de binnenlandse politiek. Om de druk van de ketel te halen heeft Chirac inmiddels inderdaad de onpopulaire premier Raffarin laten vervangen door de Villepin, maar het beleid wordt gewoon doorgezet. Precies zoals Laurent Fabius (de leider van de neen-strekking bij de PS) voorspelde, worden nu in Frankrijk nieuwe privatiseringen aangekondigd, o.a. van France Télécom en van Electricité de France. Ook wordt er gezegd dat de bevolking Europese beleidsmaatregelen als de richtlijn Bolkestein onterecht heeft vereenzelvigd met de krachtlijnen van de Europese Grondwet. Maar waarom zou men dat ook niet doen? Tenslotte hebben dezelfde machthebbers zowel het ene als het andere voortgebracht, dus hoe zou de kiezer daarin een contradictie moeten ontwaren?

Wat men ook moge beweren, het Frans referendum ging in de eerste plaats over Europa. Elke dag stonden de kranten er vol over, elke dag gingen de TV-debatten daarover, en de Fransen hebben duidelijk gezegd dat zij dit Europa niet lusten. Er is géén echte contradictie tussen het 'soevereinistische' en het anti-liberale discours. Deze benaderingen zijn ten volle complementair. Afgezien nog van het feit dat een deel van de linkse kiezers gemobiliseerd werd door linkse soevereinisten als Jean-Pierre Chevènement of door een van oudsher anti-Europese Communistische partij, hebben zij ondubbelzinnig de boodschap gebracht: liever geen EU dan een antisociale EU.

Anderzijds heeft Jean-Marie Le Pen, die een uiterst discrete, maar wel effectieve campagne gevoerd heeft, kwestie van de linkse anti's niet voor de voeten te lopen, ook al enkele dagen voor de stemming de overwinning aangekondigd van een 'nationaal-sociale' beweging. De nationale dimensie was dus zeker niet afwezig bij het linkse kamp, en de sociale dimensie niet bij de populistische nationalisten van het FN.

Nederland

Hoe dan ook, na het Franse referendum klonk het nog vrij unisono dat het ratificatieproces gewoon door moest gaan. De Nederlandse premier Balkenende vond zelfs dat Nederland nu een kans had om de Fransen een Europees lesje te leren.

Niets bleek minder waar: zomaar eventjes 61,6% van de Nederlanders verwierp de grondwet. 38,4% was voor. De opkomst was ook zeer behoorlijk: 62% van de kiezers maakten hun opwachting in het stemhokje, dat was met de laatste twee Europese verkiezingen wel even anders (telkens amper 30%).

De meest geciteerde argumenten van de Nederlandse neen-stemmers waren dat Nederland teveel betaalt aan de EU (62%), dat Nederland door de grondwet minder baas wordt in eigen land (56%), dat Nederland invloed verliest in Europa (55%) en dat Nederland zijn eigen identiteit verliest (53%).

Het debat in Nederland kwam, anders dan in Frankrijk, wel wat langzamer op dreef. Bij de politieke partijen waren alleen de kleine SP en de kleine christelijke gereformeerde partij (Christenunie) principiële tegenkanters. Ook hier zie je een sterk complementaire combinatie van anti-liberale en soevereinistische argumenten. Toeval of niet? Ook Nederland heeft al een goed decennium mogen kennis maken met angelsaksische beleidsvoering waarbij de openbare dienstverlening (Spoorwegen, Gezondheidszorg) fel verminderd is, en de regering sedert kort ook het hoofd moet bieden aan een hernieuwd militante vakbeweging. De Nederlanders willen hun politieke lot weer in eigen handen nemen en vertrouwen de eurocratie voor geen haar.

