Nummer 109


Tweede Sociaal-Flamingantische Trefdag in Aalst | september 2005


Europa en de Vlaamse soevereiniteit (Kevin De Laet)<< Nummer 109

Op zondag 21 augustus had de tweede Sociaal-Flamingantische Trefdag plaats in Aalst, waarmee stilaan een nieuwe traditie wordt ingezet. Het thema was 'Europa en de Vlaamse soevereiniteit' en ging dan ook over de impact van het 'Europees project' op het sociaal-economische en politieke karakter van Vlaanderen en de andere Europese naties. Een bijzonder boeiend onderwerp, omdat de Europese Unie en de (onfrisse) ideeën die er achter schuilgaan, een niet te onderschatten invloed hebben ons dagelijkse leven.

Harry Van Bommel, het Tweede-Kamerlid van de SP die in Nederland succesvol mee de neecampagne heeft aangevoerd naar aanleiding van het referendum over de Europese Grondwet, kwam als eerste aan bod. Hij legde al meteen de vinger op de wonde door te wijzen op de grote kloof tussen burger en politiek, die met de uitslag van het referendum aan het licht is gekomen. Van Bommel legde uit waarom hij en zijn partij tegen de grondwet campagne voerde. De grondwet is een heel neoliberale grondwet: de liberalisering van de diensten wordt in deze grondwet vastgelegd, wat onder meer neerkomt op de feitelijke invoering van de gehate Bolkesteinrichtlijn. In Nederland had men het vroeger steeds over de publieke sector en de privé-sector, beiden hadden elk hun eigen taak. Nu de Europese Commissie de publieke sector volledig wil uitkleden, komt de SP in het verweer. Moet er dan echt winst worden gemaakt bij bijvoorbeeld de gezondheidszorg, het onderwijs of het openbaar vervoer, en ten koste van wat? Ten tweede is deze grondwet een aanzet tot een Europese federale superstaat, die de nationale democratieën herleidt tot provincies. Anderzijds ontbreekt eensgezindheid over een aantal fundamentele zaken. Hij haalde hierbij als voorbeeld het idee van een gemeenschappelijke minister van Buitenlandse Zaken aan, waarin de 'grondwet' voorzag. Dat wordt onvermijdelijk een zwak figuur, die alleen maar 'het standpunt van de lidstaten' zal kunnen kenbaar maken. Ten slotte stelde van Bommel ook dat deze grondwet een duidelijke militaristische ambitie heeft, door de lidstaten op te leggen hun militaire capaciteiten te verbeteren (lees: er meer geld aan te geven én compatibel maken met het arsenaal van de NAVO, dus eigenlijk van het Amerikaans leger). Geen enkele grondwet in de wereld doet dit.

Bij wijze van illustratie gaf Van Bommel ook nog enkele van de absurde regelingen mee waarmee de Europese Commissie zich bezig houdt, zoals het bepalen van de kromminggraad van bananen en komkommers. Tijdens de pauze ging overigens de petitie rond van het comité 'Neen tegen de Europese Grondwet' om op Vlaams niveau een volksraadpleging te organiseren. Er werd uiteraard enthousiast getekend!

