Nummer 124


| februari 2007


Motivering voor een links nationalisme (Jef Turf)<< Nummer 124

Ik ondervind, zelfs bij mijn naaste vrienden en geestesgenoten, verwondering om niet te zeggen onbegrip, wanneer ik zeg dat ik, als overtuigde linkse, Vlaams-nationalist ben. Nationalisme, dat is toch een rechtse aangelegenheid, nietwaar?

Nationalisme

Mij verwondert dit onbegrip bij de meeste linksen, al besef ik dat het veelal gevoed wordt door een triest stuk Vlaamse geschiedenis en door een (misvormde) opvatting van solidariteit.

Nationalisme kan zowel rechts als links ingevuld worden. Rechts beschouwt de belangen van het eigen volk als tegengesteld aan die van de andere volkeren. Links beschouwt die belangen als gelijkwaardig, vandaar hun inter-nationalisme.

De verwondering van mijn linkse vrienden is des te vreemder, gezien heel wat nationalistische bewegingen, in Europa en in de rest van de wereld, zich nadrukkelijk links profileren. Voor mij is dit de meest eenvoudige en begrijpelijke zaak: als linkse, als marxist, is men bij definitie in de eerste plaats en rechtstreeks begaan met het lot van het volk, de collectiviteit, waarmee men leeft en waarvan men deel uit maakt. Men deelt zijn vreugden en smarten, men strijdt zijn strijden voor een menswaardig leven, voor mensenrechten,voor emancipatie, voor het baas zijn in eigen huis. Dergelijke nationale ervaring vormt de hoeksteen van het inter-nationalisme. Zonder begrip voor en mede-leven van het eigen volk, kan men geen solidariteit opbrengen voor andere volkeren.

Deze tijd brengt een wereldwijd reveil van nationalisme als drijvende maatschappelijke kracht. Dat moet ons niet verwonderen: het globaliserend neoliberalisme wil de grenzen tussen de naties afschaffen, met als dubbel doel: 1. vrije circulatie van kapitalen en goederen en 2.liquidatie van de democratische spelregels om vanuit supranationale, ondemocratische centra zijn belangen te behartigen. Het enige niveau om daartegen te reageren, bestaat in de verdediging van de nationale soevereiniteit. (Zie de referenda in Frankrijk en Nederland en de opiniepeilingen elders)

Verdediging van de democratische belangen gebeurt niet, en kan niet gebeuren, vanuit de internationale instellingen, wel vanuit de nationale instellingen, die meer rechtstreeks beïnvloed kunnen worden door het volk.

De biologische grondslag van nationalisme

Gedurende de laatste decennia hebben de hersenwetenschappen gezorgd voor een stevige biologische onderbouw van het begrip nationalisme.

Men weet nu hoe de hersenen gevormd en ontwikkeld worden. Volwassen hersenen zijn opgebouwd uit meer dan duizend miljard zenuwcellen, die elk weer verbonden zijn met duizenden andere zenuwcellen. Er is berekend dat er wel zo'n 60 triljoen (60 x 10 tot de 12de macht) hersenverbindingen zijn. Tijdens de kinderjaren worden die verbindingen grotendeels gevormd, al weet men nu dat ze levenslang kunnen bijgewerkt worden, even goed als verdwijnen.

Die verbindingen zijn cultureel bepaald: opvoeding, onderwijs, politiek, de straat, het gezinsmilieu, de ervaring en de taal, dit leidt allemaal tot specifieke hersenverbindingen, die mede met de genetische aanleg het zijn van het individu en de normen van zijn gedrag bepaalt. Gezien de gemeenschappelijke culturele waarden eigen aan elk volk doorheen zijn geschiedenis, zullen die normen in meerdere of mindere mate verschillen van volk tot volk.

Dit behelst geen waardeoordeel! Het is louter een vaststelling. Er is geen reden denkbaar waarom de culturele eigenheid van een volk superieur zou zijn dan van een ander volk. Ze is wel anders.

