Nummer 115


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | maart 2006


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 115

In memoriam Rufin Grijp

Op 16 februari is Rufin Grijp overleden, voormalig SP-minister in de Brusselse regering. Grijp stierf op 67-jarige leeftijd aan een reeds lang slepende ziekte. Daarmee verliest Vlaams-Brussel een van zijn politieke monumenten. Grijp kan omschreven worden als een Vlaamsgezinde socialist van de oude stempel. Van eenvoudige komaf schopte hij het als werkstudent aan de VUB tot doctor in de rechten. Vervolgens maakte hij carrière bij het ABVV en in de administratie, waarna hij kabinetschef werd bij federale, later Vlaamse ministers van Arbeid en Tewerkstelling. In 1989 werd hij zelf minister van Economie in de eerste Brusselse regering. Werkgelegenheid vond hij het belangrijkste thema in de politiek. Hij verdedigde in dat opzicht het Brussels Gewest dat volgens hem eerder te weinig dan te veel bevoegdheden had om een werkgelegenheidsbeleid te voeren. Ook in zijn thuisgemeente, Anderlecht, was Grijp zijn hele leven actief. Toen de BSP in 1968 gesplitst werd, was hij voorzitter van de Anderlechtse 'Rode Leeuwen'. Vanaf 1977 tot aan het eind van zijn leven zou hij er als gemeenteraadslid zetelen. Tot hij minister werd in de Brusselse regering was hij in Anderlecht schepen van Onderwijs. Hij begeleidde zo de bloei van het gemeentelijk Nederlandstalig onderwijs, dat in Anderlecht aanvankelijk een povere 10% van de schoolgaande jeugd kon rekruteren, maar tegenwoordig zo'n 40% van de schoolbevolking onderdak biedt. Logischerwijs trok hij zich ook als minister in de Vlaamse Gemeenschapscommissie de problematiek van het Nederlandstalig onderwijs in de hoofdstad aan. Jarenlang was Vlaams-Brussel op dat vlak, door onbegrip in de Vlaamse regering, genoopt tot een creatief 'zich behelpen' met eigen VGC-middelen, maar net aan de valreep van Grijps ministerschap (in 1999) kon hij, dank zij zijn Vlaamse collega Eddy Baldewijns, een structurele samenwerking met de Vlaamse Gemeenschap tot stand brengen. In de Brusselse regering was Grijp ook de enige die af en toe op taalvlak het been stijf hield. Van alle Brusselse OCMW-ziekenhuizen is dat van Anderlecht zowat het enige dat een behoorlijk palmares kan voorleggen op het vlak van tweetaligheid. Als voogdijminister moest Grijp het aanzien dat schorsingen van onwettig personeel die hem door de vice-gouverneur werden voorgelegd systematisch niet ondertekend werden door zijn collega Gosuin. Toen de Brusselse regering in 1994 een saneringsplan (ten belope van 4 miljard BEF) goedkeurde voor de OCMW-ziekenhuizen, wees Dolf Cauwelier (Agalev) erop dat dit een unieke kans was om de positie van de Vlamingen te versterken. Grijp heeft dit dossier om die reden een jaarlang geblokkeerd. Hij kreeg echter geen steun van zijn collega Jos Chabert, die slechts geïnteresseerd was in financiële compensaties voor de christelijke ziekenhuizen. De weinige garanties die bij de oprichting van de IRIS-koepel van OCMW-ziekenhuizen zijn bedongen (minimale vertegenwoordiging in de beheersstructuren) moeten op het conto van Grijp geschreven worden. Overigens kreeg Grijp van de nationale SP ook niet veel speelruimte om hier een zaak van te maken. Dat stelde Vic Anciaux ook vast die voor hij in 1997 ontslag nam als staatssecretaris in Grijp tot op zekere hoogte een bondgenoot had inzake de taaltwisten. Het is goed dat hier aan herinnerd wordt: de Vlaams-Brusselse beleidsmensen kunnen het communautair maar net zo hard spelen als de nationale partijhoofdkwartieren bereid zijn te gaan.

