Nummer 136


| april 2008


Benno Barnard over een andere Taalunie ( )<< Nummer 136

In een vlammend opiniestuk, verschenen in Knack van 16 januari, rekent Benno Barnard genadeloos af met de Taalunie, die haar voornaamste taak, waken over de kwaliteit van de Nederlandse taal in het eigen taalgebied, niet waarmaakt. Barnard pleit voor een soort Nederlandse Académie française, een instelling die er flink toe heeft bijgedragen "dat iedere Franse boer - en menige boer op het Afrikaanse continent - een voorbeeldig, voor iedereen te begrijpen Frans spreekt, dat op het televisiescherm geen ondertiteling behoeft." We halen hier enkele passages aan:

"Het spijt me te moeten aanschouwen hoe een acute doodsangst de Taalunie overvalt zodra iemand - ik bijvoorbeeld - naar voren brengt dat zij ook een normerende taak heeft. Het idee dat je mensen voorhoudt wat goed Nederlands is, in plaats van gedwee te registreren op welke manieren de taalgebruiker zijn moeder aanrandt, druist zeer in tegen de heersende opvattingen. Het navolgende verklaart de Taalunie zelf in haar Meerjarenbeleidsplan 2008-2012: 'Een deel van het publiek verwacht dat de taalunie zichtbaar deelneemt aan maatschappelijk discussies over aan taal gerelateerde onderwerpen, zoals de vermeende verloedering van het Nederlands of de rol van het Nederlands bij inburgering. Volgens dit publiek zou het Algemeen Secretariaat deze functie op zich moeten nemen. Het Algemeen Secretariaat is echter formeel een beleidsuitvoerend orgaan van een intergouvernementele organisatie. Vanwege deze positie moet het Secretariaat zich behoedzaam opstellen in vaak ideologische discussies." Hierop volgt nog iets over het mogelijk organiseren van debatten waar anderen van gedachten kunnen wisselen.

"Wat de Taalunie hier in werkelijkheid zegt is dit: 'Wij zijn ambtenaren met een hypotheek en een autolening. Moed en persoonlijkheid zijn ons van nature vreemd. Verwacht van ons geen visie over hoe we onze in nood verkerende moedertaal te hulp zouden kunnen schieten. Hoop niet op bevlogenheid, panache of kunstzinnig gevoel. Wij zijn Jan Breydel noch Piet Hein, Vondel noch Multatuli. Wij hebben geen gedachten om van te wisselen, dus doe dat zelf maar; wij notuleren wel. Polemiseer desnoods tegen ons; dan zorgen wij wel voor de repressieve tolerantie."

"Laat mij hier murmureren gelijk de oude Joden in de Statenvertaling.
"Ik sta als één volk achter de eis om een andere Taalunie, een Taalunie met allure, al was het maar de allure om - buiten die ministers en departementen om - een Groot-Nederlandse academie in het leven te roepen, waar geen ambtenaren werken, maar veertig Onsterfelijken lid van zijn, die al datgene doen waar ambtenaren niet toe bij machte zijn, precies zoals in Frankrijk. (...)

"Wat is de Taalunie nu van plan tussen 2008 en 2012? Beetje digitaliseren. Beetje voortzetten van het bestaande beleid, waarvan nauwelijks iets tot ons doordringt om de eenvoudige reden dat het zo futloos is, zo ongeïnspireerd, zo ambtelijk. (...) 'Het beleid in de komende vijf jaar is gericht op het slechten van drempels. Het doel van dit beleid is dat het Nederlands in al zijn toepassingen voor iedereen bruikbaar blijft of kan worden. Drempels kunnen verschillende oorzaken hebben. Ze kunnen ontstaan doordat mensen verschillende variëteiten van de moedertaal of andere moedertalen gebruiken.'"

"Dit klinkt naar alles waar ik bang voor ben, naar alle onheil dat socialisten op onderwijs de voorbije veertig jaar hebben aangericht, naar vermeende gelijke kansen, naar spellinghervormingen en schroom om dialectsprekers voor het hoofd te stoten. Nergens in het beleidsplan staat enige voorstel om de creolisering van het Nederlands te bevechten; nergens stelt de Taalunie me gerust inzake de spelling, die zo te zien permanent 'geactualiseerd' moet worden - de formulering is dermate wazig dat ik werkelijk niet weet of zij straks niet weer een paar geleerden uit een gesloten inrichting laat ontsnappen, die dan gezellig samen kunnen gaan knutselen aan het zoveelste heilloze voorstel om de schriftelijke geschiedenis van onze taal te reduceren tot een hoop potscherven en kleitabletten. (...)"

"Waarom onderneemt de Taalunie in de vijf komende jaren niets tegen de waanzinnige gewoonte van vrijwel alle televisiestations om behoorlijk pratende mensen uit het over de grens gelegen gedeelte van ons taalgebied te ondertitelen? Dat heeft op de lange duur heel vervelende gevolgen. Het bevestigt de Nederlanders in hun merkwaardige opvatting dat zij per definitie beschaafd praten, terwijl de anderen iets schattigs brabbelen dat Vlaams heet. Hoe zeer ik ook pleit voor helder Nederlands - en tegen het gebruik van dialect, plat, tussentaal en dergelijke meer - ik ben absoluut niet gekant tegen lichte regionale varianten binnen het algemene Nederlands. Niemand hoeft zich te schamen voor zijn provincie. In Vlaanderen leiden die ondertitelingen dan weer tot een fatale luiheid: waarom zou je je inspannen om fatsoenlijk te spreken als ze je honderd kilometer verderop toch niet verstaan?"

"Waarom komt er nu niemand bij de Taalunie op het idee om een pamflet te schrijven - te laten schrijven, bedoel ik - met duidelijke adviezen voor politici die zich behoorlijk willen uitdrukken? Dat zou toch moeten kunnen in vijf jaar. Natuurlijk willen sommige politici absoluut niet begrepen worden, maar anderen zijn zo te horen eenvoudig onmachtig om in redelijk, transparant Nederlands een gedachte uit te drukken."

"Bovendien zijn er politici die plat praten. Ik ben ongetwijfeld een reactionair en een ouwe zeur, maar ik vind dat de vertegenwoordigers van het gezag beschaafd dienen te spreken. Bert Anciaux, de Vlaamse minister van Cultuur, zou logopedie moeten volgen; en het kan toch niet de bedoeling van de Taalunie en de Nederlandse regering zijn dat allochtonen zich integreren in het Nederlands dat uit de mond van de Nederlandse minister van Integratie Ella Vogelaar komt?"