Nummer 114


Geschiedenis | februari 2006


Albert I, de verlichte despoot (Eric Van de Casteele)<< Nummer 114

Historicus Luc Vandeweyer schreef een meeslepend boek over de Eerste Wereldoorlog. Een gesprek over de Grote Oorlog, bolsjewieken, activisten, Albert en Leopold. Luc Vandeweyer is als een padvinder die geduldig de mysteries van de geschiedenis ontrafelt. De man specialiseert zich momenteel in militaire geschiedenis en werkt aan het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Vooral van de Eerste Wereldoorlog borstelt Vandeweyer boeiende portretten, van radeloze soldaten tot opportunistische collaborateurs en de koning-keikop. Dat levert meeslepende literatuur op, vol onbekende details en tekende anekdotes. Vandeweyer zit zelden om boude uitspraken verlegen en vergelijkt ongedwongen de politieke capriolen van Albert I met die van Leopold III.

Toen de Grote Oorlog uitbrak, was België voor Albert I een neutraal land dat tot geen van beide bondgenootschappen behoorde. Als opperbevelhebber van het Belgisch leger weigerde de koning de Duitsers resoluut aan te vallen. Niet iedereen deelde zijn visie. Niet het minst wou de toenmalige eerste minister, bovendien de minister van oorlog, Charles De Broqueville daarover met de koning overleggen. Maar, de ultieme strateeg van het Belgisch leger verdroeg geen pottenkijkers.

Vandeweyer: 'Tijdens de Duitse opmars kreeg de Belgische regering van de Fransen onderdak aangeboden in Le Havre. Ze greep die kans, terwijl de koning achter het front in België verbleef. Toen de koning een eerste belangrijk onderhoud had met de Franse en Britse legerleiders, werd De Broqueville botweg de toegang geweigerd. De regering had in België niets meer te zoeken, zo vond Albert.

Ze mocht zich in Frankrijk bezighouden met vrij pietluttige zaken'.

- De koning is volgens de grondwet politiek onverantwoordelijk. Toch nam Albert I voortdurend politieke verantwoordelijkheid op.

En of. Voor Albert I stond het bevel over het leger los van het grondwettelijk artikel over de politieke onverantwoordelijkheid. In enkele weken tijd trok de koning nagenoeg alle macht naar zich toe. Wat kon je daar als regering tegen inbrengen?

- Je stelt de vraag...

Enkel de Broqueville bood wat weerstand, maar hij stond veel te zwak. Onderschat de schok van de Eerste Wereldoorlog niet. Vanaf de eerste dag woedt een verschrikkelijk verwoestende oorlog met een massa slachtoffers, ook onder de burgerbevolking. Die slachting duurt weken en weken. In een oogwenk vallen Luik en Namen, nadien Antwerpen. Het was zonneklaar dat het leger zich enkel achter de IJzer kon ingraven en verdedigen. De natie was in gevaar. Dan krijg je vrij emotioneel geladen reacties die wij ons vandaag nauwelijks kunnen voorstellen. Niet alleen de militairen waren boven alle kritiek verheven, maar ook de opperbevelhebber. Dat was Albert, die door de bevolking op handen werd gedragen. De man leefde nogal teruggetrokken, dat wel, maar hij was uitzonderlijk populair en kon iedereen om zijn vinger winden. Albert incarneerde de natie en werd beschouwd als de redder van het vaderland. De regering legde zich letterlijk bij de macht van de koning neer. Ze had geen andere keus. Alleen in rabiate katholieke kringen klonk gegrom. Maar, dat was veeleer omdat de koning het kabinet uitbreidde met liberalen en met de socialist Emiel Vandervelde.

- Pleegde de koning geen overleg met de regering?

Nee, nooit. Hij is wel enkele keren naar de ministerraad getrokken om de regering de levieten te lezen, onder meer over de Vlaamse kwestie aan het front. In Alberts ogen waren de ministers niet meer dan zijn dienaren. Ze kregen enkel bijkomstige opdrachten toegeschoven. Voor belangrijke politieke, diplomatieke en militaire beslissingen steunde de koning op zijn officierenkorps. Die mannen kende hij en ze waren te vertrouwen. Niemand uit de regering durfde de confrontatie met de monarch aan te gaan.