In 1999 maakte de SP een slechte beurt, zodat de partij geen aanspraak meer kon maken op een ministerschap in de Brusselse regering. Grijp bedankte voor de functie van staatssecretaris, die dan eerst door Robert Delathouwer, en nadien door Pascal Smet zou worden waargenomen. Die Pascal Smet, die door Steve Stevaert uit het niets in Brussel werd geparachuteerd, viel bij Grijp niet in goede aarde. In 2004 overwoog Grijp met een scheurlijst naar de verkiezingen te trekken, een voornemen waar Stevaert hem heeft kunnen van afbrengen. Hoe dan ook had Grijp zich toch al toegelegd op het gemeentebeleid, waar hij een huzarenstukje opvoerde toen hij het in 2001 vanuit de oppositie tot OCMW-voorzitter bracht. In 2001 werden de socialisten in Anderlecht voor het eerst sinds mensenheugenis van de macht verdreven door een anti-PS-coalitie van MR, Ecolo en christendemocraten. Groot was dan ook de verbijstering bij de meerderheidspartijen toen bij geheime stemming Rufin Grijp werd verkozen als OCMW-voorzitter. Door betwisting van de rechtsgeldigheid van de stemming moest de zaak door de Raad van State beslecht worden. Ook Raymond De Roover, OCMW-raadslid voor het Vlaams Belang, komt ervoor uit de kandidatuur van Rufin Grijp te hebben gesteund. "Grijp was Vlaams, sociaal en integer. Dat laatste vind ik zelfs het belangrijkste", aldus De Roover. "In OCMW-middens zal men hem missen, maar ook de gewone mensen, want zijn deur stond altijd voor iedereen open." Grijp stond bekend als een koppig politiek onderhandelaar, en de manier waarop hij zich letterlijk tot de laatste snik rechtop hield om zijn politieke taken waar te nemen (acht dagen voor zijn overlijden zat hij voor het laatst de OCMW-raad voor) dwong de grootste bewondering af.

KVS

Begin volgende maand wordt de historische Koninklijke Vlaamse Schouwburg aan de Lakensestraat weer in gebruik genomen. Zeven jaar geleden sloten Franz Marijnen en Lieven Struye, met een zucht van opluchting, de krakkemikkige deuren van de 'bonbonnière met haar spook' om in 'De Bottelarij' in Molenbeek het KVS-gezelschap multicultureel bij te kleuren, terwijl de renovatie van het historische gebouw stilaan kon aangevat worden. Struye en Marijnen komt in ieder geval de verdienste toe dat ze een ambitieus globaal renovatie- en moderniseringsproject hebben op touw gezet, dat door de politieke overheden ook volledig opgevolgd is, zodat én het merkwaardige historische gebouw in volle glorie is hersteld, én binnenin een performante moderne toneelzaal (de 'bol') is uitgerust, én een volledig nieuw tweede platform (de 'box') is gebouwd aan de overkant van de straat, de Arduinkaai, dat vorig jaar al in gebruik werd genomen. Over de financiering zijn de betrokken overheden nog altijd niet helemaal in het reine. Zowel de stad Brussel (eigenaar en bouwheer) als de dienst voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die, weliswaar met federaal geld, de restauratie bekostigde, en de Vlaamse Gemeenschap die zowel de nieuwbouw als de binneninrichting van de oude schouwburg financierde hebben daar elk hun aandeel in, en het was natuurlijk geen sinecure om die drie overheden min of meer op een lijn te krijgen. Gelukkig was er het glijmiddel van 'Brussel 2000', culturele hoofdstad van Europa, dat op die manier toch enige laattijdige vruchten heeft afgeworpen. Met de renovatie was een totaal bedrag gemoeid van een slordige 56 miljoen euro.

De KVS opende zijn deuren in 1887. Dat was het resultaat van jarenlang lobbywerk én financiële werving van de Vlaamsgezinde liberalen rond Julius Hoste. Dat wil de huidige KVS blijkbaar maar niet geweten hebben, want in een historisch overzicht dat in het maart-aprilnummer van het programmablad 'KVS express' is opgenomen wordt over de grondleggers van de KVS niet gesproken. Wel bombarderen ze koning Leopold II tot 'vroedman' van de Vlaamse schouwburg zonder daar enig historisch feitenmateriaal voor aan te dragen. Dat de KVS als gezelschap erkend werd, en van de stad Brussel subsidies kreeg had alles te maken met een pre-electoraal akkoord tussen de liberale partij en de Vlaamsgezinde kandidaat Florimond Kops, bij een tussentijdse verkiezing in 1873. Later werd geijverd voor een eigen gebouw. Daar heeft ongetwijfeld vooral de figuur van burgemeester (vanaf 1881) Karel Buls een belangrijke rol in gespeeld. Buls eiste tweetaligheid van het stadspersoneel, voerde Nederlandstalige klassen in en was onder meer voorzitter van het Brusselse Willemsfonds. Het was ook op uitnodiging van Buls dat de koning op 13 oktober 1887, dus twee weken na de plechtige opening, in de KVS zijn allereerste officiële Nederlandstalige toespraak kwam geven.

