Nummer 136


Belgicisme | april 2008


Het belgicisme in de Vlaamse culturele sector (Dirk De Haes)<< Nummer 136

Tijdens de Sociaal-Flamingantische Trefdag van 29 september vorig jaar in Berchem/Antwerpen, gaf onze medewerker Dirk De Haes een inleiding in verband met het belgicisme in de Vlaamse culturele sector.
Hierna volgt zijn inleiding, in afwachting van de publicatie van alle teksten.

Sinds de achtereenvolgende hervormingen en ten slotte de federalisering van de Belgische staat, bestaat "ons land" uit drie Gewesten en drie Gemeenschappen.

De Gemeenschappen (de Vlaamse, Franstalige en Duitstalige) zijn enerzijds bevoegd voor persoonsgebonden aangelegenheden zoals het gezondheidsbeleid (de curatieve en preventieve geneeskunde) en de hulp aan personen (de jeugdbescherming, de sociale bijstand, familiehulp, enz.) en anderzijds natuurlijk ook bevoegd voor de cultuur, het onderwijs en het gebruik van talen. Dat wil zeggen dat de Vlaamse Gemeenschap sinds enkele decennia als inrichtende, subsidiërende, stimulerende en/of regulerende overheid steeds nauwer betrokken is bij de Vlaamse culturele sector. Onder de Vlaamse culturele sector verstaan we dan: dans, theater, schilderkunst, beeldhouwkunst, beeldverhalen, bouwkunde, vormgeving, mode, fotografie, cinema en muziek, cultureel erfgoed en musea, letteren en uitgeverij, pers, radio en televisie, scholen, hogescholen en universiteiten. Dat betekent dus tevens dat vele duizenden Vlamingen, dank zij de tot nu bekomen Vlaamse autonomie, rechtstreeks of onrechtstreeks, verzekerd zijn van een inkomen en/of van promotie en aanzien. Anders, meer prozasch gezegd: het is de Vlaamse beweging die ervoor gezorgd heeft dat het vandaag voor een nog steeds toenemend aantal Vlamingen van "niet slecht" tot "zeer goed" gaat, financieel, professioneel en psychologisch. En da's een goeie zaak.

Ik geef u enkele cijfers betreffende de loon- en weddentrekkende arbeid in de Vlaamse culturele sector. Op de betaalstaat van het Departement Onderwijs staan meer dan 150 000 budgettaire VTE's, waarvan 72,5 % vast benoemd, hetgeen 1/4 van de totale begroting van de Vlaamse Gemeenschap uitmaakt. De overige segmenten van de Vlaamse culturele sector, de media en de kunsten, stellen in het Vlaams en Brussels Gewest zo'n 135 000 mensen tewerk. De privé neemt hier 2/3 van de tewerkstelling voor zijn rekening. Sommige sectoren zijn haast volledig in privé-handen zoals drukkerijen en uitgeverijen. De sector "recreatie, cultuur en sport" toont een vrij gelijke verdeling tussen privé en publiek ondernemen. Maar vergeten we niet: zowel de culturele tewerkstelling in de privé, alsook de kunstenaars die zelf uitdrukkelijk voor een zelfstandigenstatuut kiezen, zien hun kansen toch sterk vergroot door allerlei initiatieven van de Vlaamse overheid (denk maar aan allerlei fondsen, festivals, culturele centra en bibliotheken). Alles bij elkaar behelst de culturele sector (het onderwijs, de kunsten en de media) meer dan 13 % van alle werkende Vlamingen.

Het is natuurlijk niet zo dat al deze mensen, allen hoofdarbeiders, hoe hoog opgeleid ze ook zijn en welk een maatschappelijk aanzien ze ook genieten, in aanmerking komen om ingedeeld te worden bij diegenen die men door de band "de intellectuelen" noemt. Maar de arbeidsverdeling in de West-Europese samenlevingen voorziet, in de opleidings- en kwalificatiefase voor bepaalde beroepsposities, duidelijk voordelige toegang voor wie vaardig is in symbool-manipulatie, hetgeen intellectuele activiteit in eigenlijke zin vereist; en die arbeidsverdeling faciliteert en beloont intellectuele arbeid verschillend naargelang beroepspositie. Vandaar dat een beperkte reeks beroepen verbonden met onderwijs, media en kunsten het grootste aandeel leveren in de maatschappelijke groep der intellectuelen.

