Nummer 125


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | maart 2007


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 125

Heilig Hartcollege sluit zijn deuren

Er is de jongste weken zéér veel inkt gevloeid over de traumatische sluiting van het Heilig Hartcollege in Ganshoren, vroeger een van de bakens in het Nederlandstalig onderwijslandschap in de hoofdstad. De directie wierp de handdoek in de ring, omdat ze niet opgewassen bleek tegen de jongeren die niet alleen een serieuze taalachterstand hadden, maar ook niet 'schoolrijp' bleken, wat een eufemisme is voor problematisch spijbelen en baldadig gedrag.

De sluiting van het Heilig Hartcollege spreekt nogal tot de verbeelding, omdat heel wat vooraanstaande Brusselse Vlamingen, zoals gewezen cultuurminister Hugo Weckx er school liepen.

De zeer ruime aandacht die het voorval genoot, is in wezen positief, omdat structurele maatregelen in het Nederlandstalig onderwijs zich opdringen, en daar kan maar een draagvlak voor ontstaan als de kwestie publiek aan de orde gesteld wordt. Maar dat belet niet dat de discussie nogal polemisch verloopt. Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke kwam prompt voor de pinnen met een 'noodplan' voor het Nederlandstalig onderwijs in de hoofdstad. Guy Vanhengel (VGC-verantwoordelijke voor onderwijs) sakkerde dat er geen behoefte was aan een noodplan, 'omdat er geen ramp was'. In de Raad van de VGC werd Vanhengel met zijn geforceerd optimisme in verband met het Brussels onderwijs over de hekel gehaald door Johan Demol en Dominiek Lootens.

De realiteit van het Brussels Nederlandstalige onderwijs is bijzonder complex, en men kan de bekommernis van Vanhengel begrijpen om wat misgelopen is in één school niet te laten uitgroeien tot een algemene beeldvorming.

Niettemin moet men vaststellen dat de jongste decennia jaar zowat een kwart van de middelbare scholen hun deuren hebben moeten sluiten, wegens een gebrek aan leerlingen. Tussen 1980 en 2000 daalde het aantal middelbare scholieren in Vlaamse scholen van 17.355 tot 11.284. (Dit in tegenstelling tot de lagere scholen die uitpuilen van de leerlingen en waar de Vlaamse schoolpopulatie nu al een kwart van de totale Brusselse lagere schoolbevolking uitmaakt). De voornaamste reden voor de leegloop is dat de Brusselse middelbare scholen concurrentie kregen in de rand. Met name het Heilig Hartcollege is quasi leeggezogen door het nabijgelegen Regina Caeli in Dilbeek. Tussen 1991 en 2005 is de instroom van leerlingen van buiten Brussel afgenomen van 8.536 tot 5.962. Het is maar pas de laatste vijf jaar dat het middelbaar onderwijs terug groeit, omdat de generaties Brusselse kinderen uit de lagere school nu hun intrede doen in het middelbaar onderwijs. Zo klom het leerlingenaantal weer op tot 12.185. Er treedt een voortschrijdende verbrusseling op: iets meer dan de helft van de middelbare schoolbevolking komt nu uit Brussel. Dat betekent dat ook de culturele achtergrond van die kinderen sterk verkleurd is. Vandaag komt 37,4% van de kinderen uit homogeen-Nederlandstalige gezinnen; 25,9% uit tweetalige (N/F) gezinnen; 17,4% uit homogeen-Franstalige gezinnen en 19,5 % uit anderstalige gezinnen. En dat zijn dan nog cijfers die afsteken bij het lager onderwijs, waar het percentage anderstaligen nog veel groter is.

De evolutie is nog lang niet aan zijn eindpunt gekomen: zo'n 10 jaar na het basisonderwijs, krijgt nu ook het middelbaar onderwijs te maken met steeds grotere aantallen niet-Nederlandstalige leerlingen. Algemeen is vastgesteld dat de niet-Nederlandstalige leerlingen gemiddeld een taalachterstand van twee jaar hebben opgelopen. Aan het einde van de lagere school hebben ze de taalbeheersing van een vierde leerjaar, en dit ondanks een aantal inspanningen die zowel de Vlaamse gemeenschap als de VGC hebben geleverd om de scholen met veel anderstaligen (dus de meeste in Brussel) extra-ondersteuning te geven.

