Nummer 116


| april 2006


Volkeren in beweging (Pol Van Caeneghem)<< Nummer 116

Baskenland: links-nationalistische topfiguren in de cel

Het staakt-het-vuren dat de Baskische bevrijdingsorganisatie ETA vorige maand afkondigde, heeft heel wat optimisme over de toekomst met zich meegebracht. Het siert ETA dat het de stap heeft durven zetten om uit de algemene impasse te komen waarin Baskenland zich bevindt.

Elders in dit nummer is er al op gewezen dat niet iedereen gelukkig is met het staakt-het-vuren. Met name de Partido Popular (PP) die totnogtoe met de grootste verbetenheid tegen het Baskische 'terrorisme' heeft gevochten, is niet tevreden met het permanent staken van het 'terrorisme'. Waarom? De Partido Popular is nog steeds heel sterk doordrongen van het neofranquisme en verdraagt geen enkele verzwakking van de Spaanse staat. Voor de partij en haar achterban zijn de Basken zowat de Joden van Spanje. Zeg maar de interne vijand die bestreden moet worden om eenheid binnen de Spaanse staat te versterken. Het staakt-het-vuren heeft in conservatieve hoek een diarree aan haatboodschappen opgeleverd. Aangezien de PP een belangrijk politiek gewicht heeft, zal het vredesproces daarom niet van een leien dakje lopen.

De uitzonderingsrechtbank Audiencia Nacional (een overblijfsel uit de Franco-tijd) is één van de machtsbastions van de PP. Tijdens de regeerperiode van José María Aznar werd het juridische kader voor de 'strijd tegen het terrorisme' enorm uitgebreid om niet alleen een gewapende organisatie als ETA te treffen, maar ook andere organisaties en media. In dit blad werd regelmatig bericht over strijd tegen de links-nationalistische beweging in Baskenland. De Spaanse socialisten hebben steeds hand- en spandiensten verleend aan deze politiek. Nu de socialisten de plak zwaaien in Madrid en ETA een staakt-het-vuren afkondigde, is de Spaanse 'strijd tegen het terrorisme' een flink obstakel geworden. Zo trekt de Audiencia Nacional zich niets aan van het staak-het-vuren en gaat gewoon door met haar repressiepolitiek tegen de links-nationalistische beweging. Recent werden zelfs zes links-nationalistische topfiguren vastgezet die een cruciale rol zullen spelen in de vredesonderhandelingen.

De aanleiding was de staking van 9 maart tegen de slechte behandeling van Baskische politieke gevangenen (zie vorig nummer). Tot de betoging was opgeroepen door Batasuna en enkele dagen eerder ook door ETA. Op 13 maart werden zes personen bij de Audiencia Nacional verwacht: Arnaldo Otegi (leider van Batasuna), Rafa Diez (secretaris-generaal van de links-nationalistische vakbond LAB), Pernando Barrena (oud-parlementslid van Batasuna), Arantza Zulueta (advocaat), Juan Mari Olano (voormalige leider van Gestoras Pro-Amnestia, de verboden gevangenenorganisatie) en Juan Joxe Petrikorena (communicatieverantwoordelijke van Batasuna). Volgens rechter Fernando Grande-Marlaska hebben de zes samengewerkt met een terroristische organisatie toen ze tot de staking opriepen. De rechter telde op die stakingsdag 108 incidenten gaande van stakersposten en autokaravanen tot valse bommeldingen en graffiti. Of hoe vakbondsacties kunnen worden opgeblazen tot terroristisch geweld... Otegi was ziek en moest zich later melden. Diez en Barrena konden zich voor de luttele borgsom van 300.000 euro vrijkopen. Olano en Petrikorena hadden het geld niet op zak en moesten enkele dagen later de cel in. De pogingen van de Spaanse regering om de aanhouding van Otegi te voorkomen, mislukten. De Gerry Adams van Baskenland werd opgesloten in Soto del Real op 29 maart! Otegi, Petrikorena en Olano kwamen pas vrij op 7 april na het betalen van 650.000 euro borgsom. Otegi had eerder al 400.000 euro borg moeten betalen in een andere zaak. Alsof dat nog niet genoeg was verbood Grande-Marlaska op 5 april een meeting in het Kursaal van Donostia waar Batasuna haar politiek voorstel zou bekend maken.