Met "de intellectuelen" bedoelen we dan diegenen die van hun mentale vaardigheden een meer dan omschreven, jobgecentreerd gebruik maken, gelinkt aan een visie die de onmiddellijke werktaak en -horizon voorbij gaat. Zij engageren hun intellect in activiteiten die ze van cultureel belang achten: het is de groep die de circulerende ideeën produceert of evalueert, hetgeen dadelijke weerklank heeft in de grote rest van de culturele sector en vandaar doordringt in de overige samenleving. De intellectuelen bepalen in grote mate het maatschappelijk klimaat.

De term 'de intellectuelen' impliceert altijd een zekere graad van onafhankelijkheid tegenover de economische en politieke machthebbers. Hun ware roeping zou het ongebonden en belangeloos nastreven van universele waarheid en rechtvaardigheid zijn. De intellectuelen worden door zichzelf en door de anderen dan ook meestal als een de facto oppositiegroep gezien, altijd klaar om traditionele waarden en aangenomen ideeën uit te dagen. Vooral de publieke intellectuelen en andere bekende opinieleiders stellen agenda's op, leiden het maatschappelijk debat in en beïnvloeden de openbare mening. Natuurlijk zijn er ook wat men noemt de officiële intellectuelen die op de eerste plaats dienen om de status quo te bekrachtigen en te ondersteunen. Maar de meeste intellectuelen, en de overige culturele elites met hen, richten zich toch, vroeg of laat, in meer of mindere mate, op die fractie die zich toewijdt aan experiment en innovatie en die we de avant-garde noemen. Dat is althans wat de standaardsociologie aanneemt. En de term avant-garde impliceert dan dat de gedachten en de kunsten, de maatschappij en de wereld, in een voortdurende, voortschrijdende staat van verandering verkeren en dat veranderingen die op het eerste gezicht revolutionair voorkomen, uiteindelijk aanvaard zullen worden als behorende tot de mainstream van ideeën. Alleszins kunnen we besluiten dat avant-garde en intelligentsia zich zeker niet identificeren met het establishment, gezien hun toewijding aan speculatief denken, hun isolatie, hun frequente kritische observaties en hun oppositionele relatie met alle mogelijke maatschappelijke conventies en hun weerstreven van de traditionele machten.

De intellectuelen zijn de instigatoren van alle fundamentele maatschappelijke verandering, dus van de vooruitgang. Zij staan aan de kant van de werkzame bevolking en de minder bedeelden. Zij houden zich bezig met bewustmaking en mobilisatie zodat individuele en collectieve emancipatie in gang komen ; zij veroorzaken democratisering van de maatschappij. Zij initiëren en leiden projecten van natie-vorming. Intellectuelen zijn altijd de kampioenen van het nationaal zelfbeschikkingsrecht. Hun opkomst en groei doorheen de laatste 250 jaar gaat samen met de ontbinding van de grote imperia, het ontstaan van meer en meer natiestaten in het Westen en de dekolonisatie van Azië en Afrika. Overal en altijd zijn de culturele elites van volkeren zonder staat, de ijveraars voor de politieke zelfstandigheid van hun volk, haast overal staan zij vooraan in hun nationale beweging.

Niet zo in het Vlaanderen van vandaag. En dit ondanks het feit dat de expansie van de Vlaamse culturele sector er pas kwam met de toename van de Vlaamse autonomie. Tot eind jaren 1980 leek Vlaanderen geleidelijk op weg zich los te weken van het afstervende België. Haast iedereen die in Vlaanderen kon lezen en schrijven was in een of andere mate openlijk Vlaamsvoelend. Sinds 15 20 jaar echter, sinds de implosie van de USSR en het begin van de neoliberale globalisering, de hegemonie van de VSA, sinds het St-Michielsakkoord (derde fase van de Belgische staatshervorming), de hysterie rond de dood van Boudewijn I en de Zwarte Zondagen die de doorbraak van het VB betekenden, heeft het Vlaamse intellect zich bijna geheel van de Vlaamse beweging afgewend. Ze zijn nu bijna allemaal strijdend belgicistisch, in die zin dat ze tegen nog meer bevoegdheden voor Vlaanderen zijn (het Brussels Gewest willen ze wel versterken!). Het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen vinden ze helemaal nefast. Ze menen dat de rechten van de Vlamingen al voldoende erkend worden in het huidige federale België. Trouwens België is een van beste landen om in te wonen en we hebben het nog nooit zo goed gehad ... Naar eigen zeggen zijn ze "geen nostalgische dwepers met een unitair België", maar "wel pleitbezorgers van een goed functionerende federale staat". Een gezindheid ten gunste van een confederalistische staatsorde of een Vlaamse republiek is volgens hen een heilloze onderneming, want een volledig zelfstandig Vlaanderen zou zeker een "benauwde, reactionaire, xenofobe Kleinstaat" worden. Een Beieren aan de Noordzee. Met Bokrijk als hoofdstad. Niet zonder enige trots kon Luk Ryckaert, politiek secretaris van B-Plus, in de pers verklaren: "Zowat de hele top van de Vlaamse culturele wereld kant zich tegen separatisme".