- Dat was anders tijdens de Tweede Wereldoorlog

Ja, maar de omstandigheden waren niet vergelijkbaar. Tijdens WO I leed het leger veel minder verliezen. Geen enkele keer moest het zich definitief gewonnen geven voor de Duitsers. Het bleef zich met succes achter de IJzer verschansen. Van capitulatie was dus geen sprake. Daaraan dankte Albert I zijn gezag en zijn populariteit. Enkel de koning onderhandelde met de generaals, de politici en de diplomaten. Op de achtergrond stond Leopold als een pukkel van dertien jaar in uniform te luisteren. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, vroeg Leopold III zich op ieder heikel moment af: wat zou mijn vader in die omstandigheden gedaan hebben? En hij deed precies hetzelfde. Alleen waren de omstandigheden anders. Met de Achttiendaagse Veldtocht liepen de Duitsers in mei 1940 België volledig onder de voet. Leopold had dus minder geluk dan Albert. Er restte de Belgen nauwelijks een andere optie dan onverwijld en samen met de geallieerden vanuit Frankrijk de strijd tegen Duitsland voort te zetten. Leopold bleek dat niet te beseffen en bracht daarmee het land in gevaar. Sommige legereenheden vielen in handen van de Duitsers. De koning vergat zelfs de soldaten te bevelen hun wapens te vernietigen. Uiteindelijk capituleerde Leopold en weigerde hij de kant van de geallieerden te kiezen. Net als zijn vader stond hij erop België neutraal te houden. Deze keer liet de regering de koning niet begaan. Ze besliste het Belgisch leger bij de geallieerden te doen aansluiten. De herinnering aan de autoritaire Albert zat bij sommigen nog fris in het geheugen gegrift. Ministers van staat zoals de katholiek Carton de Wiart hadden Albert tijdens de Eerste Wereldoorlog meegemaakt en herinnerden zich hoe de koning toen al de grondwet flagrant schond. Dat kon de politieke wereld geen tweede keer toelaten. Daarom adviseerden de ministers van staat de regering om zich tegenover de koning duidelijk te profileren. Overigens vermoed ik dat de ministers sowieso minder vertrouwen hadden in de intellectuele capaciteiten en de karaktervastheid van Leopold III.

- Gebruikte Albert de oorlog om zijn macht te versterken?

Nee, hij vond het zijn vorstelijke, zelfs vaderlijke plicht om België met zo weinig mogelijk kleerscheuren doorheen de oorlog te loodsen. Dat kon volgens hem slechts indien hij het bevel over het leger had. Hij zag zich als de hoeder des vaderlands. In ruil moest iedereen naar zijn pijpen dansen.

- Albert, de verlichte despoot?

Zonder meer. Maar, zijn militaire terughoudendheid heeft veel soldaten het leven gered.

- Intussen stond de regering wel onder druk van de publieke opinie.

In Le Havre kreeg de regering constant de Franse politici en de publieke opinie over zich heen. Ze stoorden zich mateloos aan de naar Frankrijk gevluchte Belgische mannen die als flierefluiters naar de vrouwen koekeloerden terwijl de Fransen bij bosjes sneuvelden. Zo verdraagzaam waren de liederlijke Fransen nu ook weer niet. Hun mannen moesten zich tot de leeftijd van 48 jaar bij de gevechtseenheden aanmelden. In België werden eerst de mannen tot 25 jaar, pas na een paar jaar tot 30 jaar en op het einde van de oorlog tot 35 jaar opgeroepen. De rest liep vrij rond, dikwijls in Frankrijk. Het Franse volk keek ernaar, vreesde voor de thuisblijvende vrouwen en verweet de Belgen een compleet gebrek aan ernst en respect. De Belgische regering werd diets gemaakt dat die situatie van kwaad naar erger zou evolueren. Hier en daar weigerden de Franse autoriteiten om nog langer voedselrantsoenen aan de Belgische mannen 'van weerbare leeftijd' uit de delen. De regering vroeg de koning om het contingent uit te breiden. Albert hield aanvankelijk de boot af, want hoe groter het Belgische leger was, hoe meer het kon worden ingezet om offensieve aanvallen te lanceren. De Europese grootmachten hadden in 1831 België de neutraliteit opgedrongen en daarom vond Albert dat België geen andere taak had dan zijn neutraliteit te verdedigen. Wilden de Engelsen en de Fransen de Duitsers aanvallen of omgekeerd, dan moesten ze maar zelf de kastanjes uit het vuur halen. Aan de bijzonder zware gevechten in Verdun deden geen Belgische soldaten mee. Bovendien slaagde Albert er lange tijd in om de Engelse en Franse legerleiding van het Belgische front weg te houden. Uiteraard wisten de Belgische soldaten dat te waarderen. Hun vertrouwen in de koning was bijzonder groot.

- Koning Albert verwees in zijn dagboeken naar de wreedheid van de Grote Oorlog en naar het onmenselijke bestaan van zijn soldaten. Hij verweet de politici daar geenszins rekening mee te houden. Was Albert socialer en humaner dan de politieke wereld?

