Nummer 117


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | mei 2006


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 117

'Verfransing van Gemeentepersoneel'

Zo blokletterde 'Brussel Deze Week' in zijn editie van 13 april. Waarover gaat het? Uit het antwoord van minister-president Charles Picqué op een parlementaire vraag van FDF-raadslid Caroline Persoons blijkt dat slechts 20% van de 13.695 gemeente-ambtenaren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Nederlandstaligen zijn. Dit is in strijd met de taalwet, die niet alleen voorschrijft dat al het personeel van de 19 gemeenten tweetalig moet zijn, maar ook dat 25% ervan Nederlandstaligen moeten zijn. Slechts zes van de 19 gemeenten voldoen aan deze vereiste. Dat zijn Brussel-stad (999 Nederlandstaligen of 31% van het totale personeel), Anderlecht (333 ofwel 27,8%), Jette (251 ofwel 32%), Ganshoren (39 ofwel 28%), Sint-Agatha-Berchem (69 ofwel 32,5%) en Evere (93 ofwel 25%).

Gemeenten die het heel slecht doen zijn Watermaal-Bosvoorde (16 Nederlandstaligen op een totaal van 296 ambtenaren), Elsene (91 op een totaal van 1453), Sint-Gillis (47 op 574), Sint-Joost (41 op 445), Vorst (57 op 595), Oudergem (32 op 310) en Schaarbeek (106 op 1050). Deze gemeenten raken amper aan 10% Nederlandstalige bedienden.

Heel wat gemeenten verschuilen zich achter de redenering dat het voorschrift enkel van kracht is voor het statutair personeel en niet hoeft te worden gevolgd voor de contractuelen. Zo wordt de regel van pariteit die van kracht is voor de afdelingshoofden wél door alle besturen gerespecteerd: in de 19 gemeenten samen zijn er 143 Franstalige diensthoofden en 128 Nederlandstaligen. Maar dan nog zijn er 11 gemeenten die voor hun statutair personeel niet aan 25% komen. Hoe dan ook, de Raad van State heeft al bij herhaling gesteld dat de taalwetgeving geldt voor al het personeel van de Brusselse gemeenten.

Meer dan de helft van het Brussels gemeentepersoneel is trouwens niet-statutair: er zijn niet minder dan 6.846 contractuele medewerkers. Op dat vlak spant Elsene de kroon (1096 contractuelen, waarvan 35 Nederlandstaligen, tegenover slechts 357 statutaire personeelsleden).

Het feit alleen dat deze cijfers bekend gemaakt werden is opmerkelijk. De Brusselse regering houdt heel vaak de boot af om inzake taaltoestanden cijfers bekend te maken. Maar deze keer kwam de vraag van een FDF-raadslid, dat verklaart allicht heel wat. De cijfers slaan wel enkel op het gemeentepersoneel, en dus niet op de medewerkers van de OCMW's of op de staf van de openbare IRIS-ziekenhuizen die aan dezelfde regels onderworpen zijn. Het zou ons niet verbazen dat de situatie aldaar veel dramatischer is dan in de gemeenten zelf. Wie van onze 17 Nederlandstalige volksvertegenwoordigers stelt deze bange vraag?

Overzicht gemeenteraadsverkiezingen

De Brusselse Post, het maandblad van het Vlaams Komitee voor Brussel startte een reeks op over de gemeenteraadsverkiezingen in de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In elke editie komen een aantal gemeenten aan bod, waarbij telkens een beeld geschetst wordt van de politieke situatie, en de positie van de Vlamingen daarin. In het aprilnummer kwamen al meteen de twee grootste gemeenten aan bod, Brussel-stad en Schaarbeek, naast Evere en Sint-Pieters-Woluwe. Net voor de verkiezingen wordt nog eens overzicht gepresenteerd, aangezien er rond de lijstvorming nog steeds heel wat maneuvers waar te nemen zijn.

De Brusselse Post stapte dit jaar 'gezwind' zijn 56ste jaargang in. Het blad blijft bestaan ondanks het feit dat VGC-voorzitter Robert Delathouwer vijf jaar geleden de subsidies waarvan het Vlaams Komitee voor Brussel dertig jaar lang had genoten opschortte.

