Nummer 139


Column | september 2008


Alles simultaan (Hendrik Carette)<< Nummer 139

Terwijl de taaie Taliban in Afghanistan tien soldaten van Sarkozy in een hinderlaag doden en misschien zelfs een Navovliegtuig deze Franse para's per vergissing kon bombarderen doen de ademloze atleten in Beijing of Peking zowaar aan het mooie trampolinespringen.

Terwijl de almaar lachende Dalai Lama met de veel te magere Carla Bruni in de taal der engelen keutelt en keuvelt doen de spetterende sporters in Beijing of Peking zowaar aan het mooie handboogschieten.

Terwijl een schoorsteenveger hier in het getto van Schaarbeek het roet uit de schoorsteen van het huis wil verwijderen doet een zwarte gespierde spurter uit Jamaica een dansje voor de miljoenen kijkers die zich vergapen aan zijn apenspektakel (met een hoog showgehalte).

Terwijl een vliegtuig neerstort in Madrid blijven de roeiers almaar roeien tot ver voorbij het brede vlakke scherm van de fatale finale.

Terwijl de Russische tanks knersend en knarsend over de grenzen van Georgië rollen doet een zwaarlijvige Cubaanse aan het mooie hamerslingeren.

Terwijl Yves Leterme onverwijld en ongestoord naar het springerige balletje van het tafeltennis (pingpong) kijkt dromen de Franstaligen in dit landje zowaar van een mooie corridor. En wie, wie denkt nog aan de corridor van Danzig?

Terwijl de mooie Marie-Rose Morel aan een vechtscheiding bezig is, dromen Duitse meisjes op het zand van een kunstmatig strand van een blinkende medaille voor het beachvolleybal.

Terwijl ginder in Peking of Beijing een Poolse blondine de speer zeer ver in de verte werpt, wachten onze duivenmelkers in hun aangebouwde koterijen op de begeleiders die moeten wachten.

Terwijl de laatste biljarters in onze laatste cafés blijven biljarten, lopen de Marokkanen en Kenyanen ginder in Peking of Beijing almaar harder en harder voorbij al die Australiërs (is daar een aboriginal bij?), kleine Koreanen, en donkerzwarte Nigerianen en Zimbabwanen.

Terwijl in het Turkse en zo toeristische Izmir een bom ontploft en vele doden vallen (op het veld van eer?) valt over Peking of Beijing een hemelse regen die het stof of de smog boven de stad voor even verdrijft.

Terwijl het braaksel van een te snelle snelwandelaar bij de aankomst op de harde piste kletst, klappen alle Chinezen in de handen, maar niet den dezen.

Terwijl Mao, de Grote Roerganger, in zijn praalgraf ligt te lachen, ween ik van spijt dat ginder in Peking of Beijing niet eenmaal een woord van Koeng Foe Tse (onze vriend Confucius) valt te horen. En waar is nu in 's hemelsnaam de Bende van Vier gebleven? Want gisteren (20 augustus 2008) overleed Hua Guofeng (hij was nog maar 87), de eerste officiële opvolger van Mao, die vanaf oktober 1976 deze beruchte Bende van Vier van de macht kon verwijderen.

En waar zijn de Indiërs gebleven? Kent de grootste democratie van Azië dan geen sportbeoefening? (Zou het kastenstelsel hiervoor verantwoordelijk zijn?)

Hoe dan ook; China is groot en Liechtenstein is klein, maar ik mis vooral het mysterieuze Nippon en haar samoerai. En ook een beetje Mongolië en haar nomadische bewoners zowel uit Binnen-Mongolië als uit Buiten-Mongolië.

www.hendrikcarette.be