Nummer 122


Standpunt | december 2006


Verbouwing (Mireille Leduc)<< Nummer 122

Het zal je maar overkomen. Je gaat de hele dag nobel werk verrichten. De natuur redden. Reclame maken voor hondjes. De kerstman spelen. De senaat proberen iets wijs te maken. Elders ook de clown uithangen. Allemaal voor een habbekrats. En dan kom je na die zware dagtaak, doodvermoeid thuis. Klaar om je pantoffels aan te trekken. En wat blijkt? Heel je stulpje is overhoop gehaald! Meer zelfs! Zij zijn je villaatje grondig aan het verbouwen. Limburgse aannemers dan nog! Je zou je van minder een hoedje schrikken. Gelukkig dat zij precies wisten wat je wilde, en dat het werk nog ergens op geleek. Nog maar best dat je de factuur niet moet betalen. Die gaat naar onze glorieuze krijgsmacht. Dat is tenminste beter dan onze jongeren in allerhande vreemde landen op slechte gedachten te brengen met een paar wulpse paaldanseressen.

Als je met een dergelijk verhaal zou opdraven als vertegenwoordiger van de werkende klasse in de grootste stad van Wallonië, dan zou je wellicht dadelijk het bezoek krijgen van een onderzoeksrechter, en waarschijnlijk zou die je dan nog in verzekerde bewaring nemen ook. Daarbij zou je ook de hoon van de hele weldenkende pers krijgen, en de banbliksems van iedereen die het goed meent met deze staat. Dergelijke toeren worden geacht het verderfelijke op zichzelf gericht nationalisme in het noorden van het land in de hand te werken.

Als je van prinselijken bloede bent haalt heel de goegemeente echter de mantel der monarchistische liefde boven. Om te beginnen natuurlijk onze zo rechtvaardige rechters. Die krijgen de stuipen als wij er nog maar aan denken dat onze adellijkste familie bij een vulgair schandaal zou kunnen betrokken zijn. Hopelijk krijgen zij enkele lintjes voor deze daad van vaderlandsliefde. Hun baas mag een ridderslag krijgen. En enkele bevorderingen. De eenzame naeveling die nog geloofde in de onafhankelijkheid van het gerecht mag ook zijn zoete dromen opbergen.

Normaal verwacht je dan dat de pers moord en brand schreeuwt. De dames en heren in die professie bekronen zich immers graag met de niet al te bescheiden beschrijving "de vierde macht". Die zou de drie traditionele machten (alhoewel, drie?) moeten controleren. Maar daar is in dit geval bitter weinig van te merken. Enkele beate knikjes en glimlachjes volstaan dan.

Op de buis mochten enkele royalty-watchers opdraven. Altijd goed voor een lach en een traan. Deze heren putten zich in de gekste excuses eerst uit. Zo heet het dat monseigneur in feite niets kan aangewreven worden, aangezien hij van de prins geen kwaad wist. Hij vindt heel dat geknoei niet meer dan normaal, omdat hij zich boven de wet verheven acht. Ik denk dat ik dit ook zal verkondigen aan de arm der wet als die mij vriendelijk zal verzoeken mijn adem even te laten testen. Waarschijnlijk zitten wij er niet zover naast als wij beweren dat allerhande corrupte politici zich boven de wet verheven achten. Zij mogen voortaan ook rekenen op instemmend geknik en meelevende monkellachjes. Misschien moeten wij ook eens kijken welke heren professoren onze prinsen de beginselen van de staatsinrichting hebben bijgebracht.

Gelukkig was de sirene van Oostende bezig met andere kleinigheden. Anders had hij dadelijk zijn intrede bij zijn nieuwe partij kunnen vieren met een lofzang op onze dynastie. Dat zou genoeg christen-democraten van zijn onverdraagzaamheid overtuigd hebben.