Van de perspresentatie van de verkiezingsreeks maakte VKB-voorzitter Els Grootaers gebruik om ook een stand van zaken op te maken over de politiek in Brussel. Grootaers stelt vast dat de verwachtingen van het VKB in verband met de gemeentepolitiek in Brussel zijn uitgekomen: het Lombardakkoord heeft wel hier en daar een Vlaamse schepen in een gemeentebestuur gehesen, maar heeft de Vlamingen zeker niet structureel op het gemeentelijk niveau verankerd. Heel wat Vlaamse schepenen in Brussel hebben amper bevoegdheden of middelen. Van een 'opbod' tussen Franstalige partijen om Vlamingen op hun lijsten te plaatsen, zoals door Guy Vanhengel destijds voorspeld, is absoluut geen sprake.

Vooruitblikkend naar 2007 meent Els Grootaers dat de Vlaamse partijen zich niet moeten laten afdreigen door de irrationele eisen van Franstalig Brussel (uitbreiding van het gewest, vermindering van de rechten van de Brusselse Vlamingen). In wezen zijn het zowel de Walen als de Franstalige Brusselaars die Vlaanderen en België nodig hebben, niet omgekeerd. De Vlaamse onderhandelaars moeten het hoofd koel houden. Anderzijds wil het Vlaams Komitee voor Brussel zich met nadruk distantiëren van de stemmen die in Vlaanderen opgaan om de Vlaamse zelfstandigheid zonder Brussel te realiseren. "Zij zijn de objectieve bondgenoten van Maingain, Di Rupo, Milquet en tutti quanti", aldus Grootaers.

Een jaarabonnement op De Brusselse Post kost 20 euro, te storten op rekeningnummer 430-0080941-34.

52% allochtonen

Uit een sociologische studie van Jan Hertogen blijkt dat 52% van de kiesgerechtigde Brusselaars van buitenlandse origine zijn. Het bericht heeft menigeen doen schrikken, hoewel het helemaal niet hoefde te verbazen. Op dit ogenblik telt Brussel, met iets meer dan 1 miljoen inwoners, 307.000 buitenlanders, waaronder ongeveer 150.000 EU-burgers. Deze laatsten hebben ingevolge EU-wetgeving gemeentelijk stemrecht. Daarnaast speelt de nieuwe kieswet die het 'migrantenstemrecht' invoert voor niet-Belgen die vijf jaar legaal en ononderbroken in België verblijven. Tenslotte speelt ook de snel-belgwet en de naturalisatie in het algemeen. Op twintig jaar tijd hebben ongeveer 150.000 Brusselaars de Belgische nationaliteit aangenomen. Zo komt men inderdaad aan een cijfer van 52% kiesgerechtigde allochtonen.

Het is wel de vraag of al die mensen ook effectief van hun stemrecht gebruik zullen maken. Zowel de EU-burgers als de andere niet-Belgen moeten zich immers laten registreren als kiezer. Bij de vorige verkiezingen hebben slechts 10% van de EU-burgers van hun stemrecht gebruik gemaakt. Ondanks het feit dat er bij de vorige verkiezingen ook al zeer veel genaturaliseerde allochtonen konden gaan stemmen heeft dit geen invloed gehad op het aantal Vlaamse verkozenen in de hoofdstad. Die groep blijft al dertig jaar redelijk stabiel (iets minder dan 15% van de verkozenen).

Het cijfer van 52% werpt echter ook een heel ander licht op de politieke situatie van Brussel. Eerder onderzoek van de VUB gaf al aan dat het aantal 'zuivere' Franstaligen (mensen die grootgebracht zijn met het Frans als enige thuistaal), slechts 50% van de Brusselse bevolking bedraagt. (tegenover 10% met het Nederlands als enige thuistaal, 10% met zowel het Nederlands en het Frans als thuistaal, naast 30% die andere talen als thuistaal hanteert). Het Frans is zeker wel een 'lingua franca' in Brussel, maar het is ook voor steeds meer Brusselaars een vreemde taal. De buitenlanders leven in zeer grote mate in hun eigen circuits, er is in Brussel eerder sprake van apartheid dan multicultuur. De identificatie met de Franse gemeenschap is eerder gering. Daarom zou de Vlaamse beweging zich beter niet laten van de wijs brengen door Franstalige politici die Brussel claimen op basis van het taalargument. Er is juist hoe langer hoe minder reden om hieraan toe te geven.

