Nummer 113


Internationaal | januari 2006


Roodvonk in Latijns-Amerika (Lukas De Vos)<< Nummer 113

Praw, der hemeldonderweder, placht de befaamde professor Prwlyzkowsky krijsen. George Bush junior stoot dezer dagen dezelfde verbijsterde uitroep uit. Hoe is het zover kunnen komen? Doe je je best om al sinds de omverwerping van casinobaas en maffiaklant Batista de geneugten van de vrijemarkt te verspreiden in je achtertuin, blijken al die ondankbare honden Che Guevara te aanbidden. Castro staat niet langer alleen. De Caraïben, de Mercosur, de Patagonen, ze verzetten zich in blok tegen de grootmacht van de buurt. Ze hijsen onbeschroomd de Jolly Roger.

Zuidelijk Amerika is sinds mensenheugenis kapergebied. De nieuwe as van de zilvervloot. Even leek het erop alsof Castro het uitstervend ras van rode piraten belichaamde. Maar het gaat van kwaad naar erger, ondanks de snoeverige invasie van Grenada twaalf jaar geleden. Het grote gelijk van plutocratisch machtsvertoon werkt niet meer.

De ommezwaai in Venezuela kwam nog als een rariteit over in 1998, de retoriek van Chavez was de zoveelste opstand van een plaatselijke piratenhoofdman die de ware leer niet begrepen had. Maar Chavez overleefde een rechtse staatsgreep in 2002, en had iets meer buikspier dan Ortega in Nicaragua. Had de CIA meer hersenen en minder middelen gehad, ze had de Venezolaanse ommezwaai al begin jaren zeventig voelen aankomen. Toen pleegde bevelhebber Desi Bouterse een staatsgreep in Suriname. Zonder ideologie, maar met de tactiek van een gesausd rovershoofdman. Wat later werd ik ontvangen in Paramaribo door partijdenker Sital, die zijn opleiding in Cuba had gekregen. In Fort Zeelandia zei hij me onomwonden: dit land moet zijn navelstreng nog doorknippen. De bauxietuitbuiters buitengooien, dus. Venezuela deed net hetzelfde en nationaliseerde de uitbating van de olievelden.

Ze zijn kwansuis gevolgd, de Chilenen met Escobar in 2000, straks wellicht ook met Bachelet dit jaar; de Brazilianen met Lula in 2002; de Argentijnen met de peronist Kirchner in 2003; de Uruguyanen met Vazquez in 2004; eerstdaags ook Mexico met de linkse burgemeester van de hoofdstad, Obrador. En nu in ieder geval in Bolivië met de eerste indiaan Morales, de trompetter van de fanfare in Oruro. Morales is een man van het andere gedacht. Cocateelt? Voor de Amerikanen een leverancier van de cocaïnemaffia. Voor de indiaanse achterban, gewoon een man die de teelt van de kleine boeren verdedigt. Wilde vrije markt? Goed voor kapitalisten, zegt hij zijn idool Che Guevara na. Wij zullen de gas- en petroleumindustrie opnieuw nationaliseren. En Suez het monopolie ontnemen op waterverdeling. Want water is zoals lucht van iedereen, niet van een kliekje pijplijnentrekkers.

Het moet duidelijk zijn: Zuid-Amerika hijst de vlag van de Jolly Roger, de vrijbuiter, die niet gediend is met de uitbuiters van de grote plantages, de mijnbouw, en de veehouders van de pampa. Hun spreekbuis is een voor Washington even ongemakkelijke als verwerpelijke heraut: James Fennimore Cooper, de auteur van zowel The Last of the Mohicans (1826) als van The Red Rover (1827). De man slaagde erin door zijn verzuurde kritiek op het hebzuchtige Amerika iedereen tegen zich in het harnas te jagen. Met zijn liberaliseringsdogma nam Washington heel Latijns-Amerika tegen zich in. Bevrijdingsheld Simon Bolivar krijgt 150 jaar later echte navolgers. Het is niet toevallig dat op de Plaza Murillo hartje hoofdstad La Paz het krijgshaftige beeld staat van zijn medestander Santa Cruz, de tweede president van Bolivië. Zijn opvolger nu, Morales, indiaan én piraat, werd gemeden als de pest in de aanloop naar de stembusgang. De rollen zijn omgedraaid. "Ik wil alleen nog praten met de ambassadeur van Washington. Ik praat alleen met de eigenaar van het circus, niet met zijn clowns", liet hij zich ontvallen. Als Amerika zijn zilvervloot nog heelhuids huiswaarts wil laten keren, gaat het best onderhandelen met de Rode Rover. Beter zaken doen met de duivel, dan te preken in de barre bergen. Bolivië zit wellicht in de nieuwe As van het Kwaad, maar het kan geen kwaad om zijn as te keren. Zonder Amerikanen rijden er wellicht straks opnieuw treinen in Bolivië, werkt de telefoon weer, en heeft de dompelaar wat elektriciteit. En kauwt de indio zijn coca, als vanouds.