Nummer 126


Politiek | april 2007


Moet de strijd voor Vlaamse culturele autonomie opnieuw beginnen? (Miel Dullaert)<< Nummer 126

Heel wat volkeren en naties hebben hun ontvoogding in belangrijke mate te danken aan een succesvolle culturele strijd. De Vlaamse emancipatiestrijd voor culturele autonomie en volksontwikkeling steunde en steunt grotendeels op die brede culturele poot. En vandaag? Is de Vlaamse culturele autonomie terug bedreigd wanneer zij onder de stolp van de commercie zou gedwongen worden?

Binnen de natie is de cultuur een strategisch goed voor de heersende klasse. Immers via de cultuur wordt getracht de levensbeschouwing, de ethiek, de ideologie, de esthetiek, smaken en normen te doen aanvaarden door de onderliggende klassen en deze als vanzelfsprekend te beschouwen en te aanvaarden.

In het kader van een economie die, in de huidige mondiale ontwikkelingsfase nog slechts kan groeien door de democratie en de welvaart van brede bevolkingslagen te ontmantelen, komt de aanvaarding en vanzelfsprekendheid van het discours van de heersende klasse door grote interne tegenstellingen onder druk te staan. Zelfs verlichte geesten van het establishment maken zich hierover zorgen. We verwijzen naar de vergadering (begin maart jl.) van Europese ministers van Financiën en Economie (zgnd. de Ecofingroep). Het zijn de hogepriesters van de normen van Maastricht en ze kunnen moeilijk verdacht worden van enige sociale bekommernis.... De Duitse minister van Economie Peter Steinbuck verklaarde desalniettemin: "de huidige situatie is onhoudbaar tussen lonen die zich al jaren op een dieptepunt bevinden terwijl de winsten al evenveel jaren recordhoogten scheren. De geloofwaardigheid, de legitimiteit van het systeem zou wel eens ernstig in gevaar kunnen komen". In eigen land horen we gelijkaardige geluiden van verlichte liberalen zoals bijv. minister van Buitenlandse zaken Karel De Gucht (VLD) die zegt dat het extreme inkomensverschil tussen managers en de werknemers een bedreiging is; hetzelfde met prof. Paul De Grauwe (ex-VLD-senator).

Deze en andere tegenstellingen zorgen voor diepe onvrede bij brede bevolkingslagen. Die uit zich in allerlei vormen: bijv. het afwijzen van het neoliberale Europa of steun geven aan politieke stromingen buiten het klassieke kartel van christen-democraten, socialisten en liberalen, massa-acties of het terugplooien op zichzelf in het kleine privé wereldje...

*

De cultuurproductie bevindt zich dus in een nieuwe maatschappelijke en technologische omgeving. De cultuur heeft in de ogen van de heersende klasse de rol de onvrede van de bevolking af te leiden via entertainment, hen een schuldcomplex aan te praten i.v.m de heersende problemen, het opdringen van zondebokken aan het volk, het individualistisch consumentisme te promoten, "opium" verschaffen om het morrende volk kalm te houden... Hoe?

Met de hulp van de politieke elite wordt de cultuurproductie in handen gedreven van privé-sponsoring of neemt de privé-sector rechtstreeks de controle over (media). Info- en entertainment spreekt vandaag mensen overwegend aan op de onderbuikgevoelens van geweld, genot, het ik- individualisme, hebzucht, allerlei soorten vormen van consumentisme,... De mondiale hoogtechnologische transmissie van deze boodschappen, beelden en suggesties via film, tv, dvd, sport, vereist reusachtige kapitalen.

Vooral de landen met de hoogste concentratie aan kapitaal: de Angelsaksische wereld, met de VSA op kop, zetten economische macht om in cultuurproductie. Zij moet die waarden, normen, beelden, interpretaties overbrengen die het volk van valse bewustzijnsinhouden voorzien. In tijden van oorlog en crisis (Irak, aanslagen Twin Towers,..) wordt dit cultureel industrieel complex totalitair (zoals de broodroof van dissidente Amerikaanse muziekgroepen en filmacteurs na 11/9 en de oorlog tegen Irak).

*

In de gemondialiseerde economie hebben de nationale elites o.l.v. de sterkste staat, de VSA, zich gegroepeerd in supranationale instellingen om wereldwijd besluiten door te drukken die de democratische krachten in elk land afzonderlijk buiten spel zetten.

