Nummer 137


Interview | mei - juni 2008


José Happart: "Ik ben niet tegen de Vlamingen. Ik ben voor de Walen." (Diederik Demuynck)<< Nummer 137

José Happart voorstellen hoeft natuurlijk niet: de flamboyante Waal die zich vanuit Wallonië in Voeren kwam vestigen als fruitboer en decennia lang het politieke leven in België mee bepaalde zal menig lezer van Meervoud zich nog wel herinneren. En die herinneringen zijn niet erg positief. Toch willen we hem graag aan het bod laten in ons blad, al was het maar omdat hij op een bepaald ogenblik de woordvoerder was van een uitgesproken regionalistische tendens in de Parti Socialiste, die vandaag helemaal niet meer vanzelfsprekend is. De strekking Di Ruppo - Onkelinx - Moureaux heeft het Waals regionalisme in een figurantenrol gedreven. De Franstalige socialisten zijn overwegend belgicisten en monarchisten geworden. Ooit was dat anders. Happart is thans voorzitter van het Waals regionaal parlement, maar wat betekent dit politiek in 2008? Wel, we vroegen het hem.

- Wat ik me al lang afvraag is: hoe stelt u zich op tegenover linkse vlaamsgezinden? Zijn dat uw vijanden of uw partners?

José Happart: Ik ben een linkse wallingant. Ik ben niet tegen democratische politieke partijen of bewegingen. Voor zover het geen fascisten zijn. Iedere democratische partij is voor mij respectabel, en daarmee kan gepraat worden. Zelfs als er andere communautaire gevoeligheden zijn.

- In Vlaanderen verliest het Vlaams Belang aan invloed door het groeiend succes van Lijst De Decker en N-VA. Dat zijn geen linkse partijen maar zijn wel democratisch.

José Happart: Ik ken Jean-Marie Dedecker. Los van de politiek heb ik geen probleem met hem. Vraag is of hij zich nu zeer rechts zal positioneren om stemmen te recupereren van het Vlaams Blok. Ik vergis me niet, ik zeg wel degelijk Vlaams Blok, want al zijn ze van naam veranderd, het discours is hetzelfde gebleven. Dedecker kan dus gevaarlijk zijn. Maar het klopt dat hij het Vlaams Blok kan terugdringen.

- Dat komt u goed uit?

José Happart: Neen, ik ben niet gelukkig want zijn taalgebruik is veel te rechts.

- Bent u wallingant omdat er ook flaminganten zijn? Of is uw wallingantisme gestoeld op Waalse trots?

José Happart: Ik ben wallingant omdat ik vind dat sinds 1986, het jaar dat ik de beweging Wallonie en Europe heb gesticht, voorstander ben van een Europa van de regio's. Het Europa van onze kinderen en kleinkinderen moet een Europese staat zijn gebaseerd op het Europa van de regio's. Op basis dus van andere entiteiten dan de huidige staten.

- Is er dan in zo'n Europa plaats voor een onafhankelijk Vlaanderen en Wallonië?

José Happart: En voor Brussel ook. Onafhankelijkheid betekent een eigen staat. Maar ik ben geen independentist. Ik geloof niet in een eigen staat met een Waals leger, een Waalse diplomatie, een Waalse munt... Wij zijn in Europa en dus moet er een Europees leger komen, we moeten de Europese munt behouden, er moet een Europese diplomatie komen. Een Europese staat met regio's met zeer uitgebreide bevoegdheden.

- Hebt u als wallingant en autonomist begrip voor de roep naar meer bevoegdheden voor Vlaanderen?

José Happart: Ik kan daar wel iets van begrijpen, maar het probleem is dat veel te veel Vlamingen een Vlaanderen willen bouwen tegen de anderen in. Geen Vlaanderen voor de Vlamingen dus. In de Europese context is dat belachelijk. Ik ben niet tegen de Vlamingen, ik ben voor de Walen.

