Nummer 119


Tribune | september 2006


Een ander model voor Kosovo (Vincent C.H.M. Verouden)<< Nummer 119

In onderstaand standpunt schetst Dr. Vincent C.H.M. Verouden, een in Brussel wonende Nederlander, een mogelijk toekomstscenario voor Kosovo, gebaseerd op 'het Brusselse model'. Het is ook verschenen - uiteraard in het Engels - in het augustus-septembernummer van 'New Europe'.

De toekomstige status van Kosovo plaatst Europa en de wereld voor een moeilijk probleem. Officieel is Kosovo een provincie van Servië, maar etnisch-Albanezen maken er ongeveer 90% van de bevolking uit. Sinds de NAVO-interventie in 1999 wordt de provincie bestuurd door de Verenigde Naties. Serviërs en Albanese Kosovaren houden sinds begin dit jaar gesprekken over een definitieve status voor Kosovo, maar deze hebben tot dusver niet veel opgeleverd. Volgens de speciale afgezant van de VN, Martti Ahtisaari, is Servië bereid alles te geven behalve onafhankelijkheid, terwijl de Albanese Kosovaren met niets minder genoegen willen nemen dan onafhankelijkheid.

Volgens de meeste waarnemers is de meest waarschijnlijke uitkomst van het hele proces een onafhankelijk Kosovo, mogelijk na een overgangsperiode. Twee argumenten worden vaak gehanteerd vóór onafhankelijkheid. Op de eerste plaats is het de wil van het overgrote deel van de bevolking. Op de tweede plaats 'verdienen' de Albanese Kosovaren de onafhankelijkheid, na de gewelddadige militaire acties van het Servische (Joegoslavische) leger in de late jaren '90. Servië heeft alle morele zeggenschap over Kosovo verloren na haar poging de Albanezen met geweld de provincie uit te drijven.

De vraag is echter of onafhankelijkheid voor Kosovo een goede zaak is. Het is waar dat een meerderheid van de bevolking in Kosovo voorstander is van onafhankelijkheid. Maar staten worden niet gebouwd op meerderheden alleen. In het geval van Kosovo is de meerderheid voor onafhankelijkheid gebaseerd op de wil van één etnische groep (de Albanese Kosovaren) tegenover die van een andere (de Servische Kosovaren). Dit antagonisme geeft de nieuwe staat een zwak fundament. Als kleine minderheidsgroep vrezen de Servische Kosovaren, mogelijk terecht, dat zij verder zullen worden gemarginaliseerd in het nieuwe Kosovo. Bovendien is de geschiedenis nooit ver weg op de Balkan. Servië ziet Kosovo als de wieg van haar beschaving. Onafhankelijkheid van Kosovo zal leiden tot verdere verbittering bij de Serviërs en kan daarmee de spanningen in de regio verhogen in plaats van temperen.

Is er een werkbaar alternatief voor volledige onafhankelijkheid voor Kosovo? Naar mijn mening wel. Dit alternatief vraagt wel afstand te nemen van de gedachte dat een stuk land tot één enkel land moet behoren. Naar mijn idee zou Kosovo formeel deel uit kunnen gaan maken van zowel Servië als Albanië. Naargelang het onderwerp zou de zeggenschap kunnen worden toebedeeld aan een centrale Kosovaarse regering (voor onderwerpen die het Kosovaarse gebied aangaan), aan Servië en de Servische gemeenschap van Kosovo (voor onderwerpen die vooral de Serviërs in Kosovo aanbelangen) en aan Albanië en de Albanese gemeenschap van Kosovo (voor onderwerpen die met name de Albanezen in Kosovo aanbelangen).

