Nummer 120


Het goede leven | oktober 2006


Doordeweekse weekdieren? (Frans Maes)<< Nummer 120

Het is altijd wat met mosselen en oesters. Wanneer in Vlaanderen het mosselseizoen moet beginnen is het de jongste jaren voortdurend hommeles. De Zeeuwen slagen er niet in tijdig de oogst in Yerseke aan de wal te brengen wat de mosselgekke Vlamingen (die verorberen zo'n 80 % van de Zeeuwse teelt) schuchter doet teruggrijpen naar eerder schaarse Franse, Spaanse en dit jaar zelfs Griekse aanvoer. De Hollandse mosselboeren moeten zich dan telkens uitputten in verontschuldigingen en wijzen op het slechte weer of een beschuldigende vinger opsteken naar de groene jongens die ervoor zorgen dat het mosselbroed in de Waddenzee voorbehouden wordt aan de ...eidereenden.

Enkele pientere Vlamingen stortten zich vorig jaar in het duidelijke gat in de markt -het was hen in Oostende al voorgedaan door een beginnend oesterkweker- en gingen voor de kust van Nieuwpoort zelf mosselen kweken. In een drietal kooien werd mosselbroed opgehangen en gehoopt werd op een opbrengst van een paar ton vermarktbare mosselen. Helaas zat het hen niet mee daar de kooien losgeslagen werden en in zee verdwenen. De avonturiers moesten het stellen met de opbrengst van één kooi (een paar ton). Zij stelden dat alvast gebleken is dat de opbrengst van de teelt rendabel kan zijn en dat de smaak van hun mooie en volle mosselen die van de Zeelandse overtreft. De weekdieren zijn pittiger van smaak vermits ze opgroeien in Noordzeewater terwijl de Zeeuwse het moeten stellen met het brakke water van de Oosterschelde. Ook dat geeft de Vlamingen de moed het experiment voort te zetten in de hoop toekomend jaar met een flinke oogst op de markt te kunnen komen.

Ook in Frankrijk is er beroering rond de mossel. In het meer van Thau in het zuidelijke Hérault-departement, in normale tijden goed voor 10 % van de Franse mosseloogst, was er deze zomer sprake van de "malaïgue" (slecht water in het Occitaans), een toestand van het water bij zeer hoge temperaturen. Hierdoor is er een overvloed aan voedingselementen voor de mossel aanwezig, maar te weinig zuurstof en een te hoog zoutgehalte zodat de diertjes afsterven. Er werd al gewag gemaakt van vergiftigingsverschijnselen bij verbruikers. De telers wijzen er echter op dat de getroffenen mosselen zich in het water open zetten en sterven. Wat nog op de markt gebracht wordt zijn uiterst gezonde, gesloten mosselen die bij consumptie zeker geen gevaar opleveren.

In Sangatte aan de ingang van de Kanaaltunnel kregen mosselkwekers het dan weer aan de stok met de plaatselijke bevolking die er niet van wil weten dat er meer dan 22.000 palen op hun strand (nu ja, boven de laagwaterlijn voor het strand) zouden gezet worden door drie mosselkwekers die er hangcultuur willen gaan exploiteren. De palen van twee meter lengte zouden in een rechthoekig patroon worden geplaatst van 1.700 op 400 meter en daarop komt dan een soort traliewerk waaraan koorden met mosselbroed worden opgehangen. "Wij verkiezen mosselen op de rotsen" riepen zo'n 200 betogers (Sangatte telt 800 inwoners) die opstapten achter een reuzenbord waarop een deerne, schaars gekleed, zich staande poogt te houden op een klip. Ook de kustvissers zeggen tegen het palenpark te zijn omdat hun zodoende weer wat van de al schaarse visgrond wordt afgenomen; "waarom geen mosselkweek op het strand van Le Touquet", zo vraagt hij zich af. De prefect van het departement Pas-de-Calais (die meneer heet Espagnol) heeft hierop besloten een bedenktijd voor een eventuele goedkeuring in acht te nemen van twee maanden.

En dan zijn er nog de perikelen met de oesters in de baai van Arcachon en in de streek van Marennes-Oléron, de belangrijkste van Frankrijk. Voor een paar weken zouden twee Fransen overleden zijn na het eten van besmette oesters uit Arcachon. Nadien deelde het Franse ministerie van volksgezondheid mee helemaal geen weet te hebben van sterfgevallen te wijten aan het eten van oesters. Enkele dagen later wist men het al helemaal niet meer en zou de zaak onderzocht worden. De oesterkwekers van Arcachon zeggen dat er niets aan de hand is met hun producten en zijn woedend over de negatieve publiciteit. Zij overwegen een proces aan te spannen en schadevergoeding te vragen wegens winstderving.

En dan is er nog Marennes-Oléron in het departement van de Charente Maritime. Daar zijn de oesterkwekers boos op de boeren die teveel water uit de Charenterivier oppompen om hun akkers te besproeien. De oesters in de verwaterbekkens van het estuarium lijden onder het gebrek aan zoet water en de opbrengst duikt naar beneden. De prefect van het departement heeft alvast besloten, gespreid over één week, 400.000 kubieke meter water te lozen uit een spaarbekken van Breuil-Magné. Volgens de oesterkwekers mogen de mastelers hun gewassen overdag niet besproeien. Dat zou al heel wat schelen op de hoeveelheid water die de Charente naar zee brengt. Dat zoet water, gemengd met het zeewater zorgt voor groei bij de micro-organismen die vooral opgenomen worden door het oesterbroed dat zich moet neerzetten op de door de oesterkwekers opgestelde voorzieningen. De oesterkwekers hier zijn vooral boos omdat ook in 2005 al schade werd geleden: de omzet kwam toen uit op 250 miljoen euro of één derde minder dan het jaar ervoor. Die toestand is ook nefast voor de hele Europese oesterteelt vermits de oesterlarven van de Charentestreek uitgevoerd worden naar kwekers over heel Europa. De oesterkwekers wijzen erop dat de boeren 80 % van het rivierwater verbruiken terwijl hun productie "slechts" goed is voor een omzet van zo'n 100 miljoen euro. Het twisten zal nog wel een tijdje aanhouden vermits berekend werd dat er in het bekken van Marennes-Oléron 120.000 miljoen kubieke meter zoet water nodig is en er slechts de helft beschikbaar is. Gelukkig was het in augustus gedaan met de woestijntemperaturen en ging het eindelijk regenen, zodat de gemoederen van beide kanten wat konden bedaren.