In mijn familie zijn er mensen die afkomstig zijn uit het noorden van het land. Maar als de Vlamingen in Voeren komen zeggen: wij hebben beslist dat Voeren Vlaams is, dus zijn jullie Vlamingen, ach nee hé.

- De roep naar meer bevoegdheden voor Vlaanderen is niet noodzakelijk rechts of egoïstisch.

José Happart: Maar de slogan die ik hoor is: wij Vlamingen, zonder Wallonië zijn wij rijker. We hebben dus meer geld voor onszelf. Want minder belastingen betalen, meer geld kunnen uitgeven. Wij zijn beter af zonder die armen. Het zelfde als wat we horen van de Liga Nord in Italië. In Bolivië wil de rijkste regio zich ook afscheuren. De roep naar meer onafhankelijkheid is een uiting van egoïsme. Ik ben rijk en dus wil ik mijn geld voor mezelf houden. Maar ik kan praten met journalisten als Guido Fonteyn die als Vlaming wil samenwerken met de Walen. Het is logisch dat de rijkere regio's in Europa de armere helpen.

- De meeste Vlamingen zullen wel niet tegen samenwerking zijn, maar willen wel een betere controle op de transfers. Weten hoeveel geld er naar Wallonië gaat en voor wat het gebruikt wordt.

José Happart: Als je iemand wil helpen, dat moet je niet zeggen: ik geef je geld maar ik koop je leven. Dat veronderstelt dat je met geld de vrijheid van de anderen koopt. Dat is geen solidariteit maar commerce. Het geld dat de Walen ontvangen wordt in het algemeen goed uitgegeven. Twee eeuwen lang was Wallonië derde op de wereldranglijst. Maar na twee eeuwen België staan we nu op nummer honderd van Europa. België heeft Wallonië in de armoede gestort. Nochtans was het Wallonië dat, met de steenkool en de metaalsector, België in leven hield.

- Dus als Wallonië nu arm is, dan is dat de schuld van België.

José Happart: Ah ja, natuurlijk. Maar Wallonië is groter dan Vlaanderen, dus zijn er vandaag meer en meer Vlaamse ondernemers die helemaal niet van oordeel zijn dat de Waalse werklozen Vlaams (sic) leren en in Vlaanderen gaan werken, maar bij ons investeren. Ik heb steeds meer echte Vlaamse vrienden, met wie ik dagelijks samenwerk. Zij komen hier in Wallonië investeren en vestigen hier bedrijven. De luchthaven van Luik is toch een mooie prestatie. Maar wij hebben voor die luchthaven niets van een Marchallplan ontvangen.

- Maar als het Marshallplan lukt en Wallonië wordt welvarender, dan zullen het misschien weer de Walen zijn die meer autonomie vragen.

José Happart: Dat denk ik niet. Vandaag is Wallonië gehecht aan de Belgische staat uit angst. Het Waalse volk hoort dingen die schrik aanjagen. En dan denken ze dat België een redplank is. Maar België zal Wallonië niet redden, de Walen zullen het zelf moeten doen. Veel Walen gaan op vakantie aan de Vlaamse kust, en veel Vlamingen komen naar de Ardennen. Er zijn weinig echo's van problemen.

- Voelt u zich eerst Waal of Belg?

José Happart: Ik ben een Waal in Europa.

- Hou je van België?

José Happart: België is geen kwestie van liefde, het is een territoriale ruimte die vandaag de rol van staat speelt in afwachting van het ogenblik dat Europa die rol overneemt. Maar op dit ogenblik, nu dus, is België er nodig, niet enkel voor Wallonië maar ook voor Vlaanderen. De handelsbetrekkingen zijn vandaag belangrijk zowel voor Vlaanderen als voor Wallonië. De economieën zijn erg verstrengeld.

- Er gaan vandaag heel wat stemmen op van ouwe rotten uit de politiek om België te redden, denk maar aan Eyskens of Decroo. U bent ook zo'n ouwe rot...

