Nummer 124


Binnenland | februari 2007


De Waalse Beweging vandaag (2) (Theo Van Heijst)<< Nummer 124

Traditioneel wordt de Waalse Beweging ingedeeld in vier onderscheiden stromingen. Om te beginnen zijn er diegenen die, meestal vanuit een progressieve of syndicale bezorgdheid, ijveren voor meer bestuurlijke en economische decentralisatie, ten voordele van het Waalse Gewest, tegen het "Brussels" centralisme in. Zij worden door de band regionalisten genoemd. Vervolgens is er de echte federalistische stroming die een verregaande staatkundige autonomie voor Wallonië nastreeft in het kader van een Belgische - of Europese - bondstaat. Ten derde is er het indépendantisme, het Waals separatisme dat van Wallonië (al dan niet met Brussel) een onafhankelijke staat binnen Europa wil maken. Ten slotte zijn er de aanhangers van het réunionisme, dat Wallonië - en eventueel Brussel - met Frankrijk wil verenigen en dat door de anderen steevast het rattachisme wordt genoemd.

Bij deze indeling moeten onmiddellijk enkele belangrijke kanttekeningen gegeven worden.

Eerst dient gezegd dat de eerste drie stromingen - regionalisme, federalisme en indépendantisme - eigenlijk één continuüm vormen en onder de noemer 'Waals autonomisme' kunnen geplaatst worden. De autonomisten zijn stellig van mening dat Wallonië op zichzelf alleen in staat is het economisch herstel tot een goed einde te brengen en wijzen er steeds weer op dat er iets als een aparte Waalse cultuur bestaat. Dit maakt hen tegenstanders van de réunionisten, volgens wie Wallonië er slechts economisch bovenop kan komen als het zich bij Frankrijk aansluit en dat het Waalse volk toch niet meer dan een onderdeel van de grote Franse natie is. Het Waals-autonomisme heeft echter zijn vroegere élan verloren, komt minder en minder in de Waalse politieke klasse en publieke opinie aan bod, en wordt, sinds eind jaren 1980, begin jaren 1990, vanuit twee kanten leeg gegeten. De opportunisten bekeren zich tot het woekerend (neo-)belgicisme en neo-unitarisme, de geradicaliseerden gaan over tot het réunionisme. Dit verklaart de oscillatie tussen optimisme en pessimisme van een man als José Fontaine, die in het eerste deel van dit tweeluik aan het woord kwam. De lezer herinnert zich dat Fontaine uitgebreid kloeg over het feit dat de hedendaagse Waalse leiders zich enkel als Franstalige Belgen gedragen, maar dat hij weinig woorden aan het réunionisme wilde besteden.

Een tweede opmerking die gemaakt moet worden, is dat nagenoeg alle Waalse militanten, autonomisten en réunionisten gelijk, tevens strijdbare verdedigers van de Franse taal en beschaving in België zijn. D.w.z. dat ze misschien wel de hele dag kwaad lopen omwille van het Brussels dédain jegens Wallonië, omwille van het neoliberalisme en het monarchisme van de Franstalige bourgeoisie, enz..., maar dat, wanneer puntje bij paaltje komt, zij toch een blijvende solidariteit tussen Walen en Franstalige Belgen elders voorstaan. Ze mogen "Brussel" dan misschien wel hartgrondig haten, toch kunnen ze het Vlaanderen slecht gunnen. Daarom zijn zij niet in staat het Wallo-Brux-project, laatste chantagemiddel van franstalig Brussel, totaal en finaal de grond in te boren. Deze schizofrenie is hét drama van de Waalse Beweging, en tevens van de Vlaamse Beweging, die een echt Waalse gesprekspartner ontbeert. Zo blijven Wallingantisme en Flamingantisme tegenstanders i.p.v. bondgenoten. De overige schuld ligt uiteraard bij het rechts Vlaams-nationalisme, met zijn instinctmatige afkeer van de per definitie linkse Waalse militant.

Het réunionisme

De neergang van het Waals-autonomisme, hoofdzakelijk wegens het toenemend belgicisme onder de Waalse elites, staat het de voormannen van het réunionisme toe zich tot meerderheidsstroming binnen de Waalse Beweging uit te roepen. Niemand kan dit beter verwoorden dan Paul-Henri Gendebien (°Hastière-par-delà, 1939), voorzitter van het Rassemblement-Wallonie-France (RWF).

