Nummer 123


Document | januari 2007


Toekenning Albert De Cuyper Erepenning (Johan Vanden Driessche)<< Nummer 123

Het Vlaams Komitee voor Brussel reikte eind vorig jaar zijn jaarlijkse erepenning Albert De Cuyper uit, waarbij mensen worden gehuldigd die zich op een bijzondere manier hebben ingezet voor de Brusselse Vlamingen of voor de positie van de Vlamingen in Brussel. De erepenning ging deze keer naar de ondernemer Johan Van den Driessche, die een tijdlang voorzitter was van het VOKA-comité Brussel, en ook een van de mede-auteurs van het Warandemanifest. In Meervoud werd eerder kritiek uitgebracht op dat werkstuk, onder meer omwille van de tweeslachtige houding die ten aanzien van Brussel wordt aangenomen. Er wordt gepleit voor een Europees statuut voor Brussel, maar sommige gangmakers van het Warandemanifest, zoals Trends-hoofdredacteur Frans Crols willen Brussel gewoon loslaten. Het Vlaams Komitee voor Brussel maakte in de persoon van Johan Van den Driessche een gelukkige keuze, want deze kreeg daarmee de kans om in zijn dankwoord zijn visie op de toekomst van Brussel te ontvouwen. Hij gaat lijnrecht in tegen de strekking-Crols, en ontwikkelt daartoe een indrukwekkend argumentarium. De Meervoud-redactie vond deze rede bijzonder waardevol, en publiceert ze hieronder in extenso.

1. Brussel is belangrijk voor Vlaanderen

Eerst zou ik willen ingaan op de stelling die door sommigen wordt naar voor geschoven dat, voor motieven die kunnen verschillen al naargelang wie ze verkondigt, wij geen energie in Brussel meer moeten stoppen. Het land valt toch uiteen en Brussel heeft in een zelfstandig Vlaanderen toch niets te zoeken. Brussel is financieel een bodemloze put, een probleemstad die bovendien slecht wordt bestuurd, is politiek en institutioneel toch al verloren (en dit geldt ook op cultureel en taalkundig vlak omdat de stad volledig is verfranst,) de Nederlandstaligen die er nog wonen, stellen zich t.a.v. Vlaanderen meer en meer zelfstandig op en het Nederlands zal er na verloop van tijd verdwijnen. Bovendien is Brussel een beletsel voor de Vlaamse onafhankelijkheid indien Vlaanderen op Brussel haar aanspraken zou willen laten gelden.

Ik ben het volstrekt oneens met deze stellingen en argumentatie en dit om volgende redenen.

Het is een geografisch gegeven dat het belang van landen afneemt en het belang van steden steeds maar zal toenemen. Volgens specialisten is de trend dat over 50 jaar ongeveer 75 % van de wereldbevolking in steden zal leven. Of wij dat nu graag hebben of niet, ook in Vlaanderen zal de verstedelijking toenemen en zal de afkeer die bij sommigen leeft t.a.v. grootsteden, met al hun specifieke problemen (en die men dus ook in Brussel aantreft), moeten evolueren. Bovendien, wanneer Vlaanderen opteert voor Antwerpen of wie weet, Leuven, als nieuwe hoofdstad zal ook die stad spoedig opgezadeld zitten met de problemen eigen aan een hoofdstad; zeg maar het afkeer-van-de-hoofdstad-syndroom. Wij mogen ons trouwens niet van strategie vergissen. We gaan toch geen stad, sommigen zeggen grondgebied, loslaten omdat sommige politici die aldaar de plak zwaaien ons niet zinnen of omdat het politiek model dat er momenteel bestaat, ons dwars zit. Integendeel,we moeten ons meer met Brussel bezighouden om wat het is en betekent voor Vlaanderen en vooral wat het kan worden en betekenen voor Vlaanderen. Kiezen voor een andere hoofdstad is, buiten het enorme kostenplaatje en de tijd die het neemt om de rol en uitstraling van hoofdstad op het nationale en internationale forum te bereiken, voor mij een uiting van gebrek aan ambitie. Wij laten Praag voor wat het is en kiezen voor Bratislava. Ik weet in alle geval welke keuze te maken.

