Nummer 133


Baskenland | januari 2008


Dossier 19/98: de vonnissen (Karel Sterckx)<< Nummer 133

Op woensdag 19 december 2007 sprak de Spaanse uitzonderingsrechtbank Audiencia Nacional zware straffen uit in het politieke megaproces 18/98. De stelling van Garzón werd behouden: ETA is veel meer dan een gewapende organisatie. Met een juridisch precedent van jewelste tot gevolg. Hiermee kent dit zwaar gecontesteerde proces een einde, en eens te meer geldt ETA als excuus voor repressie.

Het dossier 18/98

1998 is een belangrijk jaar in de Baskische kalender: in september sloten 25 politieke partijen, vakbonden en basisorganisaties het Akkoord van Lizarra-Garazi, waarop ETA een staakt-het-vuren deed ingaan. Een maand later volgden er autonome gemeenschapsverkiezingen die een nationalistische coalitie tussen PNV, EA en Euskal Herritarrok op de been brachten. Daarop werd Udalbiltza, een nationale raad van gekozenen van alle Baskische partijen op gemeentelijk vlak, opgestart. De sturende kracht achter deze enorme dynamiek was de brede links-nationalistische beweging.

Eerder in juli startte de Spaanse uitzonderingsrechtbank Audiencia Nacional op bevel van rechter Baltasar Garzón een vooronderzoek tegen de krant Egin en het radiostation Egin Irratia. Beide media werden meteen ook lamgelegd en gesloten. Het argument daartoe luidde dat ze in dienst van ETA werkten en diens bevelen opvolgden.

Een belangrijke nota hierbij is dat een team journalisten onder leiding van Pepe Rei gedurende negen jaar over allerlei Spaanse en Baskische duistere praktijken in Egin had bericht: van fraude met gokautomaten, infiltraties, steekpenningen tot actieve betrokkenheid van de Guardia Civil bij drugshandel.

Aan Pepe Rei werd binnen dit vooronderzoek een heel apart onderdeel gewijd.

Onder datzelfde vooronderzoek vielen operaties tegen andere Baskische organisaties: Xaki (internationale solidariteitsorganisatie), Ekin (promotor van dynamiek onder het volk, en hoewel gelijknamig, geen opvolger van Ekin waaruit ETA ontstond), het Fonds Joxemi Zumalabe (Fonds ter ondersteuning van sociale bewegingen), AEK (Baskische taalscholen) en Zabaltzen (uitgeverij van Baskischtalige boeken en muziek). Dit grote vooronderzoek kreeg de code 18/98.

In de jaren daarop opende Garzón nog andere vooronderzoeken: in 2001 tegen de gevangenenrechtenorganisaties Gestoras Pro Amnistía en Askatasuna, en tegen de jongerenbeweging Jarrai-Haika, die later werd omgedoopt tot Segi, dat op zijn beurt in 2002 in het vizier van Garzón kwam. In 2002 volgde nog een vooronderzoek tegen de politieke partij Batasuna.

Hoewel het formeel telkens om aparte vooronderzoeken ging, vielen hun gelijkenissen op: eenzelfde argumentatie, gelijke typologie van de verdachten, eenzelfde rechter die aan de basis lag (Baltasar Garzón). Gelijke aard van de bewijsverzameling en dezelfde tegengetuigen (i.c. specialisten van de Guardia Civil).

Daarom is 18/98 de paraplu van al die vooronderzoeken geworden en werd er al gauw van een megaproces gesproken. Temeer omdat aanvankelijk maar liefst 215 personen op de verdachtenlijst stonden. De vooronderzoeken zouden bijna zeven jaar in beslag nemen. De rechtszittingen nog eens twee jaar.

Bovendien moesten de beschuldigden in de diverse zaken telkens allemaal samen aanwezig zijn op de zittingen, met uitzondering van de jongeren van Jarrai-Haika-Segi. Hun zaak werd apart behandeld "omdat er geen rechtszaal groot genoeg was om alle verdachten samen te brengen". De vonnissen in deze zaak werden ook eerder al uitgesproken, met een mediatieke arrestatie: de veroordeelden waren nergens te bespeuren. Tot zij in groep tevoorschijn kwamen, de politie inlichtten over hun verblijfplaats opdat die de arrestaties zou kunnen verrichten. Maar ze moesten wel door een muur van sympathisanten. De politie en het gerecht voelden zich belachelijk gemaakt door deze "snotneuzen".