In 'KVS express' wordt wel uitvoerig stilgestaan bij de verrechtsing van de KVS tijdens de tweede wereldoorlog en bij de hete adem van de 'collaborerende partijen' in de Vlaamse beweging die aanstuurden op de aanstelling van een "overtuigd Vlaams Nationalist en separatist" in de plaats van directeur Jan Poot. Zij waren hierin gesteund door de 'collaborerende pers', maar haalden toch hun slag niet thuis, omdat "de stad Brussel zich niet liet manipuleren." Wij zijn nu wel geen experten in de geschiedkunde, maar menen wel te weten dat in die tijd een zekere Jan Grauls door de Duitsers als burgemeester was aangesteld, en dat was ook een VNV-sympathisant, dus duidelijk een zetbaas van de 'collaborerende partij'. Grauls had eerst ook al het ambt aanvaard van provinciegouverneur van Antwerpen, waarbij hij er zich op voorstond 'een zuiver Vlaamse gouverneur' te willen zijn. Tussendoor zat hij ook een commissie voor die de geschiedenisboekjes moest herschrijven in een, naar we mogen aannemen voor het VNV en de nazi's meer aanvaardbare zin. Ook Lode Claes, Willem Reinhard, Piet Finné en Maurits Liesenborghs waren VNV-oorlogsschepenen. Dat klopt dus niet met het verhaal van 'heimelijke weerstand' dat in het stuk van 'KVS express' gesuggereerd wordt. Overigens mag hier nog aan toegevoegd worden dat Franstalig Brussel ook een stevige rexistische basis had, en dat de Duitse militaire opperbevelhebber van de Benelux, baron Von Falkenhausen een graaggeziene gast was in de Cercle gaulois.

Waarom staan we nu stil bij die twee aspecten uit het artikel van de KVS-programmakrant en in het bijzonder bij de zaken die erin verzwegen worden? Om stadshistoricus Roel Jacobs te citeren, zegt iedere geschiedschrijving meer over de politieke stellingen van de historicus, dan over de geschiedenis zelf. Concreet lezen we dus in het historisch stukje van KVS express een dubbele boodschap: één: niet de vrijzinnige liberale Vlaamsgezinden waren aan het eind van de 19de eeuw de stuwende kracht achter de Vlaamse emancipatie, maar wel koning Leopold II; twee: de verkrampte nazi-gezinde Vlaamse beweging kreeg anno 1940-1944 geen vaste voet in Brussel, dank zij kranig verzet. Daarmee legitimeert de KVS zijn artistiek project dat Brussel tegen Vlaanderen afzet, of althans het project dat een verlichte multiculturele Brusselse elite tegen de uiteraard voorbijgestreefde maar nog steeds gevaarlijke idee van een Vlaamse natievorming opwerpt. Of nog simpeler: Belgisch-Brusselse multicultuur is goed, Vlaamse monocultuur is slecht.

De KVS heeft aan het Archief en Museum voor het Vlaams Leven te Brussel de opdracht gegeven om de geschiedenis van de schouwburg verder te onderzoeken en te ontsluiten. Dit zou moeten uitmonden in een tentoonstelling. We zijn alvast benieuwd naar het resultaat.

Tot onze verrassing vernemen we ook dat de originele muurschilderingen in de foyer van het voorgebouw in neo-Vlaamse-renaissancestijl, dan toch niet zullen weggemoffeld worden achter panelen of een al-dan-niet 'conserverende' deklaag. Eind 2004 bracht Meervoud het nieuws uit dat die muurschilderingen aan het oog zouden worden onttrokken, omdat ze volgens personen uit de omgeving van schepen Bruno de Lille 'te Vlaams' zouden zijn. Dit bericht gaf aanleiding tot een polemiek met de KVS-directie die uitdeinde naar pers en parlement. Achteraf bleek het met dat 'Vlaams gehalte' van die fresco's nogal mee te vallen. Het gaat om een paar brave spreuken in de gelagzaal als 'Wilt ge in uw geest en zinnen vree, drink thee' en 'Wilt ge uw hoofd vol zonneschyn, drink wyn'. Enfin, volgens sommigen blijkbaar toch storende slagzinnen voor een multiculturele tempel. Het is dus in zekere mate aan Meervoud te danken dat die ons collectief geheugen nog een tijdlang mogen bevolken. Anderzijds zullen ze ook weer niet in volle glorie gerestaureerd worden. Ze blijven als het ware hangen als een Pompei-achtig relict uit het verleden.

Anti-Vlaamse charters

De oproep tot Franstalige frontvorming van Philippe Moureaux is niet in dovemansoren gevallen. CDH-voorzitter Joëlle Milquet haakte gretig in op het communautaire opbod in Franstalige Brussel. Men maakt zich op voor de communautaire ronde van 2007. Dan zal Brussel hoog op de agenda geplaatst worden. De Brusselse Vlamingen zullen onbeschroomd als gijzelaars gebruikt worden om ongewenste evoluties (splitsing arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg, en andere sociale zekerheden) de pas af te snijden. Het offensief in de rand wordt opgedreven om de splitsingsijver rond Halle-Vilvoorde af te blaffen. Wat er dan nog overschiet van het Vlaamse eisenpakket zal dan duur betaald worden met de financiering van het armlastige Brussel dat met zoveel hoofdstedelijke taken en kwalen te kampen heeft.

