Nummer 135


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | maart 2008


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 135

Atomium: la Belgique de papa est de retour

Brussel maakt zich op om de 50ste verjaardag van het Atomium te vieren. Het koninginnestuk van de Wereldtentoonstelling van 1958 werd niet zo lang geleden in al zijn glorie hersteld, zodat het uitvergrote ijzeratoom nu weer staat te glimmen aan het Brussels firmament. Het kan verkeren, want enkele jaren geleden verkeerde het opmerkelijke bouwsel nog in een erbarmelijke staat en de stad Brussel had deze gigantische schroothoop ei zo na verpatst aan een Japanse of Amerikaanse commerciële onderneming. Er bestond kennelijk geen bezwaar om het 'nationaal symbool' te laten optuigen met Coca-Colarepanelen of andere reclame, maar toen deed Vlaams minister Johan Sauwens een bod op de metalen constructie en paniek sloeg toe. Nu het ijzeren gevaarte in handen dreigde te vallen van Vlaanderen was het meteen alle hens aan dek om het Atomium van deze schande te redden. Prompt werden federale kredieten gevonden om, in het kader van 'Beliris' (de samenwerkingsakkoorden tussen de federale staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) het Atomium terug zijn volle glans te geven. Deze operatie wordt nu in het jubileumjaar bekroond met tal van feestelijkheden, met als voorlopig hoogtepunt in april al de bevestiging van een enorme vlaggenmast door een legerhelikopter, waarna plechtig de Belgische vlag weer gehesen wordt. Op 17 april volgt een spetterend vuurwerk vanop het Atomium.

Tegenover het atomium werd een 'Paviljoen van het Tijdelijk Geluk' opgetrokken uit 33.000 bierkratten, waarin allerlei evocaties van de Wereldtentoonstelling worden getoond. 'La Belgique joyeuse' wordt weer tot leven geroepen met beeld en klank. De VRT graaft in zijn archieven om daar zijn steent toe bij te dragen. Er komen rockconcerten en volksbals en een heleboel randanimatie. Het is niet bekend of er ook aandacht zal geschonken worden aan de radicale acties van het Vlaams Jeugdcomité voor de Wereldtentoonsteling, indertijd onder leiding van Wilfried Martens, tegen het Franstalig karakter van de Wereldtentoonstelling en aanstokers van de organisatie van een 'Vlaamse dag' die tenslotte werd gehouden op 6 juli.

In ieder geval ademde de persvoorstelling van deze 'nationale trots' weer de sfeer van de goede oude tijd van la Belgique de papa: burgemeester Freddy Thielemans sprak voor het merendeel Frans, flamand de service Bruno De Lille (Groen!), voorzitter van de vzw Atomium, sprak braafjes Frans en Nederlands en ondervoorzitter Henri Simons sprak Frans net als eerste schepen en schepen van cultuur Milquet. De nieuwste perswoordvoerder van de Brusselse burgervader spreekt ook al geen gebenedijd woord Nederlands.

Plus ça change,
plus ça reste la même chose...

Stad Brussel geeft geen geld aan KVS

De stad Brussel blijkt de financiële afspraken omtrent de financiering van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, nochtans een stadsschouwburg, niet te honoreren. In een financieel raamakkoord tussen de stad Brussel, de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie was vastgelegd dat de Stad jaarlijks 250.000 ? zou uittrekken voor het lopend onderhoud van de pas gerestaureerde gebouwen. De stad heeft dit geld echter nooit in zijn begroting ingeschreven, laat staan betaald. Daardoor komt de KVS nu in de financiële moeilijkheden, zegt Bruno De Lille, gemeenteraadslid van Groen!

De Lille is nochtans lid van de meerderheid, net als Pascal Smet (SP.a), die titelvoerend schepen is, maar zich vanwege zijn ministerschap laat vervangen door Ahmed El Ktibi, en Jean De Hertogh (CD&V), schepen bevoegd voor 'Vlaamse aangelegenheden'.

Tot zover de opperbeste communautaire verhoudingen onder het bewind van burgemeester Freddy Thielemans...

Huis van het Onderwijs

Er was veel volk opgedaagd voor de plechtige opening van het 'Huis van het Onderwijs' in hartje Brussel. Centraal gelegen, tussen de Vismarkt en het Begijnhof en op een steenworp van het openbaar vervoersknooppunt van het De Brouckreplein, werd dit volledig vernieuwde gebouw ingehuldigd dat voortaan zal onderdak bieden aan het basiseducatiecentrum 'Brusselleer', aan Taalvaart, het Nascholingscentrum, het Leermiddelencentrum, het Schoolopbouwwerk én aan 'Voorrangsbeleid Brussel', allemaal instituten die moeten instaan voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit in de hoofdstad.

