Nummer 13


't Zijn weiden als wiegende zeeën | juni 1995


Wanneer treden de Groene Leeuwen aan? (Dirk De Haes)<< Nummer 13

Soms moet een mens er eens uit. Zelfs de naarstige Vlaams-nationalist ziet zich af en toe genoopt rust te nemen. Maar wie daarvoor wil gaan wandelen of fietsen in de vrije natuur, ervaart dit algauw als een geestelijke martelgang. Alle milieuwetgeving ten spijt wordt ons Vlaanderen vuiler en lelijker met de dag. Om alles wat er mis gaat met ons milieu in het kort te kunnen bespreken, zou ik dit Meervoud-nummer volledig moeten vullen.

De aantasting van het leefmilieu is zo'n twee eeuwen geleden met de Industriële Revolutie begonnen, ongeveer in dezelfde periode dat de Vlaamse beweging ontstond als taalbeweging. Toen rond de laatste eeuwwisseling het Vlaams nationalisme een belangrijke politieke factor ging betekenen, was ook de arbeidersbeweging in reactie op de sociale wantoestanden al groot geworden. Tussen socialistische en nationalistische beweging was er, op enkele uitzonderingen na, weinig voeling. Geen van beide repte een woord over de toen al duidelijke milieuverloedering. Integendeel; de romantische schrijvers, dichters, componisten en schilders die aanleunden bij de Vlaamse beweging deden niets anders dan het 'schone' Vlaanderen verheerlijken en bleven blind voor de aantasting ervan.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de Vlaamse beweging moderner, realistisch, democratisch en pluralistisch. Ze verwierf grote aanhang in alle lagen van de bevolking, vooral onder de studenten en jeugdbewegingen. "Vlaamse beweging = sociale beweging" was een van de slogans van de jonge Vlaamse Volksbeweging (VVB).

In de jaren zestig, toen de milieuproblemen en andere beschavingsziekten al te frappant werden, heeft het er eventjes op geleken dat de Vlaamse beweging het voortouw zou nemen in de milieubeweging. Pater Van Isacker schreef in 1969 een veelgelezen pamflet dat waarschuwde voor de milieu-aantasting, de Volksunie hield er een congres over, en de VVB nam ook standpunten hieromtrent in voor de grote betoging te Vilvoorde in oktober 1972. In die jaren sympathiseerden vele Vlaamsgezinden met de herbelevingsbeweging 'Agalev' van pater Versteylen of namen deel aan de acties van de Groene Fietsers.

Tegen 1980 was de Groene beweging in Vlaanderen belangrijk geworden: van alle politieke partijen nam enkel de VU, en dan nog vooral de Volksunie-Jongeren, voor die tijd verstrekkende milieustandpunten in.

Sindsdien is, helaas, de doorsnede Vlaamse/Groene beweging altijd maar blijven krimpen. Groenen en Vlaams-nationalisten hebben mekaar voor het laatst echt ontmoet op de grote vredesbetogingen van 1983 en '85.

Wat is er misgegaan? Waarom heeft de Vlaamse beweging geen ruime ecologische afdeling gekregen?

De schuld hiervoor ligt duidelijk bij België en de Belgische cultuur van kapitalisme, verzuiling en opportunistische particratie: hierdoor is met de Groene beweging iets gelijkaardigs gebeurd als met de Vlaamse. Met de capitulatie van de Volksunie op Vlaams-radicaal gebied, kon het door zijn migrantenstandpunten sterker wordende Blok zich opwerpen als de enige echte Vlaams-nationalistische partij. Gevolg is dat de hele Vlaamse beweging door de buitenwereld weer gezien wordt als een kweekschool voor extreem-rechts.

En sinds de Groene partij 'Agalev' meer en meer stemmen haalde, wordt ze stilaan ingepalmd door gebuisde klein-linksen en ambitieuze, unitaristische gauchisten. Een breuk met de basisbeweging kon niet uitblijven.

Belgische toestanden: in plaats van samen te werken, denkt men over elkaar in hardnekkige stereotypen. De Vlaams-nationalist beschouwt elke Groene als een klein-linkse wereldvreemde geiten-wollen-sokker en vergeet daarmee de milieuverloedering; de ecologist vermoedt achter elke Vlaamsgezinde een fascist en noemt zichzelf internationalist zonder iets van progressief nationalisme te willen begrijpen, zonder het hemelsbrede verschil tussen Vlaams-radicaal en extreem-rechts in te zien.

Dit kan zo niet verder. Het mooie Vlaanderen, goed om in te wonen, zo dikwijls bezongen en geschilderd, dreigt een vage herinnering te worden. Daarom moet een intersectionele groep tussen Vlaamse en Groene beweging, die studeert en actie voert, zo gauw mogelijk het licht zien. Om aan te tonen dat ecologisme en Vlaams-nationalisme mekaar kunnen aanvullen. Voor beide geldt immers: denk internationaal, handel lokaal.

Dit zou een terechte verruiming voor de Vlaamse beweging betekenen: het is nog niet te laat!

Wat zou trouwens een onafhankelijk Vlaanderen zijn, als het voor de mens niet meer leefbaar is?

En menige Groene zou begrijpen dat binnen de Belgische politieke configuratie (met dit soort federalisme), er geen ecologisch bijgestuurde samenleving in Vlaanderen mogelijk is.

Is een maatschappij niet dan pas echt ecologisch, wanneer het volk ook over volledig zelfbestuur beschikt?

Laten we als Vlaams-nationalisten zelf het initiatief nemen en onze aandacht niet alleen meer op het nationale en sociaal-economische richten: de Vlaamse beweging verdient een sterke ecologische vleugel!

Wanneer treden de Groene Leeuwen aan?