Nummer 130


De zucht naar memel | oktober 2007


De heilsleer van het belgicisme (Lukas De Vos)<< Nummer 130

Op 29 september ging de jaarlijkse sociaal-flamingantische trefdag door in Berchem-Antwerpen. Thema was deze keer 'Het belgicisme in de Vlaamse culturele sector. Portret van een zonderlinge culturele elite die de politieke emancipatie van haar volk verwerpt.' Later dit jaar volgt een verslagboek met alle referaten. Lukas De Vos kon om beroepsredenen niet aanwezig zijn, maar stuurde ons onderstaande tekst.

Cato de Oudere sloot elke toespraak voor de Romeinse Senaat af met de gevleugelde woorden: "Et ceterum censeo Carthaginem esse delendam". Die havikpolitiek, vernietig de vijand zodat hij nooit meer kan terugslaan, verborg ook een sterke, onuitgesproken angst. De angst voor de macht van de stad. Zelf wou Cato terugkeren naar de al even geïdealiseerde als mytische waarden van de vroege Romeinse republiek, naar de arcadische idylle van de boerenutopie. Daarin ligt de orde vast, leeft de mens in harmonie met de natuur op het ritme van de jaargetijden, zorgen soberheid en eerlijkheid voor regelmaat, en behoeden zij de mens voor te grote hartstochten. Nostalgie is een slechte raadgever.

De oude visser in The Old Man and the Sea van Ernest Hemingway koestert een andere angst. De angst voor uitstoting, voor niet langer als vol te worden aangezien, wanneer blijkt dat je je maatschappelijke taak niet langer naar behoren kunt uitvoeren. Een verstandige visser gaat dan aan de wal. Niet zo de koppige visser van Hemingway, die niets nieuws wil leren, en alleen zichzelf wil blijven bewijzen. Als Achab in Melvilles Moby Dick blijft hij verblind doorbeuken op het pad van zelfvernietigende zelfbevestiging. Hij wou de grootste prooi, hij eindigt met de graat. Verblinding is een slechte raadgever.

In Gullivers Reizen van Jonathan Swift komt de reiziger aan op het vliegende eiland Laputa, het bordeel van overbodige, want uit zichzelf gegroeide en dus wrede wetenschap. Geleerden lopen er met hun hoofd scheef of bouwmeesters ontwerpen huizen vanaf het dak naar de grond. Dat moet dus mislopen. De Laputiërs (of Laputanen?) hebben elk contact met de werkelijkheid verloren en leven in een zelfgeschapen reservaat van futiele bedenksels en pseudo-problemen. Zweverigheid is een slechte raadgever.

Zulthoofdigheid, stijfhoofdigheid, ijlhoofdigheid - het zijn de Gorgonen van het belgicisme. En van elk achterhaald - ook Vlaams - nationalisme tout court. Angst voor verandering, angst voor vernedering, angst voor begrijpelijkheid. Die Medusakwalen doen een flink stuk van de media teruggrijpen naar een onbegrijpelijke atavistische obsessie die belgicistisch nationalisme heet. Calimero tot de derde macht. Ik krijg zowaar - overbodige - sympathie voor Yves Leterme, omdat het portret dat Le Monde van hem maakt in de editie van 26 september (de Europese Dag van de Meertaligheid!) hem net typeert als de meest rabiate tegenstander van het geschetste drieslagstelsel. "Il n'aime pas les digressions, le débat intellectuel, et le superflu". Ik zal die drie feiten koppelen aan mijn eigen ervaringen.

