Nummer 136


Het monster van Gravenstein (1) | april 2008


De steen in de poel van kwakende kikkers (Miel Dullaert)<< Nummer 136

Het Gravensteenmanifest is een steen in de kikkerpoel gebleken. Heel wat (linkse) kikkers in het Belgische moeras zijn beginnen kwaken. Blijkbaar werd een gevoelige snaar geraakt, vooral bij de culturele elite uit onderwijs en media. De "Vooruitgroep"(*), genoemd naar het centrum van de Gentse socialisten, schreef een repliek op het Gravensteen manifest onder de titel: "een progressieve gemeenschap heeft meerdere grenzen". De tekst zegt veel, maar verzwijgt ook veel.

Tot voor kort bevond de belgicistische linkerzijde in Vlaanderen zich in een (schijnbaar) comfortabele positie. Het flamingantisme was een monopolie van (extreem-)rechts en voor het gemak werd er een cordon sanitaire rond gelegd zodat de Belgicistische linkerzijde zich nog minder moest inlaten met het 'onbelangrijke' communautaire dossier. Daar is verandering ingekomen met de parlementsverkiezingen van 10 juni jl. De Vlaamse werkende bevolking stemde massaal voor die partijen die allen min of meer verregaande communautaire eisen voorop stelden, met op de achtergrond acht jaar lang paarse recuperatiepolitiek.

Wat even belangrijk is, is dat de Vlaamse bevolking tegelijk acht jaar Belgisch sociaal-economisch wanbeleid afkeurde (Generatiepact, fiscale amnestie, notionele interest, slechte werking Financiën, Justitie,...). De socialisten werden afgestraft, oppositiepartij Groen! won nauwelijks. Er werd dus én communautair én sociaal-economisch gestemd! Bij gebrek aan een volwaardig links Vlaams initiatief, stemden honderdduizenden werknemers, kleine zelfstandigen, ambtenaren op conservatieve partijen.

Toch weigert een bepaalde linkerzijde hieraan conclusies te verbinden. Een van die reacties komt uit de "De Vooruitgroep": "De Belgische onderhandelingstafel is dank zij de arbeidersbeweging al meer dan 100 jaar oud. Dat deze tafel zou vernietigd worden omwille van de huidige moeilijkheden lijkt ons,gelet op het ontbreken ervan op Vlaams niveau, een uiterst onverstandige zaak". Waarom blijven linksen in Vlaanderen zo hardnekkig de status-quo verdedigen?

Historisch is sociaal één en ander verklaarbaar. De arbeidersbeweging heeft in het Belgisch staatsbestel een niet onbelangrijke plaats veroverd door strijd en onderhandelingen; ze werd ingekapseld in het radarwerk van de staat en zij kreeg een stem in de uitwerking van het sociaal-economisch beleid. In ruil aanvaardde zij de macht van de Belgische bourgeoisie. De Belgische bourgeoisie was machtig in Europa.

Tegelijk voerde de Belgische bourgeoisie een politiek van stijging van de koopkracht vanaf WOI waardoor de basis van de welvaartsstaat werden gelegd. De Belgische staat heeft een heel netwerk van openbare en gesubsidieerde instellingen en diensten in het leven geroepen gedragen door de drie staatsbehoudende politieke stromingen, kerk en loge en hun politiek cliënteel. De traditioneel linkse leiders en vooral hun politiek cliënteel vrezen dat met de verdwijning van de bestaande staatsstructuur hun comfortabele posities als ondergeschikte component van het Belgische establishment op de helling komt te staan.

*

We zijn nu in de 21e eeuw anno 2008. Wat we niet begrijpen van de Vooruitgroep is, dat zij nog steeds het Belgische niveau als een idyllisch oord van onderhandelen verdedigen, als de beste plaats waar "rechtvaardige akkoorden" kunnen gesloten worden en het Vlaams regionalisme sinds de jaren 1970 uitsluitend kenmerken als een inschakeling in het neoliberaal project.