Sinds zijn oprichting in 1999, heeft deze politieke partij bijna alle voormalige réunionistische groepen in zich verenigd. De partij noemt zich verder "républicain et laïc, démocratique et social" (de denkbeelden van Gendebien zitten heel dicht bij die van Jean-Pierre Chevènement) en bieden een volledig programma aan. De doelstelling van dit tegelijk Waals en republikeins project is duidelijk: een geleidelijke vereniging van Wallonië, maar ook -na referendum- van Brussel en de randgemeenten, met Frankrijk, waarin de regio's hun identiteit en grondgebied zouden behouden, maar niet hun politieke autonomie. Het RWF verwerpt de term 'rattachisme' omdat die meer op een annexatie slaat.

Nog veel minder dan het autonomisme, komt het réunionisme eigenlijk nooit aan bod in de Franstalige pers. Wanneer er dan toch eens een interview met Gendebien verschijnt, is dat in een Vlaamse krant of weekblad. Zijn analyses zijn te scherp, te pijnlijk, en bijgevolg taboe in een samenleving die volledig door de PS wordt gedomineerd. De magere verkiezingsresultaten tot nu toe (met de verkiezingen van 2004 haalde het RWF 1,02% van de stemmen in Wallonië, de Brusselse vleugel RBF slechts 0,4%) nemen niet weg dat de partij van Gendebien goed georganiseerd en onderbouwd is zodat de invloed verder reikt dan hun electoraal gewicht. Hun webstek (www.rwf.be) is goed gestructureerd, wordt regelmatig bijgewerkt en geeft de bezoeker al wat hij over de partij wil weten. P.-H. Gendebien was zelfs zo vriendelijk mij, in antwoord op een schrijven, enkele dagen voor Kerstmis thuis op te bellen. Waarna hij mij een half uurtje telefonisch les gaf in Waalse politiek, op zijn typische manier, die voor een Vlaming die hem niet kent nogal pedant kan overkomen. Maar het was wel buitengewoon verhelderend.

De analyse van Gendebien komt op het volgende neer.

Het Belgisch federalisme is een mislukking. Het heeft geen samenhangende en voldragen federale structuur meegebracht. Want België kan zich gewoon niet ten gronde hervormen omdat het geen natie is en nog slechts in verschijning een staatsmacht heeft. Er is ook geen echt toekomstbeeld meer: daarom zijn zijn waterdragers vervuld van een mechanisch en pavloviaans europeanisme en dromen ze van een ingebeeld Europa waarin België ooit pijnloos zou kunnen oplossen. Met het reële, bureaucratische en technocratische, Europa loopt Gendebien trouwens niet hoog op: het Europees constitutioneel verdrag noemt hij de nieuwe Bijbel van het 'libre-échangisme ultralibéral et mondialiste'.

De relaties tussen de verschillende Gewesten en Gemeenschappen hebben weg van een permanente institutionele guerrilla: zij leven slechts samen in een sfeer van wantrouwen en achterdocht. Daardoor hebben Vlaanderen en Wallonië geen gezamenlijk project voor België: ze beperken zich ertoe, elk op hun manier, pragmatisch gebruik te maken van wat er van de Belgische staat overblijft.

De Vlaamse natie beschouwt zichzelf als een staat in wording: ze heeft daartoe de stoffelijke middelen en de culturele basis, maar ook de politieke wil en de legitieme ambitie. Het federalisme is voor Vlaanderen slechts een overgangsregime naar een of andere mate van onafhankelijkheid [Gendebien schijnt dus niet te weten dat de Vlaamse politieke, culturele, academische en artistieke elites tegenwoordig van een nooit gezien neo-belgicisme, ja zelfs neo-unitarisme doordrongen zijn!, nvdr].

Wallonië bedient zich van België om het moment om zijn toekomstkeuzes te maken zo ver mogelijk voor zich uit te schuiven: die keuze lijkt zo verschrikkelijk dat men ze vandaag nog niet wil aanpakken. En de Waalse politieke klasse vreest vooral privileges en macht te verliezen. Sinds 1999 zijn de Waalse politieke leiders openlijk neo-belgicist geworden: steunpilaren van de belgitude en medeplichtigen van een "wonderdoende" monarchie. Elio Di Rupo (tegelijk voorzitter van de PS, minister-president van het Waals Gewest en burgemeester van Bergen) ontpopte zich tot redder van België en beschermer van het Koningshuis. In Le Soir van 13 januari 2007 zei deze: "Mijn eerste prioriteit, da's de eenheid van België."