Catonische zulthoofdigheid. Al twintig jaar doe ik de Europese verslaggeving voor de openbare omroep. Al die tijd werk ik in uitstekende verstandhouding samen met mijn collega's van de Rtbf en de Franstalige geschreven pers. Op één punt na. In tegenstelling tot hun voormalige baas en woordvoerder van Verhofstadt, Alain Gerlache, is hun kennis van en waardering voor het Nederlands onbestaande, om niet te zeggen ronduit misprijzend. Er gaat geen briefing of persconferentie voorbij of de Rtbf haalt er het ritme uit, vraagt om een herhaling in het Frans - niet voor opname, maar omdat "ze het niet echt begrepen hebben". Verhofstadt, en ook Leterme, hebben de natuurlijke neiging in hun moedertaal te beginnen, en dat is maar logisch ook (ik heb andere tijden gekend). Dat doen ook Reynders of Flahaut, zonder dat ook maar één Vlaamse journalist daar aanstoot aan neemt. Of een vertaling nodig heeft. Toppunt was een hoogoplopende discussie over Karel De Gucht. De Rtbf vond het niet kunnen dat de minister van buitenlandse zaken in internationale fora als de VN of de Wereldhandelsorganisatie zijn publiek in het Engels toespreekt. Grote verontwaardiging. "Het Frans is toch een internationale taal én tegelijk een nationale taal van het land". Waar en niet waar. Het eerste denkt ze, het tweede is aanvaardbaar als minderheidstaal. Dat soort hypergevoeligheid is een doordrukje van de Franse eigenwaan: zo liep voormalig president Chirac ooit witheet weg van een Europese Top in Brussel omdat de voorzitter van het Europese bedrijfsleven, een Fransman, een gasttoespraak in het Engels hield, "omdat het Engels de taal van de zakenwereld is". Eenzijdigheid en kortzichtigheid, ze onthullen een hang naar de voorbije diplomatieke status van een taal, die volgens de gebruikers ervan over uitzonderlijke kwaliteiten beschikt. "Je crois que la langue française induit une sorte de clarté, quelque chose d'origine qui nous fait prendre part au monde en y mettant de l'ordre", zegt de Henegouwse schrijver Xavier Deutsch in Le Soir van 22 september. Hij geeft meteen graag toe dat " de Belg " daar slordig mee omspringt, "il a cet usage brumeux, gaulois, forestier", maar, besluit Deutsch, ik druk me toch helderder uit dan de Vlaming. In dat wishful thinking schuilt net het onbegrip. Als de taal gans het volk is, dan kan het niet anders of "la Belgique sera françl;aise ou ne sera pas". En aan de Franstaligen zal het dus niet gelegen hebben. Zij voelen zich voortdurend uitgedaagd, vernederd, opgefokt, en aan de taas getrokken. Net daarom plooien ze zich terug op hun laatste houvast, de enige zekerheid die hun rest: de geborgenheid van een België, dat nog simpel was, dat nog een eentalige bovenklasse kende, en waar door sociale ongelijkheid samenhorigheid vanzelfsprekend was. Samen horig dus. De Franstalige pers zoekt voortdurend excuses, schreeuwt moord en brand nog voor een lucifer is aangestoken, gedraagt zich verontwaardigd en paternalistisch, is altijd geschoffeerd. Dat is het échte beeld wat de media brengen. De Rtbf blaast hoger van de toren, omdat haar berichtgeving over, bij voorbeeld, de moeizame regeringsvorming, wordt overgenomen in de internationale pers. Natuurlijk. Er zijn nauwelijks buitenlandse journalisten (ik maak een uitzondering voor enkele briljante collega's, voor heel wat Duitstaligen, én voor de BBC en STV uit Zweden) die het Nederlands kunnen lezen of begrijpen, of die de moeite doen zich te informeren bij de Vlaamse journalisten (alweer uitzondering gemaakt voor de BBC, de openbare omroepen ook van Litouwen en Nieuw-Zeeland). Rtbf zit ook in het TV5-projekt, waartegen BVN amper opkan. Rtbf is verweven in de wereldwijde 'francofonie' (zoals die andere 'Franstalige' landen als Bulgarije of Egypte). Rtbf exploiteert een Brusselse agenda, die van het nieuws voor Vlamingen een wonderlijk, exotisch gebeuren maakt, uit een buitenland dat schijnbaar verder af ligt dan Vanuatu of de Koerilen. Hier raak ik al een nieuw verschijnsel aan, dat de opstoot van de conservatief-Belgische reflex verklaart: het belgicisme verbrusselt.