Catalonië: afgezwakt Estatut door Spaans parlement

Op 30 maart heeft het Spaanse parlement een aangepaste versie van het Estatut - het nieuwe autonomieplan voor Catalonië - goedgekeurd. De Catalaanse linkse nationalisten van ERC, die aanvankelijk vragende partij waren voor een nieuw Estatut, stemden tegen. Dit gebeurde nadat de Spaanse socialisten en de gematigde Catalaanse nationalisten van CiU op 22 januari (zie Meervoud 114) een akkoord bereikten over een afzwakking van de oorspronkelijke tekst.

Voor de linkse nationalisten is het nieuwe autonomievoorstel wel goed voor een regio, maar niet voor een natie. Daarbij verwijzen ze naar de term 'natie' die centraal stond in het hele Estatut-debat. In de oorspronkelijke versie van het Estatut die in september 2005 door het Catalaanse parlement werd gestemd, stond dat Catalonië een natie is, dit tot grote woede van de Spaanse staatsnationalisten. In de afgezwakte versie is de term grotendeels van haar inhoud ontdaan.

De tekst van het nieuwe Estatut gaat nu naar de Spaanse senaat en zou op 18 juni in een volksraadpleging aan de Catalanen worden voorgelegd.

Ierland: rellen in Dublin symptoom van loyalistische frustraties

Op 25 februari werd Dublin het toneel van buitengewoon zware rellen, waarbij Britsgezinde loyalisten en Ierse republikeinen urenlang met elkaar in de clinch gingen.

Onder het voorwendsel de regering van de Ierse republiek te herinneren aan de slachtoffers van de voorbije IRA-campagnes, was een colonne Noord-Ierse Union Jack-extremisten afgezakt naar de hoofdstad, met de bedoeling er op te rukken naar de Dáil, het nationale parlement. De kern van deze betogers bestond uit leden van de Orange Order, die zich in hun traditionele outfit met bolhoeden, borstlint en regenschermen opwerpen als het ultieme bolwerk rond de 'eenheid' van het laatste beetje Brits rijk in Noord-Ierland. Deze Orange Lodges slepen een verleden achter zich van onvervalst anti-Iers racisme: een betoging van deze lui die een Ierse wijk of stad wil doorkruisen komt zowat neer op de Amerikaanse Ku-Klux-Klan die door het zwarte Harlem zou trekken.

De onverdunde Britse patriotten hadden daarbij gepland tijdens hun marsroute door Dublin voorbij de GPO, het centrale postgebouw, te trekken... En als er nu precies één icoon is waaraan je in Ierland zowel bij gematigde nationalisten als radicale republikeinen niet raken kan, dan is het dit gebouw waar in 1916 de Paasopstand zijn hoofdkwartier had en dat na het bloedige neerslaan van de revolte zou uitgroeien tot het symbool van het Ierse verzet tegen de Britse overheersing.

De loyalistische provocatie ontlokte zulke heftige straatrellen dat de zogeheten "Love Ulster"-parade voortijdig ontbonden moest worden. Waarna de organisator van de betoging de ware intentie ervan onthulde, toen hij stelde dat hier bewezen werd dat loyalisten niet welkom zijn in het éne Ierland waarvoor de republikeinen ijveren. Een uitlating die in feite de diepe frustratie van de Britsgezinden blootlegt. Jarenlang hebben zij als een monolithisch blok over Noord-Ierland geheerst en er een ongenadige discriminatie doorgevoerd tegenover de Iersgezinde minderheid. Nu deze bevoorrechte positie stap voor stap afbrokkelt, trachten zij de gang van zaken om te keren: zij zouden niet worden aanvaard, Ierland wil niet van hen...