Bovendien zou het verlies van Brussel op economisch, politiek en cultureel vlak voor Vlaanderen echter een verarming betekenen.

Economisch is Brussel een echte troefkaart, een sterk internationaal merk (sterker dan België) en een echte motor voor het omliggende Vlaanderen. Een paar voorbeelden:

  • Brussel is de 5de Europese zakenstad;
  • Het is de 15de wereldstad in de ranking van internationale centrum-steden (Antwerpen is nr 96 !);
  • Het telt 1800 buitenlandse ondernemingen met 230.000 jobs;
  • De EU genereert 55.000 jobs en 11 % van het BBP;
  • Brussel is de meest competitieve regio van de EU volgens de rangschikking van de Britse University of Sheffield en de Amerikaanse Washington University;
  • Brussel stelt meer Vlamingen tewerk dan het arrondissement Antwerpen;
  • De economische betekenis van de Nederlandstalige factor in Brussel is er evenwaardig aan de Franstalige factor, m.a.w. de Nederlandstaligen vormen in Brussel weliswaar één van de minderheden maar dat is niet het geval tijdens de werkuren.

En de redenering dat Vlaanderen ook zonder Brussel ten volle zal genieten van de Brusselse economische centrumfunctie en Brussel dus t.a.v. Vlaanderen haar rol als motor zal blijven spelen is, ronduit fout, en dit om verschillende redenen.

  • De sociaal-economische ontwikkeling van Brussel en de Rand wordt nu reeds zwaar gehypothekeerd door het feit dat Brussel en Vlaanderen elk hun eigen beleid voeren in concurrentie met elkaar. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat de mobiliteitsproblemen niet terdege worden aangepakt, dat de groeikansen van Zaventem worden gefnuikt en dat Brussel een leger werklozen heeft dat niet doorstroomt naar vacatures in de Rand waar die niet ingevuld raken. De banden verder doorknippen maakt dit probleem enkel maar erger.
  • Brussel is als derde gewest al te weinig geïnteresseerd in de ondersteuning van de economische en internationale functie, omdat het voor Brussel meer lasten dan lusten zou opbrengen en het gros van de Brusselse kiezers alleszins niet houden van die centrumfunctie. Waarom zou een nog meer zelfstandig Brussel investeren in die centrumfunctie? De enige reden zou kunnen zijn dat Brussel de toepassing van de internationale spelregels inzake belastingen wil doen gelden, wat zou betekenen dat de pendelaars die in Brussel werken - belastingen (en sociale zekerheidsbijdragen) betalen aan Brussel. Dat zou een enorme transfer betekenen van Vlaanderen aan Brussel zonder de minste inspraak over de bestemming daarvan. Dit kan ook tot de Vlaamse reactie leiden dat het al zijn overheidsdiensten uit Brussel wegtrekt om aldus te proberen zoveel mogelijk activiteiten uit Brussel weg te zuigen naar de Rand. Deze uitputtingsslag zal leiden tot een sociaal-economisch slagveld tussen Vlaanderen en Brussel, met als resultaat dat beleidscoherentie en strategie voor Brussel en de brede Rand totaal zoek is en Brussel veel pluimen zal laten als internationale aantrekkingspool. Het (nog) minder presteren van Brussel op dat vlak zal noodzakelijkerwijze een negatief effect hebben op Vlaanderen.
  • Ik nodig de bedenkers van dit scenario ook uit mij één stadsregio ter wereld te noemen waar de kernstad en de randstad in twee aparte staten vallen en bestuurlijk volledig gescheiden zijn. De tegenovergestelde trend kan eerder worden vastgesteld: Londen en Parijs vormen samenwerkingsverbanden met de omliggende rand, in Nederland woedt het debat om de Randstad Holland bestuurlijk meer vorm te geven, Kortrijk en Rijsel zoeken samenwerkingsverbanden, ...