De kranten Le Soir en La Libre Belgique houden al decennia een anti-Vlaamse lijn aan, de eerste neerbuigend en meer gericht op de meerderwaardigheid van de Franstalige elite, de tweede behoudsgezind en uitgesproken koningsgezind. Voor de schijn worden soms grensoverschrijdende dialogen opgezet - de eenmalige samenwerking en uitwisseling tussen Le Soir en De Standaard is daar één voorbeeld van, Knack en Le Vif hadden dat twee jaar geleden ook al gedaan. De echte informatie-uitwisseling is niet vrijwillig: zij komt uit opgelegde, economische noodzaak, zoals de 'synergie', zoals het nu neutraler heet, tussen De Tijd en L'Echo onder Van Thillo onomwonden aangeeft, of zoals André Vanhecke probeert op te dringen aan de Sanomagroep. Eerder dan begrip te kweken, leiden dergelijke pogingen tot een bevestiging van de driftig gecultiveerde vooroordelen. "Zij zijn groot, en ik is klein, en dat is niet eerlijk". Dan treedt het afschuiven op, de bliksemafleider, de baarlijke duivel. Voor Le Soir (maar dat geldt even goed voor De Morgen) is dat het Vlaams Belang. "Comment arrêter cette surenchère à la mise à mort (de la Belgique), nourrie des propos suramplifiés du Vlaams Belang, soudain érigé en porte-parole du destin belge à l'étranger ? ", vraagt Brigitte Delvaux zich af. (Mijn cursivering). Ze meent het. " La description de la crise belge dans les médias étrangers s'est détériorée depuis que le parti de Philip Dewinter a forcé un vote sur l'indépendance de la Flandre au Vlaams Parlement il y a deux semaines ", voegt De Boeck Philippe eraan toe. Hij ziet oneindig meer aandacht gaan neer het separatistisch gedachtegoed, " essentiellement ceux venus du Nord évidemment ". Uitvergroting en bewustzijnsvernauwing, ze voeden een onbestemde angst die Wilfried Martens zonder ironie in Humo aanhaalt, en die de woorden van Spaak voor de Russen in de VN nu overplant naar de Franstalige Belgen: "Nous avons peur". Van wie? Toch niet van die mallote zeloot Filip Dewinter? De enige angst is de angst voor zichzelf.

Belgen in het buitenland doen er nog een schepje bovenop. Vooral Jean-Pierre Stroobants in Le Monde laat zelden na het als endemisch ervaren racisme en separatisme van de Vlaamse, fascistische rechterzijde te veralgemenen tot de hele Vlaamse politiek. Al te vaak schakelt hij het beleid van de Vlaamse regering gelijk met het revanchisme van uiterst rechts. Terwijl die regering vrijwel dagelijks herhaalt dat ze doorzichtige structuren, eigen verantwoordelijkheid, degelijke begrotingsevenwichten en schuldafbouw, en homogene bevoegdheidspakketten nastreeft. Op volstrekt democratische manier. Ook het Vlaams bedrijfsleven wil maar een staatshervorming om doeltreffender solidariteit te waarborgen, zoals blijkt uit de open brief van Voka, VKW en Unizo van 26 september. In Le Monde heet dat "la tentation séparatiste". Vlaanderen wordt territoriumdrift verweten. De waarheid is dat sinds 1963 de taalgrens alleen noordelijk is opgeschoven. Dat de Franstaligen in naam van de Belgische eenheid "le droit du sol" opeisen als het hen uitkomt. Dat ze zoals Cato niet zullen rusten voor de taalbeperkingen in Brussel geslecht zijn, er één nationale kieskring is ingevoerd (die hen overigens zuur zal opbreken), het tweetalig onderwijs als Europees model zal gelden (Frans-Engels), de uitbreiding van Brussel als pasmunt zal dienen (het uitschrijvingsrecht zal natuurlijk de te verdelen zetelaantallen wijzigen), en de kust een gekoesterde enclave blijft. "Si vous allez à Knokke", werpt de zanger Adamo profetisch op, "Vous êtes en communauté francophone aussi ?" Twee dagen later liet graaf-burgemeester Lippens Waalse vlaggen uithangen. Maar stel dat Vlaanderen de redelijke eis stelt om in ruil voor financiële solidariteit stukken grondgebied weer over te hevelen, ik zeg maar wat, Komen, Geldenaken, Edingen, Moeskroen, Tubeke, allemaal om de eenheid van België te behouden? De vrees van De Boeck Philippe zou binnen de kortste keren bewaarheid worden: "Certains redoutent d'ailleurs un scénario 'à la yougoslave' avec des chars dans les rues. C'est tout dire ..." Ik meen mij te herinneren dat het Christian Deborsu van Rtbf was (die overigens Nederlands kent) die met deze idee op de proppen kwam in Bye bye Belgium en vergat te vermelden dat het om een gefingeerde satire à la Orson Welles ging.

