Nummer 139


11 juli-toespraak van Karel Gacoms | september 2008


"Linkerzijde reikt Vlaanderen onvoldoende alternatieven aan" (Bernard Daelemans)<< Nummer 139

Op 11 juli had Meervoud in het Vlaams Huis te Brussel een bijzondere gastspreker uitgenodigd, de socialistische vakbondsman Karel Gacoms. Deze verwierf enige naambekendheid in de periode van de sluiting van Renault Vilvoorde, toen hij het boegbeeld was van de Vilvoordse metallo's. Later (in 2006) was hij betrokken bij de splitsing van ABVV-metaal, waarvan hij secretaris is. Tevens is hij voorzitter van ABVV-Vlaams-Brabant. Nog recenter trad hij toe tot de Gravensteengroep. Op 11 juli lichtte hij deze stap toe voor een talrijk opgekomen Meervoud-publiek.

Het was de eerste keer dat de vakbonder het woord nam op een 11-juliviering. Gacoms stelde duidelijk dat er voor hem maar één feestdag is, nl. het feest van de Arbeid op 1 mei. Op 11 juli was Gacoms dan ook gewoon gaan werken op zijn dienst als vakbondsfunctionaris in Vilvoorde. Een aantal diensten van het ABVV, onder meer de werkloosheidsdienst, zijn nochtans op 11 juli gesloten, en dat terwijl 50% van de Vilvoordse ABVV-leden Franstalig zijn en 80% van de werkloosheidsdienst Franstalige dossiers zijn. Gacoms vraagt zich af of dit dan blijk geeft van een goede dienstverlening aan de leden. Maar het feit dat 80% van de werkloze ABVV'ers in Vilvoorde Franstalig zijn zegt ook iets.

Gacoms was ook verwonderd dat hij in Knack betiteld wordt als 'Vlaamsgezind', terwijl hij zich nooit zo gevoeld heeft. Belgisch voelt hij zich echter ook niet. Hij voelt zich wel enigszins Europees gezind al staat hij een ander Europa voor dan dat wat we vandaag kennen. Toch heeft hij, samen met een aantal andere syndicalisten bewust en enthousiast het Gravensteenmanifest ondertekend.

De reden van zijn blijdschap over het bestaan van dat Gravensteenmanifest was dat hij de druk, om niet te zeggen de terreur beu was, die uitging van de petitiecampagne 'Red de solidariteit'. De mensen binnen de vakbond die niet enthousiast waren over deze campagne werden bestempeld als niet-solidair, als rechts, als aanhangers van het Vlaams Belang en wat dies meer zij. Waarom waren wij niet gelukkig met die campagne? De tekst van de campagne 'Red de solidariteit' liet immers uitschijnen dat zij die tegen een staatshervorming zijn, daarom ook voor de solidariteit zijn, terwijl zij die voor een staatshervorming zijn, daarom ook tegen de solidariteit zijn. Niets is echter minder waar.

Het socialisme is internationaal en zal altijd een internationale dimensie hebben. Marx schreef in zijn communistisch manifest niet: 'proletariërs van België, verenig u'; hij schreef: 'proletariërs aller landen, verenig u'. Ook schreef hij: 'De arbeiders hebben geen vaderland'. We moeten proberen de solidariteit te organiseren op wereldniveau. Anderzijds zijn er historisch structuren gegroeid binnen de nationale staten. Als Bismarck de eerste aanzetten heeft gevestigd van een sociale zekerheid, dan was dat in het kader van de Duitse nationale staat. Zijn doel was zeker om die staat te consolideren, maar ook om de wind uit de zeilen te halen van de internationale socialistische beweging. Die beweging heeft met de tweede internationale moeilijke momenten gekend, toen de Duitse socialisten in hun parlement de oorlogskredieten goedkeurden net als de Franse socialisten dat deden, zodat de Duitse en Franse arbeiders daarna elkaar in de Eerste Wereldoorlog bekampten in de loopgraven.