Met een bewonderenswaardige sereniteit heeft premier Balkenende de uitslag gehonoreerd. Hoewel het slechts een 'consultatief' referendum was, is er geen sprake van dat de Staten-Generaal de grondwet alsnog zouden goedkeuren. Ook de VVD heeft prompt zijn conclusies getrokken uit het referendum: voor de liberale partij hoeft er nu in het geheel geen Europese grondwet meer te komen. De partij wil ook meteen niet meer weten van een toetreding van Turkije. Alle waarnemers menen dan ook dat het project van de Europese Grondwet nu dood en begraven is. Zelfs Yves Desmet milderde zijn toon na het Nederlandse 'neen'. Nu pas kwam hij tot het inzicht dat de 'Grondwet' een essentiële kwaliteit ontbeert: "Dat is het uitdrukken in een basistekst van wat de hoop en de aspiratie van een Europese gemeenschap zou moeten zijn." Er zijn echter van die kleinzielige politici die blijven vasthouden aan hun eigen grote gelijk. Zo bijvoorbeeld Guy Verhofstadt, die daags na het Nederlandse referendum nog in een debat in de Kamer bezwerende taal sprak: het kan niet zijn dat de politieke integratie van Europa op die manier tot stilstand komt. Spijtig voor Guy, maar het kan wél zijn. In een scherp artikel in De Tijd stelt Derk-Jan Eppink de Belgische eerste minister zelfs verantwoordelijk voor de mislukking: de benaming van het verdrag, het woordje 'grondwet' dus, was er volgens Eppink voor velen teveel aan. Vele natiestaten hebben grondwetten, en die worden door de burgers doorgaans niet beschouwd als vodjes papier, maar als belangrijke maatschappij-ordenende basisteksten, die al eeuwenlang meegaan, en sterk verbonden zijn met geschiedenis van land en volk. Dat zet je niet zomaar eventjes opzij voor een bureaucratentekst die uitdrukkelijk stelt dat hij boven de nationale wetten verheven is.

De rel tussen onze buitenlandminister Karel De Gucht en de Nederlandse premier moet dan ook juist begrepen worden: anders dan Balkenende weigeren de Belgische machhebbers zich neer te leggen bij een democratische uitspraak van het volk. Hovaardig heet het dan dat, had het aan De Gucht gelegen, de Nederlanders wél voor de grondwet gestemd hadden. Volgens Louis Tobback valt dat nog te bezien.

Maar intussen heeft Tony Blair er anders over beslist. Er komt géén referendum in Groot-Brittanië, en daarmee is het ratificatieproces van de grondwet definitief tot stilstand gekomen. Terwijl we dit schrijven is het nog niet bekend wat de Europese top van 16 en 17 juni zal voortbrengen. Wel is het overduidelijk dat er hoegenaamd geen 'plan B' voorhanden is. De hubris van de politieke elites was zo groot dat het niet eens in hun hoofd opkwam dat de bevolking het project niet zou lusten.

De verwarring is zeer groot. Het debat in Nederland heeft aan het licht gebracht dat de euro lang geen vanzelfsprekendheid is. Het raakte namelijk bekend dat bij de invoering van de euro, de gulden ondergewaardeerd werd. Dit heeft een stroom van verontwaardiging losgemaakt. En zie: nu lekken de berichten uit dat de Italiaanse minister van financiën zich binnenskamers hardop afvraagt of een herinvoering van de lire niet denkbaar is. En ook in Duitsland gaan er in de hoogste regionen stemmen op in die zin. Eén en ander wordt vanuit academische kring onderschreven: zo meent professor Degrauwe dat er technisch gesproken geen toekomst is voor de euro, als er geen werk gemaakt wordt van een voortschrijdende politieke integratie (met bijgevolg een eengemaakt economisch en sociaal beleid). Maar daar ziet het er nu juist helemaal niet naar uit.

Het is een goede zaak dat de Europese trein tot stilstand komt. Het 'Europees sociaal model' bestt, maar het is verankerd in de democratische stelsels van de natiestaten. 'Europa' werd misbruikt door de politieke elites om zowel de democratische traditie als het sociaal model onderuit te halen. De bevolking heeft dat nu gesnapt, en dat is een zeer opbeurende gedachte. Het correcte aanvoelen van de bevolking moet nu verdiept worden. Het debat over 'Europa' en het neoliberalisme krijgt nu vrijwel zeker meer ruimte. Zo moet er nu dringend werk gemaakt worden van het doorprikken van de mythe van de 'mondialisering'. Om te beginnen moet duidelijk gemaakt worden dat de Europese instellingen hoegenaamd geen dam opwerpen tegen de 'mondialisering', maar er op ons continent juist de motor van zijn geweest. Om maar iets te noemen: de vrijmaking van de kapitaalmarkten in Europa is door het verdrag van Maastricht doorgevoerd!

Maar dat is stof voor een andere bijdrage.