Plannen voor een 'groene en Vlaamse rand'

Op 25 maart organiseerde N-VA Halle-Vilvoorde, onder impuls van Vlaams volksvertegenwoordiger Mark Demesmaeker, een congres over 'De Rand, groen & Vlaams', waar een ambitieus actieplan voor de gemeenten werd uitgewerkt, met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van dit najaar. Nog geen maand later brachten ook de VB-mandatarissen van Halle-Vilvoorde, onder regie van kamerlid Bart Laeremans een analyse van de problematiek van de Vlaamse rand uit.

Laeremans legde verschillende cijfermatige gegevens naast elkaar, die alle duidelijk illustreren dat de verfransing of 'verbrusseling' van Halle-Vilvoorde in een stroomversnelling is terechtgekomen. Cijfers van het NIS tonen aan dat de jongste tien jaar netto 40.801 Brusselaars naar de rand zijn uitgeweken (verschil tussen verhuizingen uit Brussel en naar Brussel). Dat is ongeveer vijf procent op de totale bevolking van Halle-Vilvoorde. Bovendien is het aantal inwijkelingen de jongste jaren stijl omhooggeschoten (3.261 in 1999, tegen 5.821 in 2004). Intussen sijpelt de bevolking van Halle-Vilvoorde ook weg naar de rest van Vlaanderen (7.706 in tien jaar tijd) en is er ook een vestigingsoverschot van 2.710 buitenlanders. Al deze cijfers moeten genuanceerd worden: de taalaanhorigheid van al deze verhuizers is niet gekend, het gaat dus voor een deel ook om Brusselse Vlamingen die in de rand komen wonen. Het spreekt echter voor zich dat de groep Brusselse inwijkelingen in de rand toch voornamelijk Frans- en anderstaligen zijn. Die gegevens stemmen overeen met de cijfers die Kind en Gezin bekend maakte over de thuistaal bij kinderen geboren in 2004. In Halle-Vilvoorde blijkt slechts 58% van deze jonge gezinnen thuis Nederlands te spreken. In acht gemeenten zonder taalfaciliteiten spreekt minder dan de helft van de jonge gezinnen thuis Nederlands (Tervuren 46,3%; Vilvoorde 45,3%; Overijse 45,1%; Beersel 43,8%; Sint-Pieters-Leeuw 40,9%; Hoeilaart 38,4%; Machelen 37,9% en Zaventem 37,3%). Ook aan de schoolbevolking is deze evolutie af te lezen, zo bleek uit cijfers door onderwijsminister Frank Vandenbroucke verstrekt aan Vlaams parlementslid An Michiels (zie vorige Meervoud).

Het VB hekelt de Vlaamse regering die eigenlijk niets onderneemt tegen deze steeds uitdeinende verfransing. Terwijl de regio ongeveer de duurste is van Vlaanderen wat de aanschaf van een bouwgrond, een huis of appartement betreft, is Vlaams-Brabant de meest achtergestelde provincie op het gebied van sociale woningen (3,82% tegen een Vlaams gemiddelde van 5,62%). Vlabinvest, dat dertien jaar geleden opgericht werd om hieraan te verhelpen heeft in al die jaren slechts 279 woningen gebouwd. Wat meer is, met de plannen van minister Van Mechelen voor het 'Vlaams Stedelijk Gebied rond Brussel' wordt de rode loper uitgerold voor nog veel meer verstedelijking en verfransing. Wat onderwijs betreft trok minister Vandenbroucke wel meer middelen uit voor het onderwijs, rekening houdend met het toegenomen aantal anderstaligen, maar dit is onvoldoende. Laeremans vindt dat de onderwijsnormen die in Brussel van toepassing zijn ook in Halle-Vilvoorde moeten worden ingevoerd. Hij pleit ook voor een taalbadjaar voor anderstaligen. Het taalbeleid van de Vlaamse regering is een mager beestje. Met de aanbevelingen van professor Boes (KUL) uit 1999 ter vernederlandsing van het straatbeeld werd niets gedaan. Er werd alleen een nieuwe 'expert' aangeduid om de zaak verder te onderzoeken. Via de 'Randkrant', officieel bedoeld om het Vlaams karakter te versterken, worden verkeerde signalen uitgezonden. Men verwijst hierbij naar een groot publiciteitsartikel voor een eentalig Franstalig restaurant in Linkebeek en naar een provocatief artikel van Guido Fonteyn, met als titel "Frans is geen bedreiging meer".

