Nummer 128


Column | juni - juli 2007


Een hoogmis van de democratie? (Hendrik Carette)<< Nummer 128

Terwijl mijn drie katten (Moustache, Mistral en Deodat) rustig slapen denk ik aan mijn drie oudere broers (Antoon, Giel en Bart) in het verre West-Vlaanderen. Voor wie en vooral voor welke politieke partij zouden zij nu vandaag gaan kiezen? De twee oudsten moeten hun burgerplicht of stemplicht in het nu zo rustige Brugge vervullen en Bart moet in Koksijde aan de kust gaan stemmen. Mijn oude moeder (°Brugge, 1914) die ooit zo actief als actrice en voordrachtskunstenares was, is nu te oud en te ziek en kan die hoogmis van de democratie niet meer meemaken en kan haar mooie maar voor haar toch trieste home 'Het Rozenhof' in Sint-Andries niet meer verlaten.

Mijn avontuurlijke vreemde vader (hij was een cineast en geen VNV-er) zou wellicht blanco of voor Rex-Vlaanderen hebben gestemd, want als geheim lid van het Verdinaso kon hij natuurlijk geen voorkeurstem uitbrengen op Joris van Severen. Maar mijn vader is al overleden in 1985 en Rex-Vlaanderen en het Verdinaso behoren tot het verleden. Maar mijn moeder met haar vier zonen leeft nog en gaf vroeger vermoedelijk haar voorkeurstem aan de idealistische maar wat stroeve nationalist Guido van In die toen in Brugge nog actief was als senator voor de Volksunie. Maar ook de Volksunie en haar implosie behoort nu ook al jaren tot het verleden (Frans Adang, een voormalig lid van het VMO, omschreef deze Van In steevast en niet zonder zin voor zwarte humor als de majoor Hadad van de christelijke milities binnen die Volksunie).

En mijn oudste Geleerde Broer die ooit bevriend was met Andries van den Abeele (een onvermoeibare historicus en voormalig schepen van de stad Brugge) zou hij nu voor een andere straffe Hendrik kiezen (ik bedoel Hendrik Bogaert van de CD&V die zichzelf ooit met de goed gekozen slogan 'Stem voor een straffe Hendrik' lanceerde)? Ik weet het niet. Zou die een tseef zijn gebleven? Misschien wel. Mijn broer Bart zal ongetwijfeld voor de groenen kiezen want die leest heel veel Engelstalige boeken en is altijd al een buitenbeentje geweest en voor mij is hij ook altijd al een betweter en een warhoofd gebleven. Maar Giel die ik onlangs in Brugge heb teruggezien blijft voor mij een raadsel. Toch zal ook zijn stemgedrag wellicht al veranderd zijn. Want bij onze laatste ontmoeting vroeg hij mij herhaaldelijk en met klem en niet zonder enige verwondering hoe ik toch kon blijven leven in die zo gevaarlijke en zo vuile grootstad Brussel en dan nog meer bepaald in dat getto van Schaarbeek. Hij is trouwens niet de enige. Ook de erudiete Erik Arckens van het Vlaams Belang vroeg mij een tijdje geleden in het Vlaams Huis (aan de Sluikpersstraat in Brussel waar de Vlaamse Leeuw dag na dag aan de gevel wappert) op een onbewaakt moment waarom ik toch in Schaarbeek bleef. Hoe dan ook heb ik vandaag opnieuw voor de slechten gekozen. En met overtuiging. En niet zozeer omdat ik in dat vervuilde getto woon of omdat ik een verkrampte nationalist zou zijn, maar omdat ik nu eenmaal bij die slechten hoor. En omdat ik nog altijd geloof in de utopie of in de droom van een vrij en bevrijd Dietsland (mon pays de Cocagne) en ook wel omdat ik nog onlangs een hoogst interessant boekje vond over Les écrivains infréquentables (ondertitel 'Les maudits de la République des Lettres', een uitgave van La Presse Littéraire, hors série n°3, 2007).

En meteen denk ik aan die lucide en uiteraard bewust uitdagende en dus opmerkelijke uitspraak van Christian Dutoit - gisteren nog herhaald op de dag vóór de verkiezingen op de televisiezender TV-Brussel -: Laten we Brussel uitbreiden naar Vlaanderen. Want inderdaad, indien wij Brussel willen behouden als (virtuele?) hoofdstad van Vlaanderen, dan moeten we gewoon het bestaan van dit derde noodlijdende gewest opnieuw ongedaan durven maken. Maar ik vrees dat het woord 'durven' nu eenmaal een te gewaagd en helaas haast onaanvaardbaar woord is en blijft in onze zo belgische politiek die vaak ook hilarische wraakroepende en wat surrealistische trekken vertoont.

Hoe dan ook, hoe de politieke kaarten morgen na deze hoogmis van de democratie ook mogen zijn geschud, mijn persoonlijke mening wordt toch niet gevraagd maar dankzij mijn geliefde Willem Elsschot (aan het machtige eind van zijn haast verboden Bormsgedicht) weet ik toch wat hier vele Vlaamse politici nog altijd niet schijnen te weten:

Weet nu dan dat uw stem
door niemand wordt aanhoord,
zolang gij stamelend bidt
of bedelt bij de poort.