2005-2007

Gedurende deze periode moesten de beschuldigden die de filter van de vooronderzoeken niet gepasseerd waren, wekelijks gedurende drie dagen naar Madrid. Verzoeken om enkel te moeten komen wanneer hun specifieke zaak besproken werd of om de zittingen via videoconferentie te houden, werden afgewezen. De kosten liepen uiteraard op: wekelijkse verplaatsingen (met een aantal ongevallen), verblijfskosten, kans op jobverlies, familieleven dat onder druk kwam te staan... Het grootste verlies was het heengaan van de historische leider Jokin Gorostidi.

Gedurende de zittingen, die doorgaans openbaar waren, viel keer op keer op dat de Spaanse justitie eigenlijk niets begrijpt van het Baskische volk en bitter weinig kent van de Baskische geschiedenis. Zo stelde een magistraat de vraag of de term 'Euskal Herria' (Baskenland) door ETA uitgevonden was. De verbaasde Bask antwoordde laconiek: "Euskal Herria is een term die al eeuwen bestaat. Ik weet niet of ETA ook al eeuwen bestaat". Meer dan eens laakte de verdediging de vooringenomenheid van de rechter. Die volgde immers de these van de Guardia Civil en dus van de tegenpartij. Van een objectieve zaak was geen sprake: vaak werden de Basken in hun toelichtingen onderbroken of werd hen simpelweg het woord ontnomen.

De Basken wisten dat ze voor lange tijd de cel in zouden vliegen. En toch voelden ze zich overwinnaars. Omdat ze de kern van de Audiencia Nacional blootgelegd hebben: het is een rechtbank om te straffen, die uit politieke hand eet en die helemaal niet dient om 'recht te spreken'. Een gevolg is dat de roep om deze uitzonderingsrechtbank af te schaffen, almaar luider klinkt.

In Baskenland steeg de verontwaardiging zodanig dat er allerlei solidariteitsinitiatieven georganiseerd werden: een cd, concerten, dvd's met getuigenissen van de betrokken personen, t-shirts, lotjes, betogingen... Duizenden Basken deden aan zelfbeschuldiging. Uit protest en om aan te tonen hoe gemakkelijk een Bask beschuldigd wordt van ETA-lidmaatschap.

Want daarover ging het heel die tijd: de beschuldigden werden ervan verdacht op bevel van ETA structuren opgezet te hebben, die als dekmantel moesten dienen. Voor alle duidelijkheid: volgens de Spaanse interpretatie behoren daartoe niet alleen voornoemde organisaties, maar ook bedrijven zoals drukkerijen, reisagentschappen, meubelvervoermaatschappijen, vishandelaars. ETA is dan een ganse parallelle samenleving met een eigen politieke, sociale en economische structuur.

Tijdens de slotzitting op 19 december 2007 werd deze opvatting nog eens geïllustreerd met een voorpagina van het ETA-blad Zutabe, waarop een roeiboot te zien (KAS genaamd) is, geleid door ETA en met als roeiers diverse organisaties. Het betreft een prentje van eind jaren zeventig toen het links-nationalistische KAS-alternatief opgesteld werd als antwoord op de nakende "transitie". Het prentje insinueert niets anders dan dat diverse organisaties (zoals ETA, Hasi en Laia) hetzelfde schip (KAS) genomen hadden en dat de richting aangegeven werd door ETA.

Of zo'n prentje dertig jaar later nog (juridische) waarde heeft, wanneer toenmalige organisaties niet meer bestaan en over KAS enkel nog gesproken wordt in historische overzichten, is een andere vraag.

Zware celstraffen

Uiteindelijk werden op die dag 34 Basken tot gevangenisstraffen veroordeeld. Elf van hen als "leidinggevende personen van ETA". Zij kregen tussen 13 en 18 jaar. Van de twintig anderen, die veroordeeld werden als "ETA-leden", kregen de meesten tien tot twaalf jaar, met uitzondering van José Luis Elkoro, die er twintig kreeg (meer dan de "ETA-leiders").

De straffen werden voorgelezen in afwezigheid van de beschuldigde Basken. De Spaanse rechter had de zaal doen ontruimen nadat de Basken protesteerden en het strijdlied Eusko Gudariak inzetten.

De dag erna reageerde Baskenland verontwaardigd en furieus: politieke partijen, vakbonden en basisorganisaties laakten het door en door politieke proces en klaagden het gestelde precedent aan: "plots kan eender wie tot ETA gaan behoren, zelfs zonder het zelf te weten", klonk het.

Tot slot even speciale aandacht voor Nekane Txepartegi: zei verklaarde in de Audiencia Nacional gefolterd en verkracht te zijn geweest tijdens de ondervragingen door de Guardia Civil. Zij komt nu weer in hun handen terecht.