Zonder Brussel verliest Vlaanderen een uitzonderlijk venster op de wereld, een internationaal podium waarop het zich aan de internationale gemeenschap kan presenteren en verliest het één van de meest internationale en kosmopolitische plaatsen in de wereld. De aanwezigheid en kruising van de diverse culturen en nationaliteiten, nergens in de wereld in die concentratie te vinden, zorgen voor een uitgelezen bedding voor creativiteit wat leidt tot een bruisend cultureel leven en een enorme economische meerwaarde. De creativiteitsfactor van Brussel, die geldt als motor voor de toekomstige groei in Brussel met dus impact op heel Vlaanderen en die op wetenschappelijke wijze kan worden berekend, ligt dan ook beduidend hoger dan deze van de rest van Vlaanderen. Een Vlaanderen dat zich afsnijdt van de internationale gemeenschap die zo sterk aanwezig is in Brussel, berokkent zich bovendien enorme reputatieschade en een bevestiging van onze bij sommigen geldende slechte reputatie van navelstaarders en gesloten etnie en zou bovendien ook extra inspanningen vereisen om de toegang tot die internationale gemeenschap op een andere manier te realiseren.

Bovendien vergeten de bedenkers van dit scenario het dynamische aspect van de geopolitiek. Het Nederlands zal in Brussel niet verdwijnen. Dat blijkt uit de talrijke minderheden in Brussel die er hier gewoon in slagen te overleven. Brussel is trouwens geen Franstalige stad maar een stad van minderheden waar het aantal eentalig-Franstaligen (d.w.z. die thuis enkel Frans spreken) teruggelopen is tot 50 %. Het verleden toont ons dat zaken omkeerbaar zijn, door bepaalde dynamieken of ingrepen. Denken we maar aan de evolutie die Vlaanderen in de 19de en 20ste eeuw heeft ondergaan, aan, recenter, wat gebeurd is met de Berlijnse muur en in, waarom niet, Voeren. Stel je voor welk effect we zouden kunnen bereiken met bv. een dynamische en ambitieuze cultuurpolitiek in Brussel, gecombineerd met een wijziging in de staatsstructuur. Dit alles niet met de bedoeling van Brussel te vervlaamsen maar er wel de Nederlandse taal en culturele factor op een volwaardige wijze aan bod te laten komen.

Daarenboven mogen wij niet vergeten dat de bevoegdheid van Vlaanderen voor belangrijke materies (gemeenschapsmateries) zich uitstrekt over Brussel en dat ons Parlement er gevestigd is. Deze zogenaamde historische verworvenheden, die ook internationaal een belangrijk argument zijn, moeten wij niet zomaar opgeven.

Tenslotte, wie denkt dat de Vlaamse onafhankelijkheid er sneller komt omdat Brussel wordt losgelaten, schat dit m.i. verkeerd in. Natuurlijk moet er een werkbare en aanvaardbare oplossing voor het statuut van Brussel komen bij de creatie van een onafhankelijk Vlaanderen en een onafhankelijk Wallonië. Alleen hoeft die oplossing er vandaag niet te zijn. Het gaat hier niet enkel om een technische maar vooral een strategische aangelegenheid die het voorwerp zal uitmaken van onderhandelingen met alle tactische aspecten die daarbij komen kijken. Ik weet wel dat het ontbreken van een oplossing voor Brussel door sommigen, vooral politici, aangevoerd wordt om zich tegen onafhankelijkheid uit te spreken. Dit gegeven is naar mijn mening en met alle respect niet zo relevant omdat de motor van de onafhankelijkheidsgedachte toch niet bij de klassieke politieke klasse ligt. Een onafhankelijkheid van Vlaanderen zal immers niet komen van die politieke klasse omdat zij niet steeds voldoende moed vertoont en/of omdat zij van het huidige systeem profiteert. Onafhankelijkheid zal er slechts komen wanneer de publieke opinie zo ver is, en die ligt, spijtig genoeg, niet te fel wakker van (de technische oplossing inzake) Brussel.

2. Voorstel van Vlaamse strategie voor Brussel

Dit brengt mij tot het tweede deel van mijn toespraak: een aantal strategische krachtlijnen inzake Brussel waarbij ik eerst een aantal vaststellingen zou willen doen die relevant zijn bij het bepalen van een Vlaamse strategie voor Brussel, met daaraan gekoppeld een aantal bedenkingen.

De relatie van Brusselse Vlamingen met Franstalig Brussel

Mijn eerste vaststelling handelt over de samenwerking tussen Vlamingen en Franstaligen in Brussel.