Vlaanderen en Wallonië lijken wel twee dokters die ruzie maken over welke geneesmiddel moet toegepast worden aan de Belgische ziekte. Vlaanderen opteert voor euthanasie op de federale staat, terwijl Wallonië en Brussel gaan voor een onvoorwaardelijke volharding van de behandeling. Het zijn echtgenoten die nog eventjes onder één dak wonen alvorens te gaan scheiden.

Volgens Gendebien heeft het federalisme, net zoals het België niet zal redden, ook geen betekenisvolle bijdrage geleverd aan het politiek, cultureel en economisch herstel van Wallonië. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt deels bij de Walen zelf.

De verworven autonomie ging niet samen met de opkomst van een nieuwe politieke vertegenwoordiging, maar heeft eerder de oude heersende klasse, die tussen 1945 en 1975 aan de macht kwam, geconsolideerd. De PS is nog altijd dezelfde als vroeger, en heeft de Waalse maatschappij meer dan ooit in zijn greep. Vlaanderen wordt, volgens hem, voorgezeten door Vlamingen, terwijl de Waalse verantwoordelijken eerst Belgisch denken, alvorens aan Wallonië te denken. Daardoor is het algemeen Waals identiteitsbesef sterk achteruit gegaan.

Er is ontegensprekelijk vooruitgang geboekt in sommige punten van bepaalde dossiers. Maar Wallonië heeft toch niet de ondeugden van de centrale staat willen uitroeien: het heeft ze gereproduceerd en soms zelfs versterkt! De PS-top regeert in feite terwijl de Waalse regering is verworden tot een provinciale bestendige super-deputatie en het Waals parlement tot een soort "comité Théodule" waar de verveling, het absenteïsme en het non-debat heersen. Het is volgens Gendebien zo stom als een karper uit de Maas.

Misschien was de regionalisering wel een nodige etappe en heeft ze ontegensprekelijk bepaalde vooruitgang gebracht, ze heeft tevens aangetoond dat een onafhankelijk Wallonië economisch en financieel niet levensvatbaar is en dat een Waalse Republiek politiek niet haalbaar is. Zowel het 'Contrat d'Avenir' als het 'Marshall-plan' zijn mislukkingen te noemen: het gaat (qua werkloosheid, investeringen, etc...) helemaal niet beter met Wallonië. Maar de PS-bonzen houden niet op met euforische berichten uit te sturen dat Wallonië zijn achterstand snel aan het inhalen is. En de Franstalige pers rolt hiervoor telkens weer de rode loper uit.

Daarom zullen de Walen binnenkort voor de volgende keuze staan: ofwel ten allen prijze en tegen alle evidentie Belgisch blijven, ofwel zich voorbereiden op een resolute en definitieve keuze voor Frankrijk. De RWF is er van overtuigd dat dit laatste voortaan het enige toekomstcontract is dat aan de Walen moet voorgesteld worden. En, als ze dit wensen, tevens aan de Brusselaars.

De réunionistische stroming heeft doorheen de geschiedenis van de Waalse Beweging altijd bestaan. Sinds 60 jaar gaan er meer en meer militanten over van autonomisme naar réunionisme, en nooit in de andere richting. Sinds de jaren 1980 heeft de Parti Socialiste de politieke uitdrukking van de Waalse Beweging voor een groot deel bijgeschaafd, gerecupereerd en vervolgens doodgeknepen. De stem van de autonomistische stroming is, tijdens een proces dat van 1984 tot 1999 heeft geduurd, door de leiding van de PS versmacht - te beginnen bij Spitaels om uit te komen bij Di Rupo. Het autonomisme is met de ontgoochelingen van het mislukt federalisme zo goed als verdwenen binnen de PS (op enkele "régionalistes belgicains" na), maar ook binnen de niet partijpolitieke Waalse Beweging zelf. Gendebien liet niet na ons te vertellen dat José Fontaine zijn blad Toudi slechts in leven kan houden dank zij de subsidies die hij bij Van Cau is gaan schooien, en dat Philippe Destatte, baas van het Institut Destrée, slechts "un fonctionnaire" is.

