Nummer 137


Diplomatie | mei - juni 2008


Hoever kan Europa oostwaarts reiken? ( )<< Nummer 137

Op de jaarlijkse 'State of the European Union' van de pro-Europese Stichting Ryckevelde hield Oost-Europadeskundige prof. dr. Katlijn Malfliet (KUL) onlangs een interessante uiteenzetting over de geopolitieke verhoudingen op het Oude Continent. Kunnen er na de voorbije oostwaartse uitbreiding van de EU nog lidstaten bijkomen, was de vraag. We citeren hier uitvoerig uit haar tussenkomst.

"De vraag naar de grenzen van 'Europa' is volop actueel. (...) Na de uitbreiding met Bulgarije en Roemenië in januari 2007 zijn er meerdere gegadigden, die zichzelf Europees genoeg noemen om lid te worden van de club. Denk maar aan Turkije, dat reeds in 1964 een Europa-akkoord met de Europese Gemeenschap tekende, of Oekraïne, dat het Europees lidmaatschap tot haar politieke prioriteit heeft gemaakt. (...) De Europese eenmakingsgedachte, zoals ze na de val van de muur in de praktijk gestalte kreeg, brengt zo haar eigen dynamiek teweeg. (...) De oostwaartse uitbreiding van Europa gaf aan de Europese Unie de kans om een oerfunctionalistische gedachte tot het kernpunt van haar Oost-Europabeleid te maken. "Europa" zou zijn lange schaduw over de postcommunistische ruimte laten vallen om er de weldaden van een liberale democratie te laten neerdalen. Het invoeren van markteconomieën in de nog instabiele landen van het voormalige Oostblok, de handel en nauwe associatie met de Europese Gemeenschap/Unie zouden de welvaart in Oost-Europa vergroten en, zo werd gehoopt, tegenstellingen en conflicten doen verminderen. Maar toen eind 1991 de Sovjet-Unie uiteenviel, werd de reikwijdte van het nieuwe Europa wel erg groot: kon Europa opnieuw, zoals Peter de Grote het indertijd door zijn cartografen liet uittekenen, tot aan de Oeral reiken? (...)"

"Kunnen landen zoals Oekraïne, Moldavië of zelfs Georgië tot 'Europa' gaan behoren? (...) En wat met Wit-Rusland, dat zo mogelijk nog meer centraal in het Europese continent ligt (...)? In 2003 heeft de Europese Unie de knoop doorgehakt: de Nieuwe Nabuurschapspolitiek ziet de buren van de uitgebreide Unie vooral als veiligheidsbuffers, die samen met de mediterrane landen als een bevriende cirkel rond de uitgebreide Europese Unie liggen. Europees lidmaatschap wordt hun niet beloofd, wel een soepele houding inzake samenwerking. Ze zullen de condities van de Europese Unie niet hoeven te slikken op dezelfde wijze als van de erkende kandidaat-lidstaten wordt verwacht. Met de Nieuwe Nabuurschapspolitiek riep "Europa" dus zijn lidmaatschapsuitbreiding voor het eerst na de val van de Berlijnse Muur een halt toe. (...)

"In haar naïviteit had de Europese Unie zelfs ook Rusland in die Nabije Buitenlandpolitiek opgenomen. Maar dat was een stap te ver voor Rusland. Rusland wilde niet figureren in zo'n EU-centrisch Europabeeld. (...) Had Rusland ook niet zijn eigen Nabije Buitenland, namelijk de ex-unierepublieken van de vroegere Sovjet-Unie (met dien verstande dat de Baltische staten intussen reeds lid zijn geworden van de Europese Unie, en dat verschillende van deze ex-unierepublieken ook deelnemen aan de Nieuwe Nabuurschapspolitiek van de Europese Unie)?"