Door de manier waarop de gewestvorming werd georganiseerd, waarbij Brussel vrijwel een volwaardig derde gewest is, werden de Brusselse Vlamingen voor een hele reeks domeinen afgesloten van Vlaanderen en zijn zij naast samenléven ook aangewezen op samenwérken, ook op bestuursniveau, met de Franstaligen in Brussel. De Brusselse Vlamingen staan als het ware in de frontlijn op politiek en cultureel gebied. Dit heeft automatisch een aantal gevolgen, zoals taalgemengde gezinnen en een geïnstitutionaliseerde samenwerking met een demografisch sterkere partner die in Vlaanderen om verschillende redenen niet geliefd is en die zelf met het zogenaamde Brel-syndroom worstelt (de haatliefde verhouding met Vlaanderen omdat men, hetzij, in het verleden als Franssprekende n.a.v. de taalwetten Vlaanderen heeft verlaten, hetzij, omdat men als Nederlandssprekende Vlaming in Brussel is verfranst). Natuurlijk dat die samenwerking iets krijgt van een collaboratie.

Het is langs Vlaamse kant dus wat onheus en ongenuanceerd om de Brusselse Vlamingen als ondankbaren en overlopers te gaan brandmerken want Vlaanderen is medeverantwoordelijk voor de structuur die, tot een zeker niveau, noodzakelijkerwijze tot deze effecten aanleiding geeft.

Bij een aantal Brusselse Vlamingen heerst anderzijds de mening dat zij een eigen Brusselse gemeenschap vormen en hun band met Vlaanderen als een lastige en onnodige schoonmoeder beschouwen. Deze Brusselse Vlamingen moeten wel beseffen dat ze met een opstelling, los van Vlaanderen, een enorm risico nemen. Een paar voorbeelden tonen aan waartoe dat aanleiding kan geven: de Vlaamse ABVV-ers van de metaalbond in Brussel zijn ondergebracht bij de Waalse-Brusselse vleugel en hebben dus de facto niets te zeggen; binnen het Verbond van Brusselse Ondernemingen proberen sommige Franstaligen een coup te plegen en de pariteit te omzeilen door zelf te bepalen welke Vlaamse ondernemers de functies voor Nederlanstaligen zullen vervullen. Op cultureel vlak moet ik wellicht niet te fel ingaan op het fenomeen dat onze Vlaamse auteurs met moeite in Nederland gekend zijn, en omgekeerd, of waartoe een culturele afscheiding aanleiding kan geven. In naam van het zogenaamde internationalisme en tegen de bekrompenheid, wensen zij zich af te scheuren van de rest van Vlaanderen om op een eigen eiland binnen afzienbare tijd te verschrompelen als cultureel relevante factor. Als Brusselse Vlaming bedank ik daarvoor.

Tot de Vlaamse politici in Brussel zeg ik dat zij zich moeten realiseren dat hun positie slechts een gevolg is van de positie die Vlaanderen en de Vlaamse gemeenschap heeft in België en dat zij dus daaraan ook schatplichtig moeten zijn. De samenwerking met Franstaligen is verre van gemakkelijk en voor louter plaatselijke aangelegenheden moeten zij zeker ruimte krijgen, maar inzake strategische aangelegenheden, waaronder financiering, staatshervorming, taalzaken, waaronder taalakkoorden, moeten zij met de rest van Vlaanderen één Vlaams front vormen. Dat is hun politieke plicht.

Het Brussels Gewest werkt niet

Mijn tweede vaststelling handelt over de werking van het Brussels Gewest dat m.i. niet werkt. Brussel heeft niet de kritische massa, waaronder oppervlakte, om op een vrijwel autonome wijze efficiënt te worden bestuurd. Bovendien is Brussel via de gewestgrens afgesloten van haar economisch hinterland wat dus een gecoördineerd beleid voor Brussel en haar hinterland moeilijk tot onmogelijk maakt. Vrijwel iedereen die daarmee politiek wordt geconfronteerd en waarvan het beoordelingsvermogen niet beneveld wordt door politieke vooringenomenheid, beseft dit. Ook en vooral in economische kringen wordt dit besef steeds groter. Het is trouwens zo dat kan worden vastgesteld dat de economische neergang van de Brusselse regio samengaat met het krijgen van het statuut van derde gewest. Aangezien het economisch hinterland van het Brussels gewest steeds groter wordt, wordt dit probleem dus alsmaar groter.