José Happart: (onderbreekt) Toch wat minder oud dan zij.

- Maar wat is uw mening over de huidige crisis van België?

José Happart: Ik heb het gevoel dat de huidige crisis een uiting is van een ras-le-bol van de kant van de Vlamingen die vinden dat zij het recht hebben om Vlaming te zijn in Vlaanderen. En zelf de toekomst uit te bouwen. Zij vinden dat de Walen en de Franstalige Brusselaars in de weg staan om zelf te doen wat ze willen. Maar hoe kom je nu uit zo'n crisis? Er zijn trouwens meer crisissen. Neem nu B-H-V: dat is geen dringend probleem.

- Er kunnen toch geen wettige verkiezingen meer georganiseerd worden?

José Happart: Maar de volgende federale verkiezingen zijn er pas in 2011. Er is dus nog tijd genoeg. Redelijke Vlamingen willen dus van de Walen en de Franstalige Brusselaars een stevig en definitief engagement om naar 2011 toe te gaan met een pakket van overheveling van bevoegdheden en middelen. Ik heb niet het gevoel dat de meeste Vlamingen de solidariteit willen afschaffen. Wel dat ze klaarder georganiseerd wordt.

Nu hebben ze de indruk dat er iets te verbergen valt. De Vlamingen willen dus een aantal extra-sectoren regionaliseren. Volgens mij is daar heel wat vooruitgang mogelijk. Maar men moet stoppen met slogantaal te gebruiken. Er moet onder redelijke mensen gepraat worden. Wat er ook beslist wordt. Binnen twee jaar, binnen tweehonderd of tweeduizend jaar zal de afstand tussen Antwerpen en Brussel dezelfde zijn. Het Albertkanaal zal materialen blijven naar Antwerpen brengen. Deze fysieke dingen zullen niet veranderen. Maar de Vlamingen hebben gelijk als ze nu zeggen: de sleutel ligt in handen van de Walen en de francofonen. Maar dan moeten de Vlamingen stoppen met krachtmeetings aan te willen gaan met de Walen. In de zin van: wij zijn met meer, we gaan de geldkraan dichtdraaien. Vandaag hebben de Walen schrik van grondige gesprekken omdat de Vlamingen hen afdreigen. Die schrik moet er uit. Maar de Vlamingen moeten ook stoppen met afdreigen. Ik wil zélfs met N-VA praten.

- U heeft het altijd over 'redelijke' mensen. Is Bart De Wever zo iemand voor u?

José Happart: Ik kan met hem praten. Hij weet wat hij wil, en ik ook. We kunnen het dus hebben over hoe we tot een oplossing komen waarbij iedereen een graantje meepikt. Nu is Brussel een probleem, zowel voor Vlaanderen als voor Wallonië. De Vlamingen hebben de vergissing gemaakt van Brussel hun hoofdstad te maken. Want de gewestvorming met drie is onomkeerbaar. Ik zie moeilijk Vlaanderen Wallonië militair bezetten, of liever Brussel. Als Brussel een volwaardig gewest wordt zal de hoofdstad van Vlaanderen in een ander gewest liggen. Wij hebben voor Namen gekozen, een hoofdstad die in ons gewest ligt. Als Vlaanderen nu zijn hoofdstad zou kiezen in Mechelen, om niet te moeten kiezen tussen Gent, Antwerpen of Kortrijk, dan zouden de zaken heel wat eenvoudiger liggen. Vlaanderen heeft altijd gedacht dat het bij machte zou zijn om te verhinderen dat Brussel een gewest zou worden zoals de andere. Dit was een vergissing. Vlaanderen moet van hoofdstad veranderen.

- Wat wij niet begrijpen is dat u zich linkt aan de burgemeesters van Wezembeek-Oppem, Linkebeek en Kraainem. Dat zijn rijke, kapitalistische Brusselaars. Maar u bent een Waals socialist. Waarom wilt u dan banden met dergelijke lui?

