Nummer 127


De Standaard & Le Soir | mei 2007


Belgische contrareformatie (Rudi Coel)<< Nummer 127

Recent waren er een aantal opflakkeringen van journalistieke belangstelling tussen het Zuiden en het Noorden van België. Meer dan een jaar geleden was er een gemeenschappelijk editoriaal van Yves Desmet van De Morgen (DM) en Béatrice Delvaux van Le Soir (LS). De tekst verscheen in DM in het Frans en in Le Soir ... ook. Dan waren er de peilingen en begeleidende achtergrondartikels in La Libre Belgique waaruit moest blijken dat de Vlamingen hetzelfde willen als de Franstaligen: de verankering van de faciliteiten, de uitbreiding van Brussel en Frans spreken tot aan de kust toe. Tot slot wisselden Le Standaard en De Soir een maand lang artikels, dubbelgesprekken en onderzoeken uit. Alles kwam aan bod: prominente figuren uit Vlaamse en Waalse beweging, koken, taalweetjes, mode, onderwijs, politiek en ga zo maar 150 artikels door.

Deze belangstelling komt natuurlijk niet uit de lucht gevallen. Ze kadert in de belgicistische Contra-reformatie van een bepaalde Vlaamse intelligentsia, maar is vooral te situeren tegen de achtergrond van de nakende federale verkiezingen. Onze Franstalige landgenoten worden geteisterd door verlatingsangst, die ze zelf nog aanwakkerden door de befaamde RTBF-reportage van eind vorig jaar . Ze wilden zo graag horen dat er niets van aan was, dat Béatrice Delvaux er een journalistieke tongzoen met Peter Vandermeersch voor over had. En wonder boven wonder kregen ze ook het antwoord dat ze wilden. "Gaan Nederlandstaligen en Franstaligen elk hun eigen weg op van een onvermijdelijk separatisme? Verachten we elkaar? Gaan we ruzie maken? Gaan we zelfs geen gemene grond vinden? (...)" Vierentwintig kranten later is het antwoord een heel duidelijk 'neen', lazen we aan het eind van de uitwisseling in DS. Quel soulagement! En "Ze leek wel in de lucht te hangen, de grote verbroedering Noord-Zuid, al die Walen en Vlamingen die plots bereid zijn om alle misverstanden uit het verleden op te ruimen en voortaan als vrienden - of geliefden - verder door het (Belgische?) leven te gaan (...). Mijn Vlaamse en Franstalige collega's kwamen vaak tot het besluit dat op het terrein de verschillen tussen Vlamingen en Walen minder groot zijn dan verwacht, en dat de bestaande verschillen doorgaans historisch kunnen worden verklaard. (...) Deze Noord-Zuidconfrontatie heeft aangetoond dat verschillen tussen groepen én minimaal én historisch verklaarbaar zijn, waaruit volgt dat aan groepen toegekende eigenschappen - die vaak bestendigd worden in de vorm van clichés - voor wijzigingen vatbaar zijn", schrijft Guido Fonteyn om dan te poneren "De resultaten van het veldwerk zijn verbluffend".

Verbluffend? Inderdaad. Ik kwam te weten dat de Franstaligen twee armen en twee benen hebben, dat ze rechtop lopen, dat ze kleren dragen, muziek maken en naar muziek luisteren, eten en drinken en dat ze de liefde bedrijven. Net als wij. Er is maar één ding dat ze niet doen. En dat is Nederlands spreken.