Ook de rol die Brussel en het Brussels gewest moet spelen o.a. als hoofdstad van het land en van Vlaanderen en die zich o.a. situeert op taalkundig (onthaal) en cultureel niveau, is ondermaats. Op cultureel vlak kan men Brussel trouwens moeilijk als de hoofdstad van Vlaanderen beschouwen, alle inspanningen, fel gewaardeerd, ten spijt. Gezien de verwijdering tussen de twee gewesten en zeker indien de gewesten meer bevoegdheden zouden krijgen, zal het onderpresteren van Brussel ook op dat vlak nog toenemen.

Brussel als hoofdstad zou een 'verbindingsteken' tussen de twee andere gewesten moeten spelen, maar speelt deze rol niet. Ze kan die rol ook niet spelen want haar statuut als derde gewest verhindert dit. Brussel is, noodgedwongen, een concurrent van de andere gewesten, eerder dan de dienende rol die een hoofdstad normaal is toebedeeld. M.a.w. het echte 'carcan' van Brussel zijn niet de gewestgrenzen maar haar statuut van derde gewest.

Er zijn verschillende redenen waarom indertijd geopteerd is voor een statuut van derde gewest. Brussel uit het vaarwater van Vlaanderen houden om op die manier Vlaanderen in België te houden zal daarbij geen onbelangrijke factor geweest zijn, maar deze strategie leidt er uiteindelijk toe dat Brussel door haar statuut, dat dus duidelijk niet werkt, uiteindelijk één van de redenen is waarom in Vlaanderen een onafhankelijkheidsgedachte leeft.

Wie ogen heeft, moet dit toch zien? Waarom reageren de Franstalige economische en de intellectuele middens niet of vrijwel niet? Is het omdat zij België op langere termijn hebben opgegeven en zij dus streven naar een Wallo-Brux? Wordt daarbij door de Franstalige politieke klasse een uniformisatie nagestreefd via assimilatie of uitstoting? Een m.i. significante indicatie in dat verband is de problematiek van de faciliteitengemeenten.

De steun van de PS voor die meestal betere Franstalige klasse in de Vlaamse Rand is toch niet normaal tenzij zij een vooruitgeschoven post betekenen om de taalgrens te doen springen, naar Wallonië en naar Vlaanderen toe. De meeste Franstaligen onthouden de Brusselse Vlamingen hun logische taalaanspraken op het vlak van onthaal, waaronder de ziekenhuizen en het Nederlands in het Franstalig onderwijs staat er belabberd voor. Dit zijn andere voorbeelden van de assimilatiepolitiek van de Franstaligen. Is het verboden van te denken dat met het scenario voor ogen van een uiteenvallen van België de Franstalige politieke klasse alle middelen inzetten om een doorgang tussen Brussel en Wallonië te creëren en in een volgende stap de andere faciliteitengemeenten op te geven in ruil voor de bescherming van de Vlamingen in Brussel en op die manier een uniformisatie in Brussel te realiseren?

Dit brengt mij tot een aantal boodschappen die ik inzake het te voeren Brussels beleid zou willen geven.

Ambitie

Wij moeten meer ambitie aan de dag leggen in Brussel. Wij gebruiken Brussel met haar internationaal platform onvoldoende om onze cultuur en de sterkte van Vlaanderen naar de rest van de wereld uit te stralen. Bouw in Brussel een cultuur of ander paleis waar de hele wereld over spreekt, dat aan buitenlandse bezoekers toont waartoe Vlaanderen op de meest verscheiden terreinen in staat is, dat tevens op een volwaardige wijze de rol van culturele hoofdstad van Vlaanderen mee gestalte geeft en kan passen in de city-marketing van Brussel waar architectuur één van de mogelijke pistes is. Geef bij de volgende Vlaamse regering de Minister-President de bevoegdheden inzake het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en dit niet enkel om dit project uit te werken maar om het hele Vlaamse beleid inzake Brussel met ambitie en gezag over alle collega's te kunnen uitvoeren. Dit beleid dient tevens de promotie en actie te omvatten rond Vlaanderen-Brussel sociaal economische belangengemeenschap, rond Vlaanderen als de gedroomde partner voor Brussel, rond de belangrijke allochtone gemeenschap in Brussel.

