Nummer 118


Column | juni 2006


Boutades en adviezen (Hendrik Carette)<< Nummer 118

Assez de blagues, Bourgeois!
Léon Bloy

De helikopters van het Amerikaanse leger (destijds veertig jaar geleden in Vietnam, nu in Irak en Afghanistan) doen mij denken aan de olifanten in het Carthaags leger van generaal Hannibal die over de Alpen naar Rome trok. Ze zorgen wel altijd voor spektakel, maar niet altijd voor een overwinning.

Adieu Ayaan Hirsi Ali ...Allah zendt u naar Amerika (kleine suite in A groot).

Waarom mag de bevolking van Montenegro, de kleinste republiek van het voormalige Joegoslavië, wèl doen, wat de bevolking van Vlaanderen, de utopische republiek van het voormalige Dietsland, nooit en nooit of nimmer zal mogen doen?

Wie hier de rust en de ruimte wil, moet dringend weg uit het westen van dit overbevolkte Europa. Terug naar de frisse randlanden. Terug naar Ierland, Friesland, Bretagne en Jutland of dichterbij: terug naar Zeeuws-Vlaanderen, terug naar het land van Cadzand. Naar het strandland aan de vloedlijn waar soms een stijve noordooster staat.

'Boze mensen zingen niet.' - Hoe komen de Arabieren dan aan hun liederen?

Doe zoals Jezus van Nazareth: schrijf alleen maar in het zand. Zo kun je al je taal- en spellingsfouten altijd en overal dadelijk uitwissen.

Op dit moment ben ik in een aan grootheidswaan grenzende euforie, want het Dal der Plichten ligt achter mij en boven mij wacht de ijle berglucht en rijst de kale rotswand van mijn slechts moeizaam te beklimmen Levensberg.

Ook de Oostenrijkse schrijver, dichter en theaterauteur Peter Handke moet nu ondervinden wat zowaar de kille consequenties zijn voor een niet correct politiek gedrag. Deze Oostenrijkse oproerkraaier waagde het om tijdens de begrafenis van Slobodan Milosevic in Servië een toespraak te houden aan het nog open graf van deze Servische nationalist en prompt werd in Frankrijk de opvoering van een toneelstuk van zijn hand gewoon afgelast. En ditmaal echt niet wegens ziekte van de hoofdrolspeelster.

De moeder van de grote Multatuli (Eduard Douwes Dekker) was de Amelandse wees Sietske Eeltjes Klein. Zijn vader heette Engel Douwes en was geboortig van Zaandam. Hij was een gewaardeerd zeekapitein. Al de rest is literatuur.

Geen wit is zo schitterend wit als het reflecterende wit van een grote ijsberg (of iceberg, zoals u wil) die van Groenland naar het zuiden drijft. De vragen die niemand stelt zijn de volgende: hoe oud wordt zo'n majestueuze oude witte Groenlander, wanneer schuift hij tot tegen zijn kleine Titanic en hoe diep en hoe lang ligt zijn zwaartepunt onder dat koude zwarte water?

Gedreven, verliefd en verscheurd. Met deze drie woorden zou ik de persoonlijkheid van de dagboekschrijver die uit het onthutsende dagboek Die vervloekte oorlog (Kapellen: Pelckmans, 2005) en uit de modder van de loopgraven van die Groote Oorlog naar boven komt willen samenvatten. Het duurde meer dan een halve eeuw eer Vlaanderen erachter kwam wie deze paradoxale Georges (Joris) van Severen was geweest. - Kwam het er wel achter? -

Ook het celibaat is gecorrumpeerd: - door de onanie.

Het is en blijft mijn onverwoestbare jongensdroom om in het voetspoor van die grote Weense satiricus Karl Kraus (1874-1936) te treden en alsnog met de uitgave van een éénmanstijdschrift te beginnen. De naam? Ik dacht - niet zonder enige symboliek - aan De brave Hendrik.

