Nummer 111


Media | november 2005


Over kijkcijfers, oplagen en macht (Jan van Ormelingen)<< Nummer 111

Toen De Standaard in 1999 haar oude idealen vaarwel zei en symbolisch de 'AVV-VVK' van de voorpagina haalde, stak 'progressief Vlaanderen' haar enthousiasme niet onder stoelen of banken. Katholiek en Vlaams? Nee, daar wilden deze eigentijdse wereldburgers niets mee te maken hebben. Naar aanleiding van het debat over het loopbaaneinde heeft nu ook De Morgen met vuur afstand genomen van haar 'rode' verleden. Heel wat sociaalgeëngageerde burgers die in 1999 nog juichten, voelen zich anno 2005 zonder meer verraden door 'hun' krant. Het medialandschap is de laatste decennia sterk veranderd en zowel de koerswijziging van De Standaard als die van De Morgen hebben daarmee te maken. Geld ging een alsmaar grotere rol spelen, terwijl de kwaliteit van de berichtgeving erop achteruit boerde. Bovendien worden er steeds vaker vragen gesteld bij de onafhankelijkheid van de media. Maar wat is er precies aan de hand? Het recent verschenen boek 'Handelaars in nieuws' van Freddy de Pauw, geeft glasheldere antwoorden op deze vraag (1).

Informatie als koopwaar

In 1842 stelde Karl Marx: "De belangrijkste vrijheid van de pers bestaat erin geen industrie te zijn". Hoewel velen zich in die uitspraak kunnen vinden, zijn de media vandaag in overgrote mate 'big business' geworden. Bezorgd over deze evolutie schreef Mark Grammens al in 1967 in De Nieuwe: "Men investeert waar de beste opbrengst te verwachten valt en dat kan zowel een hoogoven, een zeepfabriek als een krant zijn". In een boek uit 2004 van Patrick Le Lay, de topman van de grootste Franse tv-zender, lezen we: "[...] vanuit een zakelijk perspectief moeten we realistisch zijn: fundamenteel bestaat de beroepstaak van TF1 erin om, bijvoorbeeld, Coca-Cola te helpen zijn product te verkopen". En verder: "[...] Onze uitzendingen hebben tot doel het brein beschikbaar te maken, dus om de kijker te vermaken, om hem te ontspannen tussen twee boodschappen in. Wat wij aan Coca-Cola verkopen, is tijd waarin het menselijk brein beschikbaar is". In Vlaanderen werden de uitspraken van Le Lay grotendeels onderschreven door Peter Quaghebeur, de directeur-generaal van VTM.

De wetten van de markt

Als informatie koopwaar is, dan wordt er ook gekocht en verkocht. Zo kan het in principe elke krant, elk tijdschrift en elke televisiezender vergaan. Na jaren van kopen en verkopen is er op de 'mediamarkt' een duidelijke evolutie naar monopolievorming waar te nemen. Terwijl er vroeger een rijk gamma aan publicaties bestond, is het aanbod tegenwoordig sterk teruggelopen. In Vlaanderen blijven er amper vier persgroepen over: De Persgroep (De Morgen, Het Laatste Nieuws, Dag Allemaal), De Vlaamse Uitgeversmaatschappij (De Standaard, Het Nieuwsblad, Het Volk, De Gentenaar), Roularta (Knack, Trends) en Concentra (Het Belang van Limburg, Gazet van Antwerpen, ...). Sommige media zijn in handen van verschillende groepen. Zo hebben De Persgroep en Roularta Media Group die elk de helft van de aandelen in VTM, KanaalTwee, JIM-tv en Q-music. Dit jaar kwam de laatste zelfstandige krant 'De Tijd' in handen van De Persgroep en het Waalse Rossel. Aan veel mediagroepen is een naam verbonden. Bij de Persgroep gaat het om Christian Van Thillo, bij Roularta denken we aan Rik De Nolf en bij de VUM heeft André Leysen het roer overgedragen aan zijn zoon Thomas.