Onderwijs en cultuur

Dat wij ons niet enkel richten tot wie thuis Nederlands spreekt maar tot iedereen die het Nederlands machtig is en dat wij onze middelen op vlak van cultuur en onderwijs in functie daarvan bepalen, lijkt mij totaal logisch. Dat gebeurt in andere delen van Vlaanderen en de wereld trouwens ook. Deze zogenaamde Brussel-norm moet misschien zelfs worden uitgebreid aangezien er ook, aldus berekeningen te vinden in de Sociaal-Flamingantische Standpunten Nr. 2, ook zo'n 400.000 inwoners buiten Brussel zich bevinden in de geografische agglomeratie van Brussel en in haar rol van Hoofdstad aldus eveneens moeten worden bediend.

Inzake het onderwijs moet het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, ook het hoger onderwijs, zich herpositioneren als HET onderwijs in de WERELD dat voorbereidt op een internationale carrière. Het is verbijsterend dat in een omgeving die tot de meest internationale en kosmopolitische van de wereld behoort en met die schare van internationale zakenmensen, diplomaten, journalisten, internationale instellingen, het onderwijs dit niet uitstraalt tot in alle hoeken van de wereld. Met wat overdrijving kunnen we zeggen dat het onderwijs in Brussel, te vergelijken is met een onderwijsinstelling in pakweg Oostende waar de leerlingen gedurende hun hele studietijd wel naar het zwembad trekken, maar nooit de zee hebben gezien. Leerlingen aantrekken in Brussel en de rest van Vlaanderen, wordt dan meteen ook een heel ander verhaal.

Een dynamisch hoger onderwijs is een belangrijke factor voor de uitstraling en dynamiek van een gemeenschap maar tevens voor de creatie van een kritisch apparaat jonge mensen dat op alle vlakken een extra dynamiek geeft aan de stad. De betrokken onderwijsinstellingen en politieke partijen moeten in Brussel hun levensbeschouwelijke verschillen en hun expansionisme opzij zetten en één instelling van formaat voor hoger onderwijs creëren met natuurlijk een financieringsstelsel dat rekening houdt met de Brusselse specificiteit.

Staatshervorming

Op vlak van de staatshervorming moeten de gemeenschappen versterkt worden i.p.v. systematisch de rol van de gewesten te versterken, mogen er geen toegevingen gebeuren op het vlak van tweetaligheid gezien het strategisch belang daarvan en moet een eventuele toename van financiële middelen gekoppeld worden aan een echte tweetaligheid en met een grotere inspraak van Vlaanderen.

Slotbeschouwing

Brussel betekent veel voor Vlaanderen, dat heb ik hier overvloedig benadrukt. Maar Vlaanderen betekent ook veel voor Brussel, niet alleen omdat daarin haar economisch hinterland ligt maar ook omdat Vlaanderen een sterke financiële partner is met aandacht voor goed bestuur en respect voor anderstaligen; dit kan men slechts afleiden uit de wijze waarop Vlaanderen taalfaciliteiten verleent en de manier waarop zij bereid is om Vlaamse middelen te investeren in diverse Brusselse cultuurhuizen en in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel dat belangrijke mate ook ten goede komt aan Frans-en anderstaligen. Een mooi voorbeeld van hoe Vlaanderen voor Brussel een toegevoegde waarde betekent.

Franstalige Brusselaars, anderstalige Brusselaars, ik heb een voorstel: laat ons stoppen met die toename van bevoegdheden onder ons op te delen, laat ons gaan voor een echte win-win operatie. Laten wij fusioneren. Laten wij onze twee gewesten samenvoegen. Economisch is dit de logica zelf en op cultureel en taalkundig vlak krijgen de Franstaligen in Brussel natuurlijk de nodige garanties. Omdat ik meen dat vanuit Brusselse politieke hoek het enthousiasme weinig groot zal zijn - een reactie die menselijk begrijpelijk maar daarom niet goed te keuren valt - richt ik een oproep tot de economische middens om samen met alle minderheden in Brussel hier het initiatief te nemen. In naam van behoorlijk bestuur. In naam van onze economische welvaart. In naam van onze sociale welvaart.