Jan Fontijn (de echtgenoot van Charlotte Mutsaers) is een eminent essayist en biograaf. Hij weet alles over het leven en het werk van Frederik van Eeden en nog veel meer. Zo vertelt hij in zijn zeer lezenswaardige boek Broeders in bedrog (Amsterdam : Querido, 1997) met als ondertitel 'De biograaf en zijn held' dat de grote Frederik van Eeden zes jaar lang een huisaapje had. En voorwaar, ik zeg u : de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Want wat onze Jan Fontijn hierna volgend vertelt bewijst dat en ik citeer graag Fontijns woorden met deze zeer aandoenlijke, want hoewel het over een diertje gaat, toch ook menselijke anekdote: 'Hij (Frederik van Eeden natuurlijk) had zelfs een tijdje een huisaapje, iets wat in de eeuw van Darwin niet zonder betekenis is. Toen op 1 februari 1896 Priempje (zo heette Van Eedens huisaapje) stierf, waren hij en zijn vrouw Martha daar kapot van. Het aapje, het "arm klein vuilakje" zoals hij het noemde, dat hij bijna zes jaar had gehad, vertederde hem ondanks het kwaad dat het beestje uithaalde.' Dit hele boek bevat trouwens nog vele andere opmerkelijke uitspraken. Zoals deze van deze toch zeer belezen en betrouwbare biograaf : 'Geen biografie, hoe degelijk ook, of hij stikt van leugens en bedrog.'

Hoe ouder ik word, hoe meer ik met een lichte verwondering begin te denken: ik verkeer nog in het land der levenden.

Lees Léon Bloy en beef van ontzag bij zoveel geestelijke gedrevenheid en de heerlijk heftige toon van zoveel hevigheid.

In het sobere, haast armelijke, atelier van de Duitse romantische landschapschilder Caspar David Friedrich (1774-1840) in Dresden bevonden zich een schildersezel, een stoel en een tafeltje met benodigdheden voor een kunstschilder. Aan een overigens kale muur hingen naast twee paletten een liniaal en een winkelhaak. Dit volstond toentertijd om de grondlaag van zijn schilderijen eerst met potlood en tekeninkt uit te werken om deze dan in een tweede fase met verf te bedekken. Dit volstond om de meest mysterieuze, sublieme en nevelachtige meesterwerken van de Romantiek te maken. Die Romantik - eine Erfindung? Ja, zekerlijk, maar ook een mooie levenshouding, een mooi wereldbeeld en een onvervalst Duits fenomeen van voor de moderne lelijkheid toen de dichter Novalis nog zonder schroom en zonder angst voor kitsch kon verzuchten: Die Welt muss romantisiert werden.

Al bij al en achteraf met de nodige recul beschouwd was de grootste en gevaarlijkste tegenstander van Adolf Hitler de geniale acteur en filmmaker Charlie Chaplin. Die ene scène waarin de dictator minutenlang met die zwevende wereldbol als met een ballon blijft spelen en ook die gutturale klanknabootsing van dat zo absurd klinkende Duits zijn onvergetelijk.

Mijn vriend en collega Herwig Verleyen heeft een gedicht geschreven over het ruige zeemansbestaan van de IJslandvaarders. Dit gedicht is te lezen en te bewonderen in de O.129 Amandine, de laatste IJslandvaarder van Oostende. Dit schip bevindt zich nu op de kade, vlak bij het station van Oostende, en is een museumschip geworden. Het schip is volgens de zeezeiler Jaap Kiers (zie hiervoor zijn webstek : www.jachthollandia.nl) 33 jaar in de vaart geweest, waarvan de laatste 21 jaar uitsluitend als IJslandvaarder. De titel van zijn stuk in zijn logboek is 'Ronkend taalgeweld of bonkend zeilgeweld' en het onpretentieuze wat pathetische gedicht van Herwig Verleyen eindigt zo:

met de kilte van hun alkoof zonder vrouw
(pin-upfoto's boven bed verbleekten al gauw)
met groeven van koude in hun bleke aangezichten,
maar ook met een hart vol warmte
dat eindeloze maanden zou hunkeren
naar de Oostendse kade.

Die snor van Friedrich Nietzsche moet de dames in de salons van Bazel en Sils-Maria een wilde woeste aanblik hebben geboden en was eigenlijk geen snor meer, maar een knevel die zijn hele mond (bovenlip èn onderlip) op een alles overweldigende manier bedekte en zijn mond op een monsterlijke wijze geheel en al onzichtbaar maakte. Bij het lepelen van een soep of zelfs het eten van een eenvoudige Gemüseplatte, maar vooral bij het passionele kussen moet dat voor onze almaar hysterischer en almaar ongrijpbaar wordende Zoroaster een serieus probleem zijn geweest.