Onder invloed van die openbare intellectuelen en van de uitgebreide belgitude in de culturele sector, is minstens de helft van de Vlamingen alles gaan verfoeien wat naar Vlaams en zelfstandigheid ruikt, en België weer gaan omarmen, al is het vandaag duidelijker dan ooit dat het niet meer functioneert. De andere helft van de Vlamingen radicaliseert in zijn Vlaamsvoelendheid. Deze breuk is geen gezonde toestand. De Belgische hysterie heeft deze laatste septemberdagen een hoogtepunt bereikt ...

De voorstellen van neo-belgicistische groepen zoals B-Plus, Itinera, Pavia en de schrijvers van "Waar België voor staat: een toekomstvisie", voorstellen om het federalisme bij te stellen, zijn meestal aandoenlijk, van ethisch niveau of ronduit naïef. Meer welwillendheid om mekaar te begrijpen, het invoeren van een federale kieskring, het opnieuw oprichten van unitaire partijen, een federalisme met punten, een federalisme met vier deelstaten, enz. In hun argumentatie worden oorzaak en gevolg voortdurend omgedraaid. En het belgicistisch discours verschilt ook naargelang men tot een Nederlandstalig dan wel een francofoon publiek spreekt. Als zelfverklaarde volbloed federalisten (ooit was dat een scheldwoord voor crypto-separatisten) weten zij natuurlijk niet wat de Britse politoloog James Bulpitt ooit over federalisme schreef: "Federalisme zou samenwerking en overeenstemming tussen territoriale bevolkingsgroepen teweeg brengen. In de praktijk blijkt dat, wanneer die dingen er al zijn, er geen staatshervorming met grondwettelijk federale bepalingen nodig is; is er geen samenwerking en instemming, dan zal federalisme ze hoe dan ook niet voortbrengen."

Hun verzet tegen elke verdere communautaire splitsing, tegen verdere federalisering, tegen confederalisme en onafhankelijkheidsstreven, kaderen onze intellectuelen zelf in hun vooruitstrevendheid. Als zogenaamde progressieven menen ze dat armoedebestrijding, sociale zekerheid en solidariteit, kortom: een warme samenleving, alleen gegarandeerd zijn in een voortgezet België, een staat die ze alleen zien als een 'federale, parlementaire monarchie'. De Vlaamse beweging is volgens hen uitsluitend en fundamenteel rechts. En tegenwoordig schuwt bijna iedereen (op Bart De Wever na) het etiket 'conservatief'. Uiteindelijk gaat hun typering van alle Vlaams-nationalisme zo ver het tot een virus te bestempelen dat mensen genetisch aantast zodat ze mentaal gestoord worden (ze gaan met vlaggen zwaaien en op trommels roffelen) en vervolgens transmuteren ze in bloeddorstige monsters. Joegoslavische toestanden zijn onvermijdelijk het gevolg van alle nationalisme. En elke infectie is onherstelbaar: Bart Staes is ooit bij de Volksunie geweest en kan dus volgens Ludo Dierckx geen voorzitter van Groen! worden wegens 'aangetast'...

