Nummer 112


Sociaal | december 2005


Het Vlaams belang versus het ondernemersBelang? (Miel Dullaert)<< Nummer 112

Op 26 november jl. organiseerde het Vlaams Belang voor de eerste keer in zijn bestaan een congres over de Vlaamse economie. De congresteksten dragen de titel: "Ondernemend Vlaanderen, welvaart voor iedereen". Over welk soort ondernemend Vlaanderen heeft men het en is welvaart voor iedereen met zo'n programma mogelijk?Al twintig jaar dringt het mondiaal kapitalisme zijn neoliberale beleidsrecepten op. Die recepten betekenen meer werkloosheid, grote migratiestromen, afromen van de macht en de rijkdommen van de naties,... en tegelijk de concentratie van rijkdom en macht in de handen van enkelen. Wereldwijd groeit hiertegen verzet. Dit neemt in elke natie een andere vorm aan.

Het rechts-populistische Vlaams Belang pikte in die periode het ongenoegen op in belangrijke segmenten van de Vlaamse bevolking, vooral in de lagere sociale lagen. Inmiddels verscherpt de crisis en bereikt nu ook hoger gesitueerde sociale lagen, de middengroepen. Het Vlaams Belang speelt handig in op de zondebokken waar deze sociale lagen gevoelig voor zijn: de staat en de drukkingsgroepen w.o. de vakbonden.

*

De congresteksten "Ondernemend Vlaanderen" van het Vlaams Belang sluiten aan op de vooroordelen van de middenlagen. In welk perspectief moeten we dit economisch congres zien?

Gerolf Annemans, congresvoorzitter, stelde dat dit economisch programma "een eigentijdse invulling geeft aan het solidarisme" (Het Volk, 18 juni jl.). Solidarisme zegt dat noch liberalisme noch socialisme de weg is (het vormde de basis van het economisch programma van het VNV voor de Tweede Wereldoorlog). Het is de ideologie die stelt dat binnen de volksgemeenschap arbeid en kapitaal enkel een gemeenschappelijk belang hebben onder de leiding van het privaat kapitaal.

Is deze doctrine het monopolie van het rechtse Vlaams-nationalisme? In bijv. de christelijke sociale doctrine zitten heel wat solidaristische ingrediënten, idem bij de sociaal-democratie (cfr. Hendrik De Man) en in de uitbouw van de naoorlogse welvaartsstaat. Daarbij komt dat de Vlaams Belang- kopstukken al een aantal jaren "op bedevaart" gaan naar de Verenigde Staten bij de neo-liberale, conservatieve "denktanks" rond Bush cs.( o.m. Heritage Foundation, American Enterprise Institute) die een gemoderniseerd solidarisme extra peper en zout geven.

De congresteksten zijn één klaaglitanie van de ondernemer-sukkelaar. In navolging van het EU- akkoord van Lissabon (2000) mikt het Vlaams Belang op groei, winsten en de technologische industrie. Daarvoor moet de Staat "tot zijn kerntaken" teruggebracht worden, lees: de Staat moet "rendabel" worden d.w.z. mag alleen nog een agentschap zijn voor de behartiging van ondernemersbelangen en Wet en Orde handhaven. Daar waar het VLD-neoliberalisme resoluut mikt op het mondiaal kapitaal, zal het solidarisme de staat soms laten tussenkomen om het lokale economisch weefsel te beschermen tegen de multinationale bulldozers.

*

Alles wat de Vlaamse economie maatschappelijk reguleert (= de welvaartsstaat) moet tot een minimum herleid worden of verdwijnen in naam van de "groei". Het sociaal middenveld (in oud jargon de "drukkingsgroepen") moet niet op veel begrip rekenen. Wellicht omdat dit aantoont dat de "harmonie" tussen arbeid en kapitaal niet zo vlotjes verloopt als door het solidarisme gepredikt wordt. We denken aan milieugroepen, consumentenorganisaties, rechtshulp, maar vooral de sterke sociale factor in dat middenveld: de vakbonden. Op het colloqium ter voorbereiding van het congres (18 juni jl.) verklaarde een Vlaams Belang-lid, (docent economie aan de Provinciale Hogeschool Limburg), Dhr. Van Buggenhout, dat de: "oorlog moet verklaard worden aan de 'neomarxistische vakbondsbazen van het ACV en dat het sociaal overleg iets anders is dan linkse dictatuur". (wat moet het ABVV dan zijn?) Sommigen zullen zeggen dat dit de uitspraak is van één geëxalteerde, maar ze tekent ons inziens wel het overheersend klimaat in de partij.

De realiteit leert dat ondernemers verre van sukkelaars zijn. Viviane Forrester titelt terecht haar boek "De terreur van de nieuwe economie". Die terreur bestaat er ook in dat vandaag vele ondernemers zich als roofkapitalisten gedragen. We herinneren aan de schandalen rond sommige topmanagers (cfr. Vlerick-boy Jan Coene e.a.), de grote fraudedossiers (Lernout & Hauspie, Electrabel in Kazachtstan, Beaulieu De Clerck, het 'failliet' van Boelwerf en Sabena,... ). Ondernemers van rendabele bedrijven weigeren de werknemers te laten delen in de winsten (Fortis, ING, Van Hool,...).