Kataleptische Stijfhoofdigheid. De grootste gangmaker van het belgicisme is het Vlaams Belang. Daarvoor was het, zij het in mindere mate want de kerk had toen nog een vinger in de pap, de Volksunie. En daarvoor het VNV. En de DeVlag. En daarvoor de Frontbeweging. En daarvoor het Daensisme. Een daarvoor de taalijveraars. Als etnische zuiverheid losgekoppeld wordt van sociaal gelijkheidsstreven, is fanatisme het koekoeksjong. Net nationaalfascisme is opgedrongen door opkomend rechts, door de kerk, en door Stalin rond 1930, toen beslist werd dat enkel socialisme binnen de staatsgrenzen erkend kon worden. Aan bewuste, structurele domheid is niet te tornen. Revanchisme is altijd dwaze reductie. Het kaakslagflamingantisme teert nog altijd op een onzindelijke vorm van zelfmedelijden, een overgevoeligheid die liefst van al de meeste vrijheden zou inperken. Eén land, één taal, één leider - leopoldisten en Blokkers liggen in elkaars verlengde. Maar elke autoritaire beweging tast de geloofwaardigheid van de gemeenschap aan, tast vooral haar samenhang aan, haar solidariteit. Ze besmet de dialoogbereidheid. Door de onbezonnen, onhebbelijke vernederingspolitiek van het Blok wordt die stijl als pars pro toto van de gehele gemeenschap aangezien. Het gevolg is dat Vlaanderen als gesprekspartner voortdurend in het defensief is gedrongen. Het moet zich voortdurend verantwoorden, want het is verantwoordelijk voor het baldadig gedrag van zijn belhamels. Alleen het ingekapselde belgicisme kan daar garen bij spinnen. De discussie wordt immers doelbewust verdraaid. Beschamend is de verklaring van Bart Meuleman, mede-oprichter van de actie 'Red de Solidariteit' van vakbonden en kunstenaars. Die actie moet "een tegenstem op gang brengen tegen het discours van 'splitsen' dat bij de regeringsonderhandelingen hoogtij viert, onder andere in de media" (mijn cursivering). Pardon ? Welke media ? Zoals "de" politici allemaal zakkenvullers zijn, zullen "de" media wel onruststokers zijn zeker ? Ik merk alleen hoeveel aandacht - hoe zei Delvaux dat? "propos suramplifiés" - dat soort tricolore nieuwlichters krijgt, die zich met een romantisch, utopisch en lang voorbijgestreefd beeld van een "harmonisch België" vereenzelvigen. Meuleman hanteert de techniek van de suggestie, en redeneert daarop voort. Rook is vuur geworden, al was er nog geen ontbranding. Dat is erger dan verdraaiing, het is gewoon leugenachtig. Er is nooit gesproken van het land te splitsen of de sociale zekerheid op te breken - al zal Bart De Wever de schouders ophalen over het mogelijk voortbestaan van België, dat is quantité négligeable. In geen enkel programma van de onderhandelaars is er sprake van boedelscheiding. Trouwens, wat zou het? Verkleefdheid aan een belegen concept als de 'natiestaat', een achttiende-eeuwse uitvinding die alleen nog gehanteerd wordt door staten die liefst hun eigen potjes gedekt houden (China, de Verenigde Staten, Frankrijk, Polen, dat soort geborneerde entiteiten), getuigt niet bepaald van een open geest. En nog minder van multiculturele verdraagzaamheid. Terugkeer naar een samenlevingsvorm waarop het nefaste en bloedige nationalisme kon gedijen is moeilijk progressief te noemen. Er valt meer te zeggen voor anarchistische samenwerkingsverbanden, op losse en vrijwillige basis, dan voor Orwelliaanse bureaucratieën die het vanzelfsprekend vinden "de burger" te catalogeren, te bespieden, en te culpabiliseren (van flitspaal tot internetporno). Er is hoe dan ook een onmiskenbaar georkestreerde actie op gang gekomen met Chinese groupuscules van betweterige vrijwilligers in de voorhoede om het vermolmde Belgisch erfgoed te redden (De Morgen: "B Plus telt 20 nieuwe leden per dag"; De Standaard: N-VA en De Wever gediaboliseerd om werkloze zus in Luxemburg; columnist Hugo Camps: "Het Mes in de Andersdenkenden!"; de bij de 20 driekleurige vlaggen die opgehangen zijn in Schaarbeek: de VRT ging de veelal oudere 'Belgen' ondervragen; er was niet één het Nederlands machtig, maar ze wilden wel "parfaitement bilingues" zijn. Zoals mannequin Jade Forest: "Je ne me débrouille pas assez en néerlandais et je le regrette" - lees : ik ken er geen woord van en het interesseert me ook niet - " Je ne me sens pas du tout francophone mais belge ". Quod erat demonstrandum.