Ook op het middelbaar niveau bestaan er een aantal omkaderingsmaatregelen die zouden moeten toelaten die taalachterstand bij te sleutelen, maar die zijn al bij al beperkt. Bovenop de taalproblemen komen nu ook gedragsproblemen, want de kinderen in de lagere school zijn doorgaans nog lief en meegaand, terwijl op de middelbare school de puberteit aanbreekt. Koppel daaraan bij de allochtone leerlingen nog een aantal cultuurverschillen en de problemen stapelen zich op, zeker in de concentratiescholen.

Tot nu toe hebben de beleidsverantwoordelijken altijd gezworen bij de m.i. foutieve stelregel dat de Nederlandsonkundige leerlingen binnen hetzelfde lesurenpakket én de taal én de leerinhouden zouden kunnen verwerven, indien de leerkrachten maar voldoende vertrouwd geraken met aangepaste methodieken, nieuwe lesmaterialen, evaluatiemethodes, enz. Natuurlijk is het positief dat de leraars goed begeleid en bijgeschoold worden om hun opdracht waar te maken. Maar er bestaat wetenschappelijk onderzoek dat dit uitgangspunt tegenspreekt. De redenering is de logica zelf. De niet-Nederlandstalige kinderen kunnen wel degelijk heel wat kennis (voornamelijk: woordenschat) vergaren op korte tijd, maar de Nederlandstalige kinderen leren in dezelfde tijdspanne zelf ook weer vele nieuwe woorden. Ondanks alle inspanningen groeit de taalkloof in plaats van af te nemen. Het is zonder meer positief dat minister Frank Vandenbroucke dit nu begint in te zien. In 'De Zevende Dag' stelde hij dat hij hoe langer en meer van overtuigd raakt dat de taalachterstand niet binnen het staande curriculum in te lopen valt.

Het klinkt allicht wat sarcastisch, maar voor het Brussels Nederlandstalig onderwijs is het een groot geluk dat de stad Antwerpen vandaag de dag stilaan met dezelfde problemen te kampen krijgt. Meer dan tweederde van de kinderen op de Antwerpse basisscholen hebben het Nederlands niet als thuistaal. Dat zijn ronduit Brusselse toestanden. Ongetwijfeld heeft dit gegeven er toe bijgedragen (samen het feit dat minister Vandenbroucke zeker heel wat gevoeliger is dan zijn voorgangers voor de situatie van de Vlamingen in Brussel) dat de Vlaamse politiek nu een grotere bereidheid aan de dag legt om het probleem van taalachterstand ernstig te nemen.

Het valt toe te juichen dat minister Vandenbroucke met zijn Franstalige collega Arena tot een overeenkomst kan komen om het spijbelprobleem gezamenlijk aan te pakken. Tot voor kort weigerde de Franse Gemeenschap immers om haar leerlingengegevens vrij te geven zodat het in Brussel de facto onmogelijk was om efficiënt op te treden tegen het spijbelen. Zijn idee om de leerplicht uit te breiden tot de derde kleuterklas is ook een belangrijke structurele maatregel: hoe vroeger de kinderen met het Nederlands in aanraking komen, hoe beter. (Hiervoor is een federale wetswijziging nodig). De idee om een wettelijke basis te geven aan de 'engagementsverklaring' die nu al in voege is bij heel wat Brusselse scholen (waarbij minstens een van beide ouders zich engageert om Nederlands te leren wanneer hij zijn kinderen inschrijft in een Vlaamse school) is ook al een goede zaak. (Dit leidde weerom tot hysterische taferelen in de Franstalige dagbladpers en politiek, maar kom).

In de VGC opperde Marie-Paule Quix (Spirit) de idee om 'taalbadklassen' in te voeren, overgangsjaren waarin leerlingen met taalachterstand op taalvlak kunnen bijgespijkerd worden. Een paar jaar terug werden mensen die dergelijke voorstellen deden nog weggehoond. (Het VB claimt nu dat zij er al lang voorstander van waren, maar dat hebben ze dan volgens mij toch niet heel luid van de daken geschreeuwd). Nu is deze idee blijkbaar bespreekbaar geworden.

Intussen blijven een aantal Vlaamse kosmopolieten zweren bij nieuwe vormen van 'meertalig onderwijs' voor Brussel, al dan niet in het kader van het bevestigen van een 'Brusselse identiteit' en een 'Brusselse gemeenschap'. Minister Vandenbroucke (zoals eerder al Guy Vanhengel) heeft zich hier terecht tegen afgezet.