Wij hebben uiteraard onze vragen bij dat 'links zijn' van de Vlaamse intellectuallo's. Het is allemaal nogal soft, eerder 'linkserig' te noemen. De varianten (modieus-progressief, libertair, groen-liberalisme, links-liberaal, sociaal-democratisch, enz) hebben één ding gemeen. Ze zijn ethisch progressief, maar economisch conservatief. Ik heb weinig sympathie voor Filip De Winter, maar hij deed me toch eens glimlachen toen hij het had over 'die linkse yuppies met hun rechts inkomen'. Helaas zijn ook de gelovigen van de klein-linkse kerk belgicist, ze denken dat er één monolithisch Belgisch proletariaat klaar staat om dit land op revolutionaire wijze in een unitaire arbeidersrepubliek om te toveren. En ook nog de andersglobalisten menen dat België, samen met de Europese Unie, de Wereldhandelsorganisatie en het Internationaal Monetair Fonds, hervormd kunnen worden tot onderdelen van een democratische wereldstaat, een rechtvaardige Kosmopolis, als we eerst maar voldoende gaan betogen en internationale workshops houden.

Ik vraag me af of die zogezegd linkse verdedigers van de Belgische staat nu nooit eens rondom zich kijken om te zien in welk gezelschap ze zich bevinden. Laten we eerst even de proef op de som nemen en trachten alle maatschappelijke groepen op te noemen die actieve tegenstanders van het Vlaams-nationalisme zijn (en tegelijk het federale België, het Atlantisch Europa en de mondialisering celebreren). Vooraan natuurlijk de koninklijke familie, het Hof, de adel en de traditionele rijke families. De Kerkleiding is onmiddellijk in de buurt. Kort daaronder volgen de captains of industry en de managers van grote bedrijven (met enkele uitzonderingen weliswaar). Dan komen de federale regeringsleden en aspiranten, gevolgd door de leiders en belangrijke mandatarissen van de verschillende afdelingen van de Belgische Staatspartij (VLD, MR, CD&V, CDH, SP-A, PS, Groen en Ecolo). De topambtenaren, hoge magistratuur en legerleiding ontbreken ook niet op het appl. Ook de hoge koppen van universiteiten en hogescholen doen hun duit in het zakje, evenals de bestuurders van de openbare omroep, de persbaronnen en de hoofdredacteurs van de zelfverklaarde kwaliteitskranten. Ten slotte zijn ook de vakbondsleiders strijdend Belgischgezind.. Wat hebben we nu opgenoemd? Juist, ja: het establishment.

Wanneer we eenzelfde oefening doen maar nu met de vraag wie er openlijk vóór de uitvoering van een neoliberaal (dus rechts) beleid is of wie er tenminste zijn stilzwijgende medewerking wil aan verlenen, dan komen we tot... datzelfde establishment! Alleen de vakbondsleiders worden af en toe door hun achterban verplicht een andere taal te spreken, wat hun prompt in de regeringspers de naam 'conservatief' oplevert (Yves Desmet). Besluit: het Belgisch establishment, dat netwerk van ouwe gabbers onder leiding van de francofone bourgeoisie, strijdt enerzijds voor de gevestigde staatkundige orde en noemt anderzijds het bevorderen van neoliberalisme 'vooruitstrevend'. In zijn toespraak tot de gestelde lichamen in 2006, pleitte koning Albert II in één adem tegen omfloerst separatisme en voor verdergezette loonmatiging. De geldelijke belangen van de Belgische heersers zijn immers al lang versmolten met het Amerikaans mondiaal grootkapitaal, maar als klasse blijven zij een geopolitieke, territoriale basis nodig hebben, hun eigen staat. Vandaar dat zij aan alle mogelijke touwtjes moeten trekken om hun macht nog verder te legitimeren bij de bevolking. Maar mogelijks is de massale steun die zij tegenwoordig vanuit de Vlaamse culturele elites krijgen zelfs voor hen onverwacht. Momenteel is er niet enkel een breuk tussen de Belgische bourgeoisie en het Vlaamse volk, maar ook een grotere tussen de Vlaamse werkzame klassen en het Vlaams intellect.

Het Laatste Nieuws berichtte afgelopen week dat de Staatsveiligheid rekening houdt met een burgeroorlog.