Katatonische Ijlhoofdigheid. Een pervers gevolg van goedwillige verdraagzaamheid en politieke correctheid. Wellicht de meest ernstige en verderfelijke vorm van onbegrepen conservatisme. Het Laputasyndroom staat gelijk met een grootstedelijke tunnelvisie, die het eigen (multiculturele, meertalige) model vanzelfsprekend veralgemeent tot het hele land, en voorbijgaat aan de veelheid van mogelijke samenlevingsvormen. Ik wil één voorbeeld ontwikkelen. In De Morgen van 19 september houdt Luckas Van der Taelen een rekwisitoor tegen de NVA-jongeren (die zich af en toe onledig houden met het opstoken van de driekleur en vervalsen van geld). "Groeten aan de Vlag", heet zijn stuk. Het is niet de eerste keer dat Van der Taelen zijn nogal regressieve politieke inzichten ventileert in De Morgen - overigens vind ik hem als filmman, regisseur en zelfs voormalig groen europarlementslid best te pruimen. "De Franstaligen zien vlagverbranding als het hoogtepunt van een lange reeks provocaties", schrijft hij - in Catalonië kwamen honderden mensen op straat om dat recht op vrije mening op te eisen, ze verbrandden na de aanhouding door de Castiliaanse politie van een jongeman die een foto van de koning in de fik had gestoken zélf tientallen foto's van het erfelijke staatshoofd. Blijkbaar kan vlagverbranding alleen de goedkeuring wegdragen in de Arabische landen, waar de Davidsster en de Amerikaanse vlag als stoofhout worden gebruikt. Als het symbool belangrijker wordt dan de mensen, dan is er iets grondig fout met de bereidwilligheid om gedachten uit te wisselen. Dat in dat symbool een ideologie herkend wordt, kan en wil ik graag bijtreden. Was er maar wat meer ideologie, zelfs de meest verfoeilijke, er was ten minste een grond om een dialoog op te zetten. En natuurlijk is taalgemeenschap niet hetzelfde als samenlevingsvorm, ik wil de Togolezen niet te eten geven die niks van doen hebben met het Franse directoire. Sterker, al mijn technici in Straatsburg zijn Duitstalig, er was zelfs een Saarlander bij die in zijn eigen, moeilijk verstaanbaar dialect te kennen gaf dat Frankrijk daar ergens over de bergen lag, rond Parijs ergens, hij was van het land aan Saar en Rijn, and never the twain shall meet. "Als Vlaming voel ik een groter collectief bewustzijn met de Franstalige Belgen", schrijft Van der Taelen. Dat is de maakbaarheid van de geschiedenis ontkennen, dat is kennis en inzicht reduceren tot het nulpunt van de eigen, dagdagelijkse waarneming, dat is verlangen naar een bevriezing van vandaag. Nogmaals, ik gun hem dat. Het is geen romantisch denken, maar geborneerd denken: geloven dat het model van de grootstad de onvermijdelijke toekomst is. Ik heb andere dingen gezien. Ik was in Griekenland bij de verkiezingen, heb manifestaties bijgewoond en het land afgereisd. Grote verwondering bij Pasok én Nea Demokratia dat ze beide zwaar verloren. De reden was nochtans simpel: Athene is de Peloponnesos niet, Thessaloniki is Thessalië niet. Er leven, simultaan, mensen met àndere ervaringen, àndere angsten, àndere noodwendigheden dan in de beschermde, doodgeknuffelde cocon van een hoofdstad. Ook in Japan moest de leidende LDP zijn wonden likken: verlies in het Hogerhuis was helemaal toe te schrijven aan het kiesgedrag van de landelijke gebieden, waar 23 van de 28 zetels naar de oppositie gingen. De BTW verhogen is misschien goed voor de uitbouw en het onderhoud van de grootstad, maar daar heeft de boer, de visser en de fabrieksarbeider geen boodschap aan. De aap komt dan uit de mouw: "Grootstedelijke gebieden, die in de 21e eeuw de woonplaats zullen zijn van het overgrote deel van de wereldbevolking, zijn per definitie een smeltkroes van mensen met een verschillende culturele achtergrond". Zelden een dwazer argument gehoord. "Per definitie". Nooit in Teheran of Oeljan Baatar geweest ? De stadstrek stoelt maar op de mogelijkheid tot mobiliteit en de concentratie van verbruik. Van der Taelens ongebreideld vertrouwen in de energiebevoorrading en de beheersbaarheid van een grootstad verbaast me niet alleen, het wijst op een grenzeloos afwijzen van de kleine man elders. Privilege tegenover noestheid (en ik besef ook dat de grootste armoede zich in diezelfde grootstad voordoet). Maar dat willen herleiden tot een dwangneurose naar een zuivere taalgemeenschap "over alle grenzen van ras en staat" is oneerlijk. Zoals een andere briefschrijver stelt: "Is het teveel gevraagd de wet toe te passen ?" Ja dus. En dan rest alleen een veel gevaarlijker scenario, dat grondwetspecialist Robert Senelle in het vooruitzicht stelt: "Als de grondwet niet meer voldoet, schrap dan de grondwet". Breng ze niet op ideeën.