Maar dat wil niet zeggen dat de Waalse Beweging verdwenen is: de réunionistische stroming vormt voortaan de meerderheid. Wat er rest aan autonomisme poneert volgens Gendebien geen duidelijke objectieven noch doctrine meer, is tweeslachtig in zijn houding tegenover Brussel, en heeft geen politieke of intellectuele uitdrukking van betekenis meer.

Een bepaald deel van de politieke klasse, de monarchistische milieus en een sector van de oude bourgeoisie spelen met de hypothese van een voortgezet Franstalig België. De heropgeleefde, réunionistische Waalse Beweging verwerpt zo'n project voor een staat "Wallo-Brux" of "Minibel": het staat haaks op al hun historische verzuchtingen. Net zo min als een onafhankelijk Wallonië, zou zo'n Klein-België politiek, economisch en financieel levensvatbaar zijn. Een Waalse staat of een Franstalig België zouden te paard zitten tussen een slechte imitatie van Frankrijk en een anti-Frans, reactionair prinsbisdom. Bij het einde van België zouden de Walen vlug kiezen voor aansluiting bij Frankrijk en het RWF-RBF van Gendebien nodigt de Brusselaars uit om, na een referendum, Wallonië dan in die stap te volgen.

Gendebien is van mening dat de Brusselaars wel voor die oplossing zullen kiezen, nadat ze vastgesteld hebben dat een "stadstaat-" of "D.C.-"project veel te grote moeilijkheden zou meebrengen. Zo'n DC-project noemde Gendebien "le sommet d'inculture politique" en voor de enkele tricolore-vlaggenzwaaiers die in de beruchte RTBF-uitzending te zien waren gebruikte hij de term "une petite bourgeoisie déclassée" die denken dat ze aparte belangen hebben. Deze laatsten zijn zowel anti-Waals als anti-Vlaams, en willen bij een Belgische scheiding desnoods een onafhankelijk Brussel oprichten. [Ondertussen moeten we wel vaststellen dat al 7000 aanhangers van het Brussels-patriottisme, allen uit de hogere belastingschalen, het "Wij Bestaan!"-manifest hebben ondertekend..., nvdr].

Besluit

De conclusie van Gendebien is klaar: het actuele dovemansgesprek tussen Walen en Vlamingen is een uitvinding van de Belgische staat. In het Belgisch kader is niets meer mogelijk. Daarom moeten we zo vlug mogelijk tot een finale scheiding in der minne komen en de enige methode daartoe zijn rechtstreekse contacten tussen Wallonië en Vlaanderen. Er mogen geen drie delegaties aan tafel komen! Maar dan moet er aan Waalse kant wel wat veranderen, want de tegenwoordige leiders van Wallonië zijn "très bruxellisés".

Wij kunnen voor een heel groot deel meegaan met de analyses van Gendebien. Maar wij kunnen niet echt een voorkeur uitdrukken voor een onafhankelijke Waalse republiek of een aansluiting van Wallonië bij Frankrijk. Da's een zaak die de Walen onder zich maar moeten uitvechten. We herinneren ons wel dat de Vlaamse "Wallonië-kenner" Guido Fonteyn in Meervoud van januari 2000 liet optekenen dat volgens hem "het rattachisme de beste keuze voor Wallonië" is.

Het spijtige is dat Gendebien ook Brussel als een toekomstig deel van Frankrijk beschouwt, gewoon omdat de lingua franca daar het Frans is... Van 1988 tot 1996 was Gendebien algemeen gedelegeerde van de Franse Gemeenschap te Parijs en naar het schijnt heeft men hem daar toen ingefluisterd dat Wallonië welkom is in Frankrijk... op voorwaarde dat het Brussel meebrengt.

Wat er ook van is: wij pleiten voor hernieuwde en versterkte contacten tussen de Waalse en Vlaamse Beweging. En ons links-nationalistisch scheidingsplan blijft hetzelfde: Wallonië krijgt een Vlaams Marshall-plan als afscheidscadeau, op voorwaarde dat het Brussel aan Vlaanderen gunt; en in het onafhankelijk Vlaanderen (en alleen dan) mogen de Franstaligen in Brussel en, waarom ook niet?- in de Rand, op uitgebreide culturele rechten rekenen.