Dit alles belet Gacoms niet om de mening te koesteren dat Brussel-Halle-Vilvoorde moet gesplitst worden, dat een staatshervorming absoluut nodig is, dat die goed is voor Nederlandstaligen én Franstaligen, en te betreuren dat men binnen de vakbeweging vreest om die discussie te voeren. Erger nog: iedereen binnen de vakbeweging die toch maar durft even die discussie aan te raken, zou ipso facto meteen ook de solidariteit, een van de sleutelbegrippen binnen de socialistische beweging, opgeven.

Gacoms verwees daarbij naar de historische figuur van André Renard, de grote woordvoerder van de socialistische vakbeweging tijdens de staking tegen de eenheidswet in 1960-1961. Renard was een groot voorstander van economisch federalisme. Sommigen beweren dat Renard ontgoocheld was na de acties van '60-'61 en daardoor in het vaarwater van het Waals nationalisme is terechtgekomen. Uiteraard was Renard ontgoocheld, maar zijn inspiratie haalde hij toch bij de Franse anarcho-syndicalisten en bij denkers als Proudhon en Bakounin. Dezen kantten zich tijdens de Eerste Internationale tegen het denken van Marx en zijn sterke staat, en verdedigden het idee van de vrije associatie, dat is dus de grondslag van het federalisme. De ideeën die Renard dus naar voren bracht binnen de Mouvement populaire wallon waren dus ideeën afkomstig uit die linkse strekking binnen de vakbeweging.

Renard genoot steeds veel respect binnen de socialistische beweging, maar sommigen betreurden dat hij zich op het einde van zijn leven verbonden heeft met de Franstalige burgerij. Wat was er aan de hand? De Mouvement Populaire Wallon heeft op een bepaald ogenblik gepoogd om in contact te komen met de Franstalige bourgeoisie in Brussel om zo hun rangen te versterken. Renard had zijn rechterhand Latin op missie gestuurd naar Brussel om het terrein te verkennen. Maar de conclusie van Latin was: "Il n'y a que des bourgeois là-bas." Heel de missie was mislukt. De boodschap van Latin en de Waals-socialistiche federalisten kreeg geen voeten in aarde in Brussel.

De vraag die we ons vandaag moeten stellen is: hoe komt het nu dat het Waals socialisme, dat zo sterk federalistisch dacht, en dat zo gevochten heeft voor de 'structuurhervormingen', vandaag zo weinig van zich laat horen?

Gacoms beleefde, zoals gezegd, de plotse splitsing van het ABVV-metaal in 2006, en het opmerkelijke is dat het initiatief uitging van de Walen. Zij voelden zich niet meer thuis in het unitaire kader, ze wilden een aparte organisatie voor de Waalse metaalbewerkers. De kern van de zaak van deze splitsing, waar volgens Gacoms veel te weinig aandacht voor geweest is in de media, is dat de metaalcentrale, een bastion in de arbeidersbeweging, jarenlang gedomineerd werd door de Walen, wat logisch was gezien het feit dat de meeste staalarbeiders zich in Wallonië bevonden, maar dat er stilaan een verschuiving is geweest, omdat Vlaanderen de nieuwe metaalindustrie aantrok, voornamelijk de automobielindustrie. Er ontstonden dus in ABVV-metaal andere verhoudingen, en die pil was voor de collega's in Wallonië niet te slikken. Ze hielden vast aan een nationale organisatie zolang zij de richting konden bepalen, maar zodra de Vlamingen lieten verstaan dat er ook wel eens mocht rekening gehouden worden met hun mening, toen bleek die beweging geen lang leven meer beschoren. Ze hebben toen steeds voorgehouden: "Karel, nous sommes les précurseurs. De rest van het ABVV zal volgen."

Het is in het licht van die ervaring dat Gacoms tot de conclusie kwam dat een staatshervorming nodig is die meer bevoegdheden toekent aan gewesten en gemeenschappen. Er zijn vele redenen die die noodzaak schragen, maar twee voorbeelden wilde Gacoms in het bijzonder aanhalen die aantonen hoe verschillend de syndicale actie in België verloopt.