In DS van 7 april lezen we "Ruim driekwart van de Vlamingen zegt voldoende kennis te hebben van het Frans. In Wallonië heeft slechts 44 procent van de ondervraagden een actieve of passieve kennis van het Nederlands". Het liefdeskoppel Rik Daems en Sophie Pécriaux, dat in een spraakmakend experiment bewees dat Vlamingen en Franstaligen niet alleen seks kunnen hebben maar ook samen kinderen verwekken, spreekt natuurlijk Frans onder elkaar (DS 2 april). Hoe kan het anders. Journalist Bernard Demonty, die een week bij een Vlaams gezin logeerde, krijgt de vraag voorgeschoteld of het waar is dat de Walen zelfs niet verplicht zijn Nederlands te leren op school. "Aaaaalors. Eh ben euh hum euh laisse-moi réfléchir. Even nadenken. Je crois oui, qu'ils sont obligés de choisir le néerlandais comme seconde langue, maar ik ben er niet zeker van. Mais alors, pas du tout." Hij moet echter toegeven dat hij zich vergist. "Non, les Wallons ne sont pas obligés d'apprendre le néerlandais. Ils peuvent préférer l'anglais. Il faut vraiment se retrouver à table en Flandre avec des Flamands (sympas) pour se rendre compte à quel point une telle dissonance est impossible à défendre.". In een dubbelgesprek met VRT-journalist De Vilder en RTBF-journalist François De Brigode - de man die op 13 december in Tout ça ne nous rendra pas la Belgique aankondigde dat het Vlaams parlement eenzijdig de onafhankelijkheid had uitgeroepen - vraagt die laatste zich luidop af "Ik doe dit interview in het Frans. Hoe komt het dat ik als 44-jarige niet goed Nederlands spreek?" Waarop De Vilder "Ik heb ook Franstalige vrienden die niet goed Nederlands praten. Dat is ook één van de redenen waarom Vlamingen nog weinig interesse hebben voor Wallonië. Bij veel Vlamingen leeft het gevoel dat de Franstaligen taalkundig niet over de brug willen komen. Ze ervaren dat als een gebrek aan respect: als zij het de moeite niet vinden om onze taal te leren, waarom moeten wij dan geïnteresseerd zijn in de overkant van de taalgrens?" De vraag stellen is ze beantwoorden.

Het interessantst is de reeks was uiteindelijk nog de slotanalyse van Kris Deschouwer (VUB) en Philippe Van Parijs (UCL). In tegenstrijd met Fonteyn en Vandermeersch, die veel gelijkenissen zien, oordeelt Deschouwer nuchter "Wat mij het meest is opgevallen, zijn de enorme verschillen op cultureel vlak: films, literatuur, tv. Er zijn in België niet alleen twee mentaliteiten, mar ook twee verschillende culturen. De publieke opinie aan de ene kant van de taalgrens weet niet wat er aan de andere kant gebeurt. We leven in twee verschillende landen.". Schrijft Fonteyn "De bruggen zijn gelegd", dan is Deschouwer van mening "Een initiatief zoals dit van De Standaard en Le Soir kan je eens doen, maar is een gadget. Dat blijft niet duren. Er is nu éénmaal een culturele en taalbarrière tussen de gemeenschappen. Wacht maar tot de communautaire debatten beginnen na de verkiezingen en je zal zien hoe dicht De Standaard en Le Soir nog bij elkaar zullen liggen". Van Parijs, evenals Deschouwer lid van de belgicistische Paviagroep, laat duidelijk in zijn kaarten kijken. "Bij de docu-fictie van de RTBF of een operatie zoals jullie kranten op poten hebben gezet, ga je op ontdekkingsreis naar bij de andere. Daarna verdwijnt de interesse onvermijdelijk. Je moet dus profiteren van deze momenten om de instellingen op een intelligentie manier te hervormen." En meteen voegt hij eraan toe wat hij bedoelt, nl. de invoering van een federale kieskring waarbij Vlamingen en Walen samen een aantal parlementsleden zouden verkiezen. Inderdaad, om het redden van de Belgische constructie was het deze en andere journalistieke uitwisselingen te doen.

De belangstelling van Le Soir, La Libre Belgique en de Franstalige politieke klasse voor Vlaanderen is enkel utilitair.

Waar de ware liefde van de Franstaligen naar uitgaat, bleek onmiddellijk na het aflopen van de reeks. De manier waarop over Vlaanderen en de Vlamingen een maand lang bericht werd, verbleekt immers naast de passie waarmee de Franstalige pers berichtte over de Franse verkiezingen. Waals premier en PS-voorzitter Di Rupo dreef het zelfs zover in Frankrijk campagne te gaan voeren ten voordele van Franse politica Ségolène Royal.

Di Rupo en een Olivier Maingain voeren weliswaar ook campagne in Vlaanderen, maar helaas niet om Vlaamse politici te steunen.