De Vooruitgroep stelt - terecht - dat we het debat in de context van de globalisering moeten plaatsen maar trekt verkeerde conclusies.

In het kader van de globalisering heeft de macht van de Belgische bourgeoisie een grondige wijziging ondergaan in de jaren zeventig -tachtig van vorige eeuw. Toon Roosens (1929-2003) stelde terecht: "De Belgische heersende klasse, die destijds haar macht stoelde op de groot- industrie is vandaag verworden tot handlanger van de multinationale groepen. Ze heeft politiek nog wel de macht, maar is geen ideologisch leidende klasse meer. Ze kan haar macht nog redden door ondemocratische middelen, d.w.z. het overhevelen van bevoegdheden naar supranationale, niet verkozen instellingen (EU, IMF, Nato,...). Door het verlies van haar ideologische invloed vervalt het gemeenschappelijk referentiekader van Vlaanderen en Wallonië, het gemeenschappelijk belang vervaagt en in plaats daarvan groeit een nieuwe visie op het algemeen belang, die niet meer Belgisch is, maar Vlaams en Waals."

De fameuze "onderhandelingstafel" waarover de Vooruitgroep spreekt bestaat niet meer. Het zijn de oekazes van het IMF en de Wereldbank, met hun vertegenwoordigers achter de schermen op de kabinetten, die de neoliberale recepten koken. De politieke klasse mag ze opdienen. De Belgische staat is de transmissieriem geworden van de dictaten van de EU, IMF,... 30 jaar lang wordt vanuit het Belgische niveau een neoliberaal beleid losgelaten op de bevolking. Vandaag is de Belgische staat een logistiek agentschap geworden voor het profijt van de aandeelhouders en managers in de economie en haar politiek en culturele elite.

Ons Sociaal Zekerheidssysteem is door het Belgische niveau gedegradeerd tot een middenmoot met één van de laagste wettelijke pensioenen, lage werkloosheidsuitkeringen,... Vandaag vertegenwoordigt het wettelijke pensioen nog 28% van het gemiddelde brutoloon, terwijl dit in 1980 nog 38% was. De uitkeringen bijv. lopen mijlen achter op de welvaart. De politieke klasse lijkt onmachtig om iets te doen aan de dalende koopkracht, enz...

De groep heeft een punt met de andere helft van het verhaal: de Vlaamse regionalisering is sinds 1970 gericht op de inschakeling in een neoliberaal, mondiaal project. Een links flamingantisme is uiteraard niet gediend met een autonoom Vlaanderen waar de recepten van het VOKA, UNIZO en hun politieke medestanders zouden losgelaten worden op de bevolking. Hun agenda is duidelijk: een extreem neoliberaal model waar armoede, feitelijk stakingsverbod, sociale afbraak en tegelijk grote rijkdom van enkelen troef zijn. Linkse flaminganten willen niet dat de Vlaamse bevolking een sociale kostprijs zou betalen voor een autonoom Vlaanderen. Een zelfstandig Vlaanderen moet de sociale zekerheid verbeteren en herstellen wat door het Belgisch niveau 30 jaar lang kapot gemaakt is,... Een autonoom Vlaanderen mag geen kopie van België worden of nog erger.

Maar er bestaat in de klassenmaatschappij - die Vlaanderen ook is - nog zoiets als een sociaal Vlaanderen, en dat niet van vandaag. Bij zijn ontstaan was de arbeidersbeweging in Vlaanderen sociaal én flamingantisch. Het Vlaams natiegevoel is altijd aanwezig geweest, ook in de BWP (cfr. Het Rode Vaderland van Van Ginderachter). Herman Vos, in zijn links flamingantische periode, stelde ooit en nog steeds actueel: "De natie is voor ons staats- en rechtsvormend in die zin, dat nationale homogene eenheden naar een vorm van politieke organisatie streven, die aan de maatschappelijke en economische behoeften het best aangepast is..." (tijdschrift Ploeg, 1921). De geschiedenis en een nuchtere sociologische analyse leert dat de Nederlandstaligen in de Belgische staat, een Vlaamse Natie geworden zijn met eigen culturele en economische kenmerken en een eigen territorium, typisch publieke opinie, partijlandschap, welvaart en sociaal middenveld, enz. Het is dus logisch en een natuurrecht dat die natieopbouw wordt afgerond met een eigen staat, met Brussel als hoofdstad, al dan niet in confederaal verband met Wallonië.