Dat is een bewuste verdraaiing van de houding van de republikeinen van Sinn Féin, de leidende politieke partij binnen de Noord-Ierse minderheid. Sinn Féin blijft beklemtonen dat het gewapend verzet van het IRA legitiem is geweest, gesteld het brutale, repressieve en militaristische karakter dat de Noord-Ierse staatsmachine kenmerkte. Tevens erkent de beweging echter dat er ook door republikeinse hand onschuldige burgerlijke slachtoffers zijn gevallen. Onder dat verleden moet een streep worden getrokken, alle Ieren moeten vanuit hun respectievelijke tradities de weg van verzoening en eenheid opgaan. Ook de loyalisten zijn welkom in een verenigd Ierland: de republikeinse vlag verbindt niet voor niets het Ierse groen met het Britse oranje door het wit van de verstandhouding.

De loyalisten blijven het echter moeilijk hebben om dit te aanvaarden en de zware erfenis van hun arrogante machtspolitiek van zich af te schudden.

Ierland kort

Op 4 april werd Denis Donaldson vermoord in zijn afgelegen woning aan de Ierse westkust. Donaldson kwam eind vorig jaar twee keer in het nieuws (zie Meervoud 114). Eerst werd hij als hoofd van de Sinn Féin-administratie in het Noord-Ierse parlement vrijgesproken van spionage voor het IRA. Kort daarna kwam hij weer in de schijnwerpers te staan toen bleek dat hij jarenlang voor de Britten had gespioneerd! Naar aanleiding van de 'IRA-spionage' werd in 2002 de Noord-Ierse autonomie opgeschort. Wie achter de moord zit is nog niet duidelijk.

Het nieuws over de gewelddadige dood van Donaldson was nog niet koud of de Britse en Ierse premier lieten op 6 april weten dat de Noord-Ierse instellingen tegen 24 november opnieuw moeten functioneren. Tegen 15 mei moet het Noord-Ierse parlement weer samenkomen. Indien de voorgestelde datum niet gehaald wordt zullen de Britse en Ierse regering samen het Goede Vrijdagakkoord uitvoeren, wat neerkomt op de afschaffing van de Noord-Ierse autonomie. Nu al ziet het er naar uit dat er op 24 november geen witte rook uit Stormont Castle zal komen omdat de unionistische extremisten van Ian Paisley blijven dwarsliggen. Maar in Noord-Ierland weet je natuurlijk nooit.

Bretagne kort

Midden maart heeft Diwan Breizh, het private net van Bretoenstalige scholen beslist om in Louaneg (Louannec) een kleuterschooltje te openen. Louaneg ligt in Bro-Dreger (Trégor) aan de Bretoense noordkust vlakbij Perroz-Gireg (Perros-Guirec). Voor de lokale organisatie Harpañ Diwan e Perroz die al 27 jaar ijvert voor een Diwanschool in de streek is dit een hele overwinning. De opening is voor Diwan Breizh nochtans geen vanzelfsprekendheid. Diwan moet nieuwe scholen als deze immers verschillende jaren met eigen middelen financieren vooraleer de Education nationale tussenkomt. Vorig jaar zaten er in Bretagne voor het eerst meer dan 10.000 leerlingen in het Bretoenstalig onderwijs, al is de groei aan het teruglopen door een toenemende obstructiepolitiek van de Franse overheid.