'Brusselleer' is een onderwijsinstelling als dusdanig, het centrum organiseert volwassenenonderwijs voor laaggeschoolden, o.m. alfabetiseringscursussen maar ook Nederlands als tweede taal voor laaggeschoolde anderstaligen en bijvoorbeeld ICT-cursussen om de digitale kloof te overbruggen. Op jaarbasis bereikt 'Brusselleer' 2.200 cursisten, die her en der in de stad worden aangeboden, 'dicht bij de mensen'. In het Huis van het Onderwijs wordt wel de centrale administratie van het centrum gehuisvest.

De overige organisaties, Taalvaart, het Nascholingscentrum, het Leermiddelencentrum, het Schoolopbouwwerk en 'Voorrangsbeleid Brussel' kennen elk hun eigen historiek en zijn alle opgericht om de problematiek van de instroom van anderstalige leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs op te vangen. De Brusselse scholen genieten zo extra-omkadering om hetzij anderstalige leerlingen extra taalbegeleiding te geven (door een ploeg van 70 logopedisten) en anderzijds de leerkrachten extra pedagogische omkadering en specifieke leermiddelen mee te geven om meer 'taalgericht' les te kunnen geven in de Brusselse context.

De vijf organisaties worden nu samengebracht in een gebouw waar nu al de bijzondere onderwijsexpertise voor Brussel verzameld is, in afwachting van een herstructurering die moet leiden tot het samenbrengen van al deze geledingen in één structuur.

De aankoop van het gebouw en de renovatie werd bekostigd door de Vlaamse Gemeenschapscommissie. VGC-collegelid bevoegd voor onderwijs Guy Vanhengel nam dus bij de opening de honneurs waar.

Vanhengel wil nieuwe scholen in de vijfhoek

Het is bekend dat het centrum van Brussel van langsom meer jonge Vlaamse inwijkelingen aantrekt, de zgn. Dansaert-Vlamingen. Deze hippe dertigers en veertigers zorgden, samen met de recente concentratie in het centrum van verschillende Vlaamse hogescholen en de bijbehorende studentenpopulatie voor een boom van het Vlaamse uitgaansleven. De emblematische cafés zijn tegenwoordig de Monk (Katelijnestraat), de Roskam en de Daringman (Vlaamsesteenweg), naast verschillende andere bloeiende neringzaken met overwegend Vlaams publiek (Bison, Coaster, Cobra, Sint-Niklaascafé, etc.)

Het is dan ook geen wonder dat ook de Vlaamse scholen in het centrum meer en meer met capaciteitsproblemen te kampen krijgen. Dit is in Brussel op zich geen nieuwigheid, want de schoolbevolking van de Nederlandstalige scholen neemt al twintig jaar stelselmatig toe door de toevloed van niet-Nederlandstalige leerlingen. Maar pas recentelijk krijgen ze voor het eerst te maken met een stagnatie. Die stagnatie heeft volgens minister Vanhengel alleen te maken met een capaciteitsprobleem van de scholeninfrastructuur en hoegenaamd niet met een tanende belangstelling voor het Nederlandstalig onderwijs door anderstalige bevolkingsgroepen. Vanhengel heeft hoogst waarschijnlijk gelijk op dit punt.

Feit is dat alreeds in de maand maart de Vlaamse scholen in de Vijfhoek (het hart van Brussel) compleet volgeboekt zijn voor het volgend schooljaar. Dit feit wordt door Vanhengel aangegrepen om te pleiten voor extra-middelen om te investeren in nieuwe schoolinfrastructuur in het centrum van Brussel. Op het kabinet van Vlaamse Onderwijsminister Vandenbroucke is te horen dat er van zijn kant geen geld te verwachten valt. Enerzijds luidt het daar dat de aandacht in de eerste plaats moet gaan naar de onderwijskwaliteit. Anderzijds wijst men erop dat de Brusselse scholen in de komende jaren sowieso extra geld zal toegeschoven worden, en het de scholen vrijstaat om die aan te wenden om hun gebouwenpatrimonium uit te breiden. Tenslotte meent minister Vandenbroucke ook dat de Franse Gemeenschap ook zijn verantwoordelijkheid moet opnemen in Brussel.

Deze afwegingen nemen niet weg dat de facto vandaag Vlaamse gezinnen in Brussel ook steeds meer moeilijkheden ondervinden om een school te vinden voor hun kroost.