Vlaanderen: een zelfstandige natie

Zo ook met België. Het volk boven de taalgrens heeft op heel wat gebieden andere opvattingen dan beneden de taalgrens. Daar is al zoveel over onderzocht en geschreven dat er geen twijfel meer mogelijk is. Er is dus spraak van twee volkeren. Het Belgische volk daarentegen is een kunstmatige creatie: het bestaat gewoonweg niet. België is als dusdanig een historische mislukking:een land dat alleen ontstaan is en bijeengehouden werd door belangen die niet van beide volkeren zijn, maar wel van de aanvankelijke overheersing van een Franstalige hegemonistische klasse die nog voortleeft in de dromen van de erfgenamen van die klasse. De verschillende overheersende opvattingen aan weerszijde van de taalgrens leidt tot voortdurende problemen. Die wil men opvangen en neutraliseren door steeds nieuwe staatshervormingen met steeds nieuwe compromissen, die de problemen alleen maar verdiepen en doen ontaarden.

Daarom is de enige oplossing ten gronde de splitsing van het land. Daarom willen wij de enige oplossing die voor de toekomst ons land moet behoeden voor chaotische desintegratie: de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Na de verkiezingen van 2007 moet er geen nieuw overleg omtrent staatshervorming komen, wel overleg over de modaliteiten en het tempo van de scheiding.

Brussel en Vlaanderen

Brussel wordt vaak aangehaald als argument tegen de opsplitsing van België. De franstaligen, die tegen de splitsing ageren,gebruiken het probleem Brussel naar believen om Vlamingen tegen franstaligen op te zetten door middel van de taalaspecten. Ook in de Vlaanderen weet niet goed wat men er mee moet aanvangen. "De Warande" suggereert een soort "Washington D.C.", maar steunt dit niet op een serieuze feitelijke analyse van het probleem. Anderen willen gewoon Brussel opgeven voor Vlaanderen. De Brusselse franstaligen,meestal van afkomst Vlamingen die in de loop van vorige eeuw verfransten om sociaal "er bij" te kunnen zijn, willen min noch meer van Brussel een Franstalige stad maken, etnisch gezuiverd van al wat Vlaams of Nederlandstalig is.

De afkeer van al wat Vlaams is, heeft geleid tot de opvatting 'Brussel als derde gewest'. Het monster van de staatshervorming heeft niet twee, maar drie gewesten gebaard.

Het Brussel van de 19 gemeenten is op geen enkele manier leefbaar als zelfstandig gewest. Noch economisch, noch sociaal, noch inzake ruimtelijke ordening, nog inzake het verkeersnet.

Het gewest Brussel is als het ware door een muur gescheiden van zijn hinterland. Zowel franstaligen als Vlamingen geven grif toe dat deze toestand onhoudbaar is. Momenteel leidt ze tot disproportionele injecties van financiële middelen (afkomstig uit de federale begroting, overwegend gespijsd door Vlaanderen).Elke Belgische euro die Brussel boven zijn proportioneel aandeel wordt toegestopt, bestaat uit 65 à 70 Vlaamse cents.

Wanneer morgen, na een nieuwe fase van de staatshervorming, de bevoegdheden van de gewesten nog merkelijk worden uitgebreid (een 'Vlaamse eis'!), zal dit nog enorm toenemen, omdat het sociaal-economisch leven van Brussel van de 19, voor 80% afhangt van Vlaanderen.

De Brusselse agglomeratie, om te kunnen overleven, zou moeten uitgebreid worden. De uitgesproken doelstelling van de francofonen is Groot-Brussel, met de aanhechting van Kraainem, Drogenbos, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Beersel, Dilbeek, Grimbergen, Hoeilaart, Sint-Pieters-leeuw, Meise, Overijse, Tervuren, Vilvoorde en Zaventem. Sommigen willen zelfs heel het arrondissement Halle-Vilvoorde en grote stukken van Leuven. Het pleidooi voor een dergelijke uitbreiding wordt gevoed door een aantal reële karakteristieken om de agglomeratie Brussel leefbaar te houden. Maar het miskent een essentieel aspect: het nationaliteitenvraagstuk.

Merken we op dat, benevens Israël en sommige territoria van de vroegere Sovjet-Unie, de franstaligen de enige zijn die expliciet territoriale eisen stellen.

Dit wordt de inzet van de franstaligen bij de volgende 'staatshervorming', die zij willen afdwingen als tegenprestatie voor verdere decentralisatie van sociale bevoegdheden.

Men moet op de maan leven, om niet in te zien dat zelfs louter onderhandelen op die basis gelijk staat aan een escalatie die in ons land Balkan toestanden zou doen ontstaan. Het zou Vlaanderen herleiden tot een onleefbare rompstaat.

