Nummer 133


Onderwijs | januari 2008


Nederlands onder druk aan universiteiten (Bernard Daelemans)<< Nummer 133

De Vlaamse minister van Economie en Innovatie Patricia Ceysens (VLD) heeft het debat over de verengelsing van onze universiteiten weer op gang getrokken. De minister vindt het huidig wettelijk kader te beperkend en wil het versoepelen. De wetgeving staat thans toe dat op Bachelorsniveau 10% van de lessen in een andere taal dan het Nederlands gegeven worden - taalgelieerde opleidingen buiten beschouwing gelaten. Precies die wetgeving heeft het Engels aan de Vlaamse universiteiten inderdaad tot nog toe netjes buiten deur kunnen houden. Dat bleek ook al uit een vergelijkende studie van de Vlaamse en Nederlandse universiteiten in opdracht van de 'Commissie voor het Vlaams-Nederlands Cultureel Verdrag'. Op korte tijd is het Engels in Nederland enorm opgerukt, terwijl het bij ons eerder beperkt gebleven is.

Het onderzoek van professor Albert Oosterhof (Universiteit Gent) wijst uit dat aan de Nederlandse universiteiten ruim de helft van alle opleidingen op mastersniveau in het Engels gegeven worden. Uitschieters zijn de Technische Universiteit Delft (volledig Engels), de Technische Universiteit Eindhoven (83% Engels), de Universiteit Twente (90% in het Engels) en de Universiteit Maastricht (nagenoeg alles in het Engels). Maar ook de beide Amsterdamse universiteiten zitten al tussen de 60 en de 70%. Wat het bachelorsniveau betreft is het Engels eerder beperkt aanwezig (10 à 20% van de opleidingen), behalve in Maastricht waar ook de bachelors praktisch volledig in het Engels gegeven worden.

In Groningen stelt het reglement: "Het onderwijs kan in het Engels worden gegeven indien zich daarvoor tenminste één Engelssprekende buitenlander aanmeldt die te kennen geeft de Nederlandse taal niet te beheersen"; en in Twente is kennis van het Engels een voorwaarde om te doceren en te studeren: "alle studenten die wensen deel te nemen aan het betreffende onderwijs en de daaraan verbonden examens, dienen aantoonbaar te beschikken over de daartoe benodigde Engelse taalvaardigheid."

De Nederlandse universiteiten zijn in vliegende vaart verengelst, want bij een vorig onderzoek, anno 2000 was de situatie in Nederland nog zeer vergelijkbaar met de onze. Op bachelorsniveau wordt het wettelijk maximum van 10% Engelstalige programma's gerespecteerd. Op mastersniveau is er meer soepelheid, maar hoe dan ook legt de wet de universiteiten de plicht op om steeds ook een Nederlandstalige opleiding parallel te voorzien én garandeert het recht dat de student het examen in het Nederlands kan afleggen. Verreweg de meeste 'initiële' opleidingen zijn dus ook op mastersniveau in het Nederlands. Alleen bij verdere specialisaties duiken meer opleidingen in het Engels op (Aan de KULeuven bijvoorbeeld zijn dat 994 onderdelen in de master-na-masteropleidingen; er zijn in totaal 50 Engelstalige opleidingen).

Hoewel de Vlaamse wetgeving het nergens over het Engels heeft, blijkt wel overduidelijk dat met 'anderstalig' aanbod enkel en uitsluitend het Engels wordt bedoeld.

Minister Ceysens wil nu blijkbaar komaf maken met de sterke positie van het Nederlands aan de Vlaamse universiteiten. Ze baseert zich op het verslag van de commissie-Soete (een academische werkgroep), die het innovatie-instrumentarium in Vlaanderen doorlichtte. Deze Vlaamse economist was werkzaam aan de U-Antwerpen en is nu verbonden aan de inmiddels volledig verengelste universiteit van Maastricht. OESO-opdrachten en functies bij de Europese commissie duiken ook geregeld op in zijn curriculum.

Ceysens krijgt alvast bijval van Vlaams Onderwijsminister Frank Vandenbroucke. Verheugend is wel dat de oppositie in het parlement de bui ziet hangen en al fors gereageerd heeft. Met name Marie-Rose Morel (VB) en Monique Moens (LDD) wierpen kritiek op. Maar ook vanuit de meerderheid kwamen sterke reacties: de pas zetelende Piet De Bruyn liet weten dat een eventuele wetswijziging niet op de steun van de N-VA kan rekenen. Ook Dirk De Cock (Spirit) en Cathy Berx (CD&V) reageerden afwijzend. De ministers Vandenbroucke en Ceysens verweten De Bruyn en Morel verkramptheid en provincialisme. Ze zullen de zaak verder laten onderzoeken. De kwestie is duidelijk nog niet van de baan. Meervoud zal hierop terugkomen in een latere editie.