Het alternatief dat de Gorgonen naar voren schuiven is van een bedenkelijk, conservatief gehalte. Red het land, dan zijn de problemen opgelost. Het herstelbeleid van de belgicisten heeft alles in zich van een heilsleer. Het drijft op utopisch zelfbedrog, en hanteert zowel de stijl als de denkwijze van de verlossingsleer. Het gebruikt de metonymie, de hyperbool, de ellips, de parabel. Het heeft zijn eigen profeten en sekten. Het heeft zijn meute gelovigen, zoals de Baghwan nochtans onderlegde jongeren kon aantrekken. En het teert op zijn eigen apocalyptische waarschuwingen. Het appelleert aan een welbevinden in een mythische tijd, het heimwee van de Duitsers naar Oost-Pruisen toen Kaliningrad nog Königsberg was, Tallinn Reval, en Klaipeda Memel. Maar de memel heeft de grondwettelijke monarchie van het tussenrijkje dat België heette tot in het merg aangetast. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Er is meer nodig dan een romantische ingreep om het samenlevingsverband te behouden, als dat al nodig is. Wat is er trouwens vies aan het woord separatisme ?

De argumenten getuigen vaak van onbeschroomde domheid. Zowat 400 "prominenten" (het woord alleen al) hebben dus 'Red de Solidariteit' opgericht, een jezuïetentruuk die de ware doelstelling handig camoufleert: het behoud van de eigen voordelen en de eigen, gekende leefwijze. Dat is de vraag die je trouwens altijd moet stellen: wie strijkt het geld op (en soms ook: cherchez la femme). "Wij willen niet dat het solidariteitsbeginsel wordt vervangen door wedijver en egoïsme", staat er in hun platformtekst. Mijn goede vriend Rik Pinxten, cultuurantropoloog, heeft dit soort platitude mee ondertekend. Wie wil er iets anders ? Het Vlaamse bedrijfsleven misschien? De Vlaamse werkloze? De socialisten, die het wel ok vinden om langdurig werklozen op te jutten, op te jagen ? Mijn goede vriendin Mia Devits heeft dit soort trivialiteit ondertekend. Mijn goede vriend Paul Goossens idem ito. Vergeten "Leuven Vlaams" - "daar heeft het nooit om gedraaid", klinkt het nu. Zoals Martens zijn "Geef ons wapens" heeft begraven. Het is de reductio ad absurdum die mij irriteert. En de bewuste verwarring. Neem nu zo'n kweellijster als Axelle Red. "Ik geef een persconferentie met Unicef over Sierra Leone. De basisboodschap is dat we solidair moeten zijn met de derde wereld. En hier zouden we er zelfs niet meer in slagen om de solidariteit met Wallonië overeind te houden? Het is bijna gênant om Belg te zijn". Word dan Frans, denk ik dan, of Sierraleonees. Want het een heeft niks met het ander te maken. En de moedwil om alles terug te voeren tot een onbestaand argument - het doorknippen van de solidariteit - ondermijnt elke geloofwaardigheid. Als er al sprake is van het opgeven van solidariteit, dan is het die van de grootbanken tegenover de burger, van de regering tegenover de belastingbetaler, van de internationale concerns tegenover de arbeiders - en daar is de Vlaamse overheid, én de Belgische, medeplichtig (GM, Volkswagen, Janssen; zegt Kris Peeters, minister-president: "Ja, de concurrentie is hard, het is logisch dat zo'n afdankingen gebeuren". Je moet maar durven).