"Sinds de Poetinperiode is duidelijk geworden dat Rusland GOS-landenlanden zoals Oekraïne, Wit-Rusland maar ook de Centraal-Aziatische republieken, en zelfs de woelige Kaukasusrepublieken niet zomaar loslaat. In de nasleep van de rel over het oorlogsmonument in het Estse Tallin in april 2007 maakte het Kremlin met een nooit geziene massieve cyberaanval op Estland duidelijk dat het hele bestuur van dit land in een mum van tijd door Moskou kon worden verlamd. Dergelijke tekenen tonen de Russische ambitie tot machtsuitbreiding in Europa, niet meer volgens de regels van de Koude Oorlog, maar op een evenzeer en zelfs veel meer bedreigende manier. Rusland heeft zich politiek en militair ook in de post-Sovjetruimte (zoals in de satellietlanden van Centraal- en Oost-Europa) een laag profiel toegemeten, om vervolgens economisch sterk uit de hoek te komen via zijn energiepolitiek. Het twistgesprek met Oekraïne en Belaroes over energiebevoorrading is daar een illustratie van, maar veel meer nog verklaart de strategische planning van pijplijnverbindingen in het GOS hoezeer de Russische buitenlandse politiek thans volgens economische hoofdlijnen verloopt. Rusland ziet zijn geo-economische invloedssfeer ook verder reiken dan alleen zijn Nabije Buitenland in de voormalige Sovjetrepublieken. Bewijzen daarvan zijn de onderhandelingen over Russische pijplijncontracten met Servische en Bulgaarse energiemonopolies met het oog op de "South Stream"-pijplijn, en de Noord-Europese pijplijn, die Rusland rechtstreeks met Duitsland moet verbinden, en die landen als Polen, en de Baltische staten wil vermijden. (...) Nu Rusland één van de belangrijkste verdragen over de wapenbeperking in Europa heeft opgezegd, het Verdrag over de beperking van Conventionele Wapens, rijst de vraag hoe het nu verder moet met de militaire veiligheid op het Europese continent. (...)"

"Maar hoe zit het met de houding van Rusland ten aanzien van deze "landen tussenin"? Heeft Rusland de voormalige satellietlanden in Centraal-Europa volledig prijsgegeven aan de Europese Unie of, sterker nog, aan de Verenigde Staten? Die indruk werd gewekt toen Rusland tijdens de Gorbatsjovperiode zijn troepen massaal uit dit gebied terugtrok. Maar toen de Europese Unie de beslissing had genomen om acht Midden-Europese landen tot het lidmaatschap toe te laten, veranderde Ruslands "gedoogbeleid". (...)"

"Op de vraag: "hoever kan Europa oostwaarts reiken?" is het verrassende antwoord: "zover als Rusland het toelaat". Wanneer minister van Buitenlandse Zaken De Gucht - naar aanleiding van de Kosovaarse onafhankelijkheidsverklaring - beweert dat men Rusland niet moet toestaan om de Europese agenda te bepalen, dan haastte hij zich om daaraan toe te voegen dat men Rusland ook niet nodeloos voor het hoofd moet stoten."

"In dit uitgelezen forum van het Vlaams Parlement lijkt het mij belangrijk te waarschuwen: Rusland beoogt een ongeziene machtsuitbreiding in Europa. Deze zaak kunnen we niet aan politici, diplomaten en private ondernemingen overlaten; heel Vlaanderen moet bezorgd zijn om die zeldzame parel, die "Europa" is. Dit keer moeten we het niet in het Frans zeggen.

Inderdaad, "Wij moeten schrik hebben", omdat de Europese eenmaking wordt bedreigd. Niet alleen is Rusland een sterke niet-geïntegreerde speler geworden op het Europese continent, maar bovendien loopt het mooie project van de Europese identiteit aanzienlijk gevaar. De Europese Unie wordt namelijk door Rusland bedreigd in haar legitimiteit om "Europa" te vertegenwoordigen. (...)"

"En neen, het Verdrag van Lissabon geeft geen antwoord op deze prangende vraag. Het betekent niet meer dan "Kurieren am Symptom". Europa moet niet oostwaarts reiken, Europa moet pan-Europees worden herdacht. En dat betekent onder meer dat Europa zich in zijn politieke concept opnieuw moeten gaan profileren ten aanzien van Rusland, de Verenigde Staten en Azië. Zoniet, bestaat het gevaar dat Rusland tot finlandisering van Europa zal overgaan. De uitbouw van bilaterale economische verhoudingen met de afzonderlijke lidstaten (in plaats van met de EU als geheel) wijst in die gevaarlijke richting. Bovendien moet worden vermeden dat Europa opnieuw het speelveld van Rusland en Amerika wordt. Dat betekent dat het uitgebreide Europa om te overleven met één stem moet kunnen spreken, niet alleen in zijn relatie tot de Verenigde Staten en Rusland, maar ook, en in de eerste plaats ten aanzien van de Aziatische landen. Eurazië wordt immers in het wereldbeeld van morgen opnieuw een "mesoregio" van formaat."