Nummer 123


Indië | januari 2007


Onlusten in Assam komen niet uit de lucht gevallen (Johan Bosman)<< Nummer 123

Begin januari kwam de Indische deelstaat Assam in het internationale nieuws omwille van gewelddadige confrontaties tussen het United Liberation Front of Assom en Bangla-migranten. Hieronder geven we een korte achtergrondschets van dit gebeuren dat zich afspeelt in één van de meest complexe conflictgebieden ter wereld.

Het koninkrijk Assom werd opgericht door de Ahom, een volk behorend tot de Thaise taalfamilie. Het rijk werd gesticht in de Brahmaputra-vallei ten noorden van de golf van Bengalen in het jaar 1228 van de christelijke jaartelling. Het leidde een onafhankelijk bestaan tot 1821. In dat jaar werd het door interne twisten verzwakte koninkrijk binnengevallen door de Birmaanse heerser Ava die er een marionettenkoning installeerde. Hierop ontketende de Britse East India Company de Eerste Anglo-Birmaanse Oorlog. Deze eindigde in 1826 met het Verdrag van Yandaboo waardoor de East India Company controle verwierf over het Assom koninkrijk en de omliggende gebieden waarvan de grenzen niet vast lagen. Onder de Britse administratie werd het Assom-koninkrijk, waarvan de naam verbasterd werd tot "Assam", toegevoegd aan de Brits-Indische provincie Bengalen met als hoofdstad Calcutta. Tegen 1912 werd het een onderdeel van de nieuwe administratieve indeling "Oost-Bengalen en Assam" met als hoofdstad Dhaka. In de mate dat de Britten de omliggende heuvel- en berggebieden exploreerden, werden ook deze gebieden administratief aan de provincie toegevoegd. Dit was het geval met het koninkrijk Manipur, het Kachari-koninkrijk, het koninkrijk Twipra, de Chakma-heuvels, Garo-, Khasi- en de Jantiaheuvels, de Naga-heuvels en de Lushai-heuvels.

Aan de vooravond van de onafhankelijkheid van India en Pakistan werd de provincie opgesplitst in "Assam" dat bij India zou horen, en "Oost-Bengalen" dat Oost-Pakistan zou worden. Het district Sylhet, dat oorspronkelijk bij Assam ingedeeld werd, opteerde ervoor om bij Oost-Bengalen aan te sluiten. De Chakma-heuvels werden tegen de wil van de plaatselijke bevolking bij Oost-Pakistan gevoegd. Bij de Indische onafhankelijkheid werden de koninkrijken Manipur en Twipra omgevormd tot zelfstandige deelstaten die zich aan de hand van een "samensmeltingsverdrag" ("merger agreement") zogezegd vrijwillig bij de Indische federatie aansloten. De verschillende Naga-stammen, die reeds van in de jaren 1920 duidelijk gemaakt hadden dat in geval van een dekolonisatie, zij in geen geval deel wilden uitmaken van een door Hindoes gedomineerde staat, verklaarden één dag voor de Indische federatie hun eigen onafhankelijkheid. De eerste jaren werden zij met rust gelaten, maar na de dood van Gandhi, voerde Nehru een extreem brutale repressie tegen de Naga. Spoedig kreeg het onafhankelijkheidsstreven van de Naga navolging van andere bergvolken. Ook de Lushai (Mizo), de Garo, de Khasi, begonnen met gewapend verzet tegen het regime dat hen werd opgelegd vanuit Delhi. Hierdoor zag India zich gedwongen om nieuwe deelstaten te creëren, waarvan de eerste "Nagaland" werd, gevolgd door Meghalaya, dat de Garo-, Khasi- en Jaintiaheuvels omvat. Daardoor kwam Shillong, de hoofdstad van het Britse Assam, in een nieuwe staat te liggen, en werd een nieuwe hoofdstad gecreëerd, nl. Dispur. In 1987 werd Mizoram als een zelfstandige deelstaat binnen India opgericht.

De Britten waren vooral in Assam geïnteresseerd omwille van de vruchtbare Brahmaputra-vallei waar op grote schaal theeplantages opgezet werden. Hiervoor werden massaal Bengalen en Indiërs van het subcontinent ingevoerd als goedkope arbeidskrachten. Deze migranten pasten zich niet aan en bouwden hun eigen machtsposities uit. Reeds in 1961 zag de regering van de Indische deelstaat Assam zich gedwongen om het gebruik van het Assamees verplicht te maken in het openbare leven. Dit is een mengtaal met verschillende invloeden die onder het Ahom-koninkrijk ontstaan is. Onder druk van Delhi (vooral de Congrespartij) en massaal protest van de migranten werd deze wetgeving echter terug ingetrokken. In 1979 ontstond het United Liberation Front of Assom (ULFA). Het beschouwt zichzelf als een "revolutionaire politieke organisatie" die streeft naar een onafhankelijk Assom en niet als een afscheidingsbeweging, omdat het ervan uitgaat dat het koninkrijk Assom nooit op een legale manier deel heeft uitgemaakt van de Indische federatie. Anderzijds wil het de rechten garanderen van de oorspronkelijke inwoners van het vroegere koninkrijk, zowel de Ahom, als de tribale Bodo bevolking van de vallei. In de jaren 1980 werd de "Assam-agitatie" gevoerd door een aantal militante studentenbewegingen. Deze was gericht tegen de massale en nog aangroeiende aanwezigheid van niet-Assamezen. Deze revolte eindigde in een akkoord dat de rechten van de Assamezen moet beschermen maar waarvan de meeste bepalingen tot op vandaag dode letter gebleven zijn. Ten gevolge daarvan werd een politieke beweging opgericht, de APG, die soms wordt opgevoerd als een politieke spreekbuis van ULFA alhoewel de feiten aantonen dat dit niet met de realiteit overeenstemt. ULFA is één van de sterkste guerrillaorganisaties in wat India het "Noord-oosten" noemt. En dat deze militaire kracht nodig zal zijn mag blijken uit een kleine blik op de geopolitieke situatie van de Zuidoostelijke Himalayaregio, zoals de lokale bergvolken het gebied noemen. De staat Assam heeft een kleine dertig miljoen inwoners waarvan het grootste deel in de vallei wonen. Hij is omgeven door spaarzaam bevolkte heuvels bewoond door Birmeo-tibetaanse bergvolken. Nagaland bv. telt officieel een drie miljoen inwoners verdeeld over meer dan dertig verschillende stammen met ieder hun eigen taal en cultuur. Maar in de Ganges- en Brahmaputra-delta wonen 230 miljoen Bangla-sprekende Bengali (150 miljoen in het overwegend islamitische Bangladesh en 80 miljoen in het overwegend hindoestische West-Bengalen dat deel uitmaakt van de Indische federatie).

Door de snelle bevolkingaangroei is er nu reeds een massale zowel legale als illegale migratie naar het noorden, dus in eerste instantie naar Assom, en van daar uit vaak verder de heuvels in. Realistische schattingen gaan ervan uit dat er nu reeds meer dan twintig miljoen illegale Bangla-sprekers in Assom zijn. Als met de stijging van de zeespiegel ten gevolge van het broeikaseffect, grote delen, zoniet de volledige Ganges- en Brahmaputradelta door de Indische Oceaan verzwolgen worden, zullen vele tientallen miljoenen Banglas naar het noorden trekken als ecologische vluchtelingen. Hierdoor dreigen niet alleen de Ahom maar tevens tientallen Birmeo-tibetaanse volken minuscule minderheden worden in hun eigen land.