Dat is volgens mij heel onwaarschijnlijk, maar als het ergens tot handgemeen of schermutselingen zal komen, zal dat niet tussen Vlamingen en franstaligen zijn, maar tussen Vlamingen onderling. De Vlaamse belgicisten zijn echt op een hysterische wijze aan het mobiliseren tegen een demonische interne vijand. De frenzy heeft deze laatste septemberdagen een hoogtepunt bereikt. Alle mogelijke BV's lopen elkaar voor de voeten om toch ook maar publiekelijk van hun belgisch loyalisme te getuigen.

Dagdagelijks beschikken zij over alle mogelijke kanalen en fora om aan te klagen dat de separatisten te veel aan bod komen. Ze willen Vlaanderen zuiveren van diegenen die volgens hen een zuiver Vlaanderen willen. De vraag is nu: hoe is het zover kunnen komen?

De klassieke sociologie wordt door de gramsciaanse schema's gelogenstraft. De notie van "de intellectuelen" als een aparte maatschappelijke categorie, los van enige klasse, is een mythe. De intellectuelen in maatschappelijke zin vallen uiten in twee groepen.

Op de eerste plaats zijn er de traditionele intellectuelen, die voortkomen uit de culturele sector: hun positie in de spleten en reten van de samenleving wordt omgeven door een aura van ongebondenheid of verbinding tussen klassen, maar is uiteindelijk afgeleid uit vroegere en huidige klassenverhoudingen en verbergt een verbondenheid met verschillende historische klassenformaties. Onze huidige belgicistische intelligentsia zijn de rechtstreekse erfgenamen van de nieuwe kleinburgerij die tussen 1880 en 1980 de voornaamste dragers van de Vlaamse beweging waren.

Ten tweede zijn er de "organieke intellectuelen", de uitdenkende en organiserende elementen van een bepaalde fundamentele klasse. Deze organieke intellectuelen vallen minder op door hun beroepsbezigheid (dat kan elke job zijn karakteristiek voor hun groep), maar des te meer door hun functie om de ideeën en aspiraties van de klasse waartoe ze behoren te dirigeren. In Vlaanderen zijn er dus enerzijds de organieke intellectuelen nog verbonden met de oude bourgeoisie (die de instemming met het regime organiseren), en anderzijds de intellectuelen verbonden met de opkomende Vlaamse natie.

Die twee partijen strijden om de aanhang van de talrijke Vlaamse traditionele intellectuelen, en van de ultieme keuze van deze laatsten zal het voortbestaan van België in grote mate afhangen. Wij zouden nu kunnen denken dat na 175 jaar Vlaamse beweging en na 40 jaar staatshervorming de Vlaamse intellectuele klasse zou gewonnen zijn voor de volledige politieke emancipatie van haar volk, maar de kortsluiting is totaal. De feiten lopen onze elites voorbij. De Vlaamse zelfuitgeroepen avant-garde creëert de toekomst niet, ze ontkent zelfs de realiteit van heden. De in naam autonome Vlaamse culturele sector functioneert de facto als een Belgisch Ideologisch Staatsapparaat. Het is nu niet de bedoeling van deze trefdag om de Vlaamse belgicisten te kwetsen of te beschuldigen van verraad. Dit is geen anti-anti-Vlaamse bijeenkomst.

Dit is geen manifestatie tegen onze tegenstanders. De bedoeling is om het drama van de Vlaamse gespletenheid te duiden en te illustreren.

We weten allemaal dat bijna alle Vlaamse intellectuelen en de gehele culturele sector gevallen zijn voor de - door de heersende klasse georchestreerde- identificatie van alles wat Vlaamsvoelend is met racisme, fascisme en nazisme. Zo worden zij op hun beurt verspreiders van een vals bewustzijn. In Vlaanderen mag niet geweten zijn dat er in Baskenland, Catalonië en Schotland massaal linkse separatisten rondlopen, nee hier leren de kinderen al op school dat elk nationalisme per definitie des duivels is. Het Vlaams Blok/Belang heeft in zijn op gang dan ook niets gedaan om dit ongedaan te maken.

Wij weten ook allemaal dat uitgesproken belgicisme rijkelijk beloond wordt met aandacht, geld en prestige, en dat de ijdele culturele meritocratie daardoor vlug verleid wordt.

Ostentatief belgicisme is goed voor je carrire, voor je bankrekening en je ego. Maar die angst en afkeer voor rechts-extremisme enerzijds en het gewone gemiddelde aan opportunisme anderzijds verklaren nog altijd niet de omvang van de breuk: hij is bijna volkomen.