Merkwaardig voor de Vooruitgroep is dat het sociaal Vlaanderen geen woord waard is in de tekst en getuigt o.i. van weinig vertrouwen of interesse in dàt Vlaanderen. In Vlaanderen is de arbeidersbeweging (in gemeenschappelijk front) strijdbaar zoals de recente stakingen voor meer koopkracht bewezen hebben. Op milieuvlak neemt de Vlaamse milieubeweging de kop in de strijd voor alternatieve energie.. Er bestaat een uitgebreid netwerk van sociale bewegingen rond consumentenbelangen, huurders, gezondheidszorg,... De Vlaamse dokwerkers namen de kop in de strijd tegen de EU- richtlijn samen met collega's uit omliggende landen, Vlaamse syndicalisten stonden mee vooraan in de strijd tegen het Generatiepact (2005). Herinnert de Vooruitgroep zich de 'Witte Woede'?

En de vredesbetogingen in de jaren tachtig waar de Vlaamse inbreng doorslaggevend was? En is de uitkomst van de strijd van de Vlaanderen voor de splitsing van de KUL- UCL in 1968 niet een win- win situatie geworden voor Franstaligen én de Vlamingen? De sociale strijd hier loopt parallel met de strijd van andere volkeren. Maar het is niet omdat de belangen van de Chinese, Duitse, Franse, Nederlandse of Waalse arbeider dezelfde zijn als deze van de Vlaamse, dat dit betekent dat we deel moeten uitmaken van éénzelfde staatkundige constructie. Volkeren zijn naties met een eigen geschiedenis, territorium, economie en cultuur. Het is in de mate dat de democratische strijd voor nationale zelfbeschikking en sociale strijd samenvallen dat successen kunnen geboekt worden voor het volk (cfr. de geschiedenis van de vernederlandsing van het openbaar bestuur en onderwijs in Vlaanderen is een mooi voorbeeld hoe sociale beweging en Vlaamse beweging samen resultaten boekten)

De tekst van de Vooruitgroep dreigt de marginalisering van links in Vlaanderen te bestendigen. De tekst van de Vooruitgroep is contraproductief door: het idealiseren van het Belgisch niveau, door het reduceren van het Vlaams regionalisme tot zijn neoliberale component samen met het niet zien van de potentiële dynamiek van een sociaal Vlaanderen en een gebrek aan een inter-nationalistisch blikveld (waarin heel wat nationalistische bewegingen een democratisch tegengewicht vormen voor de globalisering cfr. De Schotse Nationale partij SNP, Sinn Féin in Ierland, Batasuna in Baskenland, ERC in Catalonië,...). Omdat te doorbreken is een progressief, links Vlaams project noodzakelijk. Er zijn terzake hoopgevende signalen.

(*) De Vooruitgroep is een belgicistisch alternatief voor de Gravensteengroep en bestaat vnl. uit een twintigtal academici waaronder Stijn Oosterlinck (KUL), Eric Corijn (VUB), Francine Mestrum (ULB), Rik Pinxten (UGent), Ronald Commers (UGent), Chris Kesteloot (KUL), Erik Swyngedouw (UManchester), Jan Dumolyn (UGent), Eric Goeman (Attac-vlaanderen), Monika Triest, Jan Teurlings (U Amsterdam), Peter Reynaert (UA), enz...