Nummer 126


| april 2007


Volkeren in beweging (Jan van Ormelingen)<< Nummer 126

Baskenland: Spaanse rechterzijde betoogt in Iru¤ea

Op 17 maart trok een grote betoging van rechtse tot extreem-rechtse Spanjaarden door de straten van de Baskische hoofdstad Iru¤ea (Pamplona). Het hele gebeuren droeg de stempel van de Partido Popular (PP), maar het krioelde van de falangisten en ander extreem-rechtsen. De betogers vrezen dat Nafarroa (Navarra) als pasmunt zal worden gebruikt bij de vredesonderhandelingen met ETA. Op een bord dat door veel betogers werd meegedragen, was te lezen: "Esto es Espa¤a y al que no le guste que se vaya" (Dit is Spanje en dat al wie er niet van houdt, vertrekt). Dat niemand in de betoging zich heeft gestoord aan deze boodschap, zegt veel over het denken van de Spaanse rechterzijde.

Hoewel de Spaanse sociaal-democraten nauwelijks blijk geven van goodwill in het Baskische vredesproces, zou het wel eens kunnen zijn dat Nafarroa herenigd wordt met de rest van Zuid-Baskenland. Nafarroa is de bakermat van de Baskische cultuur, maar is in de loop van de recente geschiedenis afgezonderd van de Baskische Autonome Gemeenschap. In Nafarroa zwaait de UPN - de lokale PP-afdeling - de plak en voert samen met het centrum-rechtse CDN een sterk anti-Baskisch beleid.

Waarom zou Nafarroa de sleutel kunnen zijn tot vrede? Zoals we weten, wil Madrid het recht op zelfbeschikking voor de Basken niet erkennen, zelfs al is het een basisrecht. Het links-nationalistische Batasuna heeft al laten weten dat een mogelijk compromis kan zijn dat er geen zelfbestuur komt, maar dat de vier Baskische provincies onder Spaans bestuur worden herenigd. In een vredesproces zijn de onderhandelingsmarges klein, maar deze piste kan tot een historisch compromis leiden.

Maar zo ver zijn we duidelijk nog niet. De PP misbruikt de Baskische kwestie op om de sociaal-democraten van de macht te verdrijven, terwijl de Spaanse eerste minister Zapatero talmt om stappen te zetten in het vredesproces. Intussen geeft Batasuna zonder ophouden constructieve tekens, zoals het afstand nemen van de gewapende strijd. Een jaar na de afkondiging van de wapenstilstand van ETA blijkt uit opiniepeilingen dat 60% van de Spaanse bevolking wil dat Zapatero opnieuw met ETA gaat onderhandelen. Maar willen de Spaanse sociaal-democraten wel een oplossing van het Baskische conflict?

Noord-Ierland: vroegere aartsvijanden gaan regering vormen

Op 26 maart lieten de vroegere aartsvijanden Gerry Adams en Ian Paisley zich gezamenlijk fotograferen. Hoewel ze niet echt naast elkaar zaten - ze hadden de hoek van de tafel uitgekozen - was het beeldmateriaal zonder meer historisch. Het beeld moet vooral bij de extremistische unionisten van Paisley (DUP) op het netvlies hebben ingewerkt. Dat is althans af te leiden uit de negatieve reacties en de ontslagen van enkele prominente DUP-ers. Nochtans had dominee Paisley er alles aan gedaan om zijn achterban niet voor het hoofd te stoten.

Hoe komt het dat Ian Paisley nu water in de wijn doet en voor spanningen zorgt binnen zijn partij? Het antwoord is simpel: hij werd hiertoe gedwongen omdat de Republikeinen (Sinn Féin en het IRA) alle gevraagde toegevingen hebben vervuld en omdat Londen de druk enorm heeft opgevoerd. In oktober vorig jaar werd Paisley in het Schotse Saint-Andrews met zachte dwang verplicht om 26 maart 2007 te aanvaarden als datum waarop hij met Sinn Féin Noord-Ierland zou gaan besturen. Als er dan geen Noord-Ierse regering zou zijn, dan zouden Londen en Dublin het bestuur definitief overnemen.