Dit idee vindt inspiratie in de oplossing die in België is gevonden voor Brussel. België is onderverdeeld in drie gewesten: Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In grote lijnen is het Nederlands de officiële taal van Vlaanderen, het Frans de officiële taal van Wallonië en is Brussel officieel tweetalig. Brussel is van oorsprong een Nederlandstalige stad (het ligt ten noorden van de aloude taalgrens die de Germaanse en Latijnse culturen scheidt), maar het aantal Nederlandstaligen in Brussel ligt tegenwoordig op ongeveer 10-15%. Om een leefbare balans te vinden tussen de Franse en Nederlandse taalgroep in Brussel zijn een aantal bevoegdheden toebedeeld aan de Gemeenschappen in plaats van aan de (door Franstaligen gedomineerde) Brusselse gewestregering. De Vlaamse Gemeenschap bestaat uit de inwoners van Vlaanderen en de Nederlandstalige inwoners van Brussel. De Franse Gemeenschap bestaat uit de Franstalige inwoners van Wallonië en Brussel. Beide Gemeenschappen kennen gekozen parlementen (in het geval van Vlaanderen zijn het parlement van het Vlaams Gewest en die van de bredere Vlaamse Gemeenschap één en dezelfde). De Gemeenschappen zijn bevoegd voor alle 'persoonsgebonden' zaken: taal, cultuur (o.a. openbare bibliotheken, media, kunst), onderwijs, gezondheidsbeleid, maatschappelijke zorg (o.a. jeugdzorg), sport en andere zaken. Er zijn in Brussel dus zowel Nederlandstalige als Franstalige scholen, gefinancierd door de ene of de andere Gemeenschap. De Brusselse gewestregering beperkt zich voornamelijk tot zaken als infrastructuur (o.a. onderhoud en aanleg van wegen, openbaar vervoer) en economische ontwikkeling. Openbare veiligheid, justitie, sociale zekerheid, defensie en buitenlands beleid worden geregeld op federaal niveau.

Eenzelfde soort oplossing zou gevonden kunnen worden voor Kosovo. Door Kosovo formeel te koppelen aan Servië en Albanië zouden de Kosovaarse Serviërs zich verbonden weten met Servië (via de Servische Gemeenschap), terwijl de Albanese Kosovaren hun roep om onafhankelijkheid vertaald zouden zien in de vorm van een officiële link met Albanië (via de Albanese Gemeenschap). Servische en Albanese Kosovaren zouden samen hun gezamenlijke gewestregering kiezen in Pristina. Deze regering zou zich in het bijzonder bezig houden met infrastructuur, economische ontwikkeling, openbare veiligheid en justitie. Daarnaast zouden de Kosovaarse Serviërs deel kunnen nemen aan de verkiezingen voor het Servische parlement in Belgrado (het parlement van de Servische Gemeenschap), terwijl de Albanese Kosovaren stemgerechtigd zouden zijn voor het Albanese parlement in Tirana (het parlement van de Albanese Gemeenschap). Deze parlementen zouden zelf kunnen beslissen over hoe zij vorm willen geven aan hun respectievelijke Gemeenschappen. In internationale organen zou Belgrado het woord voeren namens de Servische Kosovaren en Tirana namens de Albanese Kosovaren. In de toekomst zou het niet nodig zijn naast Servië en Albanië ook Kosovo als lid op te nemen in de EU. Evenmin zou Kosovo een leger nodig hebben.

Beide taalgroepen in Kosovo zouden aldus een belangrijke mate van autonomie verkrijgen, beide zouden zich verbonden voelen met hun respectievelijke 'kernlanden'. Tegelijkertijd is het belangrijk dat beide groepen goed met elkaar samenwerken, zowel in de openbare instellingen als in het dagelijkse leven. Het bevorderen van respect en begrip voor elkaar is daarbij van wezensbelang. Zo is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat goede taalwetten van toepassing zijn op de openbare instellingen. Ambtenaren zouden de beide talen moeten kennen. Leerlingen op school zouden beide talen moeten leren. De activiteiten die worden ondernomen door de gemeenschappen zouden ook niet moeten 'gereserveerd' worden voor de eigen groep. Brussel geeft alweer een goed voorbeeld. Nederlandstalige scholen staan open voor Franstaligen en omgekeerd. En dat werkt goed. Momenteel gaan er bijvoorbeeld bijna evenveel Franstalige als Nederlandstalige leerlingen naar Vlaamse scholen. Er voor zorgen dat de gemeenschappen 'open' zijn is ook daarom van belang omdat niet alle Kosovaren volledig Servisch of Albanees zijn (denk bijvoorbeeld aan kinderen uit gemengde gezinnen) en omdat niet alle Kosovaren het even op prijs zullen stellen om 'te moeten kiezen'. Voldoende flexibiliteit is nodig om tegemoet te komen aan deze voorkeuren.

Ik denk dat het gemeenschapsmodel Kosovo ten goede zou komen. Net zoals het ook andere plaatsen in de wereld ten goede zou komen.