Toen het ABVV voor kort, samen met het ACV een actieweek heeft uitgeroepen, waren er in Antwerpen 5.000 mensen om te betogen voor meer koopkracht en had je in Luik 20.000 mensen. Dat is het klassieke beeld van het syndicalisme in België: namelijk dat de vakbeweging sterker staat in Wallonië dan in Vlaanderen. Maar een andere recente actie heeft weinig aandacht gekregen. Ten gevolge van een staking bij een toeleveringsbedrijf van Ford onlangs, hebben de werknemers van Ford loonsverhoging gekregen. Daarop is er een golf van stakingen in de metaalsector ontstaan, waarbij supplementaire looneisen werden gesteld. Het was belangrijk, want het ging over 140 bedrijven en 60 stakingen. In totaal waren de helft van de arbeiders in de metaalindustrie van Vlaanderen betrokken. In al die ondernemingen hebben de vakbonden de akkoorden met de werkgevers bewust aan hun laars gelapt en hebben ze de arbeiders gesteund die spontaan in staking gegaan waren, nog voor het vakbondsapparaat gewag maakte van een probleem van koopkracht. Dientengevolge zijn er aanzienlijke loonsverhogingen afgedwongen, bovenop wat voorzien was in de Collectieve Arbeidsovereenkomsten. De werkgeversfederatie Agoria (voorheen Fabrimetal) heeft deze syndicale actie geanalyseerd, en komt tot een opmerkelijk besluit. Eén vraag kunnen de analysten niet beantwoorden: hoe komt het dat deze actie beperkt is gebleven tot Vlaanderen, en dat in geen enkel bedrijf in Wallonië is gestaakt? De werkgevers konden dit niet begrijpen omdat dit haaks staat op het traditionele beeld van de strijdbare Waalse arbeidsbeweging, terwijl de Vlamingen het toch wat rustiger aanpakken. Gacoms begrijpt dat wel. De conclusie die hij al lang geleden heeft getrokken is dat Vlamingen en Walen in twee verschillende werelden leven, en dat we alles vanuit een andere bril bekijken. Daarom zou het niet slecht zijn dat we komen tot een verregaande staatshervorming.

Gacoms kan begrijpen dat in syndicale middens de staatshervorming gevreesd wordt vanuit een reflex van bezorgdheid omtrent de solidariteit, en zorg voor het behoud van de 'kathedraal van onze sociale zekerheid'. Solidariteit kan volgens hem echter op verschillende niveaus georganiseerd worden. Solidariteit kan georganiseerd worden op het niveau van een land, op Europees niveau of op Vlaams niveau. Maar het wordt ook georganiseerd op sectoraal niveau, dus binnen een bedrijfstak.

De bedoeling van een staatkundige reorganisatie kan niet zijn dat een Vlaamse arbeider minder belastingen betaalt dan een Waalse arbeider. Toch moet dit niet overdreven worden: vandaag betaalt iemand die in Vilvoorde woont veel meer belastingen dan iemand die in Knokke woont. Dat vindt iedereen normaal. De bedoeling van een staatshervorming kan ook niet zijn dat een Vlaamse werkloze een hogere uitkering zou ontvangen dan een Waalse werkloze. Anderzijds moet wel worden vastgesteld dat bepaalde werklozen dank zij bepaalde sectorale overeenkomsten supplementen krijgen bovenop hun werkloosheidsuitkering en dat andere werklozen dat niet krijgen. In de vakbeweging vinden we het allemaal heel normaal dat een metaalarbeider als hij werkloos is meer ontvangt dan een arbeider uit de logistiek. Op dat ogenblik wordt er niet gesproken over een gebrek aan solidariteit. Dit moet dus allemaal gerelativeerd worden, zelfs als het niet de ambitie moet zijn van de linkerzijde dat de mensen in ons land een verschillende vergoeding van de sociale zekerheid moeten trekken.