Nog een beproefde tactiek is die van de intentieveroordeling. Gilbert De Swert van de ACW-studiedienst: "Ik vrees de verborgen agenda's. Men begint met het arbeidsmarktbeleid te splitsen, maar waar eindigt dat ? Niet alleen de sociale zekerheid is in gevaar, ook onze mechanismen van het sociaal overleg staan onder druk". Zo'n mechanisme is de vrijstelling van vakbondsafgevaardigden, hun beschermde status, en het gebrek aan juridische identiteit van de bonden. Verdedigbaar. Maar wie heeft daar baat bij ? Niet de arbeider.

Het hele arsenaal van het neobelgicisme steunt op dergelijke ambigueù, door kleinburgerlijkheid ingegeven ideeën. Mercantilisme is de belangrijkste drijfveer. En voor die kar laten kunstenaars en bonden zich spannen. De redenering is gekend: als het land uiteenvalt, dan verliezen we onze markten in het buitenland, niemand die weet wat Wallonië of Vlaanderen is. Wisten ze dat van Kosovo of Kroatië of Eritrea? Retorische vreesachtigheid. En wat met Brussel? Platbranden zeker, en Europese landbouwgrond van maken. In ieder geval ontvetten. En met de koning? Coburg is een mooie stad. En met de geschiedenis (die nu nog onverkort op de mythische verbondenheid van Pirenne en zijn school teruggaat)?

Herschrijven allicht. En met de taal, want Antwerpenaars zijn toch geen Limburgers en zeker geen Westhoekers? Kan dat wel samenblijven ? Ooit alle accenten gehoord in Groot-Brittannië, Schotland en Ierland?

De opstoot van het belgicisme heeft zijn wortels in drie nieuwe fenomenen: de grootstedelijke gezichtsvernauwing, de concentratie van de pers (Concentra, Corelio, SBS, ...) met de opkomst van het internet, en de economische schaalvergroting als gevolg van de globalisering. Het is een atavistische reactie op de angst om zich in die nieuwe structuren in te passen. De kranten hebben hun ideologische overtuiging ingeruild voor de advertentiemarkt. Blogs en websites geven nieuw voedsel aan oude ideeën. Ik denk dan met name aan het regressieve gestook van Diogenes, dat er omgekeerde, maar even blode gedachten op nahoudt als Secessie in de andere richting. Het bieden op België op e-Bay is gestopt, niet afgeklokt op tien miljoen euro. Het dogma dat België moet blijven bestaan is daarmee niet doorbroken. Het al even ondoordachte dogma dat Vlaanderen een natiestaat moet worden is evenmin doorbroken. Zoals Karel De Gucht zei: "Staten verdampen". Ze gaan op in lucht. "Not with a bang, but a whimper", om T.S. Eliot te citeren. Maar de ketters zijn er. En ze zijn onder u.