Terloops worden de Brusselse Vlamingen in de mangel genomen. Wie van hen aanspraak wil maken op een plaatsje op de lijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen moet zich eerst publiek laten vernederen door via het ondertekenen van een 'charter' zich publiek te distantiëren van standpunten die eigenlijk gemeengoed zijn in Vlaanderen, zoals de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde of het bestaan van de Vlaamse Zorgverzekering. Olivier Maingain was de uitvinder van een dergelijk 'charter', en kon alvast de scalp (dixit Anja Otte, De Standaard) van de Ukkelse OCMW-voorzitter Jean-Luc Vanraes (VLD) aan zijn totem hangen. In die beeldspraak heeft Milquet een tweede scalp binnengerijfd: would-be toekomstige schepen van Brussel-stad Steven van Ackere (CD&V, ex-kabinet Chabert)..

Over deze gang van zaken heeft Dirk Volckaerts een vlijmscherp hoofdartikel gepleegd in Brussel Deze Week. "Proberen iemand in het openbaar afstand te laten doen van zijn eigen gemeenschap, iemand zijn overtuiging in het openbaar te laten afzweren, zijn technieken van de inquistie. Het verbaast mij hogelijk hoe de PRL, die toch de morele erfgenaam is van het humanistisch liberalsime van de negentiende eeuw, van Rogier, Janson, Jottrand, Picard, Hoste Buls en de anderen, zich zo kan verlagen en stilzwijgend deze moderne versie van de Bloedraad van Alva, het Front des Flamandophobes zo de regels laat bepalen."

Laster en eerroof (1)

Schrijver dezes moest zich over zijn berichtgeving in deze rubriek bij de politie van Brussel verantwoorden. Dat was het gevolg van een klacht wegens 'laster en eerroof' vanwege de heer Jan De Berlangeer (Vlaams Belang Jette) die hier in het januarinummer als 'chagrijnig' werd omschreven, omdat hij zijn gemeente- en partijgenote Greet Van Linter het licht in de ogen niet gunt. Van Linter werd in 2004 verkozen als Vlaams parlementslid terwijl de echtgenote van De Berlangeer naast een mandaat in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad greep. De Berlangeer verzette er zich met alle geweld tegen dat Van Linter een plaats zou krijgen op de lijst met de gemeenteraadsverkiezingen in het najaar. Hij dreigde daarbij zelfs met een scheurlijst op te komen. De partij is gezwicht voor dit dreigement, Van Linter legt zich daar nu bij neer. 't Pallieterke schrijft dat vooral VB-fractieleider in de Jetse gemeenteraad Dominiek Lootens zich bedreigd voelt door de hardwerkende Van Linter. Lootens laat weten dat hij met Maria Lichtert-De Berlangeer 'een hecht span' vormt, maar Brussel Deze Week (BDW) schrijft dat deze dame nooit haar mond opendoet in de gemeenteraad. BDW vindt ook dat Jan De Berlangeer door het indienen van deze klacht ook bewijst dat hij effectief een chagrijnig personage is, zoals we hier eerder schreven... De klacht wegens laster en eerroof is inmiddels overgemaakt aan het parket. De redactie van Meervoud wacht in spanning op een dagvaarding.

Laster en eerroof (2)

Dat de rechter wel eens een groter indulgentie zou kunnen aan de dag leggen dan Jan De Berlangeer lief is, bleek uit een recente uitspraak aangaande een klacht wegens 'laster en eerroof' van de Jetse burgemeester Hervé Doyen tegen, jawel, Vlaams Belang-gemeenteraadsleden Dominiek Lootens en Magda Depretz. Zij werden aangeklaagd omdat ze Doyen in een persmededeling omschreven hadden als de 'Taliban van Jette'. De rechter wees de klacht af als ongegrond en stelt: "Wanneer de heer Doyen, die burgemeester is, tijdens een gemeenteraad ervoor kiest om een vraag van een gemeenteraadslid niet te beantwoorden, weet hij of moet hij weten dat deze handelwijze, doordat hij als burgemeester een openbare functie uitoefent, zeer vatbaar is voor kritiek vanwege politieke tegenstanders." Dat hij daarom met de Taliban wordt vergeleken vindt de rechtbank "niet in strijd met de waarheid en is dus niet leugenachtig en bijgevolg hoegenaamd niet lasterlijk of eerrovend."