Vervolgens spraken professor Karel Soudan van de Universiteit Antwerpen en mede-oprichter van de vzw Universitas en collega Johan Springael. Soudan bracht een uiteenzetting over wat hij het 'Bologna-proces' noemt, de commercialisering van al het onderwijs vanaf achttien jaar en de daarmee gepaard gaande hervormingen. Voor de originele Bologna-verklaring, die sterk de nadruk legt op de culturele diversiteit van de deelnemende landen, valt volgens Soudan nog wat te zeggen, maar het is vooral het 'communiqué van Praag' dat de marsrichting van het Bologna-proces grondig vertekend heeft. Daarin wordt de leidraad gevolgd van de verklaringen van de Europese Ronde Tafel van Industriëlen, die concepten van 'levenslang leren' en de 'competitiviteit' introduceerden. Levenslang leren dan vooral in functie van de technologische vernieuwing en de kortetermijn-behoeften van het bedrijfsleven en zeker niet ten bate van de persoonlijke ontplooiing. Het Bologna-proces leidt dus onherroepelijk naar de vermarkting van het hoger onderwijs en maakt korte metten met de idee van volksverheffing. De zogeheten BA-MA-hervorming zorgde ervoor dat de Bachelors-opleidingen (vroegere kandidaturen) zodanig hertekend werden dat ze onmiddellijk uitzicht bieden op de arbeidsmarkt, en ten gronde niet langer een voorbereiding vormen op een 'master' (licenties). Het is zo klaar als een klontje dat er in feite gestreefd wordt naar een globale studieduurverkorting (uitstroom naar de arbeidsmarkt na 3 jaar bachelors), en dat de tweede cyclus (masters) zo minimaal mogelijk gefinancierd zal worden. Uit de zaal werd opgemerkt dat om die reden allerlei algemeen vormende vakken (bijvoorbeeld in sommige rechtsfaculteiten de cursus 'Romeins recht') vervangen worden door allerlei praktische rechtstoepassingen. Soudan is van mening dat dit alles averechts zal uitpakken. Men wil het onderzoek volledig oriënteren op het realiseren van een technologische 'spinoff', maar zo werkt het niet. Het is alleen vanuit waarachtig 'vrij onderzoek' dat er als vanzelf nieuwe toepassingen en 'spinoff' voortvloeien. De betrachting om allerlei cursussen opeens in het Engels te gaan geven zijn volgens Soudan waanzinnig. Dat komt de kwaliteit van het onderwijs hoegenaamd niet ten goede. Tijdens het debat werd gesignaleerd dat steeds meer eindverhandelingen tegenwoordig in het Engels worden afgeleverd, net als het merendeel der doctorale proefschriften. Dit heeft nefaste gevolgen voor de verspreiding van kennis in de Vlaamse maatschappij. Professor Springael van zijn kant signaleerde dat het nieuwe accreditatie-orgaan dat voortaan de macht heeft om de bevoegdheid tot het uitreiken van diploma's toe te kennen, al bepaalde opleidingen geweigerd heeft, vanwege te weinig 'competentiegericht' onderwijs.

De derde spreker, Jan Van Ormelingen (zowel actief bij Meervoud als SFL), sprak over het 'Nergens' waar we in leven. Vandaag horen mensen enkel met consumeren bezig te zijn, zonder zich vragen te stellen. Geen vragen over het verleden, geen vragen over de toekomst. Enkel consumerend ronddwalen in heden, zonder echt te beseffen wat er in werkelijkheid gebeurt. Onder meer in de media wordt deze levenswijze gekoppeld aan het onmetelijke geluk, maar toch leeft er bij velen vertwijfeling en een gevoel van machteloosheid tegenover de zaken die mislopen. Het resultaat is dat bijvoorbeeld de afbouw van de welvaartstaat zonder veel tegenstand wordt geslikt.

Willen we die vertwijfeling en dat immobilisme doorbreken, dan zal er meer moeten worden nagedacht over de maatschappij waarin we leven. Er moet een analyse worden gemaakt waarbij we het geheel proberen te omvatten en niet in details vervallen. Pas als men begrijpt hoe iets functioneert, valt de vertwijfeling weg en kan er aan verzet worden gedacht.

Dat maken van analyses en het nadenken over hoe sociaalflaminganten tegen de wereld aankijken behoort tot één van de twee kerntaken van SFL. De tweede kerntaak is het samenbrengen van progressieve Vlaamsgezinden om discussies in een goede sfeer mogelijk te maken. Het afgelopen jaar werden daar al de aanzet toe gegeven door het organiseren van verschillende discussies en debatten, rond het begrip 'soevereinisme' en rond de actuele thema's zoals de Europese Grondwet.

Zoals het een Trefdag in Aalst past, volgde een interessante uiteenzetting van Joost Vandommele die een beeld schetste van de maatschappij waarin het Daensisme tot stand kwam. In die tijd werd Vlaanderen beheerst door de Kerk en het conservatisme. Sociale, laat staan sociaalflamingantische ideeën, werden daarbij zoveel mogelijk bekampt. Zonder aan de Vlaamse en sociale verdiensten van Daens te twijfelen, werd er toch gewezen op zijn voorzichtige aanpak. Een veel radicalere benadering kwam er van Hector Plancquaert (1863-1953), die jarenlang zonder compromissen zijn sociaalflamingantische ideeën uitdroeg. Ook toen het Daensisme na de Eerste Wereldoorlog geleidelijk door verschillende politieke stromingen werd opgeslokt.

Terwijl de klassieke Vlaamse beweging heel veel aandacht heeft besteed aan haar eigen geschiedenis, zijn sociaalflaminganten er jammer genoeg een heel stuk minder mee bezig. Het gevolg is dat politieke tegenstrevers al dan niet bewust durven beweren dat Vlaamsgezinden per definitie rechtsconservatieven zijn! Wie het verhaal van Joost Vandommele hoort, weet dat dit beeld helemaal niet met de realiteit overeenkomt.

Tot slot volgde een bezoek aan het Daensmuseum en werd er nog urenlang gezellig nagepraat over alles wat een sociaalflamingant kan boeien.