De oriëntatie van het Vlaams Belang op de vnl. mondiale (technologische) industrie is door de feiten achterhaald. Momenteel werken in Vlaanderen nog amper 2,5 op 10 werknemers in de industrie, de rest in de dienstensector. Tienduizenden Vlamingen arbeiden in de culturele sector, gezondheidszorg, post, openbaar vervoer, sociale zorg, sociale zekerheid, huisvesting, bejaarden, milieu, lokale overheid, parastatalen,...Meestal voor de binnenlandse markt. Zij zijn van groot economisch belang, maar de congresdocumenten zwijgen er grotendeels over. Vele studies bewijzen dat een economie gerust zonder industrie kan als ze zich richt op de dienstensector.

*

Het programma van het Vlaams Belang is weinig origineel maar sluit aan bij wat in de partijen P. De Crem en H. Van Rompuy (CD&V) en J. M. De Decker (VLD) vertegenwoordigen en wat de liberale SP.A aan beleid presenteert: de aanvaarding van de wetten van het mondiaal kapitalisme als een natuurgegeven waarin de rol van de nationale welvaartsstaat krimpt. De meeste partijen willen dit via de Belgische staat, behalve het Vlaams Belang dat de weg kiest van de Vlaamse onafhankelijkheid. Nuances zijn er ook tussen die partijen waar het sociaal middenveld nog een zekere impact heeft.

Los van elk economisch programma mag men zeggen dat het Vlaamse volk alle kenmerken heeft van een natie en om zijn eigen staat te verwerven. Eén van de belangrijkste remmen van die zelfstandigheid is de Belgische heersende klasse. Zij was in de 19e-20e eeuw machtig en exponent van een succesvol nationaal, industrieel kapitalisme. Die tijd is voorbij. Zij is agent geworden van het multinationaal kapitaal, daardoor nog machtig, maar tegelijk verliest ze haar gezag dat ze had toen ze nog aan het hoofd stond van het Belgisch kapitalisme. Daardoor smelt het gemeenschappelijk Belgisch belang weg, Vlaanderen en Wallonië ontwikkelen stilaan een eigen visie op het algemeen belang. De geldstroom van Vlaanderen naar Wallonië is een typische constructie om België kunstmatig bijeen te houden. Vlaanderen wordt niet beter van de aderlating, en het Waalse volk ook niet door deze veredelde OCMW-steun die de, door de Belgische industriële bourgeoisie veroorzaakte, ramp in Wallonië bestendigt.

In het hoofdstuk "Van een Belgisch naar Vlaams beleid" komt het erop neer dat Wallonië zijn plan trekt zonder de geldstroom. Bij het Vlaams Belang is er nergens sprake van een Vlaams aanbod om met Wallonië (zonder Belgische tussenkomst) te onderhandelen voor een éénmalig solidariteitsplan met als doel gedurende een tiental jaren de nodige Vlaamse investeringskredieten te geven voor de herstructurering van de Waalse economie (cfr. A. Roosens, 1998).

*

De vraag kan gesteld worden of, ondanks vlaggengezwaai, het Vlaams Belang, met dit neoliberaal programma, nog een partij van de "Vlaamse onafhankelijkheid " kan genoemd worden. Met veel retoriek voor een "onafhankelijk Vlaanderen" pleiten en tegelijk een economisch beleid aanvaarden dat zich overlevert aan de oekazes van mondiale technocratieën is weinig geloofwaardig. Het is de Belgische bourgeoisie achterna. Het Vlaams Belang aanvaardt de "open economie" in de mondialisering. Daar kan tegen opgeworpen worden dat: "Zowel werkzekerheid als sociale zekerheid slechts haalbaar zijn binnen streng gecontroleerde grenzen. Alleen het staatsgezag kan binnen zijn territorium normen bepalen voor handel, industrie en werk.... Open grenzen leiden automatisch tot teugelloos kaptaal dat de welvaart vernietigt", (Mark Grammens, Journaal, 10 november jl.).

De volkssoevereiniteit als basis van een democratisch, onafhankelijk Vlaanderen is al even problematisch. Een "Vlaamse Republiek" à la Vlaams Belang zou op maat gesneden zijn van de zakenmilieus in Vlaanderen. Het zou een doorslagje van het huidige België worden. Deze constructie beschikt over een beperkt sociaal draagvlak. Het proclameert de soevereiniteit van de ondernemer, van een plutocratische elite boven de soevereiniteit van het volk. Het zet de klassentegenstellingen in de natie op scherp.

Met het eerste economisch congres van het Vlaams Belang blijkt dat Vlaamse onafhankelijkheid voor deze partij grotendeels functie is van het belang van ondernemers in Vlaanderen. Begeeft het Vlaams Belang als massapartij zich daarmee niet op een glibberig pad? Gaat dit niet als een splijtzwam werken tussen kiezers waartoe veel arbeiders en bedienden behoren die voor het Belang stemmen omdat het paars beleid te weinig sociaal is?

Met dit programma wordt het progressief, links Vlaams nationalisme niet gemakkelijker gemaakt. De Vlaamse onafhankelijkheid verminken tot een legpuzzeltje in een solidaristisch scenario is slecht voor de werkende Vlamingen.

Ook is onaanvaardbaar dat het links belgicisme al te graag deze invulling zal aanwenden tegen een links flamingantisme. Tegelijk voert traditioneel links een paars beleid uit van de Belgische heersende klasse, dat sociaal hardvochtig is, of herleiden sommige vakbondsleiders de acties tot "stoom afblazen".

Voor de werknemers, ambtenaren en kleine zelfstandigen is het kiezen tussen de pest en de cholera. Een linkse, progressieve Vlaamse beweging zou kunnen helpen de werkende bevolking uit die patstelling bevrijden.