Hoewel duidelijk was dat Ian Paisley geen andere kant meer uit kon, bleef het tot de laatste minuut spannend. Geen wonder dat Londen in de week voor 26 maart nog aanzienlijke sommen geld beloofde als alles zou verlopen volgens plan. Op 24 maart nam de DUP-top een beslissing, maar liet naar buiten toe enkel verstaan dat de Noord-Ierse regering er ten vroegste in mei zou kunnen komen: een flink stuk na de afgesproken datum. Zou Londen deze eis nog aanvaarden? Op de dag van de waarheid werd bekend gemaakt dat de Noord-Ierse regering op 8 mei van start zal gaan. In deze regering zal de DUP 4 ministers hebben, Sinn Féin 3, de gematigd unionistische UUP 2 en de gematigd nationalistische SDLP 1.

Catalonië: Catalaanse televisie in Valencia bedreigd

Als Catalonië in het nieuws komt, dan denken we in de eerste plaats aan de zelfverzekerde regio rond Barcelona. Minder bekend is dat het Catalaans veel ruimer wordt gesproken in de zogenaamde de Paísos Catalans (de Catalaanse landen). Het Catalaanse taalgebied omvat: 1. Catalonië zelf. 2. Noord-Catalonië onder Frans bestuur. 3. La Franja, een langgerekt gebied in Aragon, tegen de grens met Catalonië. 4. De Balearen. 5. El Carxe, in de Spaanse provincie Murcia. 6. Andorra. 7. De stad Alguer op het eiland Sardinië en ten slotte 8. de provincie Valencia.

In de meeste Catalaanse landen staat de eigen taal onder druk. De Spaanse elites zien de culturele verscheidenheid binnen hun rijk al eeuwen als een bedreiging en voeren een actieve verspaansingspolitiek. Maar omdat je een taal niet zomaar kunt uitroeien, hebben ze er in de provincie Valencia niets beters op gevonden dan het plaatselijke Catalaans te degraderen tot Valenciaans. Voor de conservatieve machthebbers in Valencia - die als goede Spanjaarden alleen Spaans spreken - heeft het Valenciaans geen uitstaans met het Catalaans. Zij zien het Valenciaans als een folkloristisch fenomeen dat hoogstens getolereerd kan worden.

Om tv-uitzendingen in de moedertaal te kunnen bekijken, begon ACPV (Acció Cultural del Pa¡s Valencià) in 1985 met het installeren van zendmasten om het signaal van de Catalaanse televisie over het Valenciaanse territorium te verspreiden. Vandaag betalen duizenden Valencianen een aparte contributie aan ACPV voor een recht dat eigenlijk door de overheid zou moeten worden gegarandeerd.

Maar de PP-regering in Valencia denkt daar kennelijk anders over. Midden vorige maand liet zij weten dat de Catalaanse tv-kanalen illegaal zijn en dat ze de reguliere tv-kanalen storen. TV3 en de andere kanalen zouden tegen 25 april uit de lucht worden gehaald en ACPV zou een boete moeten ophoesten van 60.000 tot 1.000.000 euro! Deze regelrechte aanval op de Catalaanse cultuur komt er in volle verkiezingstijd, op een moment dat het Spaans-nationalisme van de PP een nieuw hoogtepunt bereikt.

De reactie liet niet lang op zich wachten. Honderden mensen kwamen meteen op straat en een breed front van culturele, sociale, syndicale en politieke organisaties was in één, twee, drie gevormd. De zaak zorgde voor deining in het naburige Catalonië en kwam zelfs ter sprake in het Europese parlement. Opvallend was ook dat verschillende PP-politici zich verzetten tegen de anti-Catalaanse kuiperijen van hun partij.

