Nummer 132


Overpeinzingen | december 2007


Over het algemeen belang en nog het een en ander (Nico Van Campenhout)<< Nummer 132

De jurist en historicus Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872) is één van de weinige 19de-eeuwse Nederlandse staatsmannen die in het actuele maatschappelijke debat nog regelmatig wordt geciteerd. Dat het ook vandaag meer dan de moeite loont om kennis te nemen van zijn gedachten en ideeën, wordt ten overvloede bevestigd door de fragmentarische selectie uit zijn al dan niet gepubliceerde geschriften en toespraken die onlangs werd uitgegeven in de reeks 'Republiek der ideeën' (°). Volgens de eindredacteur van dit boekje, de Nederlandse historicus Erik Swart (°1966), is een dergelijk initiatief overigens geheel in overeenstemming met de intenties van de "hoofdverantwoordelijke voor de grondwet van 1848, die daarmee het constitutionele kader schiep waarbinnen wij nu nog leven" (achterflap): "Veel van wat hij schreef, schreef hij in de wetenschap dat het later gelezen en bestudeerd zou worden" (blz. 11).

Thorbecke - vanaf 1825 professor aan de Gentse universiteit en na 1830 aan die van Leiden - was een pragmatische en realistische politicus, die gematigdheid, gezond verstand en geleidelijkheid hoog in het vaandel voerde. Als klassiek geschoolde intellectueel en academicus was hij vooral op de Duitstalige wereld georiënteerd: "Sinds dat tijdstip hebben de Duitse taal en letteren een verwonderlijke vlucht genomen, en is Duitsland, in geleerdheid en wetenschap, het hart van Europa geworden" (blz. 144). Als ruimdenkende liberaal, die bovendien "hield van sigaren, wijn en muziek" (blz. 9), was zijn politiek-maatschappelijke denken en handelen in belangrijke mate beïnvloed en geïnspireerd door de Franse Revolutie (1789-1799): "Wanneer de Franse Revolutie ons geen andere weldaad had aangebracht, dan losmaking van de banden, welke, in de oude staat, nijverheid, wetenschap, zedelijkheid, godsdienst onder de macht van de overheid bogen of knelden, dan nog waren wij haar een van de meest beslissende vorderingen verschuldigd" (blz. 19).

Tijdens de drie decennia voorafgaand aan zijn overlijden was Johan Rudolf Thorbecke zonder enige twijfel de meest invloedrijke Nederlandse politicus.

Afgezien van een hele reeks meer of minder tijdsgebonden en eerder praktische of concrete uitspraken en aantekeningen, werden wij tijdens de lectuur van deze verspreide teksten van Thorbecke vooral getroffen door een aantal opmerkingen of kanttekeningen van principiële en ideologische aard. Een vijftal daarvan leggen wij hier graag voor ter overdenking. Althans naar onze mening en overtuiging zijn deze overwegingen immers allesbehalve gedateerd of voorbijgestreefd...

"Ik vraag of er enige vrijheid is, enige vrijheid kan zijn, dan die beperkt is? Of niet alle vrijheid, zo haar beperking wordt opgeheven, verloren gaat?" (blz. 37); "Zij die in een staat voor het algemeen belang leven zijn even zeldzaam als zij die op een ander gebied, zich uit liefde voor wetenschap, kunst of ontdekking, grote offers getroosten." (blz. 60); "IJver voor de waarheid wordt ijver tegen ieder inzicht dat van het onze verschilt" (blz. 93); "Mij dunkt, ieder moet gevoelen, dat er instellingen van algemeen belang zijn, waartoe elk in de belastingen bijdragen moet, al trekt hij persoonlijk daarvan geen partij" (blz. 123); "Ik beweer, integendeel, dat een beschaafde staat wel degelijk verplicht is, te zorgen zoveel mogelijk, dat zijn leden niet van gebrek omkomen" (blz. 134).

Na de publicatie van onder meer zijn briefwisseling uit de periode 1830-1872 en van een uitvoerige biografie over hem tijdens de jongste jaren, werd met deze editie van een hele serie "losse aantekeningen" (blz. 11) van Johan Rudolf Thorbecke andermaal een belangrijk element toegevoegd aan het 'intellectuele monument' dat deze (Nederlandse) 'erflater' meer dan verdient.

(°) De scheppende kracht van de natie. Het liberalisme volgens J. R. Thorbecke. Een bloemlezing gekozen en ingeleid door Erik Swart, Amsterdam, Uitgeverij Van Gennep, 2007, 176 blz., 26 euro, ISBN 9789055157600.