Nummer 131


Koerdistan | november 2007


Turkse frustratie over ongrijpbare Koerden (Jan van Ormelingen)<< Nummer 131

In de straten van Sint-Joost-ten-Node hebben Turkse extremisten eind oktober weer maar eens bewezen hoe verknocht ze zijn aan hun vaderland. Zo verknocht dat ze menen het recht te hebben om waar ook ter wereld het verfoeilijke Koerdenbeleid van hun thuisland met geweld te mogen verdedigen. Het is onthutsend dat onze politici de geweldplegingen van de extreem-rechtse Grijze Wolven tegen weerloze Koerden en Armeniërs blijft gedogen, met als enige aanwijsbare reden dat een hard optreden stemmen kan kosten in de Turkse gemeenschap.
De aanleiding voor de woedende en gewelddadige betogingen was de dood van 12 Turkse soldaten in een militair treffen met de PKK. Maar niemand twijfelt eraan dat de frustratie een heel stuk dieper zit.

Het leger waakt

Turken zijn hevige nationalisten en daar heeft Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938) meer dan zijn steentje toe bijgedragen. Vanuit zijn rationalistisch en positivistisch verlichtingsideaal gaf hij vorm aan een modern en democratisch Turkije. In die tijd was het land - ondanks de Armeense volkerenmoord van 1915 - nog een etnisch lappendeken, maar voor die veelheid aan volkeren was er in het nieuwe Turkije geen plaats meer.

Daarom werd er een onderdrukkings- en assimilatiepolitiek uitgewerkt tegen culturele en religieuze minderheden. Later zou het leger nauwgezet toezien op de 'erfenis van Atatürk' en pleegde in 1960, 1971 en 1980 staatsgrepen om inspraak van minderheden en linkse en religieuze invloeden af te blokken. Via de Nationale Veiligheidraad stond het leger tot 2003 boven de politieke instellingen en kon bijvoorbeeld beslissen om de eerste minister af te zetten, zoals dat in 1997 gebeurde met Necmettin Erbakan. Het leger was ook de drijvende kracht achter een harde aanpak van het Koerdische en linkse verzet, waarbij tienduizenden mensen het leven lieten.

Vandaag wordt met het oog op een mogelijke toetreding tot de Europese Unie de macht van het leger ingeperkt, ondermeer in de Nationale Veiligheidsraad. Maar het blijft twijfelachtig of de hervorming van de machtsstructuren verder zal gaan dan wat façadewerk. Zal er worden geraakt aan de enorme economische macht van de militairen? Oyak - dat in handen is van de militairen - behoort nochtans tot de grootste bedrijven van Turkije en heeft onder andere een stevig aandeel in de toeristische sector. En wat met de militaire invloed in media en politiek, waar het leger permanent zuurstof geeft aan extreem-rechtse en nationalistische stromingen?

Iraaks-Koerdistan

Veel Turken volgen met ergernis de evolutie die Iraaks-Koerdistan heeft doorgemaakt sinds de Golfoorlog van 1991. Na jaren van bloedige repressie door de Iraakse dictator Saddam Hoessein, kregen de Koerden van Irak toen een zekere bescherming door de invoering van een internationaal opgelegd vliegverbod. Wanneer de Amerikanen in 2003 het Iraakse regime omver wierpen, kwam er een Koerdische eenheidsregering tot stand die quasi autonoom regeert. In minder dan vijf jaar tijd werd Iraaks-Koerdistan een niet te onderschatten politieke, militaire en economische macht. Het voluntarisme van een volk dat jarenlang werd onderdrukt, kan deze opgang grotendeels verklaren. Toch moet er ook worden gewezen op het hechte bondgenootschap tussen de Iraakse Koerden en de Amerikanen. Zonder de Amerikanen zou het Koerdische bestuur in Irak een stuk onzekerder zijn en zonder de Koerden zou het Amerikaanse avontuur in Irak een totale nachtmerrie worden.

De groeiende macht van de Koerden in Irak is hoe dan ook een doorn in het oog van de Turkse nationalisten die vrezen voor een onafhankelijke Koerdische staat en bijkomende problemen met de eigen Koerden ofte Bergturken. Eerder al maakte de Turkse legerleiding (gevolgd door de Turkse regering) misbaar over de toekomst van de Iraakse stad Kirkoek.

Onder Saddam Hoessein werden de Koerden uit de stad verdreven en kwamen er Arabieren in hun plaats. In 2003 kwamen de Koerden terug en sindsdien wordt er gepleit om de streek van Kirkoek onder het gezag van de Koerdische regering te brengen. De laatste maanden concentreert de Turkse woede zich vooral op de aanwezigheid van PKK-strijders in de bergen van Iraaks-Koerdistan.

Escalatie?

Alles lijkt er op te wijzen dat het conflict escaleert. Turkije trekt steeds meer troepen samen aan de grens met Irak, terwijl zowel de PKK als de Koerdische regering in Irak geen echte pogingen ondernemen om de brand te blussen. De Amerikanen die hun Koerdische bondgenoot in Irak niet kwijt willen, moeten schipperen, maar hoe dan ook zijn de Turks-Amerikaanse relaties heel erg verzuurd.

Op 21 oktober vond er een urenlange gewapende confrontatie plaats tussen het Turkse leger en de PKK, daarbij kwamen 32 Koerdische vrijheidstrijders om het leven alsook 12 Turkse soldaten. Acht soldaten werden gevangen genomen door de PKK (1). Het hek leek van de dam, maar tot dusver bleef het gevreesde militaire offensief uit en wordt met ronkende verklaringen en intense diplomatie naar een uitweg gezocht. Opvallend was de internationale steun voor Ankara, dat nochtans zelf de oorzaak is van de crisissituatie omdat het weigert te onderhandelen met 'terroristen'. Is er dan echt niets meer mis met de mensenrechtensituatie in Turkije dat ook onze pers het conflict kan herleiden tot een louter terroristisch probleem? Meer nog: alsof er niets aan de hand is gaan de gesprekken met Turkije over een mogelijke toetreding tot Europese Unie gewoon door.

Voorlopig lijkt Turkije zich niet te wagen aan een grootschalig grondoffensief in Irak. Met de winter voor de deur zou dat wel eens op een mislukking kunnen uitdraaien. Bovendien heeft de PKK zich verschanst in een bergachtige streek waar modern oorlogstuig weinig of geen meerwaarde biedt. En als de Iraakse Koerden in het conflict betrokken raken, dan maakt het Turkse leger waarschijnlijk nog barre tijden mee. Een Turkse inval in Irak zou ten slotte ook grote internationale gevolgen hebben, want zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie hebben andere prioriteiten.

De Turkse furie van de laatste weken moet daarom vooral gezien worden als een kwellende frustratie over de ongrijpbare Koerden.

(1) De onfortuinlijke soldaten werden begin november vrijgelaten, maar worden in Turkije beschouwd als verraders omdat ze niet hebben gevochten tot de dood. Op 11 november werden de soldaten trouwens naar de gevangenis gestuurd omdat ze de bevelen zouden hebben genegeerd.