Pêr Loquet heeft een stap opzij gezet als voorzitter van Skoazell Vreizh, de organisatie die opkomt voor de rechten van de Bretoense politieke gevangenen. Skoazell Vreizh werd in 1969 opgericht om de pas aangehouden militanten van de gewapende verzetsorganisatie FLB (Front de Libération de la Bretagne, later ARB Armée révolutionnaire bretonne) te steunen. Skoazell Vreizh stond paraat voor de aangehouden leden van SAB (Stourm ar Brezhoneg) die met verf ijverden voor tweetalige bewegwijzering en steunde de Bretoenen die veroordeeld werden omdat ze Basken hadden geherbergd. Na 25 jaar zet de verdienstelijke Pêr Loquet een stap opzij voor Jerom Bouthier. Bouthier werd in september 2001 aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de dodelijke aanslag op een Mac Donald's-restaurant in Kever (Quévert). In maart 2004 (zie Meervoud 96) werd Bouthier vrijgesproken. Hij had tweeënhalf jaar onschuldig in 'voorarrest' gezeten!

Koerdistan: woelige maand voor de Turkse Koerden

De afgelopen maand is weer maar eens duidelijk geworden dat de mensenrechtensituatie in Turkije alles behalve 'gunstig' te noemen is. De Turkse linkerzijde en vooral de Koerden kregen het zwaar te verduren. Het begon al op 2 maart met laffe moord op de hoogbejaarde ouders van de voorzitter van het Koerdisch Instituut in Brussel. Een familiedrama zoals er elke dag in Het Laatste Nieuws te lezen zijn? Duidelijk niet! In tegenstelling tot Geert Bourgeois zag Karel De Gucht duidelijk geen reden om Turkije op het matje te roepen. Volgens hem zijn er geen aanwijzingen dat de moord een politiek karakter heeft en hoeft er dus geen Belgische reactie te komen. "Dat is de normale verhouding tussen bevriende landen", aldus De Gucht in De Morgen van 11 maart jl.

Met het oog op de toetreding van Turkije tot de Europese Unie willen pro-Europese politici als Karel De Gucht zo min mogelijk horen van problemen met mensenrechten in dat land. Dat de hele maand maart onschuldige mensen werden opgepakt, geslagen en gefolterd is voor dit soort politici niet ernstig genoeg om woorden aan vuil te maken.

Eind maart kwam het tijdens Newroz (Koerdisch Nieuwjaar) tot zware rellen tussen Turkse veiligheidstroepen en Koerdische manifestanten. De directe aanleiding was de dood van 14 strijders van de Volksverdedigingskrachten (HPG, de gewapende vleugel van de PKK), die omkwamen in gevechten met het Turkse leger. De Turkse overheid aarzelde niet om zware middelen in te zetten tegen de betogers en schoot al minstens 12 mensen, waaronder vier kinderen, dood.

Volgens Ankara zijn de betogingen opgezet door de 'terroristen' van de PKK, die niet aarzelen om kinderen in te zetten als levend schild tegen de politie. De Turkse overheid en media wezen vooral op het geweld van de woedende Koerden. Zij gooiden met stenen en brandbommen, er werden zelfs een aanslag gepleegd. Het was onthutsend vast te stellen dat een 'kwaliteitskrant' als Le Monde (5 april jl.) de Turkse propaganda bijna klakkeloos overnam. Zo werd er gesuggereerd dat de PKK samenspant met de harde kern van het Turkse leger dat het 'terroristische gevaar' nodig heeft om haar machtspositie binnen de Turkse staat te vrijwaren. Een machtspositie die bedreigd wordt door de toetredingsonderhandelingen met de EU! Alsof de Koerden en de Turkse linkerzijde er belang zouden bij hebben dat het Turkse leger haar positie handhaaft! De impliciete conclusie van Le Monde en ongetwijfeld ook van Karel De Gucht consorten luidt: laat de Koerden vooral zwijgen, want in de EU zal het allemaal beter worden.

Het is een drama dat mensen van bij ons de mond vol hebben van mensenrechten, maar heel bewust grove schendingen van de mensenrechten in Turkije met de mantel der liefde bedekken. Mensen met zo'n ingesteldheid horen geen maatschappelijke verantwoordelijkheden te dragen.