José Happart: Omdat ze verkozen zijn. Democratisch.

- Maar ze respecteren wel de wet niet.

José Happart: Jawel. Peeters en zo, dat zijn omzendbrieven. Die interpreteren de wet, ze veranderen de regels. Die omzendbrieven Peeters hebben de situatie vergiftigd. Het gaat om iets waar Vlaanderen niets mee te maken heeft, het is een federale materie. De omzendbrief is dus illegaal. Maar in België zijn de Kamers van de Raad van State al even flamingant als al de anderen. Dat zijn geen juristen maar politici. Zij maken wetgeving op snit van Vlaanderen. Peeters had het recht niet om de wet te interpreteren. Als de Vlamingen de faciliteiten in de rand en in Voeren willen opheffen, dan is het boel. Toen men de taalgrens heeft afgebakend wou 94% van de Voerenaars bij Luik blijven. Toch zijn ze bij Limburg gevoegd. En nu willen de flaminganten in de slechte zijn van het woord maar plagen en nog eens plagen en de faciliteiten uithollen omdat het om Vlaanderen gaat. Daar hebben de mensen niet voor gekozen. Voeren is drie keer geannexeerd. Een eerste keer onder de Duitsers in 1914-'18, een tweede keer door de Duitsers in 1940-'45 en daarna door een stemming bij eenvoudige meerderheid in 1962. Tegen de wil van de bevolking in. Als democraat moet je je daar vragen bij stellen. In 1988 had ik meer stemmen dan alle Vlamingen samen. Maar ik mocht geen burgemeester zijn.

- Maar nu is er een Nederlandstalige meerderheid in Voeren. In Linkebeek en andere gemeenten was er vroeger ook een Nederlandstalige meerderheid. Is het dan zo vergezocht dat de Vlamingen willen dat de taalwet gerespecteerd wordt?

José Happart: Als er nu een probleem is, dan komt dat omdat de Walen en de Franstalige Brusselaars op een bepaald ogenblik niet geoordeeld hebben dat men een regering mocht laten vallen. Ik heb daarvoor gewaarschuwd in 1994: als je dit (omzendbrief Peeters, nvdr) aanvaardt, dan kun je niets meer recupereren. Men zei toen dat ik ongelijk had, maar ik had overschot van gelijk.

- Die burgemeesters zijn dus wel echt belangrijk voor u?

José Happart: Als de Vlamingen willen dat de Walen en de Franstalige Brusselaars zich gerespecteerd voelen, dan moet daar iets gebeuren. Anders is er geen vertrouwen. Dat is dus een belangrijke test. Als die zes faciliteitengemeenten bij de negentien Brusselse gemeenten zouden gevoegd worden, zou het aantal Vlamingen in Brussel procentueel stijgen. En dat zou een goede zaak zijn. Een democratische oplossing, tussen aanhalingstekens, is moeilijk, met slechts 12% Vlamingen in Brussel. Ook een gemeente als Overijse, waar veel Vlamingen wonen en iets minder Franstaligen, hoort bij Brussel, en kan het aantal Vlamingen in Brussel de hoogte induwen. Zo zou de situatie evenwichtiger worden. Met 20% Vlamingen zou het makkelijker zijn. Daar kunnen we mee leven.

- U en de PS zijn tegen de splitsing van B-H-V, maar de meeste Franstalige verkozenen van die plaatsen in Halle-Vilvoorde zijn van MR-strekking. Uw vijanden dus.

José Happart: Neen, onze tegenstrevers. Het Vlaams Blok, dat zijn onze vijanden.

- Maar door een splitsing kan de MR wel een tweetal federale volksvertegenwoordigers inleveren.

