Nummer 110


Ierland | oktober 2005


IRA: het slotakkoord? (Pol Van Caeneghem)<< Nummer 110

De beslissing die het IRA in juli bekendmaakte om de wapens neer te leggen, werd door een heel gamma commentatoren als 'historisch' begroet. In feite gaat het hier om een slotakkoord achter een evolutie die al geruime tijd aan de gang was. Het vredesproces op het groene eiland dreigt ondertussen vast te roesten in en patstelling.

De erfgenamen van Pasen 1916

IRA: het letterwoord staat voor ongetwijfeld de meest efficiënte militaire organisatie die Europa tot eind vorige eeuw heeft gekend. De geschiedenis van dit Irish Republican Army overspant inderdaad circa tachtig jaar. Nu eens stond de guerrillaformatie daarbij in de voorste linies van de Ierse emancipatiestrijd tegen de Britse bezetter, dan weer deemsterde ze een tijdlang weg tot nauwelijks nog een naam, die toch altijd met het aura van een krachtige mythe omkranst bleef. Op twee scharniermomenten van de moderne Ierse geschiedenis speelde het IRA een cruciale rol.

Michael Collins en Eamon de Valera opteerde men toen voor een compleet andere tactiek. In plaats van zich te laten insluiten zoals in 1916, werkte men met kleine, mobiele flying columns, die onverwacht toesloegen om dan in het niets te verdwijnen en onder te duiken tussen de bevolking. Want ook dat betekende een essentieel verschil met de toestand tijdens de Paasopstand: de Ierse massa's hadden toen passief toegekeken. Maar de keiharde Britse repressie na de opstand, waarbij o.a. alle ondertekenaars van de Ierse zelfstandigheidsproclamatie werden gefusilleerd, zorgde voor een radicale ommekeer in de publieke opinie, wat zich uitte in een groeiende sympathie voor de guerrilla van het IRA.

Van 1917 tot 1921 volgde een ongenadige confrontatie tussen de Ierse rebellen en de Britse troepen, die uiteindelijk zou uitmonden in een staakt-het-vuren en vredesbesprekingen. Daarbij kregen 26 van de 32 Ierse graafschappen een autonoom statuut als 'Ierse Vrijstaat', later de Ierse republiek. De overige zes graafschappen in het Noord-Oosten van het eiland mochten via een referendum beslissen of zij aansloten bij de Vrijstaat of zich onder de Britse kroon bleven scharen. De volksraadpleging hieromtrent was in feite een doorgestoken kaart: in de zes graafschappen leefde nl. een meerderheid van afstammelingen van Britse kolonisten die in de loop der tijden het gebied hadden overrompeld.

Het vredesverdrag splitste het IRA middendoor in een fractie vóór en tegen de overeenkomst. De twee groepen bestreden elkaar in een burgeroorlog, waarbij de voorstanders van het verdrag het pleit wonnen. Uit de twee fracties groeiden later de Fiana Fáil en de Fine Gael, partijen die thans nog altijd actief zijn in de Ierse republiek.

Een aantal tegenstanders van het verdrag en de daaraan verbonden tweedeling van het eiland, integreerden zich echter niet in deze partijpolitieke formaties, en bond als IRA verder de strijd aan voor de hereniging, met Sinn Féin als politieke vleugel naast zich.

Tussen een aantal windstiltes door voerde dit IRA twee militaire campagnes: een net vóór Wereldoorlog II, een andere van 1956 tot 1961. Het ging daarbij vaak om symbolische acties, zoals het opblazen van Britse monumenten zoals de Nelson-zuil te Dublin of van douaneposten tussen Noord en Zuid.

Deze campagnes bleven wel de aandacht vestigen op het onopgeloste probleem van de Ierse scheiding, maar waren eigenlijk niet meer dan speldenprikken in John Bull's gepantserde body.

De jaren van hoogtij

Daar zou opnieuw een grondige kentering in komen vanaf het einde van de jaren zestig. In Noord-Ierland ontstond toen de beweging voor gelijke burgerrechten, die zeer actief begon te militeren tegen de schrijnende discriminatie waarvan de Ierse minderheid in de zes graafschappen het slachtoffer was. De beweging gebruikte alleen pacifistische methodes, maar werd het mikpunt van ongenadige repressie door de Noord-Ierse ordestrijdkrachten, wier onverbloemd racistisch optreden niet gesanctioneerd werd door de heersende pro-Britse Unionistische partij.