Zo ook in verband met culturele producten en diensten die in het kader van de mythe van de "vrije markt" beschouwd worden als handelswaar zoals tomaten en wasmachines. In het kader van de supranationale Wereldhandelsorganisatie (WHO) wordt op een sluipende manier de liberaliseringsdynamiek doorgedrukt. Het komt neer op het maken van cultuur als een eenheidsworst waarin waarheid, kennis, goedheid en schoonheid moeten wijken voor plat winstbejag.

Sterke naties zoals Frankrijk en Canada kwamen daartegen in verzet. Ze slaagden in 2005, in het kader van de VN- organisatie voor Cultuur, de Unesco, een "Conventie over de bescherming van de diversiteit van culturele expressie" af te dwingen, gesteund door 148 landen. De Verenigde Staten stemden tegen. Deze Conventie trad vorige maand, maart 2007, in werking. Zij is een internationaal juridisch bindend instrument dat landen toelaat en ertoe aanzet een beleid te voeren dat culturele goederen beschermt en promoot. Concreet betekent dit dat de Conventie het behoud en de versterking van nationale beleidsinstrumenten mogelijk maakt om quota vast te leggen, staatssubsidies aan eigen films te geven, steun te geven aan de publieke omroep,... Deze Conventie is een duidelijk politiek signaal tegen de WHO die al die nationale instrumenten wil afbreken. Er ratificeerden al 50 landen deze overeenkomst, waaronder een aantal EU- staten, behalve Groot-Brittannië en België - Vlaanderen.

*

Dreigt het Vlaamse cultuurbeleid zijn autonomie te verliezen aan de commercie? Vanuit twee verschillende hoeken is er sterke druk. Vanuit de Vlaamse politieke elite en vanuit het mondiale beleidsniveau via de WHO.

Er zijn een aantal signalen die erop wijzen dat de Vlaamse politieke elite aan het kantelen is richting ver-markting en wellicht op termijn haar rol zal terugschroeven in het traditioneel Vlaams subsidiebeleid.

Vooreerst: hoe is het te verklaren waarom de Vlaamse regering zich nog niet aangesloten heeft bij de 50 landen die de Unesco- Conventie (zie boven) hebben geratificeerd?

Bij de aanstelling van de topmanager van de Openbare Omroep VRT kiest de Vlaamse regering voor de derde keer op rij voor een gedelegeerd bestuurder uit de wereld van multinationale technologiebedrijven (Bert De Graeve, Alcatel, Tony Mary, IBM, en nu Dirk Wouters, Siemens). Wat komen die heren - die met beurskoersen en technologie getrouwd zijn - doen in een bedrijf dat kunst, ontspanning, informatie, duiding, pluralisme, creativiteit,...als eerste opdracht heeft? Of is het de heren vooral erom te doen de bemiddelaar te zijn voor de levering van high-tech-apparatuur aan een belangrijke afnemer zoals de VRT?

Een ander signaal is het recente verdwijnen van het unieke Middelnederlandse "Gruuthuse" - handschrift, dat tot het werelderfgoed behoort, uit het Vlaams patrimonium. Het werd bewaard in een kasteelbibliotheek te Brugge en is verkocht aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De directeur van Knack, Rik Van Cauwelaert is vernietigend over de Vlaamse cultuurminster Bert Anciaux (Spiritist) in verband met het verkwanselen van dit Vlaams erfgoed: "Het mag ons niet verbazen dat het Vlaams patrimonium buiten de grenzen verdwijnt.- in het geval van het Gruuthuse -manuscript - voor altijd: de federale wetenschappelijke instellingen werden toevertrouwd aan een minister wiens leeservaring niet veel verder gaat dan de lectuur van de handleiding bij zijn nieuwste zeilplank, de zorg over de Vlaamse cultuur werd in handen gegeven van een kind". (Knack, 21 februari jl.)

Door de Vlaamse regering werd aan de "De Vlerick Management school" rapporten gevraagd waarin de economische waardering van de "creatieve" sector wordt bepaald.

In die rapporten blijkt duidelijk dat cultuurindustie, in het kader van een diensteneconomie, qua jobs en winst een grote impact heeft gekregen. In Vlaanderen komt deze sector (muziek, radio, tv,architectuur,mode, film, afgeleide diensten zoals horeca, hotels, toerisme,......) op een omzet van 11 miljard euro en een winst van 4,1 miljard.

