Nummer 14


| juli - augustus 1995


Code voor de Vlaming in Brussel ( )<< Nummer 14

De Vlaming als particulier in Brussel

De Vlaming die in Brussel gaat winkelen, er uit eten of op café gaat, die er ontspanning zoekt, of er een beroep doet op overheidsdiensten, spreekt en schrijft uitsluitend en alleen Nederlands. Hij of zij spreekt of verstaat geen Frans.

De Vlaming die daarbij te maken krijgt met een verkoper, een kelner of een bediende die geen Nederlands kent, kan gebarentaal maken, een vertaler eisen, klacht indienen of eenvoudig weggaan, zonder geld achter te laten natuurlijk.

De Vlaming die werkt in Brussel

De Vlaming die in Brussel met Franstalige collega's werkt, hetzij in federale overheidsdienst, hetzij in de particuliere sector, past op kantoor en in vergaderingen strikt de regel toe, zowel tegenover ondergeschikten, gelijken als oversten:

Ieder spreekt zijn taal en verstaat de andere

De Vlaming die in Brussel als verkoper, bediende of ambtenaar diensten moet verlenen aan particulieren, zal onbekenden altijd eerst in het Nederlands aanspreken. Blijkt de cliënt anderstalig, dan kan die Vlaming overschakelen op de taal van zijn cliënt, indien hij of zij ze machtig is.

De Vlaming volgt te Brussel altijd nauwgezet deze code:

  • omdat Brussel de hoofdstad van Vlaanderen is en de taal van de Vlaamse gemeenschap het Nederlands is
  • uit solidariteit met de Vlamingen die in het Brussels Gewest wonen en het al moeilijk genoeg hebben om zich op taalgebied en sociaal-economisch te handhaven
  • om de verfransingsdruk op de Brusselse Rand en Vlaams-Brabant mee te stoppen
  • omdat noch lafhartige angst, noch jacht op geld of aanzien de Vlaming ertoe kan aanzetten zijn taal en afkomst te verloochenen