De inzet van de staatshervorming

Een compromis-oplossing is mogelijk. De Vlaamse onafhankelijkheid kan gepaard gaan met een oplossing voor het taalprobleem en de Brussels-Waalse samenwerking.

Het behelst twee factoren: de vaststelling dat Vlaanderen het definitieve autonome landsgebied is ten noorden van de taalgrens, met inbegrip van Brussel, en anderzijds de grondwettelijke vastlegging van de rechten van de francofonen om, zonodig in samenwerking wet de Walen, hun rechten op taalgebied te vrijwaren, zonder de hinderlijke faciliteitenregeling.

Een autonoom Vlaanderen, met inbegrip van de Vlaamse hoofdstad Brussel, met gewaarborgd respect voor de francofone minderheid in Vlaanderen.

Na de komende verkiezingen is elke onderhandeling over een nieuwe staatshervorming met overheveling van enkele bevoegdheden overbodig en schadelijk. Men moet meteen de timing organiseren voor onderhandelingen omtrent de autonomie van Vlaanderen en Wallonië, de onderhandelingen omtrent de boedelbeschrijving en eventueel de modaliteiten van een Vlaams "Marshallplan" voor Wallonië.

De toekomst

Een fundamentele reden waarom Vlaamse zelfstandigheid een noodzaak wordt, is het besef van wat de komende generaties te wachten staat, en wat niet of slechts minimaal te spraak komt in de politieke wereld.

Het feest is gedaan. De energie is zo goed als opgebruikt en het milieu wordt onomkeerbaar verminkt.

Anderzijds neemt de gemiddelde levensverwachting toe, en komt er een nieuwe generatie geneesmiddelen tot stand die, ook in aanvaardbare prijszetting, onbetaalbaar worden.

Twee dingen zijn nodig: ten eerste een ernstig gesprek over de realiteit van de grenzen van de groei op alle gebied, en ten tweede een gesprek omtrent de prioriteiten.

Vandaag: niets van dit alles, behalve dan dat de oorlog voor de energie (en voor het water) al volop bezig is. De gevolgen van dit alles in de nabije en de verdere toekomst zijn echt schrikwekkend. Ofwel gaat men trachten beheerst die toekomst voor te bereiden, ofwel gaat men terecht komen in de totale chaos, met alle gevolgen van dien.

Vanuit de neoliberale globalisten kan men verwachten dat zij, vanuit hun internationale machtsposities, alles in het werk zullen stellen om de gevolgen voor zichzelf te beperken. Dus moet het denk- en doenwerk vanuit de nationale dimensie komen: als volk moet men die toekomst voorbereiden, zonder gehinderd te worden door de voortdurende keukenruzies op basis van nationale verschillen.

Er gebeuren vreemde dingen in ons land: de ene dag loopt het politieke volkje te hoop voor de film van Al Gore over de teloorgang van de wereld, en de andere dag publiceren zij een jubelcommuniqué over de groei van ons BNP,en de groei van onze consumptie; de ene dag willen zij de burger overtuigen met een spaarlampje, de andere dag vieren zij de vernieuwde feestverlichting van onze monumenten; de ene dag klagen we de vervuiling door microdeeltjes afkomstig van de auto's, de andere dag vieren we een record in autobouw...

Nochtans: het feest is bijna gedaan. (Voor velen is er trouwens nooit feest geweest.) Wij staan voor moeilijke, zeer moeilijke keuzes, die de mobilisatie van heel onze gemeenschap en van alle volkeren vragen. Moeten we verder gaan alsof er niets aan de hand is. Verder gaan met onze dromen naar onuitputtelijke energiebronnen? (Het onderzoek naar fusie-energie heeft al meer energie gekost dan een kerncentrale kan leveren, en er is nog altijd geen schijn van succes. Moeten we verder gaan met miljarden te investeren aan de ruimtevaart, op zoek naar ander (wellicht onbestaand) leven in het heelal, terwijl wij ons eigen leven nog niet kunnen beheren?

Moeten we verder gaan met de wereld te overstromen met nutteloze gadgets die energie en grondstoffen verspillen?

Ik ben overtuigd van de noodzaak om te beginnen aan de ommekeer vanuit het haalbare niveau van de natie (er bestaat geen ander werkzaam niveau).