In het buitenland zien we een gelijkaardige evolutie. Door overnames zijn daar zo'n grote mediagroepen ontstaan - vaak over de landsgrenzen heen -, dat in sommige gevallen de term 'transnationaal media-imperium' echt wel op zijn plaats is. Denken we maar aan de mediamagnaat Rupert Murdoch in wiens media-imperium de zon nooit onder gaat. Van eenzelfde kaliber is Clear Channel dat 1200 radio- en 36 televisiezenders bezit en ondermeer sterk verankerd is in de reclamesector. Clear Channel is trouwens ook de organisator van muziekfestivals als Rock Werchter. Freddy de Pauw heeft het verder nog over 'Dio' Silvio Berlusconi die het met behulp van zijn mediakanalen heel ver schopte in de Italiaanse politiek en over mediaconcentraties in Frankrijk. Daar heeft wapenfabrikant Dassault zich de laatste tijd toegelegd op de mediasector en heeft via Socpresse een 70-tal titels in handen waaronder Le Figaro en La Voix du Nord. Ook ondernemers als Rothschild (Libération) en Bouygues (TF1) lieten van zich spreken.

Kranten en tv-zenders moeten werken als bedrijven. Dat geldt ook steeds meer voor de openbare omroepen. Een recent verschenen rapport van het 'Open Society Institute' wijst op die toenemende commercialisering van de openbare televisie in Europa (2). Terwijl veel politici zeggen dat de openbare omroep een te beschermen cultureel goed is, staan ze steeds meer onder invloed van neoliberale instellingen als de Wereldhandelsorganisatie (WHO) en de Europese Commissie die de 'privileges' van de openbare omroep bekampen.

Minder middelen, meer sensatie

Op de 'media-markt' heerst er een felle concurrentie. Het komt er op aan om zoveel mogelijk lezers of kijkers te bekoren, goed wetende dat het publiek niet of nauwelijks groeit. In deze strijd om 'marktaandeel' van bij de concurrentie weg te kapen, spelen kijkcijfers en oplagen een belangrijke rol. Want zoals Patrick Le Lay het heel treffend formuleerde, verkopen de media 'tijd waarin het menselijk brein beschikbaar is' voor reclameboodschappen.

Om die boodschappen ingang te doen vinden, dienen de mediaconsumenten 'beschikbaar' te zijn. Daarom gaat er niet alleen heel veel geld en aandacht naar de reclameboodschappen zelf, maar ook naar de tv-programma's of artikels. Mensen moeten namelijk met een prettig gevoel de reclameblokken ingaan. Het onverwoestbare geluk en eeuwige glimlach treden steeds duidelijker op de voorgrond. Want met de glitter en glamour van amusementsprogramma's, (docu)soaps, of reality-tv kan zelfs de armste werkloze zich thuis voelen in de 'happy family' van de consumerende tv-kijker; zolang de tv niet uitgaat natuurlijk!

Als oud-journalist van De Standaard zag Freddy de Pauw het belang van de advertentiediensten sterk toenemen. Kranten proberen hun oplagen op te drijven met bonnen voor boeken, dvd's, video's enzovoort. Ook sterke verhalen, sensationele foto's of exclusief nieuws kunnen daarbij helpen. Het gevolg is dat verhalen of nieuws soms geheel of gedeeltelijk gelogen zijn, iets waar niet iedereen van wakker ligt: als het maar een goede story is die verkoopt!

Terwijl de aandacht voor de omzet en winst groeiende is, dalen de middelen voor 'minder interessante' aspecten van de media. In de jaren 1990 zei de voormalige hoofdredacteur van De Standaard: 'Buitenland, daar verkopen we geen krant mee'. Niet toevallig is er overal veel meer aandacht gekomen voor ongelukken, geboortes en persoonlijke verhalen. Thema's als kinderopvang, pesten op school, euthanasie of het adoptierecht voor homo's krijgen ruime aandacht, maar voor de Europese Grondwet, de gevolgen van de neoliberale mondialisering of Vlaamse en sociale eisen is er helaas geen tijd meer. Op veel redacties heeft onderbezetting het kwaliteitsverlies alleen maar versterkt.