We ronden af met een excursie naar Duitsland. Daar woedt al enige tijd een debat over de vraag of allochtone leerlingen zouden moeten verplicht worden om Duits te spreken op de speelplaats. Dit natuurlijk tot ergernis van politiek-correcte ideologen, die hooghouden dat in de multiculturele maatschappij in wording de 'hybride mens' die thuis is in verschillende culturen een specifiek 'cultureel kapitaal' bezit, en ondersteunende netwerken, die hem tot voordeel strekken om zich waar te maken. Zij huldigen onder meer de leerstelling dat allochtone kinderen die ondersteund worden in de verwerving van hun moedertaal, ook beter zullen scoren om de taal van de onthaalgemeenschap te verwerven. (Ook in Brussel bestaan er op basis van deze premisse een aantal Spaans-Nederlandse, Spaans-Italiaanse en Spaans-Turkse onderwijsprojecten). Een gerenommeerde socioloog, Hartmut Esser (universiteit van Mannheim), heeft zowat alle studies wereldwijd met betrekking tot onderwijsresultaten en beroepskansen in biculturele onderwijssystemen en tweetalige groepen onderzocht, en kwam tot de bevinding dat die stellingen geen hout snijden. Ten eerste moet het merendeel van het 'onderzoek' dat terzake werd verricht naar de prullenmand verwezen worden omdat ze een aanfluiting vormen van iedere ernstige statistische methodiek (ontoereikende gegevens, afwezigheid van controlegroepen, afwezigheid van enig onderzoek naar andere factoren die een rol kunnen spelen). In de Verenigde Staten kan noch bij Spaanstaligen, noch bij Aziaten een positieve invloed vastgesteld worden wat betreft schoolse resultaten, wel integendeel: wie vasthoudt aan zijn taal, boert slechter. En ook op het vlak van de socio-professionele integratie is er geen meerwaarde: de 'etnische netwerken' reiken niet erg ver, zeker niet tot echt interessante jobs, zowel bij immigranten in de Verenigde Staten als bijvoorbeeld bij Turken in Duitsland. "Bij de huidige stand van de wetenschap, besluit Hartmut Esser, kan men niet stellen dat het handhaven van banden met het land van oorsprong een meerwaarde heeft voor de(socio-economische) integratie. Assimilatie lijkt de enige mogelijke weg te zijn."

Het lijkt er dus op dat het Vlaams beleid op het goede spoor zit, indien men de focus op taal, taalaanbod en taaleisen ten aanzien van zowel leerlingen als ouders verder doorzet. Dit zal nog wel belangrijke bijkomende investeringen vergen. De afgang van het Heilig Hartcollege mag hopelijk dit inzicht hebben aangescherpt.

Europese ambtenaren niet opgezet met anti-Vlaamse propaganda

Vorige maand schreven we in deze rubriek over het initiatief van de Europese Commissie om haar in de 23.700 postvakjes van haar ambtenaren het Franstalige weekblad 'La Tribune de Bruxelles' te laten verspreiden. De operatie is geen onverdeeld succes zo blijkt, want heel wat Commissie-ambtenaren nemen aanstoot aan de onversneden FDF-taal die het blad bezigt. In een personeelsblad van Europese ambtenaren verschenen tal van vlijmscherpe protestbrieven van Commissie-ambtenaren, zowel van Nederlandse, Vlaamse als niet-Nederlandstalige ambtenaren.

Een zekere Arthur Braam bindt de kat de bel aan in de editie van 9 februari van het Engelstalige personeelsblad: "It is in my view outrageous that the radical paper La Tribune de Bruxelles, a mouthpiece of FDF and all those who deny the bilingual (French and Dutch) character of Brussels and its surrounding "faciliteitengemeenten" is enthusiastically welcomed for free distribution in the Commission buildings by the Commission President and the president of R&D (...) The Commission administration should as a matter of courtesy and prudence, be expected to take a neutral stance on internal Belgian affairs." In de eerstvolgende editie lezen we slechts eensluidende commentaren, zoals die van de Italiaanse Cirstina Cona: "Congratulations to Arthur Braam, with whom I couldn't agree more. The decision to distribute La Tribune de Bruxelles to Commission staffshows what can be charitably described as a distinct lack of thought. I would urge the Commission and its president to refrain in any way from intervening in Belgo-Belgian quarrels, however indirectly, and to rescind the agreement with TDB if at all possible. I am sure many people, and not just among the Flemish will find such an initiative ill advaised, discourteaous and inappropriate." Net als verschillende andere briefschrijvers hekelt Cona nog de massale papierverkwisting die de ongevraagde distributie van La Tribune inhoudt. Een andere Nederlandse lezer, Joep Van Dijk, schrijft: "I totally agree with Arthur Braam. I didn't know this magazine was officially known for its FDF-mentality, but reading the headline "Meise, la flamandisation larvée se poursuit", I got suspicious. Now that my suspicions have been confirmed, I would like to ask not to receive any of these political folders, especially not via my employer." En ene Jan Baele zet verder nog de puntjes op de 'i' in verband met de plantentuin: "I got shocked reading the article about the botanical garden on page 5 which seems rather biased against the Flemish government. In fact, when the federal and Walloon governement has refused tot increase funding for this garden for years, so that now it lays in ruins, the Flemish governement took the initiative to try and salvage what is left. I can understand that there may be different views and interpretations on this, but what I fail to understand is how it is possible that one particular view on the matter is shoved under the noses of all EU staff, with the subsidy of a staff union."