Om het tij te keren denkt het VB onder meer aan een structurele financiering van minstens 10 miljoen euro per jaar voor de twee volgende legislaturen om op het vlak van woon- en grondbeleid de zaken bij te sturen.

Op zijn congres in Vilvoorde werkte ook de N-VA een resem plannen uit voor de rand. N-VA Halle-Vilvoorde wenst de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde terug op de politieke agenda te plaatsen. De partij kondigt aan dat haar mandatarissen de organisatie van de federale verkiezingen zullen boycotten indien de kieskring niet gesplitst raakt. Zij roept ook de andere partijen op om vóór de gemeenteraadsverkiezingen stelling in te nemen. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde moet voor eens en voor goed duidelijk maken dat Halle-Vilvoorde in het Nederlandse taalgebied ligt.

Daarnaast werkte de partij een 'Vlaams manifest' uit, een soort handleiding voor gemeentebesturen in de rand. Daarin zitten instructies omtrent het gebruik van het Nederlands door de gemeente, en typebrieven die gemeenten aan particulieren kunnen versturen om hen aan te sporen rekening te houden met de officiële bestuurstaal van de regio. Ook het onderwijs en inburgeringsbeleid krijgt een plaats in de visie van N-VA Halle-Vilvoorde.

Ook de N-VA heeft kritiek op het beleid van ruimtelijke ordening. De partij heeft zich duidelijk geïnspireerd op een nota van Herman Baeyens, voormalig directeur van het studiebureau 'Mens en Ruimte' (van 1960 tot 1995) en voorzitter van de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening in Dilbeek en Sint-Pieters-Woluwe. Deze plaatst het ruimtelijk ordeningsbeleid in historisch perspectief. Reeds in 1958 werd het concept van een 'groene gordel' ontwikkeld in opdracht van het toenmalige ministerie van Ruimtelijke Ordening. Dit plan was geïnspireerd op Londense voorbeeld, waar het 'green belt' beleid nog steeds van toepassing is. In de jaren zestig werd op deze idee voortgebouwd en werden gewestplannen uitgetekend met als doelstelling het beperken van de ongeordende uitbreiding van de Brusselse agglomeratie, het voorbehouden van groene zones en het ontwikkelen van eigen kernen Halle, Vilvoorde en Asse. Hoewel niet tot in de perfectie, toch is dit sociologisch-voluntaristisch plan in de decennia daarop de leidraad gebleven, tot in 1997 het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen opdook met een nieuw concept dat diametraal tegenovergesteld was aan het Groene Gordel-idee: het 'Vlaams Stedelijk Gebied rond Brussel'. Dit plan is gericht op 'ontwikkeling, concentratie en verdichting', kortom verstedelijking. Deze plannen entten zich eigenlijk op een misgroeide situatie die in de jaren '90 is ontstaan toen de suburbanisatie van Brussel heeft gewoekerd op het ogenblik van de goedkeuring van de gewestplannen. Inmiddels keurde de provincie Vlaams-Brabant een voorontwerp goed omtrent de afbakening van het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel. "Waar het FDF tot nu toe niet in geslaagd is, nl. het doorbreken van het Brusselse 'keurslijf', de realisatie van een très grand Bruxelles, mag de Vlaamse overheid nu niet op een schoteltje aanbieden", zo schrijft Mark Demesmaeker in de congresbrochure. Hij rekent op weerwerk van de gemeentebesturen tegen de planologische verstedelijkingsijver.

Maar een bijsturing van het ruimtelijke ordeningsbeleid is niet voldoende. Er moet ook een actief grondbeleid komen. Zo kan de gemeente sturend optreden. Een positieve discriminatie van deinwoners met een band met de gemeente moet kunnen. Hier wordt verwezen naar het toewijzingsreglement dat de gemeente Zemst voor haar eigen gronden heeft ontwikkeld. Daarin zit een puntensysteem dat mensen die lange tijd in de gemeente gedomicilieerd waren voorrang geeft. Ook moet de kandidaat-koper verklaren Nederlands te kennen, of bereid zijn het te leren.