In 2003 waren er 30.000 mensen aan het werk in de cultuurindustrie en zowat drieduizend organisaties (Europese studies wijzen uit dat de cultuurindustrie dubbel zoveel omzet haalt als de auto-industrie, in het bbp heeft deze sector een groter aandeel dan de voedingssector of de vastgoedsector). Op zich zijn deze rapporten interessant en bewijzen ze onze stelling dat de groei van jobs niet meer in de industrie gebeurt, maar in de dienstensector. Vraag is welke beleidsdoelen deze rapporten moeten dienen? Wat schematisch gesteld, deze van de filosofie van de Unesco- conventie of van de WHO? Moeten de rapporten de weg effenen om de Vlaamse subsidiepolitiek uit te schakelen zoals de WHO wil: "cultuursubsidies zijn concurrentievervalsend en belemmeren het vrije verkeer van culturele goederen en diensten" (vandaag besteedt de Vlaamse overheid zowat 600 miljoen euro subsidie in het kader van het Kunstendecreet, en voor de VRT zowat de helft. Alles samen voor zowat duizend miljoen euro).

*

Een ander signaal. De Vlaamse regering richtte begin dit jaar een Vlaamse Cultuurinvest op, een nieuw investeringsfonds voor de culturele industrie. Vooral de banken en verzekeringen zijn hierin geïnteresseerd. Zij zullen in Cultuurinvest een flinke vinger in de pap hebben. Cultuurinvest zal een soort holding zijn die kapitaalsparticipaties neemt wat aan de geselecteerde ondernemingen ook de mogelijkheid biedt bijkomende bankleningen aan te gaan. Daarenboven worden opbrengsten terug geherinvesteerd in de sector. Er werd een eerste schijf van 3 miljoen vrijgemaakt door de Vlaamse minister van begroting en de banksector brengt nog eens 10 miljoen euro in (een vorm van fiscaal vriendelijk regime?).

Misschien worden de intenties van de Vlaamse regering duidelijk met wat met de musicalsector van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen is gebeurd. De structureel voorziene subsidies van de musicalafdeling werd opgedoekt. De nieuwe Stichting Hedendaagse Musical zal voortaan gefinancierd worden vanuit Cultuurinvest die "marktconform" zal moeten werken lees: winstgericht. Het Cultuurinvestfonds is nog te jong om uitsluitsel over te geven in welke richting het zal evolueren. Maar het geciteerde voorbeeld is niet hoopgevend. Er kunnen een aantal vragen opgeworpen worden. Kan het Vlaanderens' culturele autonomie ontwikkelen tegen het Angelsaksisch gekleurde gecommercialiseerde aanbod of is het de proloog naar een doorgedreven commercialisering? Is het Cultuurinvest een proloog van de Vlaamse cultureel-politieke elite op het marginaliseren van het Vlaams subsidiebeleid en bijgevolg van cultuuractiviteiten die minder of niet commercieel zijn?

Na meer dan 100 jaar strijd voor Vlaamse culturele ontvoogding moeten we vaststellen dat (volgens een onderzoek van International Adult Literacy Survey), 18,4 procent van de Vlaamse bevolking laaggeletterd is. Die 18,4% vertegenwoordigt zowat 1 miljoen Vlamingen. Gaat een Vlaams gecommercialiseerd cultuurbeleid met een gemarginaliseerde subsidiepolitiek deze laaggeletterden kunnen helpen?

*

Cultuurbeleid behoort tot de bevoegdheid van Vlaanderen. Zoals in dit dossier blijkt volstaat het niet "meer bevoegdheden" te hebben of te eisen zonder duidelijk te zijn over de invulling ervan. Het komt er dus ook op aan inhoudelijk een beleid te voeren dat de Vlaamse natie sterker maakt, commercialisering beperkt ruimte geeft, subsidievoorwaarden schept gericht voor emancipatie van de Vlaamse bevolking in een pluralistische geest.

In wat vooraf gaat blijkt dat het een vergissing is te doen alsof de culturele autonomie van Vlaanderen voor altijd in de stenen gebeiteld staat. Deze strijd is voor de Vlaamse beweging even belangrijk als de strijd voor culturele autonomie die werd afgedwongen van de franskiljonse bourgeoisie.