Nummer 129


Redactioneel | september 2007


Wat nu? (Christian Dutoit)<< Nummer 129

Net uit vakantie in een zestal landen van het voormalig 'oostblok' teruggekeerd, landen waar je als het ware helemaal afgesloten bent van de belgitude want zelfs Het Laatste Nieuws is er niet verkrijgbaar, drong langzaam maar zeker tot me door dat er sinds mijn vertrek op 21 juli eigenlijk 'geen vooruitgang' geboekt was in de regeringsvorming en dat Leterme nog even ver stond als toen hij de Brabançonne verward had met de Marseillaise. Op zich geen probleem: Nederland zat ooit maanden zonder regering, en toen iemand daar over ondervraagd werd in een of ander reeds afgevoerd duidingsprogramma op de Nederlandse beeldbuis was het laconieke antwoord: tja, zolang de dijken het maar houden en we niet onder water lopen is er in feite niets aan de hand.

In het vorige redactioneel hadden we het nog over 'een lange hete zomer'. Zo heet was die zomer nu ook weer niet, en het mosselseizoen is ook al niet wat het ooit geweest is. Toch was er, althans in Vlaanderen, een reflex van: allez, als het niet lukt, dan lukt het niet en dan is dat maar zo. Allerlei niet altijd even wetenschappelijke opiniepeilingen en enquêtes gaven aan dat er zoiets als een 'separatistische' opstoot was, en de koning scoorde ook al niet te goed door met zichtbare tegenzin zijn vakantie te onderbreken om te proberen de potten te lijmen. Er werden allerlei bijna-lijken uit de kast gehaald als daar zijn mannelijke ministers van staat, die verondersteld worden in tijden van oorlog het staatshoofd van advies te voorzien, maar ook dat mocht niet helpen. Zelfs de Luxemburgse eerste minister ging er zich voorwaar mee moeien.

Is er nu reden tot euforische ingesteldheid? Neen voorwaar, want er is nog zoiets als het alom geroemde 'Belgische compromis'. De publieke opinies mogen dan al totaal uit mekaar gegroeid zijn, jammer genoeg is het einde van dit Byzantijnse rijk nog niet in zicht. De enigszins verbouwereerde belgicisten voelen zichzelf nog niet ontwapend en, gesterkt met adellijke lintjes, bereiden zich voor op een ultiem winteroffensief. De Franstaligen, die alles te verliezen hebben, stoken er maar op los, hierin gevolgd door een aantal Vlamingen voor wie de Belgische collaboratie een tweede natuur is. Wat zal nu het resultaat zijn? Een uitstel met twee jaar van allerlei door Vlaamse partijen in de verkiezingen gedane beloften, om dan binnen twee jaar nieuwe verkiezingen te organiseren, als die tenminste nog wettelijk zijn (maar daar bekreunen zich maar weinig francofonen over). Als het van bepaalde krachten binnen CD&V afhangt (Martens, Dehaene, het ACV) een opblazen van het kartel met N-VA? (Daar zitten zowel het Vlaams Belang en LDD op te wachten, en niemand kan het ze verwijten).

Het is voorlopig koffiedik kijken wat er uiteindelijk uit de bus komt. Maar busje komt zo. En één ding is toch wel een feit: het voortbestaan van deze staat is weer een beetje onzekerder geworden, en dat beseft men ook en misschien vooral in het buitenland. Vooral in landen waar vergelijkbare tendensen merkbaar zijn (Spanje bijvoorbeeld) ziet men dit als een ongelegen spookbeeld.

Maar beter nog wat geklungel en impasses dan wat er ons eventueel boven het hoofd hangt. Want veel 'onbespreekbare' en 'oneerbare' voorstellen zijn achter de coulissen wellicht wel te 'arrangeren', en het laat zich nu al raden wie daar de dupe van zou kunnen wezen. Wie weet: de Brusselse Vlamingen, de provincie Vlaams-Brabant, ... De eersten probeert men al jaren in te pakken - niet altijd zonder succes - met verdachte snoepjes. In de Vlaamse rand is het geduld bijna op, maar het is maar de vraag of de top van hun partijen daar oog voor heeft. De (nabije) toekomst zal het uitwijzen.