José Happart: Dat interesseert mij niet. In een democratie hoef ik er mij niet over te verheugen dat we twee MR-verkozenen elimineren. Voor mij is politiek ervoor zorgen dat mensen samen kunnen werken, samen kunnen leven. Er zijn altijd politieke brandjes, anders zou er maar één partij zijn. Toen ik Europees parlementslid was heb ik gestemd voor het vreemdelingenstemrecht op gemeentelijke vlak, hoewel ik wel wist dat er heel wat Nederlanders in Voeren wonen die de meerderheid konden van kamp doen veranderen. Ik wil geen democraat zijn als me dat goed uitkomt, en anders niet.

- Hoe denkt u over de plannen van Picqué en Demotte voor een Wallobrux-federatie?

José Happart: Die maakt geen kans want Brussel is een tweetalig gewest. Onmogelijk. Er kan wel samenwerking zijn voor bijvoorbeeld universiteiten of grote culturele projecten, maar die bestaat ook al tussen de Vlamingen in Brussel en Vlaanderen. Zoals de Vlamingen het onderwijs in Brussel co-financieren, zo moet dat ook kunnen voor de Franstaligen in de periferie. Het gaat hier niet over een probleem maar over conflictuele situaties die smeken om een oplossing. Maar die zijn niet onomkeerbaar. Men zal geen Vlaams meisje verbieden om te huwen met een Waalse jongen of een Brusselse met een Chinees. Daarover gaat het niet. Maar of de Brusselaars nu Franstalig of Nederlandstalig zijn, ze zijn in de eerste plaats Brusselaars. Brusselaars zijn geen Walen. Als er redelijke akkoorden komen voor de drie gewesten, zullen de uitwisselingen veel vlotter verlopen. Er zijn huwelijken die stuklopen en waarbij heel wat ruzie komt kijken, maar een keer dat er een oplossing komt zijn de contacten vaak veel beter.

- Kent u 'Katarakt', een Vlaamse serie over de Limburgse fruitstreek?

José Happart: Neen.

- U bent zelf fruitboer geweest. Geen heimwee?

José Happart: Als gepensioneerde wil ik graag naar Voeren terug. Ik ben geen stadsmens, ik ben een mens van de natuur.

- Nu woont u in de stad?

José Happart: In Luik, ja.

- Heu, natuurlijk, Retour à Liège.

José Happart: (lacht)

- Zijn er volkeren of politici waar u naar opkijkt?

José Happart: Volkeren niet. Een politiek figuur waar ik naar opkijk is Ghandi. Een man die politieke zaken gedaan heeft die ik niet zou kunnen. Ik zou me niet laten slaan zonder te reageren.

- En in België? Bart De Wever?

José Happart: (schaterlach). Er was een journalist waar ik naar opkeek, dat was. Jean Guy. Van Le Peuple, inmiddels is hij overleden. Hij was overtuigd links en Waal.

- U bent regionalist, maar er zijn niet veel regionalisten meer in de PS. Van Cau en Collignon staan opzij...

José Happart: Ze zijn er nog. De jongeren in de partij hebben geen schrik. Zij die wel schrik hebben, dat zijn de partij-apparatjiks. Die vinden het vooral belangrijker van federaal minister te zijn dan regionaal.

- U bent nu op het toppunt van uw carrière. Is dit het eindpunt of heeft u nog plannen?

José Happart: Ik wil altijd dingen doen die ik graag doe. Ik ga alleen voort als ik daar genoegdoening in kan vinden. Maar ik heb nog geen enkele beslissing genomen.

- Uw broer is er nog en uw zoon Grégory in Voeren?

José Happart: Mijn broer is geen parlementair meer. En Grégory is de zoon van mijn broer. Hij is gemeenteraadslid in Voeren. Of hij voort doet weet ik niet.

Zelf ben ik er 61 en ben een gelukkig man. Ik heb nog allerlei projecten die ik wil afwerken. Veel van mijn aandacht gaat nu naar de luchthaven van Luik.