Intussen heeft de Valenciaanse regering al gas moeten terugnemen en verklaarde dat er een definitieve oplossing moet komen voor de Catalaanse tv-zenders in Valencia. Maar de strijd is nog niet gestreden, want de aangekondigde maatregelen zijn nog niet ingetrokken en er is nog een akkoord over een oplossing ten gronde.

Occitanië: meer dan 20.000 betogers voor het Occitaans

Op zaterdag 17 maart, verzamelden zich, onder een stralende zon, meer dan 20.000 betogers om de Occitaanse taal te verdedigen. De betogers waren vanuit alle Occitaanse windstreken maar ook uit Catalonië, Italië, Baskenland, Bretagne en de Elzas naar Besièrs (Béziers) gekomen. Alle lagen van de bevolking waren vertegenwoordigd.

De organisatoren van deze betoging wensen dat hun taal zich kan ontwikkelen in de media, het onderwijs en het openbare leven... Maar hiervoor moet de Franse staat het artikel 2 van de grondwet wijzigen en het Europees Handvest voor regionale en minderheidstalen bekrachtigen.

Patrig Herve, voorzitter van Diwan, nam het woord in naam van de Bretoenen, aanwezig om hun steun te betuigen. De links-nationalistisch organisaties uit respectievelijk Bretagne, Baskenland en Occitanië, Emgann, Batasuna en Anaram Au Patac, hadden zich geschaard achter een spandoek waarop een officieel statuut voor hun talen werd gevraagd.

De betoging was een groot succes en bewijst dat het Occitaans een levende taal is.

Bretagne: Bretoense kust bedreigd door zandwinning

Het cementbedrijf Lafarge probeert een project op te zetten waarbij jaarlijks - en dit gedurende 30 jaar - 600.000 ton zand zou worden weggehaald tussen de schiereilanden Gavr (Gâvres) en Kiberen (Quiberon). De ganse zone zou in een industrieel bassin herschapen worden en zal bijzonder nadelige gevolgen hebben voor de natuur.

Al snel werd er een actiecomité opgericht dat erg professioneel te werk gaat. Op 25 maart speelden ze het klaar om maar liefst 12.000 mensen te verzamelen op het strand van An Ardeven (Erdeven). Op internet kunt u het relaas van de actievoerders volgen:

http://peupledesdunes.blog.com/

Bretagne heeft een stevige reputatie wat betreft acties ter bescherming van de leefomgeving. Denken we maar aan de felle strijd tegen de geplande kerncentrale van Plougo¤ (Plogoff) in 1980. Zoals steeds kaderden al deze milieuacties in de nationale ontvoogdingsstrijd, waar Bretoense vlaggen als van zelfsprekend bijhoren.

Koerdistan kort

'Meneer' Öcalan

Zeven jaar geleden had de huidige Turkse premier Recep Tayyip Erdogan het in een interview met een Australisch radiostation over 'meneer' Öcalan. Hoewel hij waarschijnlijk niets dan kwaad had te vertellen over de Koerdische rebellenleider, wordt het hem in Turkije kwalijk genomen dat hij het woord 'meneer' in de mond nam.

Op 26 maart stelde de Turkse justitie een vooronderzoek in om te zien of Erdogan zich schuldig heeft gemaakt aan de 'verheerlijking van het terrorisme'. 'Meneer' Erdogan die zijn onschuld staande hield, mag van geluk spreken. Op 5 april liet de openbare aanklager in Ankara de klacht vallen.

Burgemeesters in de beklaagdenbank

In de Koerdische stad Diyarbakir was de openbare aanklager minder inschikkelijk voor 53 Koerdische burgemeesters die in 2005 een brief schreven naar de Deense eerste minister Anders Fogh Rasmussen. Hierin vroegen zij hem om niet in te gaan op de vraag van Ankara om de Koerdische televisiezender Roj-tv uit de lucht te halen. Roj-tv is sinds 2004 aanwezig in Denemarken en is ook ingeplant in Vlaanderen. Zowel bij ons als in Denemarken probeert het Turkse regime met grove leugens over terrorisme een einde te maken aan de uitzendingen. Ankara kreeg Washington zelfs zo ver om ook de sluiting van Roj-tv te vragen.

