Nummer 122


Politiek correct | december 2006


Oorlog aan de tabaksmaffia! (Bérénice Vaeskens)<< Nummer 122

Vanaf 1 januari gaat de overheid de strijd aanbinden tegen rokers. En dat werd meer dan tijd. Immers, rokers zijn een ware bedreiging voor ons volk en onze planeet, en in die zin is de strijd tegen de rokers op dit ogenblik belangrijker dan de strijd tegen het terrorisme.

"Een roker schaadt niet alleen zichzelf (dat is niet erg, alleen stom), maar ook anderen, en dat is heel erg. Daarom, stop uw pleidooi voor het roken." Deze wijze woorden zijn eigenaardig genoeg niet van mij, maar van een Meervoud-lezer uit het verre West-Vlaamse Bellegem (Meervoud nr. 120).

Jaren geleden was ik zelf rookster. Niet meer of minder dan anderhalf pakje per dag. Als volbloed-feministe vond ik dat niet meer dan normaal, en mijn vele vriendinnen en ik kickten op foto's van rokende iconen als Jean-Paul Sartre, Ché Guevara en Fidel Castro. Maar de tijden zijn veranderd, zoveel is duidelijk. Als overtuigd aanhangster van het Vrij Onderzoek besef ik nu dat ik een losgeslagen zottin was en dwaalde.

Daarom was ik meer dan aangenaam verrast toen ik vernam dat onze Inge Vervotte thans stelt dat tegen 2015 het gebruik van tabak, alcohol en drugs een kwart lager moet liggen. Deze moedige Vervotte heeft dat niet uit haar duimpje gezogen, maar baseert zich op een door haarzelf georganiseerde Gezondheidsconferentie (Metro, 1 december).

Uiteindelijk gaat de strijd tegen de rokers om de strijd van het Goed tegen het Kwaad. Ik verklaar me nader. In Frankrijk is er een wetsvoorstel dat roken wil verbieden in alle openbare plaatsen, maar nu dus ook op de openbare weg en in publieke parken. Uitgangspunt is dat rokers een publiek gevaar zijn voor de mensheid. Inderdaad: allerlei studies hebben aangetoond dat zij een reële bedreiging vormen voor het welzijn van het menselijke en dierlijke leven en het wankele ecologisch evenwicht van deze planeet.

Vermits dit wetenschappelijk bewezen is hoeft daarover wat mij betreft eigenlijk geen discussie meer gevoerd te worden. Vraag is alleen: wat doen we eraan?

En nu moet ik toegeven dat er in het buitenland al heel wat nuttig werk verzet is. In La Stampa (Turijn, Italië) lees ik dat de GIDP (Nationale Vereniging van Personeelsdirecteurs) voorstelt om dagelijks 1 uur loon af te trekken van Italiaanse rokers. Zij hebben immers uitgerekend dat het gemiddelde productiviteitsverlies veroorzaakt door nicotine in de transalpijnse regio's enorm weegt op de toch al broze nationale economie. Vier minuten om hun bureau te verlaten. En dan nog eens zes minuten om te paffen. Als ze dat zes tot acht keer per dag doen, dan is de rekening snel gemaakt. De Italiaanse rokers (m/v) verknoeien tussen de zestig en tachtig arbeidsuren per dag.

Maar hoe kan je nu het rookgedrag nog meer ontmoedigen? Wel, daar bestaan allerlei eenvoudige maatregelen voor. Vooreerst zouden rokers moeten gegroepeerd worden in afgezonderde ruimtes, waar ze door de overheid geobserveerd worden, met camera's dus. Dat brengt de misdaad minstens in beeld.

Verder moet de wetgeving gemoderniseerd worden. Er moet verboden worden dat ook in privé-ruimtes gerookt wordt, zoals in wagens, caravans en appartementen waar huisdieren en kinderen vertoeven. Het devies daarbij is: nultolerantie. Het lijkt wat moeilijk, maar ook de strijd tegen het terrorisme laat noodzakelijk optreden toe, gelukkig maar.

En er zijn nog tal van andere maatregelen mogelijk - die overigens niet eens veel geld hoeven te kosten van de belastingbetaler - om het roken te ontmoedigen. Een gerenommeerde Franse socioloog, Robert Castel, stelt bijvoorbeeld voor om een symbolische maatregel te nemen: overleden rokers zouden kunnen begraven worden op afzonderlijke begraafplaatsen, ver van woonkernen (Libé, 24 oktober). Dit zou een voorbeeld stellen voor de eeuwigheid. Dat ligt in de lijn van de traditie. In het verleden werden ketters trouwens ook niet aanvaard op christelijke kerkhoven.

Het lijkt allemaal niet vriendelijk, maar nood breekt wet.

In het verleden wist men van niet beter. Sigmund Freud, Humphrey Bogart, André Malraux, Georges Brassens, Hannah Arendt, Troelstra, Hendrik Carette, het waren of zijn verstokte rokers. Maar in lang vervlogen tijden wisten zij niet dat tabak een massavernietigingswapen was en is, het stond niet eens op de pakskens.

Vervotte wil nu quota vastleggen. Tegen 2015 mag het percentage rokers bij jongeren onder de vijftien niet hoger liggen dan 11%. En hoogstens één tiende van de mannen mag meer dan 21 glazen alcohol per week drinken. Maar nu komt het: bij vrouwen ligt de lat nóg hoger. En dat is dan weer enigszins unfair. Als auteur van de reeks 'politiek correcte cocktails' in dit blad vind ik dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen de strijd tegen het Kwaad (rokers, terroristen, neo-nazi's...) en mensen die genieten van een opkikkertje. Maar daar komen we later beslist nog wel op terug.