Nummer 135


Frans-Vlaanderen | maart 2008


Succesfilm over 'Ch'tis' zorgt voor regionale opschudding (Christian Dutoit)<< Nummer 135

De recente film van Dany Boon 'Bienvenue chez les ch'tis' zorg voor heel wat opschudding bij onze zuiderburen, en vooral in de regio Nord-Pas-de-Calais. De prent lokte in drie weken tijd meer dan zes miljoen kijkers in Frankrijk (en 275.000 in Brussel en Wallonië), en er schijnt geen eind te komen aan het succes. Het verhaal, dat zich (ten onrechte) afspeelt in het stadje Sint-Winoksbergen, zorgt ter plekke voor een toeristische invasie waar ze in Zuid-Limburg na 'Katarakt' enkel kunnen van dromen. Maar cultuuractivisten zijn enigszins verbolgen. Zelfs onze eigen occasionele medewerker Leo Camerlynck, in zijn vrije tijd ook actief in het Davidsfonds van Frans-Vlaanderen, moeide zich in het debat en ging als een beest te keer in 'La Voix du Nord'. Een beetje uitleg voor onze lezers.

Vooreerst dit: Bienvenue chez les ch'tis is wel degelijk een zeer goede humoristische film. Het gaat over een lokale postmeester uit de Provence in het zuiden van Frankrijk die ter plekke iets mispeuterde en als straf naar het departement Nord gestuurd wordt. Alle Occitaanse vooroordelen tegenover het barre Noorden worden hier te grabbel gegooid, en het resultaat is best grappig. De cineast, Dany Boon, is zelf opgegroeid in de regio, maar dan wel in Armentiers en niet in Frans-Vlaanderen. Hij is de zoon van een Berberse migrant uit Algerije, zijn moeder Danielle was van de mijnstreek, en zelf studeerde hij in Saint-Luc in Doornik (waar mijn eigen vader trouwens ook zijn humaniora liep). Boon heeft een boontje voor de streek en het plaatselijke dialect, maar tussen Doornik, Dowaai, Rijsel en Armentiers wordt een Picardisch dialect gesproken, dat sinds de Eerste Wereldoorlog ook wel Ch'ti of Ch'timi genoemd wordt.

Régis De Mol, voorzitter van de Alliance Régionale Flandre Artois Hainaut is alvast niet te spreken over de benaming 'Ch'ti'. "Het woord ch'ti is een belediging voor het Picardisch, die de eerste literaire taal van Frankrijk was, lang voordat het Frankisch het Frans zou worden. Het huidige ch'ti is niet veel meer dan een bepaalde uitspraak van het Frans dat overgoten wordt is met een flinke dosis vulgariteit, dat vinden de Picardiërs tenminste zelf."

Ook Leo Camerlynck, nochtans een van nature eerder minzaam man, is om het voorzichtig uit te drukken gebelgd of verbolgen, en is de uitgesproken mening toegedaan dat de film in feite Bienvenue chez les Flamands als titel moest hebben (bericht aan de Rijselse krant La Voix du Nord.)

Camerlynck: "In de Westhoek werd er nooit Picardisch gesproken. Dit kan dus niet."

De Mol gaat nog een stukje verder: "In Bergen is het gebruik van het ch'ti al even ongemanierd ('incongrue') als dat van het Papoea."

De populaire Brusselse krant La Dernière Heure kopte op 6 maart met vier volle pagina's over de razend populaire maar toch omstreden prent. En ging polshoogte nemen in Bergen zelf, een stadje met 4.306 inwoners, op tien km van Duinkerke en 24 km van De Panne. Daar is het vandaag drummen: toeristen van uit heel Frankrijk willen er heen om te genieten van een ch'ti-bad. Maar dat loopt mis, aldus 'la' DH: "Bergues ne se considère pas, selon ses habitants, comme faisant partie du pays ch'ti. Eux, non, sont flamands de France, fier de l'être, fiers de parler un patois proche du patois d'Ypres et Poperingue, qu'enseigne l'Akademie voor Nuuze Vlaamsche Tale".

Maar het is allemaal nog veel erger dan we dachten. In de film wordt een plaatselijke kaas ten tonele gevoerd, de beslist lekkere Maroilles. Maar die wordt helemaal niet in Sint-Winoksbergen geproduceerd, maar wel in Nouvion-en-Thiérache. De bevallige plaatselijke kaasboerin van Bergen, Marlène De Saegher, die natuurlijk beter weet, kan er niet om lachen. "De maroilles is een kaas van volle koemelk gerijpt in kelders, met een vetgehalte van 45%. Onze eigen kaas, de echte Bergense kaas, bevat slechts 18% vet en is gemaakt op basis van afgeroomde melk. Wij verkopen ook de Boulet van Cassel." De Bergense kaas heeft een roze korst die 'gewassen' wordt met plaatselijk bier. De Saegher wordt nu overstelpt met bestellingen van Maroilleskaas uit Parijs. Maar goed, in haar kaasboetiek heeft ze tussen de 120 en 140 verschillende kaassoorten, iedereen komt er dus wel aan zijn trekken.

Echte streekspecialiteiten zoals parelhoen in speculoossaus of het Potje'vleesch (kip, kalf en konijn in citroen-aspic) komen in de film niet voor, wel koffie met chicorei en een flinke scheut jenever, een in Frankrijk grotendeels onbekend vocht.

Al bij al is niet iedereen ontevreden in Bergen: er is sprake van een toeristische invasie. Jacques Martel, schepen (dat heet daar adjoint au maire) van toerisme, kan met de film van Boon leven. Vorig jaar waren er dagelijks gemiddeld 92 bezoekers op de toeristische webstek van de stad. Nu zijn er dat meer dan 2.300. Maar in Sint-Winoksbergen zelf kunnen al die toeristen de film niet bekijken: er is daar al jaren geen bioscoop meer. En in het nabijgelegen Duinkerke zijn de zalen steevast uitverkocht.

Zelfs in Brussel is het niet zo eenvoudig om in de bioscoop een zitje te vinden. En het grappige is dat de meestal Franstalige Brusselse bezoekers, die vaak vinden dat het Nederlands geen echte taal is maar een verzameling van achterlijke dialecten, zich rot amuseren met het Picardische dialect dat ter plekke niet eens gekend is. Maar dat mag de pret niet bederven.