De openbare aanklager vond het op 3 april nodig om voor de burgemeesters straffen te eisen van zeven en een half tot vijftien jaar. Op 8 mei wordt het proces voortgezet.

Kirkoek

De spanning over de toekomst van de Iraakse stad Kirkoek neemt toe. De Koerden willen de stad opnemen in hun autonome regio, maar dat stuit op heel wat verzet. De streek van Kirkoek is rijk aan aardolie en velen vrezen dat de Koerden die rijkdom zullen gebruiken om hun zelfstandigheid te versterken. Vooral Turkije is bevreesd voor dit scenario omdat het in de kaart zou spelen van de Turkse Koerden. Maar de Koerden zijn vastberaden om Kirkoek onder hun bestuur te brengen. Jarenlang heeft Saddam Hoessein de Koerden uit de stad verdreven en Arabieren uit het zuiden van Irak naar hier gebracht om het Koerdische verzet te breken. Sinds 2003 zijn de meeste Koerden teruggekeerd en heeft de stad opnieuw een Koerdische meerderheid. Eind maart keurde de Iraakse regering een voorstel goed om de Arabieren die na 1968 in Kirkoek zijn komen wonen, terug naar hun oorspronkelijke stad of streek te sturen en hiervoor een compensatie te voorzien. Of het zo ver zal komen valt nog af te wachten, maar hoe dan ook zal Kirkoek altijd een multi-etnische stad blijven.

Québec: PQ VainQu?

In het Frans weet men behoorlijk weg met adjectieven. Als men het in Québec heeft over de péquisten en de adéquisten, dan weet iedereen dan met die eersten de aanhangers van de souvereinistische Parti Québecois en met de tweede die van de populistische Action Démocratique Québecoise worden bedoeld.

Québec heeft net als de rest van Canada en als Engeland een meerderheidskiessysteem in één ronde. De grootste partij haalt de zetel. Dit systeem speelt veelal in het nadeel van kleinere partijen. De ADQ van Mario Dumont haalde bij de vorige parlementsverkiezingen in Québec nauwelijks zetels alhoewel hij een behoorlijk percentage neerzette. Dit keer bekwam het hem beter. Dumont is na de verkiezingen van 27 maart in de Franstalige provincie zelfs de officiële oppositie geworden. De PQ, die hoopte te profiteren van de schandaalsfeer waarin de in Québec regerende liberalen verkeren, haalde haar slechtste score ooit en is slechts de derde partij. Ook de liberalen verloren fors en hebben zelfs geen volstrekte meerderheid meer. Maar van coalitieregeringen - van ADQ en PQ - hebben ze daarginds blijkbaar nog niet gehoord.

Inmiddels kopte in Vlaanderen De Morgen vrolijk dat de separatisten in Québec een pak slaag hadden gekregen. Het leedvermaak van DM staat natuurlijk niet los van de context van de Belgische verkiezingen. Men hoopt namelijk dat ook hier de separatisten - en daarmee wordt dan genoeglijk Yves Leterme bedoeld - het zullen afleggen tegen de federalisten, zijnde Guy Verhofstadt. Nu is Mario Dumont natuurlijk geen voorstander van meer Canada en minder Québec. Hij is weliswaar geen voorstander van de afscheiding, maar wel voorstander van (meer) autonomie. En hij is vooral populist. Dat is ook de reden waarom hij heeft gewonnen. De nederlaag van de PQ betekent dus geenszins dat de Québecois en de Québecoises afscheid hebben genomen van de droom van de onafhankelijkheid.

Wie in elk geval tevreden is, is de conservatieve premier Harper, die in Dumont een ideologische - lees rechtse - bondgenoot ontwaart.