Niet voor niets worden de media steeds beschuldigd van debilisering, vervlakking, sensatie of desinformatie.

De stem van de meester

Naast kwaliteitsverlies omwille van de winst, zitten de media nog met een ander probleem: ze zijn niet onafhankelijk. Op 13 oktober gaf Bart Eeckhout aan Indymedia probleemloos toe dat De Morgen campagne heeft gevoerd in het debat over het loopbaaneinde. Daarbij werd met scherp geschoten op het ABVV. In een opiniestuk (14 oktober) maakte de vakorganisatie zich niet boos over het redactionele standpunt van De Morgen, maar wel over de tendentieuze berichtgeving, waarin de visie van het ABVV zelfs niet correct werd weergegeven.

Het mag vreemd lijken dat een linkse krant zich in geen tijd heeft kunnen ontpoppen tot een neoliberale stem tegen vakbondsacties, maar dat is het niet.

Zoals in alle bedrijven werken journalisten voor een baas en die bepaalt hoe er wordt gewerkt. Redacties mogen dan wel beweren dat ze onafhankelijk werken, in de praktijk is dat niet het geval. Toen Serge Dassault Le Figaro in handen kreeg, zei hij het volgende tegen zijn journalisten: 'Il y a des informations qui font plus de mal que de bien. Le risque étant de mettre en péril des intérts commerciaux ou industriels de notre pays' (3). De reden waarom hij kranten had gekocht? '[un journal] permet de faire passer un certain nombre d'idées saines'. In de berichtgeving over de Europese Grondwet klonk de stem van de meester heel duidelijk: bijna alle grote Franse persorganen maakten propaganda vóór dit nefaste document. Meteen werd ook de sterke verwevenheid duidelijk tussen de media en het politieke establishment.

In de Verenigde Staten is die verwevenheid minstens even groot. Daar voerde Rupert Murdoch campagne voor de herverkiezing van George W. Bush, zoals hij in Groot-Brittannië Tony Blair had gesteund. Zowel Murdoch als Clear Channel steunden openlijk de oorlog in Irak en waren niet te beroerd om aperte leugens de ether in te sturen. Als beloning zorgde de Amerikaanse overheid ervoor de twee giganten nog verder konden groeien.

De innige band tussen media en politiek kwam pijnlijk aan het licht bij de aanslagen van 11 maart in Madrid en wordt in Italië verpersoonlijkt door Berlusconi. Ook bij ons schrikken politici er niet voor terug om druk uit te oefenen op kritische journalisten. Maar de band tussen journalisten en politici hoeft niet per se slecht te zijn. Sommige journalisten worden door het establishment gedecoreerd voor hun schrijfsels (b.v. Mia Doornaert), anderen kiezen samen met politieke figuren voor een rijk gevulde tafel (b.v. Derk-Jan Eppink) en soms is de band met politici zo goed dat de liefde er op volgt (b.v. Greet Op de Beeck, Els De Temmerman).

Waar zou de oorzaak liggen van het sterk afgenomen vertrouwen in de media?

Tot slot

Het boek van Freddy de Pauw bevat bijzonder veel interessante informatie en is vlot geschreven. De Pauw geeft een genuanceerd beeld waarin de werking van de moderne media wordt ontrafeld. Er wordt geen beeld opgehangen van complotterende politici en bedrijfsleiders die de bevolking mak proberen te houden. Hij bewijst wel dat de evolutie naar een toenemende commercialisering bijzonder kwalijke gevolgen heeft voor de media. Onafhankelijk werken wordt in dat klimaat alsmaar moeilijker.

(1) Freddy de Pauw, Handelaars in nieuws, Leuven, Davidsfonds, 2005, 160 blz.
(2) Television Across Europe: Regulation, Policy, and Independence (samenvatting), Boedapest, Open Society Institute, 11 oktober 2005, 338 blz.
(3) Ignacio Ramonet, Médias en crise, Le Monde diplomatique, januari 2005.