Tja, de koning was voor de doodstraf en liet meerdere soldaten terechtstellen. Niettemin gruwde hij van de aanhoudende massale slachtingen en kende hij het leed van zijn soldaten. Albert misprees de politici omdat ze onwetend en onbekwaam waren. Hij vond het al te makkelijk en bovendien misplaatst om vanuit veilige oorden te pleiten voor een oorlog 'jusque au bout'. De koning vond dat de oorlog zo snel mogelijk moest worden beëindigd en dat er naar een compromisvrede moest worden gezocht. Via hooggeplaatste verwanten probeerde hij daartoe stappen te ondernemen, maar dat haalde niets uit. Zeker, hij wou mensenlevens sparen, al waren zijn motieven niet meteen humaan, maar bijzonder pragmatisch. Wat hem vooral bezighield was het behoud van de maatschappelijke orde en de beveiliging van de monarchie. De koning vreesde terecht dat de oorlog veel te lang zou duren. Het moraal van de soldaten werd behoorlijk op de proef gesteld. Door de oorlogsmoeheid werden ze vatbaar voor revolutionaire bewegingen die op een regimewissel uit waren. In Rusland werd in maart 1917 de tsaar van de troon gestoten en in september van dat jaar kwamen de bolsjewieken aan de macht. De koning wist dat sommige soldaten sympathie hadden voor de Russische revolutie. Het ging hier om een minderheid. Maar als de gevechten niet stopten, zouden de soldaten tot alles bereid zijn gevonden om van de oorlog verlost te raken. Die boodschap was de koning door welingelichte bronnen ingefluisterd. Albert hield daar rekening mee. In tijden van oorlog kan een revolutie in een mum van tijd ontbranden. In Frankrijk, Italië en Hongarije was het revolutionaire vuur al aan het smeulen. Nagenoeg overal in Europa stond de monarchie ter discussie. Bovendien konden de revoluties gepaard gaan met de desintegratie van staten. Het Russische rijk gold ter zake als voorbeeld. De Duitsers gebruikten de verzwakking van het Russische rijk om afscheidingsbewegingen te stimuleren. Al tijdens de oorlog hadden de Finnen zich van de Russen afgescheurd. Met behulp van de Duitse troepen en wapens deed Georgië net hetzelfde, later ook Oekraïne. In ons land probeerden de collaborerende activisten de poten onder de Belgische stoel weg te zagen. Bovendien bewerkten de activisten in het bezette gebied de flaminganten achter het front. Het merendeel van de Belgische bevolking spuwde de activisten uit. Toch kon het tij keren. Onder impuls van de Duitsers slaagden de activisten erin een stelsel van sociale zekerheid uit te bouwen. Daardoor konden ze hoe langer hoe meer greep op de bevolking krijgen. De koning besefte dat de uitputtingsslag moest ophouden.

- Vandaar zijn afkeer voor de Fransen die tot op het bot gingen?

Ja, en die afkeer was ook ideologisch. De koning baalde van de Franse mentaliteit en van de Franse republiek. Hij associeerde de republiek met chaos en wanorde en met moreel en politiek verval. Het gewoel van de Franse parlementaire democratie met haar oeverloze debatten, de rassenvermenging in Frankrijk en de demografische achteruitgang stonden hem niet aan. Albert I was onder de indruk van de scriptoria van de hoogleraar Lagrange. Hij was een sterrenkundige aan de militaire school in Brussel. Op basis van de bijbel en van de stand van de hemellichamen beweerde Lagrange dat de Latijnse beschaving de ondergang nabij was. Dat was één van de redenen waarom Albert I de Fransen niet bijtrad in hun offensief tegen de Duitsers.

- Blijkbaar waren er nogal wat affiniteiten tussen Albert I en de activisten.

Inderdaad, er was de gezamenlijke ergernis tegenover de Franse republiek. Bovendien geloofde de koning net als de activisten dat de Duitsers een overwinning van de geallieerden konden beletten. Per slot van rekening weigerde Albert I het anti-Duitse bondgenootschap te steunen. Met de activisten deelde hij een immense bewondering voor het autoritaire Duitse keizerrijk dat bekendstond om zijn organisatorisch en militair vermogen, zijn wetenschappelijke vooruitgang en zijn zin voor orde en voor traditionele waarden. De Duitse bezetter had dat in de mot. Hij verbood de activisten tijdens hun propagandameetings de koning frontaal aan te vallen. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog stak Leopold III zijn bewondering voor het Duits totalitair denken niet onder stoelen of banken. Lees er de publicaties van de collaborateurs vlak na de Tweede Wereldoorlog maar eens op na. Daarin noemden ze Leopold III "de eerste onder de zwarten".

Luc Vandeweyer, De Eerste Wereldoorlog. Koning Albert en zijn soldaten, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 392 blz;

Luc Vandeweyer, Sociale wetgeving onder Duitse bezetting 1914-1918. In: K. Van Acker, Hoeders van de volk, Gent, Amsab, 223 blz.