CD&V-parlementsleden willen voorrangsbeleid voor Nederlandstalige kinderen

Dat laatste vinden ook twee CD&V-parlemensleden van de jongste lichting, met name Paul Delva en Brigitte De Pauw. In een Vrije Tribune in Brussel Deze Week schrijven ze dat het GOK-decreet het in Brussel extra moeilijk maakt voor Vlaamse ouders om een geschikte school te vinden voor hun kinderen. Het GOK-decreet (voor Gelijke Onderwijs Kansen) had als oogmerk om alle scholen te verplichten om een deel 'doelgroepleerlingen' (lees: migrantenkinderen) op te nemen. Doorn in het oog waren een aantal meestal katholieke scholen die zich verscholen achter hun 'pedagogisch project' om allochtone kinderen te weigeren. Daarom werd de schooldirecties het recht ontnomen een eigen inschrijvingsbeleid te voeren. Er kwamen aparte inschrijvingsperiodes voor Nederlandstalige kinderen (die in principe in een eerste fase 45% van de beschikbare schoolbanken mochten vullen) en voor 'broertjes en zusjes van' kinderen die alreeds naar de betrokken school kwamen. Voor het overige gold een systeem van 'wie eerst komt eerst maalt'. Dus de overblijvende inschrijvingen lopen zuiver volgens het principe van de chronologische aanmelding.

Het GOK-decreet had echter voor sommige scholen een averechts effect: de beter genformeerde ouders kwamen dagen aan de schoolpoorten kamperen om zeker te zijn dat hun kind ingeschreven zou kunnen worden. Deze beter genformeerde ouders waren natuurlijk blank, hoger opgeleid, maar niet noodzakelijk Nederlandstalig. In plaats van de beoogde sociale en culturele mix kwamen zo blanke gettoscholen tot stand. Anderzijds blijkt dat de voorrangsregel voor broertjes en zusjes veelal verhindert dat een quotum van 45% Nederlandstalige kinderen gehaald wordt.

De twee politici vinden daarom dat het GOK zijn beste tijd gehad heeft. De schooldirecties moeten meer vertrouwen krijgen wat het inschrijvingsbeleid betreft, en op zijn minst moet het quotum van 45% opgetrokken worden. Nederlandstalige kinderen moeten weer voorrang krijgen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, vinden ze.

Terra Nova

Een nieuwe Vlaamse medische organisatie zag onlangs het daglicht in Brussel. Het gaat om 'Terra Nova', een Vlaamse huisartsenwachtdienst die in de weekeindes en op feestdagen patiënten zal onthalen op een centrale locatie, nabij het Sint-Jansziekenhuis tegenover de Kruidtuin. Het initiatief groeide uit de Brusselse Huisartsenkring en geniet financiële steun van het federaal ministerie voor sociale zaken (Subsidie toegekend door gewezen minister Demotte).

Het initiatief komt er omdat in de grootstad zowel de Nederlandstalige als de Franstalige huisartsen niet talrijk genoeg zijn om wachtdiensten met aan-huis consultaties te blijven bemannen. In de plaats daarvan kunnen de patiënten zich naar een centraal dispensarium begeven in geval van acute problemen in het weekeinde. Ook de urgentiediensten van de ziekenhuizen zijn daarmee gebaat, omdat die steevast overspoeld worden door patiënten met niet-dringende klachten.

Een aantal Nederlandstalige artsen namen echter afstand van het plan, omdat ze van mening zijn dat er voor een goede bediening van de hoofdstad, er minstens vijf huisartsenwachtposten zouden moeten komen. Er zijn echter te weinig Nederlandstalige artsen om die te bemannen. Zij zien meer heil in samenwerking met Franstalige wachtposten.

Rechtzetting

In deze rubriek sloop in de vorige editie van Meervoud een storende fout. Bij onze bespreking van de Brusselse Octopus-nota, het document dat de Brusselse regering neerlegde met haar verzuchtingen in verband met de staatshervorming, beweerden we dat met de voorgestelde afschaffing van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie "nog maar eens een beschermingsmechanisme voor de Nederlandstalige Brusselaars" wordt weggenomen.

Dit klopt niet voor zover de nota wel degelijk stelt dat "dit kan mits het in stand houden van het beginsel dat ordonnanties in deze een meerderheid moeten halen in beide taalgroepen van het Brussels parlement", een zinsnede waar we klaarblijkelijk overheen lazen, waarvoor ons excuus.

Anderzijds maakt de tekst ook gewag van de noodzaak om een eind te maken aan de 'gedeeld toezicht' (door een Nederlandstalige en Franstalige minister van de GGC) over de OCMW's (met inbegrip van het taaltoezicht), waarvan de implicaties ons niet geheel duidelijk zijn.

Deze rechtzetting doet echter weinig af aan de algemene teneur van onze evaluatie van de Brusselse Octopus-nota.

(Zie hierover ook onze lezersrubriek met schrijven van staatssecretaris Brigitte Grouwels)