In een schrijven aan Commissievoorzitter Barroso vraagt de Europese vakbond 'Union of European Civil Servants' de stopzetting van de verspreiding van het blad. In een eerste reactie liet de Commissie weten dat het blad in eerste instantie voor een proefperiode van drie maanden zou verspreid worden en dat met de talrijke reacties zal rekening gehouden worden bij de evaluatie. N-VA-europarlementslid Frieda Brepoels schreef eveneens Commissievoorzitter Barroso aan. Ze ziet zelfs electorale motieven achter het hele opzet, met het oog op de federale verkiezingen. Nochtans hebben EU-burgers geen stemrecht voor deze verkiezingen, wél voor gemeenteraadsverkiezingen.

De commotie die het TDB-incident blijkbaar in eurocratische middens verwekt toont aan dat de internationale gemeenschap in Brussel zich niet zomaar voor het karretje van de Franstaligen laat spannen, zelfs al is ook voor hen het Frans veelal de lingua franca in Brussel. Het is waar dat velen van hen voor een groot stuk in hun eigen cocon leven. De KVS bracht recent nog een Engelstalige opvoering op de planken van de Britse journaliste Alecky Blyth, 'I only came here for six months', waarin de Brusselse ex-pats en hun worsteling met identiteit, vervreemding en integratie op hilarische maar ook ontluisterende wijze geportretteerd worden. Heel wat eurocraten schijnen bewust te opteren voor een neutrale opstelling ten aanzien van de intern-Belgische conflicten. Slechts 10% van hen schreef zich in voor de gemeenteraadsverkiezingen. Eén van de weinige EU-burgers die ook een gemeentelijk mandaat in de wacht sleepte is de Friese vertaler Rik Jellema, die voor Groen! zetelt in Etterbeek. Anderzijds weten de internationaal gerichte Vlaamse cultuurhuizen in Brussel hen ook wel te bereiken (Zij maken bijvoorbeeld één derde van het publiek uit van het Kaaitheater). Het is hoegenaamd niet zo dat de EU-burgers 'automatisch' de kant kiezen van de Franstaligen.

Nog nieuws van het Europese front: missieve van de Commissie

The European Commission has just announced an agreement whereby English will be the official language of the European Union rather than German, which was the other possibility. As part of the negotiations, the British Government conceded that English spelling had some room for improvement and has accepted a 5-year phase-in plan that would become known as 'Euro-English'.

In the first year, 's' will replace the soft 'c'. Sertainly, this will make the sivil servants jump with joy.

The hard 'c' will be dropped in favour of 'k'. This should klear up konfusion, and keyboards kan have one less letter.

There will be growing publik enthusiasm in the second year when the troublesome 'ph' will be replaced with 'f'. This will make words like fotograf 20% shorter.

In the 3rd year, publik akseptanse of the new spelling kan be expected to reach the stage where more komplikated changes are possible. Governments will encourage the removal of double letters which have always ben a deterent to akurate speling. Also, al wil agre that the horibl mes of the silent 'e' in the language is disgrasful and it should go away.

By the 4th yer people wil be reseptiv to steps such as replasing 'th' with 'z' and 'w' with 'v'.

During ze fifz yer, ze unesesary 'o' kan be dropd from vords containing 'ou' and after ziz fifz yer, ve vil hav a reil sensibl riten styl.

Zer vil be no mor trubl or difikultis and evrivun vil find it ezi tu understand ech oza. Ze drem of a united urop vil finali kum tru.

Und efter ze fifz yer, ve vil al be speking German like zey vunted in ze forst plas.