Een andere vrees die ter linkerzijde bestaat is dat men bij verdere stappen in de staatshervorming meer en meer in een rechts Vlaanderen terecht zou komen. Men denkt dat Vlaanderen rechts is en Wallonië links. Gacoms is het daar volkomen mee oneens. Het klopt dat Vlaanderen rechts stemt, maar Vlaanderen is niet rechts. Het klopt dat Wallonië meer voor de PS stemt, maar Wallonië is niet linkser dan Vlaanderen. Er is geen enkel element om dat te staven. Als Vlaanderen rechts stemt, is dat een spijtige zaak en dit zal in de eerste jaren niet veranderen. Dat heeft vooral te maken met het feit dat de linkerzijde in Vlaanderen onvoldoende alternatieven naar voor schuift voor de werkende bevolking in Vlaanderen, maar ook omdat de Vlamingen zich niet meer thuis voelen in de staatsstructuur die we nu kennen, en permanent het gevoel hebben dat ze daarin tekort worden gedaan. Gacoms is er van overtuigd dat als we minder onder de koepel van België zullen zitten, dat de linkerzijde in Vlaanderen meer kansen zal krijgen.

Om al die redenen heeft de Gravensteengroep verschillende verdiensten. Mensen kunnen nu complexloos zeggen dat ze voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde zijn en voor een staatshervorming, en zich óók tot de linkerzijde kunnen blijven rekenen. De Gravensteengroep levert ook een onrechtstreekse kritiek op de Franstaligen die maar denken dat iedereen in Vlaanderen rechts is en door het virus van het Vlaams Belang is aangetast. De groep laat zien dat er ook in Vlaanderen vele linkse mensen zijn. De Gravensteengroep neemt ook een bepaalde Vlaamse elite op de korrel - we zouden ze la gauche caviar de Flandre kunnen noemen - die met misprijzen neerkijkt op wat de bevolking wenst. Vanuit hun lofts denken ze dat ze het beter weten. De Gravensteengroep is tenslotte ook een kritiek op de holle petitiecampagne van 'Red de solidariteit', die van heel het solidariteitsbegrip een hol en leeg begrip hebben gemaakt.

Als een rode draad doorheen het betoog van Karel Gacoms liepen een reeks anekdotes over 'de oude Kwinten', zijn buurman uit de bosrijke Brusselse gemeente Watermaal-Bosvoorde waar Gacoms opgroeide. Met de oude Kwinten had Gacoms het vaak aan de stok als kind, vooral als hij met de jonge Kwinten in de tuin speelde op het moment dat zijn duiven moesten 'vallen'. Ondanks de conflicten stond de oude Kwinten model voor een overtuigde socialist, die ook maar één feestdag kende, het één meifeest, en zijn inzet en die van zijn familie in de socialistische beweging werd gerespecteerd. Wel was er ten huize Gacoms kritiek op het feit dat de kleinkinderen van de oude Kwinten naar een Franstalige school werden gestuurd, met als gevolg dat de oude Kwinten zelfs niet meer met zijn kleinkinderen kon spreken. En dat fenomeen deed zich voor in heel de straat van Gacoms in Watermaal-Bosvoorde. In een recentere fase echter kon Gacoms kennismaken met de achterkleinzoon van de oude Kwinten, die naar een Vlaamse school gestuurd was en die erop stond om Gacoms in het Nederlands te woord te staan. Deze positieve evolutie moet in rekening genomen worden.

Recent is Gacoms nog in zijn meningen gesterkt door een gesprek met iemand uit het buitenland die hem vertelde dat in zijn land België bekend staat voor twee zaken: enerzijds voor de pedofiel die meisjes ontvoerde en vermoordde en voor de stad Vilvoorde die weigert sociale woningen te verkopen aan Franstaligen. De man in kwestie was afkomstig uit Québec, en na een discussie van een kwartier was hij helemaal akkoord met Gacoms. Hij was absoluut akkoord met de maatregelen van de stad Vilvoorde en hij stelde ook vast dat men al bij al niet zoveel problemen heeft met immigranten die in onze streek komen wonen. De vreemdelingen in Vilvoorde blijken bereid om Nederlands te leren en doen daar grote inspanningen voor. Ook in Québec is dat zo, maar daar zijn het vooral de Engelstaligen die te schoon zijn om Frans te leren. Zo ook in de rand, daar zijn er nog steeds Franstaligen die vanuit een superioriteitsgevoel een aantal privileges niet willen loslaten.

Gacoms besloot zijn betoog met de hoop uit te spreken dat er in Vlaanderen inzonderheid binnen de vakbeweging een brede dialoog kan tot stand komen, waar men bereid is om naar in respect naar elkaars standpunten te luisteren.