Politionele razzia's in Ierse minderheidswijken en massale arrestaties waren schering en inslag. Van de weeromstuit kwam er een steeds luidere roep om effectief fysiek verzet tegen de militaristische politiek van de machtshebbers.

Het IRA, dat bij de start van de beweging voor burgerrechten nog nauwelijks een schim was van zichzelf, groeide nu opnieuw snel aan: er meldden zich systematisch nieuwe vrijwilligers en de aanslagen van de guerrilla getuigden van efficiënt vakmanschap.

Doelwitten waren daarbij de Britse troepen, economische mikpunten zoals banken, en figuren die symbool stonden voor het Britse imperialisme, waarbij de executie van de prestigieuze oorlogsheld en 'onderkoning van Indië' Lord Mountbatten wellicht het meest weerklank heeft gekregen.

De Britse machtshebbers reageerden met nog meer repressie, o.a. door het herinvoeren van de Special Powers Act, bijzondere wetgeving die toeliet mensen te arresteren zonder aanhoudingsmandaat en hen gevangen te houden zonder proces.

Toen op 9 augustus 1971 vele honderden Ieren in de vroege ochtenduren op basis hiervan werden opgepakt, had dit echter een nog grotere bereidheid tot verzet als gevolg.

En toen men later nog de Ierse gekerkerden het statuut van politieke gevangene ontnam, resulteerde dit in de hongerstaking van Bobby Sands die samen met negen van zijn medegevangenen het ultieme offer van zijn leven bracht, wat een wereldwijde golf van sympathie voor de Ierse strijd lossloeg.

Langzamerhand begon toen bij de Britse machtshebbers het besef door te dringen dat de Ierse militaire weerstand nooit definitief verslagen kon worden. Er werd aarzelend uitgekeken naar formules om meer zeggenschap te verlenen aan de Ierse minderheid. Het werd een langdurig proces van vallen en opstaan.

Ook binnen de Ierse republiek groeide ondertussen het besef dat de Britten weliswaar de beweging nooit op de knieën zouden krijgen, maar tevens ook dat het weinig waarschijnlijk leek hen over de Ierse zee te kunnen verdrijven.

De politieke vleugel van de beweging, Sinn Féin, kreeg meer invloed en pleitte voor een verderzetten van de strijd met andere middelen. Eerst resulteerde dat in de bullet and ballot-tactiek: het geweer in de ene hand, het stembiljet in de andere.

Na een hervorming van het kiesstelsel kreeg Sinn Féin meer en meer slagruimte en begon het aan een steile electorale opgang die het thans tot de eerste politieke formatie van de Ierse minderheid heeft gemaakt.

Via een soms moeizaam proces won de overtuiging veld dat de verdere emancipatie van de minderheid, en ook het verdere doel - de Ierse hereniging - alleen konden gerealiseerd worden als met de Britsgezinde loyalistische bevolkingsgroep een consensus zou worden bereikt.

En nu?

In dat licht moet het neerleggen van de IRA-wapens bekeken worden. Het fameuze Goede-Vrijdagakkoord voorziet in een tweedeling van de macht tussen Iersgezinden en Britse loyalisten, maar wordt in zijn toepassing geblokkeerd door de extremistische Britsgezinden van de DUP (Democratic Unionist Party). Toch blijven de republikeinen pleiten voor de levensnoodzakelijke noodzaak van een dialoog tussen beide groepen.

Maar hoe moet het dan verder met precies deze blijkbaar onverzoenlijke Britsgezinden? Hun levensgrote frustratie omdat zij de machtsposities van weleer dreigen te verliezen zit heel diep. De dagenlange zware rellen begin september in de loyalistische wijken van Belfast waren daar een duidelijk symptoom van.

De woede van de betogers keerde zich hierbij ironisch genoeg tegen de ordestrijdkrachten, die men nu als bondgenoten van de minderheid brandmerkt. Een aantal loyalistische splintergroepen vechten tevens een strijd om de macht in hun wijken uit tegen elkaar.

Voor het ogenblik is er geen sprake bij hen van een georchestreerde militaire campagne tegen de minderheid. Zoals gezegd heeft deze de optie van een gewelddadig verdrijven van de Britten en hun Noord-Ierse accolieten vaarwel gezegd.

Maar indien er vanuit loyalistische hoek ooit een nieuwe georganiseerde militaire campagne tegen de minderheid zou komen, moet men er geen ogenblik aan twijfelen dat er opnieuw een IRA zal herrijzen dat de verdediging van de Iers-republikeinse getto's op zich zal nemen.