Nummer 131


Column | november 2007


Prangende berichten, provocaties en paradoxen (Hendrik Carette)<< Nummer 131

Être né Belge?
Quelle catastrophe!
(Henri Michaux)

Als de Ieperling Yves Leterme premier wordt van deze mislukte federale monarchie word ik winnaar van de driejaarlijkse Staatsprijs voor poëzie. En waarom eigenlijk niet? Hugo Claus, die mijn initialen heeft, wordt te oud en seniel en Cyriel Verschaeve, de kapelaan van Alveringem, kreeg wel twee of drie keer zo'n Staatsprijs. Hoewel zijn Zeesymfonieën toen al beladen waren met een bombast die maakt dat zelfs iemand als Romain Vanlandschoot (zijn biograaf) vermoedelijk alleen nog ambtshalve een vers van dit obscure orakel heeft gelezen en bestudeerd. Wat een afgrond van verschil tussen de wereld van de schijnbaar zuiderse en barokke Verschaeve en de wereld van een tijdgenoot als de noordelijke en schijnbaar nuchtere Nescio.

*

Jan Deloof uit Zwevegem mocht het voorwoord schrijven voor de nieuwe Franse uitgave in Bretagne van De Leeuw van Vlaanderen van Hendrik (eigenlijk Henri) Conscience in het Frans en niet in het Bretoens, wat de lezer van Deloof toch zou mogen verwachten. Deloof schrijft hier in dit voorwoord: "Aussi est-ce une ironie de l'histoire que ce soit précisément ce roman d'origine 'belgiciste' qui soit devenu un monument du Mouvement Flamand, ce long processus d'émancipation au cours duquel les Flamands n'ont cessé depuis 1830 de s'opposer en masse à l'Etat belge".

*

De oudere lezers onder ons herinneren zich nog wel de uitroep Zorro est arrivé, maar nu is Zorro echt binnengedrongen in de Nederlandse poëzie. De herfst van Zorro (Amsterdam: Meulenhoff, 2006) is de titel van de dichtbundel van Al Galidi die als uitgeprocedeerde asielzoeker uit het land van Meden en Perzen eerst in het noorden van Nederland heeft geresideerd en nu in Antwerpen verblijft en deze dichter laat voor het eerst sinds lang een verrassend nieuw (origineel en opstandig) geluid horen in onze poëzie die zonder het academische geneuzel en oeverloze gebral van de langharige bard Leonard Pfeijffer wel wat ingedommeld was. Het heerlijke gelal van Al schokt, ontroert (omdat het zo onliterair overkomt) en laat ons opschrikken of ontwaken uit onze versuffende winterslaap.

*

Het kleine drama van Monika van Paemel die in 2006 bij Querido in Amsterdam het kleine en veelal flauwe pamflet Te zot of te bot liet publiceren is juist dat zij niet zot en niet bot genoeg is geweest om een scherpe provocatieve toon aan te slaan zodat heel haar fletse pamflet nu al geheel en al vergeten en ongelezen is gebleven.

*

Wie als vrije geest de heftige onvervalste woede en verontwaardiging die opstijgt uitbepaalde gedichten van de Vlaamse vrijzinnige socialist Willem Elsschot (Fons De Ridder) na zovele jaren nog altijd niet kan begrijpen en bewonderen moet maar geen gedichten en geen boeken meer lezen en kan meer beter voorgoed zwijgen en bedelen bij de poort.

*

Prins Laurent van België was niet aanwezig op de begrafenis van zijn voormalige privéleraar Rudy (Rodolphe) Bogaerts (1945-2007), de hoofdredacteur en stichter van het satirische weekblad Père UBU. Waarom was die prins niet aanwezig? Omdat dat soort volk gewoon geen gevoelens van dankbaarheid kent. Dit soort volk, mijnheer, kent geen dankbaarheid omdat zij leven in valse luxe en het gewoon zijn om alles gratis voor niets te krijgen.

*

De meest vergeten nog levende Vlaamse schrijver is Astère Michel Dhondt die zich in 1975 tot Nederlander liet naturaliseren en tot op heden nog altijd in Maastricht woont. Zijn meesterwerk God in Vlaanderen dateert van 1965 en je komt niemand meer tegen die dit toendertijd zo bekende boek nog kent of thuis op de boekenplank heeft staan.

*

De Duitse dichteres Ulla Hahn troost mij met haar vertroostende woorden. Ik die dacht dat ik ontroostbaar was.

*

Veertig jaar geleden verscheen van Gilles Deleuze Présentation de Sacher-Masoch, een prachtig en indringend essay als inleiding bij de integrale tekst van 'La Vénus à la fourrure' van Leopold von Sacher-Masoch die in 1870 in Stuttgart verscheen. De voornaamste informatie over deze Leopold komt van zijn secretaris Schlichtegroll en zijn eerste vrouw die zich Wanda von Sacher-Masoch liet noemen. De rest is mysterie, suspens. Duitse romantiek en voer voor Freud en de psychoanalyse.

*

Een schitterende anekdote verteld door de dichter Adriaan Roland Holst: toen mijn vriend de dichter Jacques Bloem zich voor het begin van de Tweede Wereldoorlog aansloot bij de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging) had hij op een landdag een persoonlijke ontmoeting met de leider ir. Anton Mussert. En Holst gaat verder en vertelt: "Ik wilde met hem van gedachten wisselen over de Franse royalistische beweging. 'Stel je voor', zei hij mij. De vent had nog nooit van Maurras gehoord! Ik heb mijn lidmaatschap van de NSB opgezegd."

*

Zolang de Ieperling Yves Leterme geen regering kan vormen, wordt Pol Van den Driessche geen senator. En dat is geen geestige ironie van de geschiedenis (zo ver zijn we nog niet), maar waarlijk een geluk bij een ongeluk. Laat het lot er maar voor zorgen dat deze Leterme senator moge worden en deze Van den Driessche zal, als intieme persoonlijke vriend van onze kroonprins en van voormalig minister Pierre Chevalier, verplicht zijn om zijn beroep van platvloerse opportunist met een onvermoeibare inzet en ervaring opnieuw uit te oefenen. Misschien kan deze man, die ooit in de Brugse gemeenteraad zetelde en daar dan uitvoerig pater Stracke citeerde, dan nog hoofdredacteur worden van een weekblad als bijvoorbeeld Dag Allemaal (Ilse Beyers: let op uw zaak!), want ik vrees dat men deze voormalige (hij rookte lange tijd dezelfde pijptabak als zijn idool wijlen Hugo Schiltz) journalist ook bij het christelijke weekblad 'Tertio' zeker niet met open armen zal ontvangen. En bij elke dag die voorbijgaat met als avondsluiting het bericht dat onze saaie Leterme nog geen saaie regering heeft kunnen vormen, groeit bij mij het besef dat er misschien toch nog zoiets als rechtvaardigheid in deze harde en onrechtvaardige wereld zou kunnen bestaan.