De uiteindelijke reden van het neo-belgicisme onder onze Vlaamse culturele elites is volgens mij dat, ondanks het bestaan van een Vlaams Gewest en van een Vlaamse Gemeenschap, er aan de fundamentele machtsverhoudingen in België niks veranderd is. Het Belgisch federalisme werd dan wel gevraagd door de Vlaamse en Waalse beweging, de implementering ervan werd volledig door de francofone bourgeoisie geregisseerd. Bijgevolg is de macht van de heersende klasse door de staatshervormingen, een dubbel drieledig België, eerder versterkt dan afgezwakt, laat staan gebroken. Wanneer nu de hoogopgeleide en verlichte jonge Vlaamse generaties, wier categorie in volle expansie kwam door de bekomen culturele autonomie, tijdens de jaren 1980 hun zelfbewustzijn in het Nederlands wilden realiseren op Belgisch niveau, dan stootten zij op de arrogantie van de Franstalige elites.

Die francofone eloquentie, wel geruggensteund door reële maatschappelijke macht, bracht het Vlaamse intellect vlug terug tot zijn minderwaardigheidscomplex. Uit die minderwaardigheid was maar één uitweg: zich inschakelen in de mondialistische Derde Weg, de hippe stroming der jaren 1990, linkserig in opzicht, maatschappelijk voor de status quo.

Door zich aan te schurken tegen de nieuwe internationale elites met hun kosmopolitische en multiculturele mantra's, kan de Vlaamse intelligentsia zich afzetten tegen het gewone werkzame Vlaanderen, d.i. het salariaat en de zelfstandigen. En tegelijk worden ze verheven boven alle communautaire Kleinpolitik, die toch maar de uiting is van reactionaire materiële aspiraties der Vlaamse dorpers en het centennationalisme van enkele kortzichtige managers. Zo willen onze intellectuelen, in de hoop hun sociale promotie te bestendigen en uit te breiden, het kapitalistisch koninkrijk België verdedigen en vriendjes maken met diegenen die hen eigenlijk minachten. Bijgevolg bestaat er in Vlaanderen geen avant-garde meer in de echte zin van het woord: een reactie op de bourgeois-democratie.

Voorlopig blijven we opgescheept met status-zoekende culturalo's, omgeven door bloeiend post-modernisme en een herleefd traditionalisme (in de vorm van belgicisme). Dit is niks om sarcastisch of smalend over te doen. Het is een regelrecht drama.

Vandaag leidt een rechts deel van de Vlaamse Beweging inderdaad aan het Lombardisch syndroom: de managers van een rijke regio willen, om hun economische ontwikkeling veilig te stellen, afscheiden van een armere en minder goed bestuurde regio. Voor de rechtse Vlaamse Beweging gaat de uitvoering van het neoliberaal programma in België niet snel genoeg. Het lijkt een strijd van rechtse Vlamingen tegen linkse Walen. Op die manier zullen wij onze eigen intellectuelen nooit terugwinnen.

Het wordt tijd dat er een sterke Vlaamse beweging komt die links georiënteerd is: een beweging die volledige nationale soevereiniteit voor Vlaanderen (en voor Wallonië) wil, om ons los te koppelen van het globaliserend kapitalisme waarvan de Belgische bourgeoisie de plaatselijke afdeling is; een beweging die in dat onafhankelijk Vlaanderen de volledige volkssoevereiniteit wil, om de gewone mensen gehele zeggenschap te geven over alle collectieve goederen, die vandaag al aan de markt geschonken werden of dreigen te worden. Alleen met een links programma kunnen wij een intellectuele klasse vormen, die echt links is en haar volk naar politieke volwassenheid kan leiden. Alleen een linkse strijd kan een onafhankelijk Vlaanderen bekomen; alleen een nationale beweging kan een echt links Vlaanderen bekomen.

Wij willen ons niet afsnijden van het Waalse volk; in tegendeel: we willen twee bevriende post-kapitalistische buurstaten. En binnen de Vlaamse republiek krijgen de Brusselse francofone bourgeois hun plaats: zij zullen dan zijn geworden... van meesters tot minderheid.

Het is nog veel te vroeg om te starten met een heuse politieke partij die links-republikeins is, maar we mogen er al wel beginnen aan te denken.