Nummer 113


Latijns-Amerika | januari 2006


Bolivariaanse revolutie in Bolivië (Kevin De Laet)<< Nummer 113

Op 19 december won de boerenleider Evo Morales, een 46-jarige Aymara-indiaan en leider van MAS ('Beweging naar het Socialisme'), de presidentsverkiezingen van Bolivië. Hij behaalde 54 procent van de stemmen en versloeg daarmee de rechtse tegenkandidaat Jorge Quiroga. Met de verkiezingsoverwinning is de zogenaamde 'Bolivariaanse revolutie' die al geruime tijd het Zuid-Amerikaanse continent heeft getroffen, nu ook overgewaaid naar het land dat naar Simon Bolivar genoemd werd. Een tijdelijke trend of een echte kentering?

De reeks linkse verkiezingsoverwinningen in Zuid-Amerika begint aan te groeien en dat is ook duidelijk te merken aan het beleid dat gevoerd wordt in een aantal van deze landen.

Geïnspireerd door de overwinningen van Chavez in Venezuela is het verzet tegen het neoliberalisme en het (vooral Noord-Amerikaanse) imperialisme nu ook in Bolivië verzilverd. Evo Morales plant ondermeer een nationalisatiepolitiek in de aardgas- en oliesector, zoals het ook gebeurde in Venezuela.

Morales zelf komt uit een arme familie van cocaboeren en is daar zijn politieke loopbaan ook begonnen als leider van de vakbeweging. Vanaf zijn verkiezing in het nationale parlement (1997) was hij actief betrokken in hevige verzetsbewegingen tegen de harde neoliberale politiek die in het hele continent werd gevoerd. Door dat verzet werden twee presidenten tot aftreden gedwongen. De eerste - Gonzalo Sánchez Lozado - zette een stap opzij in oktober 2003 toen bij wekenlange onlusten 67 doden vielen. Het protest was gericht tegen het verpatsen van Boliviaanse aardgas aan een westerse multinational. Op 6 juni 2005 kostte de aardgaskwestie ook de kop van president Carlos Mesa.

Net als Chavez zal ook Morales moeten afrekenen met een rechtse - door de VS gesteunde - oppositie die zijn beleid zal trachten te saboteren op alle mogelijke manieren. Zijn Indiaanse afkomst maakt hem bij heel wat blanke middenklassers onpopulair en de bedrijfswereld vreest voor een herhaling van het Venezolaanse scenario. Zijn plannen om de cocateelt te legaliseren (waar veel arme boeren van afhankelijk zijn en die een belangrijk deel uitmaakt van de traditionele landbouwcultuur), zetten ook in de VS kwaad bloed. Morales staat echter stevig in zijn schoenen door de grote verkiezingsoverwinning die een tweede stemronde zelfs overbodig maakte. Hij is de eerste 'inheemse' president, wat door veel Indiaanse militanten op zich al als een overwinning wordt beschouwd. De inheemse bevolking in Zuid-Amerika heeft immers nog steeds af te rekenen met armoede en discriminatie. Veel van de problemen met de indiaanse bevolking zijn voortgekomen uit de historisch gegroeide afhankelijkheid van de cocaneteelt en het is in die context dat de plannen tot legalisering moet worden begrepen. Maar de armoede en discriminatie zit diep geworteld, zodat Morales er nog een vette kluif zal aan hebben. Volgens een rapport van de Wereldbank leeft 74 procent van de indiaanse bevolking in Bolivië in armoede. Zij zijn ook verstoken behoorlijk onderwijs omdat indiaanse kinderen al vroeg moeten gaan werken.

Bolivië kende al eerder periodes van hevige klassenstrijd. In 1952 bijvoorbeeld heeft het land een zwaar conflict gehad tussen goed georganiseerde tinmijnwerkers en de regering. De mobilisatiekracht van de Boliviaanse sociale bewegingen bouwt voort op een vijfhonderd jaar lange ervaring die een grote mate van bewustzijn en organisatie heeft voortgebracht. Vanaf 1985 werd een hard neoliberaal beleid opgedrongen, wat nefaste gevolgen had voor de al beperkte welvaart en werkgelegenheid. Zo raakten duizenden mijnwerkers hun job kwijt en werd water werd tot zes keer duurder. Dit laatste gebeurde nadat de Boliviaanse overheid onder druk van de Wereldbank en het IMF de watersector privatiseerde. Het onbetaalbare water, dat vaak nog van mindere kwaliteit was, leidde tot hevig verzet. In april 2000 leidde volksprotest tot het vertrek van het Amerikaanse bedrijf Bechtel uit de streek rond Cochabamba. Op 13 januari 2005 moest Boliviaanse regering - na zwaar protest - de concessie van Aguas del Illimani in El Alto intrekken. Aguas del Illimani staat onder controle van Lyonnaise des Eaux, dat deel uit maakt van ... Suez. Juist ja, de Franse multinational die recent Electrabel heeft opgekocht. Geregeld treffen tussen de autoriteiten (vooral het leger, want ook de politie heeft meermaals meegestaakt) en sociale strijdbewegingen lokten vanzelfsprekend zware repressie uit.

Of Morales ook daadwerkelijk zal breken met het neoliberale beleid valt nog af te wachten. Het 'verraad' van Lula in Brazilië, die lang niet aan de verwachtingen van de linkse stemmers voldoet, wijst erop dat de massa's veel radicaler denken dan degenen die zij naar het parlement sturen. Morales zal zware inspanningen moeten leveren, bijvoorbeeld met de nationalisatie van de gassector, want het geduld van de bevolking is niet bijzonder groot. Hij kreeg alvast de waarschuwing van andere radicale oppositieleiders dat hij niet te lang moest wachten met het nakomen van zijn beloften. De grote vakbond COB gaf hem drie maanden om er werk van te maken. Maar ook de neoliberale machten voeren de druk op, en het valt te bezien aan wie Morales het snelst zal toegeven. Feit is wel dat Morales al gesprekken heeft gehad met de multinationals om te onderhandelen.

Deze nieuwe democratische overwinning op het neoliberalisme is een doorn in het imperialistische oog van George W. Bush en zijn westerse vrienden. Nieuwe landen lijken klaar te staan om dezelfde weg op te gaan, zo is er nu ook in Ecuador een gespannen sfeer met als inzet de aardolie. Er zijn het komende jaar nog verkiezingen op het continent en allen wijzen ze op een mogelijke linkse overwinning.